|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:3596 | | | | | Datum uitspraak | : | 11-02-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 05-03-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | C/09/692818 KG ZA 25-998 | | Rechtsgebied | : | Aanbestedingsrecht | | Indicatie | : | aanbesteding; inschrijving eiseres op goede gronden terzijde gelegd | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | perceel | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | Rechtbank den haag
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/692818 / KG ZA 25-998
Vonnis in kort geding van 11 februari 2026
in de zaak van
DATAEXPERT B.V. te Veenendaal,
eiseres,
advocaat mr. J. van den Brink te Barneveld,
tegen:
1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën, het Directoraat Generaal Belastingdienst, optredend namens alle ‘Deelnemende Organisaties’ als genoemd in productie 2) te Den Haag,
2. DE POLITIE te Den Haag,
gedaagden,
advocaat mr. J.E. Palm en mr. L.S.L. van Pelt te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
VESTIGO CONSULTING LTD. te Liverpool, Verenigd Koninkrijk,
advocaat mr. J.H.J. Bax te Rotterdam.
Eiseres wordt hierna ‘Dataexpert’ genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘de Staat’. Interveniënt wordt hierna ‘Vestigo’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 13 oktober 2025, met producties 1 tot en met 20;
- de conclusie van antwoord van de Staat, met producties 1 en 2;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst althans voeging van Vestigo;
- de ‘incidentele conclusie in het incident ex artikelen 19 en 22 Rv’ namens Vestigo;
- de brief van Dataexpert van 14 januari 2026, waarin zij bezwaar maakt tegen tussenkomst althans voeging van Vestigo;
- de conclusie van antwoord van Vestigo, met producties A tot en met E;
- de aanvullende producties 21 tot en met 24 van Dataexpert.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 20 januari 2026. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. Dataexpert en de Staat hebben dit mede gedaan aan de hand van een overgelegde pleitnota. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2Het incident tot tussenkomst althans voeging
2.1.
Vestigo heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Dataexpert en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Dataexpert heeft voorafgaand aan de zitting bezwaar gemaakt tegen tussenkomst althans voeging van Vestigo in de procedure. Dat bezwaar komt erop neer dat Vestigo een te algemeen en te ver verwijderd belang heeft bij interventie in deze procedure. Nu de inschrijving van Vestigo terzijde is gelegd, is zij geen partij meer in de aanbestedingsprocedure. Volgens Dataexpert heeft Vestigo daarmee geen andere positie dan een willekeurige aanbieder die interesse heeft in de aanbesteding van deze opdracht. Bovendien staat niet vast dat Vestigo kans maakt op gunning bij een nieuwe aanbesteding, want de inschrijving van Vestigo is terzijde gesteld vanwege een manipulatieve prijsstelling. De Staat zal dat wellicht als een ernstige fout aanmerken, waardoor het de komende jaren niet zonder meer mogelijk is voor Vestigo om op overheidsaanbestedingen in te schrijven. Dataexpert heeft haar bezwaar tegen de incidentele vordering van Vestigo tijdens de zitting gehandhaafd en de Staat heeft verklaard zich te refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
2.2.
Een partij kan op de voet van artikel 217 Rv in een aanhangig geding vorderen te mogen tussenkomen als zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen. Anders dan Vestigo stelt, is het instellen van een eigen vordering na tussenkomst vereist. Voor toewijzing is vereist dat sprake is van voldoende belang aan de zijde van de tussenkomende partij om zich te mengen in het aanhangige geding. Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld.
2.3.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Vestigo voldoende belang bij tussenkomst. Bij gunningsbeslissing van 23 september 2025 heeft de Staat de inschrijving van Dataexpert terzijde gelegd en de aanbesteding van perceel 2 ingetrokken. Ook heeft de Staat het voornemen geuit om over te gaan tot heraanbesteding. De vorderingen van Dataexpert in dit kort geding strekken ertoe dat de gunningsbeslissing van de Staat wordt ingetrokken en de opdracht aan Dataexpert wordt gegund. Bij toewijzing van die vorderingen is een heraanbesteding, waarin Vestigo mogelijk opnieuw naar de opdracht kan meedingen, van de baan. In zoverre dreigt benadeling en/of verlies van recht aan de zijde van Vestigo. Dat Vestigo – zoals Dataexpert betoogt – in het kader van een heraanbesteding geen kans zou maken op gunning van de opdracht, kan op voorhand niet worden aangenomen. Daarmee is voldaan aan de vereisten voor toewijzing van de gevorderde tussenkomst. Die vordering zal dan ook worden toegewezen.
3De feiten
Op grond van de stukken en op grond van wat er tijdens de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.
De Staat, meer in het bijzonder het Directoraat Generaal Belastingdienst (mede namens een aantal deelnemende organisaties, waaronder de Politie) heeft na een marktconsultatie een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor IV-gerichte trainingen met betrekking tot cyberveiligheid (de opdracht). Daarbij gaat het om trainingen op het gebied van informatievoorziening (IV) en informatie- en communicatietechnologie (ICT).
3.2.
Uit het ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure opgestelde Beschrijvend Document van 21 november 2024 volgt dat de opdracht is opgedeeld in vijftien percelen. Voor alle percelen bestaat de gevraagde dienstverlening uit open aanbod- en onlinetrainingen, incompany trainingen en doorontwikkeling bij incompany trainingen. Het doel van de aanbesteding is om per perceel één raamovereenkomst te sluiten met één leverancier voor een periode van twee jaar met tweemaal een optie tot verlenging met maximaal één jaar.
3.3.
In deze kortgedingprocedure staat Perceel 2 met de titel OSINT (open source intelligence) centraal (perceel 2). Perceel 2 wordt net als de overige percelen gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.
3.4.
In paragraaf 4.1 van het Beschrijvend Document valt te lezen dat inschrijvers een rechtsgeldig ondertekend Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) bij hun inschrijving moeten overleggen. Dit volgt eveneens uit het op pagina 4 en 5 van het Beschrijvend Document opgenomen overzicht van bijlagen en in te dienen documenten. Blijkens paragraaf 4.3 van het Beschrijvend Document verklaart een inschrijver dat op hem geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn en dat door hem wordt voldaan aan de geschiktheidseisen. De beoordeling van het UEA geschiedt onder voorbehoud van het daadwerkelijk kunnen overleggen van de bewijsstukken. In paragraaf 6.2 van het Beschrijvend Document valt te lezen dat een inschrijving volledig moet zijn. Een inschrijving die niet aan de vormvereisten voldoet, wordt ongeldig verklaard en komt niet meer in aanmerking voor gunning, tenzij sprake is van een kennelijke omissie of geringe fout, zulks geheel ter beoordeling van de aanbestedende dienst. In die gevallen heeft de aanbestedende dienst het recht om de inschrijver te vragen zulks te herstellen.
3.5.
Dataexpert en Vestigo hebben beide een inschrijving ingediend op Perceel 2. Op 9 mei 2025 heeft de Staat aan Dataexpert medegedeeld dat haar inschrijving niet is aangemerkt als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding en dat hij voornemens is om Perceel 2 voorlopig te gunnen aan Vestigo.
3.6.
Dataexpert heeft bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunning van Perceel 2 aan Vestigo. Daarbij heeft zij onder meer betoogd dat sprake is van een abnormaal lage, althans manipulatieve prijsstelling van Vestigo en dat de inschrijving van Vestigo irreëel is vanwege het feit dat niet kan worden voldaan aan een aantal eisen uit het Programma van Eisen. De Staat heeft in reactie hierop te kennen gegeven geen aanleiding te zien om op de voorlopige gunningsbeslissing terug te komen.
3.7.
Dataexpert heeft vervolgens de Staat op 13 juni 2025 in kort geding gedagvaard. In die procedure vorderde Dataexpert de Staat te gebieden (i) de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en (ii) voor zover de Staat de opdracht nog wenst te gunnen, te gebieden deze te gunnen aan Dataexpert althans te gebieden de inschrijving van Vestigo op geldigheid te herbeoordelen.
3.8.
In die kortgedingprocedure heeft de Staat in randnummer 5.2 van zijn conclusie van antwoord het volgende opgemerkt:
3.9.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling in die kortgedingprocedure heeft Dataexpert op 21 juli 2025 via TenderNed een bericht met bijlage gestuurd met als aanhef ‘Aanlevering UEA’. In dit bericht valt het volgende te lezen:
“Wij zijn ervan op de hoogte gesteld dat onze UEA niet correct was geüpload. Bij deze sturen wij u de juiste, ondertekende versie in de bijlage.”
3.10.
De Staat heeft op 5 augustus 2025 in reactie op het bericht van 21 juli 2025 onder meer als volgt aan Dataexpert bericht:
3.11.
Op 6 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank een tussenvonnis gewezen in het door Dataexpert gestarte kort geding. De voorzieningenrechter heeft hierin bepaald dat de Staat, voor zover hij nog tot gunning van Perceel 2 wenst over te gaan, alsnog dient te beoordelen hoe de in februari 2025 ontsloten catalogusprijzen van Vestigo voor OSINT-trainingen zich verhouden tot de brutoprijzen die vanaf 2024 de basis hebben gevormd voor de prijzen die Vestigo aan Nederlandse afnemers van OSINT-trainingen in rekening heeft gebracht.
3.12.
Dataexpert heeft op 11 augustus 2025 in reactie op het bericht van de Staat van 5 augustus 2025 onder meer als volgt aan de Staat bericht:
3.13.
De Staat heeft op 23 september 2025 aan Dataexpert bericht dat hij zowel de inschrijving van Dataexpert als die van Vestigo ter zijde legt en de opdracht voor wat betreft Perceel 2 intrekt. De Staat heeft die beslissingen als volgt gemotiveerd:
3.14.
Bij vonnis van 8 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank eindvonnis gewezen in het door Dataexpert aanhangig gemaakte kort geding. De voorzieningenrechter heeft daarin overwogen dat met de beslissing van 23 september 2025 de voorlopige gunningsbeslissing van 9 mei 2025 niet langer van kracht is en dat Dataexpert en Vestigo desgewenst in een nieuw kort geding tegen de beslissing van 23 september 2025 kunnen opkomen. De voorzieningenrechter heeft om die reden op 8 oktober 2025 nog uitsluitend over de proceskosten beslist, waarbij de Staat en Vestigo in de proceskosten van Dataexpert zijn veroordeeld.
4Het geschil
4.1.
Dataexpert vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. de Staat te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing van 23 september 2025 voor Perceel 2 in te trekken, voor zover daarbij de inschrijving van Dataexpert terzijde is gelegd en de aanbesteding voor Perceel 2 is ingetrokken;
II. de Staat te gebieden de opdracht voor Perceel 2 te gunnen aan Dataexpert;
III. de Staat te gebieden de opdracht voor Perceel 2 te verstrekken aan Dataexpert door het sluiten van een raamovereenkomst;
IV. de Staat te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
Daartoe voert Dataexpert – samengevat – aan dat de beslissing om haar inschrijving terzijde te leggen niet in stand kan blijven. Volgens Dataexpert heeft de Staat zijn rechten verwerkt om haar inschrijving vanwege het indienen van een onvolledig UEA terzijde te leggen. In dat verband wijst Dataexpert erop dat de Staat in het kader van de eerste voorlopige gunningsbeslissing en in het kader van de verificatiefase geen opmerkingen over haar UEA heeft gemaakt. Daarnaast stelt Dataexpert dat het enkelzijdig inscannen van het UEA een formele omissie betreft die zich gelet op het toepasselijke proportionaliteitsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel leent voor herstel. Daarbij wijst Dataexpert erop dat de Staat die mening getuige zijn conclusie van antwoord in het reeds gevoerde kort geding eveneens is toegedaan. Dataexpert is van mening dat zij de door haar gemaakte fout inmiddels heeft hersteld. Dataexpert stelt in dat verband dat zij op 21 juli 2025 aantoonbaar enkel de origineel beschikbare informatie heeft overgelegd. Onjuist is volgens Dataexpert de constatering van de Staat dat zij op 21 juli 2025 een geheel nieuw opgemaakt en ondertekend UEA heeft ingediend. Volgens Dataexpert kan van haar in het huidige digitale tijdperk niet worden verlangd dat zij de papieren print van het UEA met de natte handtekening van haar directeur vijf maanden bewaart. Volgens Dataexpert is het op 31 januari 2025 digitaal ingevulde niet-ondertekende UEA digitaal bewaard gebleven en dit UEA is samengevoegd met de gescande pagina met de originele handtekening, die eveneens nog voorhanden was. Daarmee zijn volgens Dataexpert op 21 juli 2025 uitsluitend gegevens aangeleverd die aantoonbaar al voorhanden waren vóór de inschrijving van 11 februari 2025. Dataexpert verwijst daarbij naar de documenteigenschappen, meer in het bijzonder naar de laatste wijzigingsdatum, en de uitkomsten van de toepassing van het MD5-hashalgoritme op het op 31 januari 2025 digitaal aan de secretaresse van haar directeur aangeboden bestand en het bestand dat op 21 juli 2025 is samengevoegd met de ondertekende pagina. Eventuele opmaakverschillen zijn volgens Dataexpert veroorzaakt door de doorlopen print- en scanprocessen en deze verschillen laten onverlet dat de informatie die op 21 juli 2025 is ingediend al op 31 januari 2025 voorhanden was. De sanctie van terzijdelegging is naar de mening van Dataexpert onder die omstandigheden disproportioneel, onzorgvuldig en getuigt van excessief formalisme.
4.3.
De Staat en Vestigo voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4.4.
Vestigo vordert – zakelijk weergegeven – de vorderingen van Dataexpert af te wijzen en – voor zover het instellen van een eigen vordering is vereist – de Staat te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing van 23 september 2025 in stand te houden en over te gaan tot heraanbesteding, voor zover hij de opdracht voor wat betreft Perceel 2 nog wenst te gunnen. Daarnaast vordert Vestigo een veroordeling van Dataexpert om die heraanbesteding te gehengen en te gedogen, een en ander met veroordeling van Dataexpert in de proces- en nakosten in zowel de hoofdzaak als het incident.
4.5.
Verkort weergegeven stelt Vestigo daartoe dat de inschrijving van Dataexpert terecht terzijde is gelegd. Volgens Vestigo vormt het indienen van een onvolledig UEA een onherstelbaar gebrek dat volledig in de risicosfeer van Dataexpert ligt. Op dit moment kan volgens Vestigo door toedoen van Dataexpert niet objectief worden bepaald wat Dataexpert in de ten tijde van het indienen van de inschrijving ontbrekende pagina’s van het UEA heeft verklaard dan wel voornemens was te verklaren. Nu wezenlijke informatie ontbreekt, mag Dataexpert volgens Vestigo op grond van het gelijkheidsbeginsel geen herstelmogelijkheid worden geboden. Daarnaast stelt Vestigo dat Dataexpert het voor eis UE6 en in paragraaf 3.2.5 van het Beschrijvend Document voorgeschreven bewijs niet kan leveren, waardoor haar inschrijving niet voldoet aan het Programma van Eisen. Ook stelt Vestigo dat Dataexpert met irreële prijzen heeft ingeschreven, hetgeen eveneens een grond voor terzijdelegging oplevert. Ook als Dataexpert wel geldig heeft ingeschreven, laat dat volgens Vestigo de rechtmatigheid van de intrekkingsbeslissing onverlet. Het is volgens Vestigo vaste rechtspraak dat een aanbesteding mag worden ingetrokken als maar één geldige inschrijving is ingediend.
4.6.
Voor zover nodig zullen de standpunten van Dataexpert en de Staat met betrekking tot de vorderingen van Vestigo hierna worden besproken.
5De beoordeling van het geschil
5.1.
Beoordeeld moet worden of de Staat de inschrijving van Dataexpert op goede gronden terzijde heeft gelegd.
5.2.
Vooropgesteld wordt dat inschrijvers op grond van de onder 3.4 weergegeven bepalingen van het Beschrijvend Document gehouden waren om bij hun inschrijving een volledig ingevuld en ondertekend UEA over te leggen. Op grond van paragraaf 6.2 van het Beschrijvend Document dient het niet of niet volledig overleggen van het UEA in beginsel te leiden tot ongeldigverklaring van de inschrijving. Het beginsel van gelijke behandeling en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel verzetten zich er in beginsel tegen dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie kan slechts in uitzonderlijke gevallen een uitzondering op dit uitgangspunt worden aanvaard. Een inschrijving kan na indiening nog slechts worden verbeterd of aangevuld in geval deze een klaarblijkelijke eenvoudige precisering behoeft of als het om het rechtzetten van een kennelijke materiële fout gaat. Paragraaf 6.2 van het Beschrijvend Document, waarin mede is bepaald dat bij een kennelijke omissie of een geringe fout een herstelmogelijkheid door de Staat kan worden geboden, is daarmee volledig in overeenstemming met genoemde vaste rechtspraak.
5.3.
Dataexpert heeft – naar niet ter discussie staat – in het kader van haar inschrijving op 11 februari 2025 niet zoals voorgeschreven een volledig UEA overgelegd. Zij heeft enkel de door haar ingevulde oneven pagina’s van het UEA geüpload, waaronder de pagina met de handtekening van haar directeur. In zoverre was haar inschrijving dus onvolledig, hetgeen in beginsel tot ongeldigverklaring dient te leiden. De Staat heeft die onvolledigheid bij conclusie van antwoord in het bij dagvaarding van 13 juni 2025 door Dataexpert aanhangig gemaakte kort geding aan de orde gesteld. Daarbij heeft de Staat expliciet vermeld dat het hier gaat om een gebrek dat voor herstel in aanmerking komt, maar dat herstel op dat moment nog niet had plaatsgevonden. Dataexpert heeft als normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver uit die bewoordingen kunnen en mogen opmaken dat de Staat haar de gelegenheid bood om het gebrek te herstellen. Feitelijk onjuist is daarmee de stelling van de Staat dat Dataexpert op 21 juli 2025 ongevraagd een volledig UEA heeft geüpload. Daarbij tekent de voorzieningenrechter nog aan dat de Staat ook in zijn bericht van 5 augustus 2025 en in de voorlopige gunningsbeslissing van 23 september 2025 heeft vermeld dat het gebrek zich voor herstel leent.
5.4.
Vervolgens is de vraag of – uitgaande van de door de Staat geboden herstelmogelijkheid – Dataexpert er met hetgeen zij op 21 juli en/of 11 augustus 2025 heeft overgelegd in is geslaagd om het gebrek in haar inschrijving te herstellen. Volgens Dataexpert moet die vraag bevestigend worden beantwoord, hetgeen de Staat en ook Vestigo op hun beurt hebben weersproken. De voorzieningenrechter is met de Staat en Vestigo van oordeel dat Dataexpert hierin niet is geslaagd. Daarbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat voor een geslaagd herstel nodig is dat door de Staat (en de voorzieningenrechter) objectief moet kunnen worden vastgesteld wat de inhoud is geweest van de bij inschrijving ontbrekende even pagina’s van het UEA. De toepasselijke beginselen van gelijkheid en transparantie vergen immers dat moet kunnen worden uitgesloten dat Dataexpert de even pagina’s van haar UEA na inschrijving nog heeft gewijzigd of aangevuld. Dataexpert stelt dat zij haar UEA voorafgaand aan haar inschrijving digitaal heeft ingevuld en dat dit bestand vervolgens naar de secretaresse van haar directeur is verzonden. Dit digitaal ingevulde en verstuurde UEA is volgens Dataexpert – naar de voorzieningenrechter begrijpt dubbelzijdig – geprint en door de directeur van Dataexpert ondertekend. Dit van een natte handtekening voorziene document is volgens Dataexpert abusievelijk enkelzijdig in plaats van dubbelzijdig ingescand en deze ingescande (oneven) pagina’s van het UEA zijn bij de inschrijving geüpload. Het uitgeprinte UEA met de ‘natte’ handtekening van haar directeur is volgens Dataexpert vernietigd. Het voorafgaand aan de inschrijving digitaal ingevulde UEA is volgens Dataexpert nog wel beschikbaar en dit bestand is volgens Dataexpert samengevoegd met de ingescande pagina met de handtekening van haar directeur. Dit samengestelde document is vervolgens op 21 juli 2025 ingediend. Op 11 augustus 2025 heeft Dataexpert wederom een UEA ingediend met als datum 9 augustus 2025. Naar de voorzieningenrechter begrijpt gaat het hierbij eveneens om het volgens Dataexpert voorafgaand aan haar inschrijving digitaal ingevulde UEA, dat nogmaals is geprint en is voorzien van een handtekening van haar directeur.
5.5.
Met de Staat en Vestigo is de voorzieningenrechter van oordeel dat op basis van de op 21 juli en 11 augustus 2025 door Dataexpert overgelegde documenten niet objectief kan worden vastgesteld wat de inhoud is geweest van de bij inschrijving ontbrekende even pagina’s van het UEA. De Staat en Vestigo stellen met juistheid dat voor een geslaagd herstel moet kunnen worden beschikt over het voorafgaand aan de inschrijving geprinte dan wel ingescande UEA van Dataexpert met de handtekening van haar directeur. Alleen dan kan immers objectief worden vastgesteld wat de inhoud is geweest van de bij inschrijving ontbrekende even pagina’s van het UEA. Het destijds geprinte ondertekende exemplaar van het UEA is vernietigd en de destijds gemaakte scan bevat uitsluitend de oneven pagina’s. Onder die omstandigheden kan ook als juist is dat – zoals Dataexpert stelt – de door de Staat geconstateerde inconsistenties in opmaak tussen het door Dataexpert bij haar inschrijving ingediende incomplete UEA en het op 21 juli 2025 door haar ingediende UEA een gevolg zijn van print- en scanprocessen, niet worden uitgesloten dat Dataexpert de bij inschrijving ontbrekende even pagina’s van het UEA na inschrijving nog heeft gewijzigd of aangevuld. De omstandigheid dat concrete aanwijzingen hiervoor ontbreken, doet aan het bestaan van die mogelijkheid niet af. Met de Staat en Vestigo is de voorzieningenrechter voorts van oordeel dat op basis van de door Dataexpert ingeroepen documenteigenschappen en het door haar toegepaste MD5-hashalgoritme evenmin objectief kan worden vastgesteld dat de even pagina’s van het UEA die op 21 juli en 11 augustus 2025 zijn overgelegd inhoudelijk identiek zijn aan de ontbrekende even pagina’s van het bij inschrijving ingediende UEA. Nu niet valt in te zien dat Dataexpert het gebrek op andere wijze kan herstellen, is het bieden van een nadere gelegenheid daartoe niet aan de orde. Bij die stand van zaken is de Staat op grond van het gelijkheids- en transparantiebeginsel gehouden de inschrijving van Dataexpert (alsnog) terzijde te leggen. Van de door Dataexpert gestelde rechtsverwerking is geen sprake, nu de Staat gehouden is om deze beginselen ook in dit stadium van de aanbestedingsprocedure stikt toe te passen.
5.6.
Uit het voorgaande volgt dat geen van de vorderingen van Dataexpert in dit kort geding toewijsbaar is. In het midden kan vervolgens blijven of de Staat destijds al dan niet terecht een mogelijkheid tot herstel heeft geboden en of er – zoals Vestigo stelt – nog sprake is van andere redenen die tot terzijdelegging van de inschrijving van Dataexpert moeten leiden.
5.7.
Nu de Staat voornemens is om over te gaan tot heraanbesteding van de opdracht voor wat betreft Perceel 2, brengt voormelde beslissing mee dat Vestigo geen belang (meer) heeft bij toewijzing van haar vorderingen, zodat deze worden afgewezen. Vestigo zal worden veroordeeld in de kosten van de Staat, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Staat als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Dataexpert in haar verhouding tot Vestigo worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Vestigo was immers te voorkomen dat de aanbestedingsprocedure voor wat betreft Perceel 2 met Dataexpert zou worden hervat, welk doel is bereikt. Dataexpert zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Vestigo. Verder zal Dataexpert, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Staat. Voor de door Vestigo gevorderde kostenveroordeling van Dataexpert in het incident ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding.
5.8.
De proceskosten van de Staat worden begroot op:
- griffierecht € 714,--
- salaris advocaat € 1.177,--
- nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.069,--
5.9.
De proceskosten van Vestigo worden begroot op:
- griffierecht € 735,--
- salaris advocaat € 1.177,--
- nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.090,--
5.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De voorzieningenrechter:
6.1.
wijst de vorderingen van Dataexpert en Vestigo af;
6.2.
veroordeelt Vestigo voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen jegens de Staat in de kosten van de Staat, tot dusver begroot op nihil;
6.3.
veroordeelt Dataexpert in de overige proceskosten van zowel de Staat als Vestigo van € 2.069,-- voor de Staat en € 2.090,-- voor Vestigo, beide bedragen te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Vestigo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Vestigo € 92,- extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;
6.4.
veroordeelt Dataexpert in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.5.
verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
fjs
HVJ EU 29 maart 2012, zaak C-5999/10 SAG | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|