|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:8441 | | | | | Datum uitspraak | : | 31-03-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 17-04-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | NL25.42773 | | Rechtsgebied | : | Vreemdelingenrecht | | Indicatie | : | Wijziging doel verblijfsvergunning naar ‘verblijf als familie- of gezinslid’, beroep ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Herhaald en ingelast, belangenafweging in het kader van familieleven. De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet ten onrechte in het nadeel van eiseres heeft laten uitvallen. | | Trefwoorden | : | levensonderhoud | | | studiefinanciering | | | | Uitspraak | RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.42773 en NL25.42775
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres]
, V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. G.M.H. Vriesde),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. L.F. Ludwig).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor het wijzigen van het doel van haar verblijfsvergunning en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 17 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, [referente] (referente), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1980 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Eiseres is van 17 maart 2023 tot 26 oktober 2023 in het bezit geweest van een verblijfsdocument met het doel ‘verblijfsdocument voor een familielid van een EU burger’. Eiseres heeft op 7 september 2023 een aanvraag ingediend voor het wijzigen van het doel van haar verblijfsvergunning naar ‘verblijf als familie- of gezinslid bij referente’, haar dochter. Referente heeft de Nederlandse nationaliteit. Eiseres wil bij referente verblijven omdat zij stellen dat zij een hechte emotionele band hebben en referente financieel afhankelijk is van eiseres.
2.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat de belangenafweging in het kader van het familie- en gezinsleven tussen eiseres en referente in het nadeel van eiseres uitvalt. Verder is er geen aanleiding om wegens bijzondere omstandigheden de aanvraag toch in te willigen.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Ten eerste verzoekt eiseres wat zij bij de aanvraag en in bezwaar heeft aangevoerd als herhaald en ingelast te beschouwen. Ten tweede heeft verweerder een onjuiste belangenafweging gemaakt, omdat de belangen van referente zwaarder moeten wegen dan de belangen van de staat. Er zijn geen zwaarwegende belangen van de staat. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de schade die de gedwongen scheiding veroorzaakt bij eiseres, de omstandigheid dat begeleiding door de fysiek aanwezige ouder nodig is en dat de financiële ondersteuning vanuit Suriname juist onzekerheid en stress met zich meebrengt. In tegenstelling tot wat verweerder stelt, is het arrest XU en QP wel van toepassing op eiseres en referente. Ten slotte heeft eiseres met de overgelegde bewijsstukken aangetoond dat haar inkomsten voldoende zijn om in de kosten van eiseres en referente te voorzien.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Herhaald en ingelast
5. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiseres bij de aanvraag en in bezwaar naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiseres van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
Belangenafweging in het kader van familieleven
6. Uit vaste jurisprudentie van het EHRM en van de hoogste bestuursrechter volgt dat bij aanvragen op grond van artikel 8 van het EVRM, waarbij familie- of gezinsleven wordt aangenomen, bij de belangenafweging een ‘fair balance’ moet worden gevonden tussen het belang van de vreemdeling en zijn familie enerzijds, en het Nederlandse algemeen belang dat is gediend bij het uitvoeren van een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. De rechtbank moet vol toetsen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in die belangenafweging heeft betrokken en moet de gemaakte belangenafweging enigszins terughoudend toetsen.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet ten onrechte in het nadeel van eiseres heeft laten uitvallen. Zo heeft verweerder minder zwaar in het voordeel van eiseres mogen betrekken dat er sprake is van inmenging in het gezinsleven, omdat eiseres maar kort met een verblijfsvergunning in Nederland heeft gewoond en artikel 8 van het EVRM geen recht geeft op vrije keuze in welk land eiseres wil wonen. Verder heeft verweerder mogen betrekken dat eiseres een beperkte binding heeft met Nederland en een sterkere binding met Suriname, waar zij een grote familie heeft. Ook heeft verweerder mogen meewegen dat niet is aangetoond dat referente zodanig afhankelijk is van eiseres dat het vertrek van eiseres uit Nederland zou leiden tot onredelijke of disproportionele gevolgen voor referente. Uit overgelegde stukken blijkt dat referente een afspraak heeft gehad bij de gynaecoloog voor onregelmatig bloedverlies en een verdenking van PCOS. Ook blijkt dat zij een intake heeft gehad bij een psycholoog en ervoor heeft gekozen om geen behandeling te starten. Verweerder heeft er tijdens de zitting op kunnen wijzen dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat referente door de PCOS problemen heeft met slapen en eten en dat zij voor medische zorg afhankelijk is van eiseres of iemand anders. Verder heeft verweerder erop kunnen wijzen dat er voor referente ook andere mogelijkheden zijn om in haar levensonderhoud te voorzien, zoals studiefinanciering of een lening, dat de moeder en tante van eiseres die in Nederland verblijven haar zouden kunnen ondersteunen, en dat ze haar leven zou kunnen voortzetten in de huidige woning of een studentenwoning. Ook heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de omstandigheid dat eiseres dacht dat zij tot het 23e levensjaar van referente in Nederland kon verblijven, voor haar eigen rekening en risico komt en dus in haar nadeel weegt. Verweerder heeft verder mogen betrekken dat referente eventueel na het afronden van haar studie kan terugkeren naar eiseres in Suriname, omdat zij bekend is met de taal en cultuur en van Nederlanders kan worden verwacht dat zij zich in het buitenland vestigen. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat niet is gebleken van een objectieve belemmering. Daarnaast heeft verweerder het economisch belang van de Nederlandse staat in het nadeel van eiseres mogen betrekken. Daarbij heeft verweerder mogen tegenwerpen dat de inkomsten van eiseres onvoldoende zijn om zichzelf en haar dochter te onderhouden. Eiseres heeft tijdens de zitting aangevoerd dat zij inmiddels wel voldoende verdient. Maar verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres dit niet heeft onderbouwd. Bovendien heeft verweerder erop mogen wijzen dat het economisch belang van de Nederlandse staat ook de bescherming van de arbeidsmarkt en door de overheid betaalde voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur omvat.
6.2.
Het beroep van eiseres op het arrest XU en QP slaagt niet, omdat het arrest betrekking heeft op een minderjarig kind en referente meerderjarig is.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
8. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan op het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
9. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
In de zin van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.
Arrest XU en QP van het Hof van Justitie van 5 mei 2022, ECLI:EU:C:2022:354.
Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).
Zie onder meer uitspraak van de Afdeling van 28 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:974.
Zie onder meer uitspraak van de Afdeling van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:964.
Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|