Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:8917 
 
Datum uitspraak:13-04-2026
Datum gepubliceerd:13-04-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:NL25.58814
Rechtsgebied:Vreemdelingenrecht
Indicatie:Beroep asiel. Somalië ongegrond. Geloofwaardigheid verklaringen. Alleenstaande vrouw. Mogadishu. Geen reëel risico op ernstige schade
Trefwoorden:levensonderhoud
 
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.58814
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiseres] , eiseres,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),

en

de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.


1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop

2. Eiseres heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] . De minister heeft met het bestreden besluit van 28 november 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres moet Nederland onmiddellijk verlaten. Het reeds opgelegde terugkeerbesluit geldt nog steeds. Tevens is aan eiseres een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.


2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 februari 2026, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.




Beoordeling door de rechtbank


De eerdere asielaanvraag

3. Op 24 november 2021 heeft eiseres een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel. Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de minister de aanvraag afgewezen. Het door eiseres ingestelde beroep is bij uitspraak van 15 augustus 2023 door deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, ongegrond verklaard.


Het asielrelaas

4. Eiseres legt aan haar opvolgende asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard te behoren tot de Gungunabo bevolkingsgroep. Eiseres komt uit Mogadishu. Eiseres heeft verklaard dat na de dood van haar man, de broers van haar man haar hebben gedwongen om te trouwen met een andere broer van haar man. Nadat eiseres dit heeft geweigerd, is zij meerdere malen met de dood bedreigd.


Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: - Identiteit, nationaliteit en herkomst;
- De problemen met de broers van haar overleden man vanwege een gedwongen huwelijk.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Dit leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin of een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. De problemen met de broers van haar man vanwege een gedwongen huwelijk acht de minister niet geloofwaardig. Daarvoor heeft de minister een aantal redenen. Haar verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft haar problemen met de broers van haar man niet vermeld tijdens haar eerste asielprocedure. Ook op het M35-O formulier heeft eiseres geen melding gemaakt van de problemen met haar schoonfamilie. Daarnaast heeft eiseres wisselend en vaag verklaard over het contact met de familie van haar man. De minister concludeert dat haar aanvraag moet worden afgewezen als kennelijk ongegrond.


Mocht de minister zich op het standpunt stellen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen?



Vermelding problemen schoonfamilie eerst tijdens gehoor opvolgende aanvraag

6. Eiseres heeft aangevoerd dat de minister ten onrechte haar problemen met haar schoonfamilie ongeloofwaardig heeft geacht. Vanwege culturele taboes en achtergrond, eerdere negatieve ervaringen, trauma en het gender-gerelateerde geweld heeft eiseres dit onderwerp niet eerder durven te bespreken. De minister heeft ook geen rekening gehouden met de psychosociale omstandigheden waaronder eerdere procedures hebben plaatsgevonden. Volgens vaste rechtspraak mag niet te snel worden geconcludeerd dat een late vermelding ongeloofwaardig is wanneer trauma, schaamte of culturele achtergronden een rol spelen.


6.1.
De minister stelt dat eiseres de problemen met de broers van haar man en de gedwongen uithuwelijking niet eerder heeft vermeld in de eerdere asielprocedure(s), terwijl eiseres hiervoor toen voldoende de gelegenheid heeft gehad. Pas tijdens het gehoor opvolgende aanvraag van 2 december 2024 heeft eiseres hierover verklaard. Eiseres heeft geen goede verklaring kunnen geven waarom zij hier niet eerder over heeft verteld.



6.2.
De rechtbank oordeelt dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft daaraan ten grondslag mogen leggen dat eiseres de problemen met de broers van haar man niet naar voren heeft gebracht in het nader gehoor van 5 december 2022, terwijl zij daartoe meerdere malen de gelegenheid heeft gehad. Ook op de vraag van de gehoorambtenaar tijdens het nader gehoor of er naast de vrees voor de Al-Shabaab nog andere redenen voor vertrek zijn geweest, heeft eiseres verklaard alleen voor Al-Shabaab te vrezen. In reactie op de samenvatting aan het einde van het nader gehoor heeft eiseres evenmin vermeld dat er sprake is van problemen met haar schoonfamilie en dat er uithuwelijking dreigt. Pas tijdens het gehoor opvolgende aanvraag heeft eiseres aangegeven dat er een gedeelte van haar asielrelaas mist. De verklaring die eiseres hiervoor heeft gegeven, heeft de minister niet verschoonbaar kunnen vinden. De minister heeft in het voornemen en het besluit toegelicht dat de advocaat het nader gehoor van 5 december 2022 met eiseres heeft doorgenomen, hetgeen blijkt uit de correcties en aanvullingen. Ook heeft eiseres wisselend verklaard over waarom zij tijdens de nabespreking van het nader gehoor niet heeft aangegeven dat een gedeelte van haar asielrelaas ontbrak. Eiseres heeft enerzijds verklaard er van uit te gaan dat de advocaat op de hoogte was van de inhoud van het nader gehoor en dat daar niks meer op aan te merken was. Anderzijds heeft eiseres verklaard dat zij voorafgaand aan het nader gehoor niet heeft gesproken met haar advocaat over de redenen van haar vertrek.



6.3.
Evenmin heeft de minister eiseres hoeven volgen in haar stelling dat zij tijdens het aanmeldgehoor en nader gehoor van haar eerdere asielprocedure wel melding heeft gemaakt van de problemen met haar schoonfamilie, maar dat dat niet is genoteerd. Dat dat aan de tolk zou liggen, is niet onderbouwd. Bovendien valt niet in te zien dat dit asielmotief tijdens twee verschillende gehoren met een andere tolk niet is genoteerd.
Ook heeft de minister het standpunt kunnen innemen dat niet valt in te zien dat het eiseres tijdens de nabespreking van de gehoren, het opstellen van de zienswijze en het opstellen van de beroepsgronden niet zou zijn opgevallen dat de problemen met de schoonfamilie niet aan de orde zijn gekomen, ondanks dat ze daar melding van zou hebben gemaakt.



6.4.
Tot slot heeft de minister terecht gesteld dat de logica ontbreekt dat eiseres op het M35-O formulier, dat mede door de gemachtigde van eiseres is ondertekend, niet heeft vermeld dat eiseres problemen heeft met haar schoonfamilie, temeer nu dit de kern van haar asielrelaas was en ook de reden was voor de opvolgende aanvraag. Het had in de lijn der verwachting gelegen hiervan melding te maken nu eiseres na de uitspraak van de rechter in de vorige procedure had begrepen dat dit asielmotief niet was meegenomen. Tevens heeft eiseres op het M35-O formulier vermeld dat zij vreest vanwege de omstandigheid dat zij een alleenstaande vrouw is. Nu eiseres dit probleem dat haar persoonlijk betreft wel heeft vermeld op het formulier, heeft de minister eiseres niet hoeven volgen in haar uitleg waarom zij geen melding heeft gemaakt van de problemen met haar schoonfamilie. De minister heeft eiseres ook niet hoeven volgen in haar stelling dat zij tijdens het invullen van haar M35-O formulier niet goed is begeleid. Zij had immers een advocaat die haar hielp. Gelet op het voorgaande heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het niet aannemelijk is dat het niet vermelden van al eiseres haar problemen te maken had met haar psychische gesteldheid.



6.5.
De beroepsgrond slaagt niet.


Verklaringen over schoonfamilie

7. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet ongeloofwaardig heeft verklaard over de telefoontjes van de schoonfamilie, bezoeken, frequenties en bepaalde gebeurtenissen. De minister heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de stress en spanning die eiseres heeft ervaren tijdens de gehoren. Tevens is er sprake van een taalbarrière en heeft eiseres moeite met het formuleren van antwoorden waardoor bepaalde gebeurtenissen soms anders worden omschreven dan bedoelt. Volgens de EASO-richtlijnen mag bij traumatische ervaringen niet te strikt worden gekeken naar exacte aantallen, data of frequenties. Kleine afwijkingen in detail zijn in zulke gevallen juist gebruikelijk en kunnen niet worden aangemerkt als ongeloofwaardigheid.



7.1.
De minister stelt dat eiseres vaag en niet concreet heeft verklaard over het aantal malen dat eiseres telefonisch is bedreigd door de schoonfamilie. Ze heeft ook wisselend verklaard over hoe vaak de schoonfamilie bij haar thuis is geweest en daar bedreigingen hebben geuit. Eiseres heeft over essentiële gebeurtenissen, die de kern vormen van haar asielrelaas, niet verklaard in het nader gehoor. Deze zijn pas in de correcties en aanvullingen naar voren gebracht en daar is geen goede verklaring voor gegeven.



7.2.
De rechtbank oordeelt dat de minister de verklaringen van eiseres over het contact met haar schoonfamilie vaag en wisselend heeft kunnen vinden. Van eiseres had op zijn minst verwacht mogen worden dat zij bij benadering had kunnen aangeven hoe vaak zij is gebeld en bedreigd door haar schoonfamilie en hoeveel tijd er ongeveer zat tussen deze telefoontjes. Dat eiseres tijdens de correcties en aanvullingen aangeeft dat de broers van haar man haar soms wel twee of drie keer per dag belden, heeft de minister niet hoeven volgen nu niet valt in te zien waarom eiseres niet tijdens het nader gehoor heeft kunnen uitleggen hoe vaak de broers haar belden. Ten aanzien van de bezoeken aan huis van de broers van haar man heeft de minister ook het standpunt kunnen innemen dat eiseres hierover wisselend heeft verklaard. Tijdens het gehoor opvolgende aanvraag heeft eiseres verklaard dat de broers haar twee keer thuis hebben bezocht. In de correcties en aanvullingen schetst eiseres een beeld dat de broers regelmatig bij haar thuis komen. De minister heeft eiseres niet hoeven volgen in haar stelling dat zij niet eerder dan tijdens de correcties en aanvullingen in staat was bepaalde gebeurtenissen naar voren te brengen.
Dat eiseres zich de bezoeken aan huis niet kon herinneren vanwege haar trauma en een stressvolle situatie tijdens het gehoor, heeft de minister niet hoeven volgen.



7.3.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen en gelet op de overwegingen van de minister die onbestreden zijn gebleven, is de rechtbank van oordeel dat de minister niet ten onrechte concludeert dat de verklaringen van eiseres over de problemen met het schoonfamilie geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.


Alleenstaande vrouw

8. Eiseres heeft aangevoerd dat zij als alleenstaande vrouw dient te worden aangemerkt. Ten onrechte stelt de minister dat zij zich heeft kunnen handhaven. De veiligheidssituatie is in 2025 aanzienlijk verslechterd. Alleenstaande vrouwen zonder mannelijke beschermer lopen een aanzienlijk risico op gender gerelateerd geweld, gedwongen uithuwelijking, clangerelateerd geweld en uitbuiting door gewapende groepen. Eiseres heeft geen sociaal vangnet. Ook haar oom kan haar geen bescherming bieden. De minister heeft deze omstandigheden onvoldoende meegewogen.



8.1.
De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres zich heeft kunnen handhaven vanaf 2017. Ook na het overlijden van haar moeder heeft eiseres zich kunnen handhaven, zonder dat zij getrouwd was. Eiseres heeft ook meerdere banen gehad waardoor zij in haar eigen levensonderhoud heeft kunnen voorzien. Zij heeft zich staande kunnen houden. Daarnaast heeft eiseres een sociaal vangnet in Somalie.



8.2.
De rechtbank stelt allereerst vast dat in de vorige asielprocedure niet is bestreden dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt, waardoor dat in rechte vaststaat. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de situatie thans anders is dan de situatie ten tijde van de vorige asielprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres haar vrees als alleenstaande vrouw bij terugkeer naar Somalië ook nu niet aannemelijk heeft gemaakt. Zo heeft de minister kunnen overwegen dat eiseres zich vanaf 2017 heeft kunnen handhaven. Ook na het overlijden van haar moeder in 2018 heeft eiseres zich kunnen handhaven tot aan haar vertrek in september 2019. Daarnaast blijkt uit haar verklaringen dat zij verschillende banen heeft gehad waardoor zij in haar levensonderhoud heeft kunnen voorzien. Voorts heeft de minister kunnen overwegen dat eiseres een sociaal netwerk heeft in Somalië waar zij voor opvang en bescherming op terug kan terugvallen. Eiseres heeft verklaard dat haar buurvrouw lange tijd voor haar kinderen heeft gezorgd, werk voor eiseres vond en haar eten en geld gaf als eiseres dat niet had. Daarnaast heeft eiseres gesproken over een vriendin die haar heeft geholpen en heeft ze steun en hulp gehad van haar oom.



8.3.
Verder overweegt de rechtbank dat eiseres behoort tot de Hawiye-bevolkingsgroep, subclan Gungunabo. Mogadishu is de normale woon- en verblijfplaats voor eiseres omdat zij daar laatstelijk heeft gewoond. De Hawiye bevolkingsgroep is één van de grootste bevolkingsgroepen in Somalie. Voorts blijkt uit het AAB Somalië 2025 dat de Hawiye-clan, als meerderheidsclan, zich in Mogadishu bevindt en dat Mogadishu onder controle van de federale autoriteiten staat. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen bescherming kan ontvangen van deze clan in Somalie. Ook heeft de minister kunnen overwegen dat de door eiseres gestelde problemen met de clan waartoe haar schoonfamilie behoort niet worden gevolgd, omdat de problemen met de schoonfamilie niet geloofwaardig worden geacht.



8.4.
De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom eiseres net als in de eerdere procedure niet als alleenstaande vrouw wordt aangemerkt en daarom terecht geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van het alleenstaande vrouwenbeleid. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.


Reëel risico op ernstige schade

9. Eiseres heeft - in de kern - aangevoerd dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Er is sprake van een verslechterde situatie. Zij heeft in dit verband gewezen op de recente ambtsberichten over Somalie en op EUAA-rapporten, Country Guidance Somalia. De minister is niet deugdelijk gemotiveerd op deze stukken ingegaan.
De machtspositie van Al-Shabaab in Somalië is in 2025 flink toegenomen. Vanwege het feit dat eiseres als alleenstaand moet worden aangemerkt, loopt zij extra risico.



9.1.
De minister heeft zich in het besluit en ter zitting op het standpunt gesteld dat in april 2025 een nieuw ambtsbericht is uitgekomen waarin de meest recente situatie in Somalië in kaart is gebracht. Het AAB Somalië 2025 geeft geen aanleiding om anders dan ten aanzien van het AAB Somalië van juni 2023 van een hogere gradatie van artikel 15c uit te gaan. Mogadishu is nog altijd in handen van de regering, dat volgt ook uit het EUAA-rapport van oktober 2025. Er bestaat geen aanleiding tot herziening van het landenbeleid ten aanzien van Somalië of ten aanzien van Mogadishu.



9.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Mogadishu louter door haar aanwezigheid een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. In hetgeen eiseres hiertegen heeft ingebracht ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de algemene veiligheidssituatie in Mogadishu wezenlijk anders is dan in het landgebonden beleid van de minister is vastgelegd. Uit het ambtsbericht 2025 en het EUAA-rapport van oktober 2025 blijkt dat Mogadishu niet onder controle staat van Al-Shabaab. Dat er nog steeds aanslagen door Al Shabaab worden gepleegd in gebieden waar zij geen controle over heeft, is geen omstandigheid die noopt tot een andere conclusie omtrent het niveau van willekeurig geweld. Uit het feit dat Al Shabaab zoals eiseres stelt in 2025 - dus na de verslagperiode die in AAB 2025 is beoordeeld - aan terrein wint en dat Al Shabaab Mogadishu nadert volgt zonder nadere onderbouwing niet de conclusie dat de situatie in Mogadishu aanzienlijk is verslechterd en een ander niveau van willekeurig geweld op zijn plaats is.



9.3.
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege individuele factoren een verhoogd risico loopt op ernstige schade en daardoor niet kan terugkeren. De rechtbank volstaat ten aanzien van het standpunt dat het feit dat eiseres een alleenstaande vrouw is zo een factor is, met hetgeen zij hierboven besproken heeft. De stelling van eiseres dat de situatie in Somalië verslechtert, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiseres daarmee aannemelijk heeft gemaakt dat zij op grond van individuele omstandigheden bij terugkeer naar Mogadishu een reel risico loopt op ernstige schade.



9.4.
Deze beroepsgrond slaagt niet.




Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.








Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:



Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.


Vreemdelingenwet 2000


Zaak NL25. 58815


ECLI:NL:RBDHA:2023:12964


Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.


Zie C7/30.3.2. van de Vreemdelingencirculaire.
Link naar deze uitspraak