Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:3361 
 
Datum uitspraak:22-04-2026
Datum gepubliceerd:15-05-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:453333
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:erfrecht
Trefwoorden:agrarisch
bedrijfswoning
erfgenamen
stallen
taxatie
testament
varkensstallen
 
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: C/05/453333 / HZ ZA 25-165


Vonnis van 22 april 2026


in de zaak van




1 [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 1] ,
te [woonplaats] ,2. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2],
te [woonplaats] ,3. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3],
te [woonplaats] ,4. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 4],
te [woonplaats] ( [land] ),5. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 5],
te [woonplaats] ,6. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 6],
te [woonplaats] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: de overige erfgenamen,
advocaat: mr. J. Zandberg,

tegen



[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de gedaagde in conventie] ,
advocaat: mr. S. Meeuwsen.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 oktober 2025
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 januari 2026 waarin is opgenomen dat de procedure twee weken wordt aangehouden om te bezien of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen
- het bericht van de advocaat van [de gedaagde in conventie] van 2 februari 2026 waarin hij zich namens [de gedaagde in conventie] op het standpunt stelt dat overgegaan moet worden tot taxatie zoals op de zitting besproken
- de akte uitlating van de advocaat van de overige erfgenamen van 4 februari 2026 met het verzoek vonnis te wijzen.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.
Partijen zijn de erfgenamen van mevrouw [naam erflaatster] (hierna: erflaatster). Erflaatster is op [overlijdensdatum] overleden. Haar echtgenoot was al eerder overleden. Erflaatster heeft bij testament van 8 juli 1992 over haar nalatenschap beschikt (productie 1 van de overige erfgenamen). Zij heeft daarin haar wettige erfgenamen tot haar enige erfgenamen benoemd en – voor het geval haar echtgenoot eerder dan zij overlijdt – aan [de gedaagde in conventie] de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] (hierna: de woning) gelegateerd onder de verplichting dat hij de waarde ervan inbrengt in haar nalatenschap.



2.2.
Begin 2022 hebben partijen contact gehad over de waarde van de woning en de wijze waarop [de gedaagde in conventie] de woning overgedragen kan krijgen tegen inbreng van die waarde in de nalatenschap. [de gedaagde in conventie] heeft in februari 2022 aan eiser onder 5 ( [eiser in conventie 5] ) laten weten dat hij contact heeft gehad met de bank en dat hij een hypotheek van € 205.000,00 kan krijgen mits hij zijn eigen huis heeft verkocht. [eiser in conventie 5] heeft dat op verzoek van [de gedaagde in conventie] aan de overige erfgenamen gemaild met de vraag of zij [de gedaagde in conventie] daarin tegemoet willen komen (productie 2 van [de gedaagde in conventie] ).



2.3.
Op 16 augustus 2022 hebben de overige erfgenamen de kantonrechter op grond van artikel 4:201 lid 2 BW verzocht om [de gedaagde in conventie] een termijn te stellen, waarbinnen [de gedaagde in conventie] moet verklaren of hij het legaat al dan niet verwerpt. Ter onderbouwing hebben de overige erfgenamen gesteld dat zij [de gedaagde in conventie] herhaaldelijk hebben gevraagd of hij het legaat aanvaardt of verwerpt, maar dat dit niet tot een verklaring van [de gedaagde in conventie] heeft geleid en dat van hen niet kan worden verlangd dat zij nog langer in een onverdeelde boedel blijven.



2.4.
Bij brief van 7 december 2022 heeft [de gedaagde in conventie] de kantonrechter bericht dat hij contact heeft gehad met de makelaar over de verkoop van zijn eigen huis, dat zijn huis zo snel mogelijk te koop wordt gezet en dat hij 13 december een afspraak bij de bank heeft om alles zo snel mogelijk te laten verlopen (productie 3 van [de gedaagde in conventie] ).



2.5.
Bij beschikking van 20 december 2022 heeft de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, [de gedaagde in conventie] een termijn tot 23 januari 2023 gegeven om te verklaren of hij het legaat verwerpt en bepaald dat bij gebreke van die verklaring, [de gedaagde in conventie] de bevoegdheid om het legaat te verwerpen verliest (productie 3 van de overige erfgenamen).



2.6.
Bij e-mailbericht van 23 januari 2023 heeft [de gedaagde in conventie] als volgt aan de advocaat van de overige erfgenamen bericht: “Omdat ik niet op straat wil komen te staan en mij niet meer tijd is gegund ben ik genootzaak het legaat te verwerpen” (productie 4 van de overige erfgenamen).



2.7.
Vervolgens is namens partijen nog overleg gevoerd over de waarde van de woning en de wijze waarop [de gedaagde in conventie] die overgedragen kan krijgen, maar dat heeft niet geleid tot overdracht van de woning aan [de gedaagde in conventie] (productie 2 en 5 van de overige erfgenamen).






3Het geschil


in conventie



3.1.
De overige erfgenamen vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
te bepalen dat de nalatenschap van erflaatster als volgt wordt verdeeld:
1. de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres] te [plaatsnaam] , gemeente

[gemeentenaam] , wordt verkocht door makelaar [makelaar 1] , NVM-makelaar bij Alpina makelaars te Doetinchem, of een door deze aan te wijzen vervanger;
2. de kosten verbonden aan de woning, gemaakt en te maken na het overlijden van erflaatster worden gelijkelijk verdeeld onder alle erfgenamen. Het deel van het banktegoed van erflaatster dat gebruikt is voor de betaling van de lasten van de woning na het overlijden van erflaatster, wordt toegevoegd aan de opbrengst. Eerst wordt daartoe het banktegoed van erflaatster, voor zover dat daarvoor gebruikt is, op de opbrengst in mindering gebracht. De betaalde voorschotten worden terugbetaald aan degene die dat voorschot heeft betaald. De netto opbrengst van de woning wordt verdeeld onder de erfgenamen;
3. tot de kosten van de woning worden in ieder geval gerekend: kosten van de nutsbedrijven,
WOZ-aanslagen, verzekeringspremies, noodzakelijke herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan de woning en aanhorigheden, mits de meerderheid van de erfgenamen daartoe besloten heeft, de kosten van de verkoop van de woning, waaronder de kosten van de makelaar, en het verkoopklaar maken van de woning en het erf, zulks volgens advies van de makelaar, mits goedgekeurd door de meerderheid van de erfgenamen;
4. met veroordeling van [de gedaagde in conventie] in de kosten van deze procedure.



3.2.
De overige erfgenamen leggen samengevat aan hun vorderingen ten grondslag dat [de gedaagde in conventie] weigert mee te werken aan de verdeling van de nalatenschap van erflaatster (hierna: de nalatenschap) doordat hij niet meewerkt aan verkoop van de woning. Daarnaast stellen zij dat [de gedaagde in conventie] sinds begin 2024 niet meer meebetaalt aan de lasten van de woning, die de overige erfgenamen sindsdien voor hun rekening nemen.



3.3.

[de gedaagde in conventie] voert ten verwere aan dat hij altijd aan de overige erfgenamen duidelijk heeft gemaakt dat hij de woning overgedragen wil krijgen. Hij heeft zich in het verleden niet laten bijstaan door een advocaat, waardoor hij dit niet kenbaar heeft gemaakt in de procedure bij de kantonrechter. [de gedaagde in conventie] stelt verder dat partijen hadden afgesproken dat hij de woning tegen een bedrag van € 205.000,00 gelegateerd zou krijgen. Die afspraak moet nagekomen worden, waarbij hij (opnieuw) in de gelegenheid moet worden gesteld om een financiering te regen, aldus [de gedaagde in conventie] . Voor zover ervan uitgegaan wordt dat [de gedaagde in conventie] het legaat heeft verworpen, wil hij in de gelegenheid worden gesteld een bod op de woning te doen en voldoende tijd krijgen om de financiering te regelen. [de gedaagde in conventie] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de overige erfgenamen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de overige erfgenamen in de kosten van de procedure.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.


in reconventie




3.5.

[de gedaagde in conventie] vordert om bij vonnis:
I. voor recht te verklaren dat de overige erfgenamen gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan de afgifte van het legaat aangaande de woning tegen betaling van een bedrag van € 205.000,00 door [de gedaagde in conventie] aan de nalatenschap, een en ander onder voorbehoud van financiering, met een termijn van zes maanden;
II. voor zover het onder I gevorderde niet wordt toegewezen, [de gedaagde in conventie] in de gelegenheid te stellen om de woning te kopen tegen een marktconforme prijs, waarbij hem een termijn wordt gegund van zes maanden om de financiering te regelen,
kosten rechtens.



3.6.

[de gedaagde in conventie] legt aan zijn vorderingen ten grondslag wat hij in conventie als verweer heeft aangevoerd.



3.7.
De overige erfgenamen voeren als veweer aan dat [de gedaagde in conventie] het legaat heeft verworpen. Omdat [de gedaagde in conventie] de afspraak over de afgifte van het legaat niet heeft aanvaard, is het voorstel ingetrokken. Zij stellen nooit bezwaar te hebben gehad tegen overdracht van de woning aan [de gedaagde in conventie] , mits tegen marktconforme voorwaarden. Omdat [de gedaagde in conventie] een termijn van zes maanden wilde om de financiering te regelen, is geen overeenstemming bereikt. Die termijn vinden de overige erfgenamen onredelijk lang. Zij concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [de gedaagde in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de gedaagde in conventie] in de kosten van de procedure.



3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


in conventie en in reconventie



4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.



4.2.
De rechtbank overweegt als volgt over de wijze waarop partijen de nalatenschap hebben aanvaard. [de gedaagde in conventie] stelt dat de erfgenamen de nalatenschap hebben aanvaard. De overige erfgenamen stellen dat de erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Omdat [de gedaagde in conventie] die stelling niet betwist zal de rechtbank daarvan uitgaan.



4.3.
De vorderingen van de overige erfgenamen zijn erop gericht om tot verdeling van de nalatenschap te komen, met name van de daartoe behorende woning. [de gedaagde in conventie] vindt dat de woning aan hem overgedragen moet worden. De rechtbank begrijpt dat [de gedaagde in conventie] primair (als legataris) afgifte van de woning wil en subsidiair deze (als erfgenaam) toebedeeld wil krijgen.


Legaat



4.4.

[de gedaagde in conventie] doet primair een beroep op het testament van erflaatster. Hij stelt op grond daarvan recht te hebben op de woning tegen inbreng van de waarde in de nalatenschap. De overige erfgenamen stellen dat [de gedaagde in conventie] het legaat heeft verworpen. De rechtbank stelt op grond van de beschikking van de kantonrechter van 20 december 2022 en het e-mailbericht van 23 januari 2023 van [de gedaagde in conventie] aan de advocaat van de overige erfgenamen vast dat [de gedaagde in conventie] het legaat heeft verworpen. Dat [de gedaagde in conventie] zich destijds niet heeft laten bijstaan door een advocaat en daardoor – naar hij nu stelt – niet duidelijk aan de kantonrechter kenbaar heeft gemaakt wat hij wilde, maakt dat niet anders. De overige erfgenamen hebben zich in 2022 juist tot de kantonrechter gewend omdat zij drie jaar na het overlijden van erflaatster duidelijkheid wilden krijgen over de vraag of [de gedaagde in conventie] het legaat van de woning al dan niet aanvaardde. In de beschikking van 20 december 2022 heeft [de gedaagde in conventie] nog ruim vier weken (tot 23 januari 2023) de tijd gekregen van de kantonrechter om zaken te regelen en te kiezen of hij het legaat al dan niet wilde verwerpen. Op 23 januari 2023 hebben de overige erfgenamen de duidelijkheid gekregen waar zij om hadden verzocht, zodat zij verder konden gaan met de afwikkeling van de nalatenschap. De keuze van [de gedaagde in conventie] om destijds geen juridische bijstand of advies in te winnen komt niet voor rekening en risico van de overige erfgenamen en kan er dan ook niet toe leiden dat [de gedaagde in conventie] nu nog kan terugkomen op die keuze. Dat betekent dat [de gedaagde in conventie] niet meer is aan te merken als legataris maar, net als de overige erfgenamen, uitsluitend erfgenaam van de nalatenschap is.



4.5.

[de gedaagde in conventie] stelt verder nog dat partijen, voordat de procedure bij de kantonrechter aanhangig was, al een afspraak hadden gemaakt over het legaat, inhoudende dat de woning aan hem zou worden overgedragen tegen inbreng in de nalatenschap van € 205.000,00 door hem. [de gedaagde in conventie] stelt dat die afspraak moet worden nagekomen. Ter onderbouwing heeft [de gedaagde in conventie] als productie 1 een handgeschreven A4-tje overgelegd waarop is geschreven “Verkoop € 205.000,= 02.01.2020 (…) Betreft woning aan de [adres] te [plaatsnaam] ” en de handtekeningen staan van [de gedaagde in conventie] en van vijf van de zes de overige erfgenamen. De overige erfgenamen erkennen dat de afspraak destijds is gemaakt, maar stellen dat zij die hebben ingetrokken omdat [de gedaagde in conventie] de financiering niet regelde en het legaat heeft verworpen.
De rechtbank stelt vast dat er in 2020 wel een (vrij summiere) afspraak tussen partijen is gemaakt, maar is van oordeel dat de overige erfgenamen zich door de gang van zaken (het niet regelen van de financiering door [de gedaagde in conventie] ), het tijdverloop sinds 2020 en het verwerpen door [de gedaagde in conventie] van het legaat in 2022 redelijkerwijs op het standpunt hebben kunnen stellen dat die afspraak is komen te vervallen, althans dat [de gedaagde in conventie] in redelijkheid geen nakoming meer kan verlangen van die regeling.



4.6.
Op grond van het voorgaande is de reconventionele vordering van [de gedaagde in conventie] zoals weergegeven onder I niet toewijsbaar.


Toedeling van de woning aan [de gedaagde in conventie]



4.7.
Omdat geen sprake meer is van een legaat, rust op grond daarvan geen verplichting op de overige erfgenamen om [de gedaagde in conventie] de woning vanuit de nalatenschap over te dragen tegen inbreng van de waarde daarvan. Dat betekent dat, om tot afwikkeling van de nalatenschap te komen, de woning verdeeld zal moeten worden. Die verdeling kan op verschillende wijzen gebeuren, waaronder door toedeling aan één van de deelgenoten/erfgenamen tegen vergoeding van de overwaarde (artikel 3:185 lid 2 BW).



4.8.
De rechtbank begrijpt dat [de gedaagde in conventie] (subsidiair) vordert dat de woning aan hem wordt toebedeeld tegen inbreng van de marktwaarde in de nalatenschap. [de gedaagde in conventie] stelt dat hij de naast de woning gelegen grond met varkensstallen in eigendom heeft. Die agrarische grond en de woning waren voorheen van één eigenaar. Volgens [de gedaagde in conventie] is de woning planologisch een bedrijfswoning waar niet zomaar iemand anders kan gaan wonen. Ter onderbouwing heeft [de gedaagde in conventie] als productie 4 een e-mailbericht overgelegd van de heer [consulent] , consulent publieke dienstverlening van de gemeente [gemeentenaam] , die verklaart dat de woning een agrarische bestemming heeft en mag worden bewoond door een huishouden van één persoon, “wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. Dat betekent dat diegene die er woont, werkzaam moet zijn in het bedrijf dat erbij hoort. Dus als u de eigenaar van het agrarische bedrijf bent, dan mag u daar wonen”.



4.9.
De overige erfgenamen voeren aan dat zij nooit bezwaar hebben gehad tegen overname of toedeling van de woning aan [de gedaagde in conventie] , maar wél tegen de termijn van zes maanden die [de gedaagde in conventie] in het financieringsvoorbehoud opgenomen wil hebben. Zij vinden dat een veel te lange en niet marktconforme termijn. Daarnaast hebben zij er, door de inmiddels verstreken tijd en de gelegenheid die [de gedaagde in conventie] al heeft gehad om een financiering te regelen, geen vertrouwen meer in dat [de gedaagde in conventie] die financiering (nu wél) gaat regelen binnen redelijke termijn. Overigens stellen zij van de gemeente [gemeentenaam] te hebben vernomen dat de gemeente bereid is tot functiewijziging van de woning wanneer [de gedaagde in conventie] de stallen niet meer agrarisch zou gebruiken.



4.10.
Op de zitting hebben partijen afgesproken dat zij de heer [makelaar 2] van [makelaardij] (hierna: [makelaar 2] ) zouden benaderen om te bezien of zij alsnog tot een gezamenlijke taxatie van de woning kunnen komen, eventueel gevolgd door een minnelijke regeling. [de gedaagde in conventie] heeft daarbij verklaard dat wanneer die waarde onder de € 240.000,00 ligt, hij de woning wil overnemen en een termijn van drie maanden wil om de financiering te regelen. Partijen hebben de rechtbank na aanhouding bericht over de stand van zaken. Daaruit blijkt dat zij na de zitting in overleg hebben besloten om geen volledige taxatie te laten uitvoeren maar een waarde-indicatie op te vragen omdat dat sneller en goedkoper zou zijn. Na aanschrijving van [makelaar 2] door de advocaat van [de gedaagde in conventie] heeft [makelaar 2] echter geantwoord dat hij geen globale waardebepaling geeft en dat een compleet taxatierapport (zonder eerst een concept-rapport te maken waarop partijen kunnen reageren) niet voor 1 februari 2026 klaar zal zijn.



4.11.
De overige erfgenamen stellen zich op het standpunt dat de totstandkoming van een compleet taxatierapport (met een daaraan voorafgaand concept-rapport waarop partijen hebben kunnen reageren) zeker twee maanden zal kosten en dat er dan nog geen minnelijke regeling is. Gelet op de gang van zaken tot nu toe en de op de zitting gemaakte afspraak stellen zij geen vertrouwen te hebben in het succesvol voortzetten van het minnelijke traject en de totstandkoming van een minnelijke regeling. Zij verzoeken daarom vonnis te wijzen.

[de gedaagde in conventie] heeft zich op het standpunt gesteld dat, ondanks dat een taxatie langer op zich zou laten wachten, die wél zou moeten plaatsvinden omdat dat op de zitting is afgesproken. Hij verzoekt daarom om de zaak in afwachting daarvan aan te houden.



4.12.
Uit het voorgaande blijkt dat partijen niet tot een gezamenlijke taxatie van de woning zijn gekomen en dat de overige erfgenamen daar ook niet meer op willen wachten. Anders dan [de gedaagde in conventie] stelt, hebben partijen op de zitting niet afgesproken dat die gezamenlijke taxatie door [makelaar 2] zou plaatsvinden, maar dat zij zouden bekijken of zij kunnen komen tot een gezamenlijke opdracht voor een taxatie. Tijdens de zitting is gesproken over een opdracht tot taxatie aan [makelaar 2] en de vraag op welke termijn hij tot die taxatie zou kunnen komen. Duidelijk is dat de overige erfgenamen vinden dat de afwikkeling van de nalatenschap (en met name de vraag wat er met de woning dient te gebeuren) te lang duurt en dat zij de termijn waarop een gezamenlijke taxatie door [makelaar 2] kan plaatsvinden te lang vinden. Daar staat tegenover dat [de gedaagde in conventie] de woning nog steeds toebedeeld wil krijgen. De rechtbank begrijpt enerzijds dat de overige erfgenamen vinden dat zij [de gedaagde in conventie] inmiddels genoeg gelegenheid hebben gegeven om een financiering te regelen en dat zij lang genoeg hebben gewacht. Anderzijds is duidelijk dat [de gedaagde in conventie] – die de grond met varkensstallen naast de woning in eigendom heeft – belang heeft bij toedeling van de woning aan hem begrijpt de rechtbank dat de overige erfgenamen op zich geen bezwaar hebben tegen toedeling aan hem, mits de overdracht op redelijk korte termijn kan plaatsvinden. Toedeling van de woning aan [de gedaagde in conventie] ligt voor de hand gelet op de bestemming van de woning die, zo begrijpt de rechtbank, niet kan worden gewijzigd zolang [de gedaagde in conventie] zijn varkensstallen exploiteert. De rechtbank is van oordeel dat aan de belangen van beide partijen tegemoet kan worden gekomen door [de gedaagde in conventie] een laatste keer in de gelegenheid te stellen de om de woning toebedeeld te krijgen voordat de woning aan derden te koop wordt aangeboden. Met de overige erfgenamen wordt geoordeeld dat een termijn van zes maanden onredelijk lang is, mede gelet op de lange duur van de verstreken periode waarin [de gedaagde in conventie] had kunnen onderzoeken of hij de woning kon bekostigen . [de gedaagde in conventie] dient nu daarom voortvarend aan de slag te gaan met het regelen van een financiering. De rechtbank zal bepalen dat de woning in opdracht van partijen, als gezamenlijke deelgenoten, zo snel mogelijk dient te worden getaxeerd door [makelaar 2] die daartoe een taxatierapport opstelt. Dat kan gebeuren zonder dat partijen de gelegenheid krijgen te reageren op een concept-rapport mits bij de opname door [makelaar 2] ter plaatse (iemand namens) de overige erfgenamen én (namens) [de gedaagde in conventie] aanwezig is óf geen van partijen. Direct na afgifte van het taxatierapport door [makelaar 2] zal [de gedaagde in conventie] een termijn van zes weken krijgen om een financiering te regelen. De rechtbank acht dat een redelijke en markconforme termijn. Lukt het [de gedaagde in conventie] niet om binnen die termijn van zes weken de financiering te regelen of na het regelen van die financiering binnen vier weken een afspraak te maken bij de notaris om de woning toegedeeld te krijgen tegen inbreng van de getaxeerde waarde in de nalatenschap, dan dient de woning te worden verkocht zoals gevorderd door de overige erfgenamen. Naar het oordeel van de rechtbank is het belang van de overige erfgenamen om binnen redelijke termijn duidelijkheid te hebben over hoe de nalatenschap afgewikkeld kan worden op deze manier voldoende gewaarborgd. De rechtbank zal bepalen dat, indien de woning verkocht moet worden, partijen [makelaar 2] daartoe opdracht geven omdat partijen kennelijk vertrouwen hebben in zijn onafhankelijkheid en deskundigheid.


Kosten van de woning



4.13.
De overige erfgenamen vorderen onder 2 en 3 te bepalen dat de kosten van de woning worden verdeeld onder alle erfgenamen. Zij stellen dat [de gedaagde in conventie] begin 2024 is opgehouden om bij te dragen aan die kosten terwijl de overige erfgenamen daarvoor al die tijd maandelijks € 35,00 hebben overgemaakt naar de ervenrekening. Ter onderbouwing hebben de overige erfgenamen als productie 7 bankafschriften van de ervenrekening overgelegd van de periode van 9 september 2019 tot en met 8 april 2025 waaruit blijkt van die betalingen.

[de gedaagde in conventie] heeft in zijn conclusie van antwoord in conventie als verweer aangevoerd dat de vordering van de verdeling van de kosten onvoldoende bepaalbaar is. Op de zitting is namens [de gedaagde in conventie] erkend dat hij zijn aandeel in noodzakelijke kosten van de woning moet voldoen maar is gesteld dat partijen gezamenlijk moeten beslissen welke kosten dat precies zijn.



4.14.
Omdat de woning tot de nalatenschap behoort en aldus aan erfgenamen gemeenschappelijk toebehoort, dienen alle partijen als erfgenamen naar evenredigheid (allen voor gelijke delen) bij te dragen aan uitgaven die voortvloeien uit handelingen die bevoegdelijk zijn verricht ten behoeve van de woning (artikel 3:172 BW). Dat betekent dat [de gedaagde in conventie] , die voor één zevende erfgenaam is, één zevende van de noodzakelijke kosten van de woning voor zijn rekening dient te nemen. Daaronder vallen in ieder geval de kosten van WOZ-aanslagen, de premie van de opstalverzekering en nutsbedrijven omdat die kosten onvermijdelijk zijn. De overige erfgenamen noemen verder kosten van noodzakelijke herstel- en onderhoudswerkzaamheden mits de meerderheid van de erfgenamen daartoe heeft besloten. Zij hebben die werkzaamheden en de kosten daarvan echter niet onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat op grond van artikel 3:172 BW de noodzakelijke herstel- en onderhoudskosten, dat wil zeggen kosten ten behoeve van het behoud van de (waarde van de) woning voor zover die door de overige erfgenamen worden onderbouwd, eveneens voor rekening van de gezamenlijke erfgenamen komen en dus voor één zevende door [de gedaagde in conventie] moeten worden gedragen. Daarvoor is overigens niet noodzakelijk dat met [de gedaagde in conventie] is overlegd over die werkzaamheden en de kosten ervan. Op grond van artikel 3:170 lid 1 BW geldt dat handelingen dienende tot gewoon onderhoud of behoud van een gemeenschappelijk goed door ieder der deelgenoten zelfstandig kunnen worden verricht. Ten slotte komen, indien de woning dient te worden verkocht aan een derde, de kosten van die verkoop eveneens voor rekening van de nalatenschap/de gezamenlijke erfgenamen. Daaronder vallen de kosten van de makelaar en de kosten van het verkoopklaar maken van de woning en de tuin, alles conform het advies van de makelaar.


Overige verdeling: netto-opbrengst van de woning/ervenrekening



4.15.
De rechtbank begrijpt uit het onder 2 door de overige erfgenamen gevorderde dat zij de door hen aan de ervenrekening overgemaakte bedragen terugbetaald willen hebben nadat de opbrengst van de woning op die rekening is betaald. De lasten van de woning zijn, zo blijkt uit de stellingen van partijen en productie 7 van de overige erfgenamen, aanvankelijk betaald van het tegoed op de ervenrekening en vervolgens, toen dat tegoed niet meer toereikend was, uit de maandelijkse betalingen door de erfgenamen op de ervenrekening. Op enig moment is [de gedaagde in conventie] gestopt met die maandelijkse betalingen. Zoals in r.o. 4.14 is overwogen moeten alle erfgenamen voor gelijke delen bijdragen in de daar genoemde kosten van de woning. Dit is te bewerkstelligen door te inventariseren hoeveel alle erfgenamen hebben bijgedragen en vervolgens te bepalen wat de overige erfgenamen meer hebben bijgedragen dan [de gedaagde in conventie] . In geval van verkoop van de woning aan een derde zal aan de overige erfgenamen uit de opbrengst van de woning, voordat die opbrengst wordt verdeeld, het bedrag dat zij méér hebben betaald dan [de gedaagde in conventie] moeten worden vergoed. In geval van toedeling van de woning aan [de gedaagde in conventie] dient [de gedaagde in conventie] de taxatiewaarde van de woning aan de nalatenschap te voldoen, uit welk bedrag aan de overige erfgenamen kan worden voldaan wat zij meer aan lasten hebben betaald dan [de gedaagde in conventie] . Daarna kan het saldo van de ervenrekening aldus worden verdeeld dat aan alle erfgenamen één zevende van het saldo toekomt.



4.16.
Ten slotte hebben partijen de inboedel van erflaatster nog genoemd maar in verband daarmee geen vorderingen ingesteld. Omdat over de inboedel over en weer geen vordering is ingesteld, gaat de rechtbank ervan uit dat verdeling van de inboedel niet in geschil is en/of dat de inboedel reeds is verdeeld en dat daarover niet hoeft te worden beslist.



4.17.
Gelet op de familierechtelijke relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



4.18.
De door de overige erfgenamen gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad wordt afgewezen, omdat in de beslissing de wijze van verdeling van de nalatenschap wordt bepaald en dat een beslissing is die niet ten uitvoer kan worden gelegd.









5De beslissing

De rechtbank


in conventie en in reconventie



5.1.
bepaalt dat de nalatenschap van mevrouw [naam erflaatster] als volgt wordt verdeeld:

de woning:


partijen geven binnen een week na de datum van dit vonnis opdracht aan de heer [makelaar 2] van [makelaardij] makelaars, of een door hem of een kantoorgenoot aan te wijzen vervanger, om de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres] te [plaatsnaam] , gemeente [gemeentenaam] , te taxeren;



[de gedaagde in conventie] krijgt na de datum van het taxatierapport zes weken de tijd om te beslissen of hij de woning toebedeeld wil krijgen tegen inbreng van de getaxeerde waarde in de nalatenschap en om de daarvoor benodigde financiering te regelen;


indien [de gedaagde in conventie] de woning toebedeeld wil krijgen en de financiering binnen de hiervoor genoemde zes weken heeft geregeld, dient [de gedaagde in conventie] vervolgens binnen vier weken een afspraak met de notaris te hebben gemaakt voor de overdracht van de woning aan hem tegen betaling door hem van de getaxeerde waarde op de ervenrekening;


de kosten van toedeling van de woning aan [de gedaagde in conventie] komen voor rekening van [de gedaagde in conventie] ;


indien [de gedaagde in conventie] afziet van toedeling van de woning aan hem ófwel binnen de zes weken zijn beslissing niet aan de overige erfgenamen kenbaar maakt ófwel geen financiering heeft geregeld ófwel na het regelen van de financiering niet binnen vier weken een afspraak bij de notaris heeft voor overdracht van de woning aan hem, dan dient de woning te worden verkocht;


in geval van verkoop van de woning zullen partijen daartoe opdracht geven aan de heer [makelaar 2] van [makelaardij] makelaars of, in geval van beletsel voor inschakeling van [makelaar 2] , een door hem of een kantoorgenoot aan te wijzen vervanger;



kosten van de woning en de ervenrekening:


partijen inventariseren hoeveel alle erfgenamen aan de ervenrekening hebben overgemaakt als bijdrage in de lasten en de noodzakelijke kosten onderhoud van de woning en de overige erfgenamen maken een overzicht van de kosten van onderhoud of behoud van de woning met onderbouwing van die kosten;


de lasten en onderbouwde noodzakelijke kosten van onderhoud of behoud van de woning komen voor rekening van de nalatenschap. Hetgeen de overige erfgenamen daaraan meer hebben bijgedragen dan [de gedaagde in conventie] , dient uit de nalatenschap aan hen te worden vergoed uit de opbrengst van de woning;


de kosten van verkoop van de woning aan een derde en van het verkoop klaarmaken conform advies van de makelaar komen voor rekening van de nalatenschap/de gezamenlijke erfgenamen en dient te worden voldaan uit de opbrengst van woning;


het na de overdracht van de woning resterende bedrag op de ervenrekening, zijnde het voor de woning betaalde bedrag waarop de hierboven genoemde kosten in mindering zijn gebracht, komt voor één zevende aan ieder van de erfgenamen toe;





5.2.
verstaat dat partijen hun medewerking zullen verlenen aan de overdracht van de woning aan [de gedaagde in conventie] indien de woning aan hem wordt toebedeeld en aan de verkoop en levering aan een derde indien de woning aan een derde wordt verkocht;



5.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Stempher en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
Link naar deze uitspraak