Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:5326 
 
Datum uitspraak:03-04-2026
Datum gepubliceerd:10-07-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:C/05/453749
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Deelgeschil. Ongeval met bakfiets. Gebrekkig product in de zin van artikel 6:186 BW? Verzoek verklaring voor recht dat verkoper/producent aansprakelijk is/zijn voor het ongeval afgewezen. Toedracht van het ongeval is onduidelijk en kan niet worden vastgesteld. Evenmin is vast te stellen of de verminderde of vrijwel geheel verdwenen remwerking de (enige) oorzaak van het ongeval is geweest of hieraan in beperkte mate heeft bijgedragen. Verzoek stuit af op artikel 1019z Rv.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
vaststellingsovereenkomst
 
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: C/05/453749 / HA RK 25-84


Beschikking van 3 april 2026


in de zaak van



[naam verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [de verzoeker] ,
advocaat: mr. R.M. Mast,

tegen




1VOGUE BIKE B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
advocaat: mr. N.R. Huiskamp,
2. EUROPE CYCLE COMPANY B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
advocaat: mr. V. Oskam,3. VOORDEELFIETS B.V.,
gevestigd te Menaam,
advocaat: mr. A.A.M. Zeeman,4. LIBERTY SPECIALTY MARKETS EUROPE S.Á.R.L.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
advocaat: mr. A.A.M. Zeeman,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: verweersters en afzonderlijk: Vogue Bike, ECC, Voordeelfiets en Liberty.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het oorspronkelijke verzoekschrift met producties 1 tot en met 19, ingediend op 19 juni 2025
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 7 van Voordeelfiets en Liberty, ingekomen op 5 september 2025
- het gewijzigde verzoekschrift met producties 1 tot en met 20, ingekomen op 17 november 2025
- het verweerschrift, tevens houdend een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek, met producties 1 tot en met 6 van ECC, ingekomen op 20 februari 2026
- het verweerschrift, tevens houdend een zelfstandig tegenverzoek, met producties 1 tot en met 7 van Vogue Bike, ingekomen op 20 februari 2026
- de brief met aanvullende producties 21 tot en met 25 van [de verzoeker] , ingekomen op 27 februari 2026
- de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Verschenen zijn (i) [de verzoeker] , bijgestaan door mr. Mast voornoemd, (ii) namens Vogue Bike mr. Huiskamp voornoemd, (iii) de heer [vertegenwoordiger ECC] van ECC en [vertegenwoordiger Nationale Nederlanden] van Nationale Nederlanden, de verzekeraar van ECC, bijgestaan door mr. Oskam voornoemd, en (iv) de heren [vertegenwoordiger Voordeelfiets 1] en [vertegenwoordiger Voordeelfiets 2] van Voordeelfiets, bijgestaan door mr. Zeeman voornoemd, die ook namens Liberty optreedt. Mrs. Mast, Oskam en Zeeman hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Op 8 juli 2023 heeft [de verzoeker] een elektrische bakfiets van het merk en type Vogue Superior 3 Elektrische Bakfiets 7 Speed (hierna: de bakfiets) besteld bij Voordeelfiets.nl, de webwinkel van Voordeelfiets. De bakfiets is enkele dagen later aan [de verzoeker] geleverd.



2.2.
Op 28 oktober 2023 is [de verzoeker] , terwijl zij op de bakfiets reed, betrokken geraakt bij een eenzijdig ongeval op de Kluizenaarsweg te Rozendaal. [de verzoeker] is ten val gekomen, waarbij zij onder meer letsel aan haar hoofd heeft opgelopen. Zij is bewusteloos aangetroffen door een voorbijganger, die de hulpdiensten heeft gebeld. Toen de ambulance ter plaatse kwam was [de verzoeker] weer bij kennis. Zij is met de ambulance vervoerd naar het Rijnstate ziekenhuis en daar opgenomen op de afdeling Neurologie tot 1 november 2023.



2.3.
In het door Ambulancezorg Gelderland Midden op 28 oktober 2023 om 19:35 uur opgemaakte verslag is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

Tijdstip melding 28-10-2023 om 18:29:43
(...)
Adres inzet Kluizenaarsweg
(...)
Beschrijving incident Speciële Anamnese: door omstanders unresponsive aangetroffen op straat. elektrische bakfiets ligt bij mw op de kant.
mw unresponsive. ambu gebeld. mw komt ondertussen weer bij.
(...)
Vervoermiddel contra obstakel
(...)
Disability – Bewustzijn alert



2.4.
In de brief van 28 oktober 2023 van de behandelend arts op de Spoedeisende Hulp aan de huisarts van [de verzoeker] is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:


Anamnese

Fietste terug op elektrische bakfiets van hond uitlaten op de Posbank.
Unresponsive aangetroffen bij kruispunt, bakfiets 2m verderop met hond erin.
(...)
Alhier bij presentatie retrograde amnesie, kan zich alleen de ochtend herinneren. Later herinnert patiënte zich dat ze te snel de berg afreed, probeerde te remmen met de voeten en daarbij de controle over de bakfiets verloor.
Nu hoofdpijn, voelt iets in rechteroor zitten, pijn aan rechter schouder. Tevens commotioneel, blijft vragen wat er is gebeurd en waar hondje is.
(...)
Hetero-anamnestisch: remmen bakfiets inderdaad kapot. Dit bleek tijdens terugbrengen brakfiets door CP.



2.5.
Bij brief van 17 november 2023 heeft de toenmalige belangenbehartiger van [de verzoeker] Voordeelfiets aansprakelijk gesteld voor de schade die [de verzoeker] lijdt vanwege het niet functioneren van de remmen van de bakfiets ten tijde van het ongeval.



2.6.
De verzekeraar van Voordeelfiets heeft Sedgwick Nederland TPA B.V. (hierna: Sedgwick) ingeschakeld voor het verrichten van een toedrachtsonderzoek en een letselintake. Op 7 februari 2024 heeft Sedgwick een ‘Bezoekrapport technische inspectie’ opgemaakt. Daarin is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:


Bevindingen van de expert

Op 12 januari 2024 bezochten wij wederpartij in [woonplaats] (mw. [de verzoeker] ).
(...)
Bij mw. [de verzoeker] thuis in [woonplaats] vernamen wij van haar en haar zus ter toelichting op het gestelde voorval dat wederpartij in juli 2023 een nieuwe bakfiets met elektrische trapondersteuning bij verzekerde Voordeelfiets kocht.
(...)
Deze bakfiets is voorzien van schijfremmen die via staalkabels met handgrepen bediend moeten worden, (…).
(…)
Dit remsysteem bestaat uit twee handgrepen die met stalen kabels verbonden zijn aan drie remschijven. Een remschijf is op het achterwiel gemonteerd en de andere twee op de voorwielen.

Vogue Bikes paste een Tektro remsysteem toe met staalkabels die de eigenschap hebben
dat ze op termijn enigszins uitrekken. Als gevolg dat uitrekken worden de stalen kabels iets
langer. Dat brengt met zich mee dat ondanks het volledig inknijpen van de rembeugels op
het stuur, de remblokken in onvoldoende mate tegen de remschijven geduwd worden. De
remkracht neemt zodoende af of verdwijnt in het ergste geval volledig.

Voordeelfiets heeft in haar onderhoudsadvies (staat alleen op haar webpagina) het volgende
opgenomen over periodiek onderhoud:


"Om de gebruiksduur van je fiets optimaal te benutten is het noodzakelijk om hem goed te


onderhouden. Een belangrijk eerste punt om rekening mee te houden: wacht niet met onderhoud tot het noodzakelijk is! Goed onderhoud draagt eraan bij dat onnodige hoge reparatiekosten als gevolg van slecht of geen onderhoud, worden voorkomen.


Onder 'op een gedegen manier te zijn onderhouden' verstaan wij dat u de fiets als eigenaar


in eerste instantie na de eerste 500 kilometer of uiterlijk drie maanden na aankoop en


daarna iedere 1000 kilometer of minimaal één keer per jaar een onderhoudsbeurt dient te


laten geven door een fietsspecialist en hiervan bewijs kan overleggen wanneer u beroep


maakt op de garantie."


Bij de medio juli 2023 bij wederpartij afgeleverde elektrische bakfiets werd naar verluidt
geen papieren gebruikershandleiding meegeleverd. In een e-mail van Voordeelfiets aan wederpartij d.d. 11 juli 2023 is het volgende te lezen:


"Om lang van je nieuwe fiets te kunnen genieten is goed onderhoud erg belangrijk!


Voordeelfiets.nl adviseert na drie maanden het eerste onderhoud en een aantal controles


uit te voeren. Op onze website vind je hier meer informatie over.


Voordeelfiets.nl – Onderhoud


(...)
Sinds de aflevering van de bakfiets heeft wederpartij tot aan het ongeval ruim 600 kilometer gereden. Dat is terug te vinden in de van deze bakfiets deel uitmakende fietscomputer waarvan wij het geheugen op 12 januari 2024 hebben uitgelezen (zie bijgaande foto).

[op de in het rapport afgebeelde foto van de fietscomputer is een kilometerstand van 603.4 zichtbaar, toevoeging rb]

In het geheugen van deze fietscomputer is een gemiddelde snelheid van 12,2 km/h terug te vinden. Bij de maximale snelheid staat een onwerkelijke waarde (744,4 km/h). Zodoende is niet meer met zekerheid te achterhalen wat de snelheid van de bakfiets ten tijde van het voorval was.

Van wederpartij vernamen wij dat zij zich niet veel tot niets meer kan herinneren van het haar overkomen ongeval. In de brief van belangenbehartiger Horizon is over het voorval het volgende te lezen:


"Op 28 oktober 2023 reed mevrouw [de verzoeker] op de Kluizenaarsweg (Rozendaal). Deze weg loopt aan het einde vrij steil naar beneden en kruist dan de Bovenallee. Mevrouw [de verzoeker] is onderaan de Kluizenaarsweg gevonden door een passerende wielrenner. Zij was ernstig gewond. Nadat mevrouw [de verzoeker] is afgevoerd naar het ziekenhuis bleek dat de remmen van de fiets het niet meer deden. Er is geen andere partij bij het ongeval betrokken geweest. "


Het verval van de met de bakfiets afgelegde weg (Kluizenaarsweg tot aan de Bovenallee, gemeente Rozendaal) bedraagt circa 18 meter over een afstand van circa 400 meter. Bij deze kruising is het stijgingspercentage (in noordelijke richting) 6-8 %.
(...)

Op 12 januari 2024 onderzochten wij de bij dit voorval betrokken bakfiets. Deze staat
geparkeerd onder een afdakje in de voortuin van de woning van wederpartij.
(...)
Nadat de accu geplaatst was en de fietscomputer kon worden afgelezen, hebben wij
vastgesteld dat beide handgrepen van het remsysteem volledig ingeknepen konden
worden zonder dat de remblokken de remschijven volledig inklemden. Van een optimale
remwerking was geen sprake.
(...)
Wij zagen dat het remblok in de houder bij het inknijpen van de remhandel de remschijf in de richting van het tegenover gemonteerde remblok duwt (…).

De observatie, dat de remwerking na 603 gereden kilometers tot een onacceptabel niveau
gedaald is, houdt vrijwel zeker mede verband met het niet na 500 kilometer (of drie
maanden na het eerste gebruik) aanbieden van de bakfiets voor een eerste
onderhoudsbeurt. Bij een dergelijke onderhoudsbeurt wordt de remwerking gecontroleerd
en bij deze tekortschietende remwerking zal het remsysteem afgesteld worden. Dat gebeurd
door middel van het bij de remschijven losmaken van de remkabels om ze daarna strakker af
te spannen met het dan weer afdoende vastdraaien van de klembouten, waarmee de
remkabels vast zitten.
(...)

Bij een nieuwe bakfiets zou verwacht mogen worden dat de remwerking niet na 600
kilometer vrijwel geheel is verdwenen. Het zou kunnen uitmaken welk type remkabel
wordt toegepast om overmatige oprekking zo veel als mogelijk te voorkomen.
(...)

Op basis van alle verkregen informatie en onze waarnemingen is naar voren gekomen dat
vanwege het oprekken van de remkabels het remsysteem onvoldoende remkracht leverde.
Bij het afdalen vanaf de Kluizenaarsweg in zuidelijke richting zal ondanks het inknijpen van
de remgrepen de bakfiets onvoldoende zijn afgeremd. De snelheid van de bakfiets zal
zodanig hoog zijn opgelopen dat wederpartij de macht over het stuur is verloren ter hoogte
van de kruising met de Bovenallee. Dit heeft geresulteerd in het ongeval zoals
zaakwaarnemer Horizon dat heeft beschreven. Van dat ongeval zijn geen andere getuigen
geweest, anders dan wederpartij die zich niets meer weet te herinneren van het haar
overkomen ongeval.



2.7.
Bij brief van 28 maart 2024 heeft de toenmalige belangenbehartiger van [de verzoeker] een aansprakelijkstelling verzonden naar ‘Vogue Bikes’ aan het adres Biesland 1 te Beverwijk en haar aansprakelijk gesteld voor het in omloop brengen van een gebrekkig product, met het verzoek dit te melden bij haar aansprakelijkheidsverzekeraar.



2.8.
Op 29 april 2024 heeft Sedgwick een ‘Rapport toedrachtsonderzoek’ opgemaakt. In dit rapport staat, voor zover van belang, het volgende:


Beschrijving opdracht

(...)

Ter afsluiting van het toedrachtsonderzoek, bracht ik op 8 april 2024 een bezoek aan uw verzekerde teneinde de informatie die werd verkregen naar aanleiding van de technische inspectie en het bezoek aan belanghebbende met elkaar door te nemen en verzekerde over
een aantal facetten door te vragen.

Ik sprak met beide eigenaren, de heren [vertegenwoordiger Voordeelfiets 1] en [vertegenwoordiger Voordeelfiets 2] .
(...)

Ongeveer drie dagen na de aankoop van de fiets krijgt de koper automatisch een e-mail van
verzekerde waarin hij/zij erop attent wordt gemaakt, dat de fiets is verkocht zonder
onderhoudspakket. De koper wordt erop gewezen, dat het van belang is, dat er in verband
met fietsplezier, het niet verspelen van garantie en de veiligheid (niet per definitie in die
volgorde) het van belang is, dat de fiets geregeld voor onderhoud moet worden
aangeboden. De exacte tekst van dit e-mail bericht luidt:


"Om lang van je nieuwe fiets te kunnen genieten is goed onderhoud erg belangrijk!


Voordeelfiets.nl adviseert na drie maanden het eerste onderhoud en een aantal controles uit


te voeren. Op onze website vind je hier meer informatie over."


In die e-mail wordt dus verwezen naar de website van verzekerde onder het kopje onderhoud. Op de website staat vervolgen de volgende tekst.


"Om de gebruiksduur van je fiets optimaal te benutten is het noodzakelijk om hem goed te


onderhouden. Een belangrijk eerste punt om rekening mee te houden: wacht niet met


onderhoud tot het noodzakelijk is! Goed onderhoud draagt eraan bij dat onnodige hoge


reparatiekosten als gevolg van slecht of geen onderhoud, worden voorkomen. Onder 'op een


gedegen manier te zijn onderhouden' verstaan wij dat u de fiets als eigenaar in eerste


instantie na de eerste 500 kilometer of uiterlijk drie maanden na aankoop en daarna iedere


1000 kilometer of minimaal één keer per jaar een onderhoudsbeurt dient te laten geven door


een fietsspecialist en hiervan bewijs kan overleggen wanneer u beroep maakt op de garantie.

(...)

De reden voor tijdig onderhoud/controle van het remsysteem is, dat remkabels na verloop
van tijd oprekken. Zeker bij elektrische bakfietsen is de kans op het oprekken van de
remkabels redelijk groot, omdat de kabels vanwege het grote gewicht van de fiets meer
worden belast dan een gewone fiets. Dat geldt nog meer als de berijder van de fiets een
snelheid haalt van circa 40 km/h zoals belanghebbende tijdens de inspectie van de fiets zou
hebben verklaard. Als dan snel en hard geremd moet worden, moeten de handremmen
stevig ingeknepen worden en dat gaat nu eenmaal gepaard met het oprekken van de stalen
remkabels. Overigens stopt de trapondersteuning van de fiets bij 25 km/h volgens
verzekerde, maar dit terzijde. Bij het afgaan van een heuvel kunnen met gemak grotere
snelheden worden gehaald.
(...)

Verzekerde erkent, dat de remschijven/-blokken vanwege het oprekken niet meer goed
functioneerden tijdens de inspectie. Verzekerde heeft na de inspectie de kabeldraden
aangedraaid en toen functioneerde alles weer zoals het hoort. Het wil er bij verzekerde niet
in, dat de remkracht van het ene op de andere moment is verdwenen. Dit is een proces van
weken/maanden; elke keer wordt de remkracht iets minder. (...)

(...)


Observaties van de expert

Ik heb de ongevalsplek niet gezien. Uit het inspectierapport van collega [collega] blijkt, dat de
heuvel behoorlijk steil is en dat bij het afgaan van de heuvel er behoorlijke snelheden
gehaald kunnen worden. Belanghebbende zou tijdens de inspectie tegen verzekerde
hebben gezegd, dat zij wel 40 km/h gehaald heeft tijdens een rit.


Informatie verkregen uit onderzoek

In chronologische volgorde en puntsgewijs:
- De onderdelen van de fietsen worden in China gemaakt en in Turkije geassembleerd
- Vogue importeert de fietsen naar Nederland
- Voordeelfietsen koopt de fietsen van Vogue maar verandert niets aan de constructie
- Voordeelfietsen verkoopt de fietsen aan klanten, waaronder mevrouw [de verzoeker]
- Voordeelfietsen loopt de af te leveren fiets grondig na en maakt 2x een proefrit
alvorens de fiets op transport wordt gezet
- Mevrouw [de verzoeker] heeft de fiets op 8 juli 2023 in ontvangst genomen
- Mevrouw [de verzoeker] heeft op 11 juli 2023 een e-mail van verzekerde ontvangen waarin haar geadviseerd wordt tijdig, dat wil zeggen na 3 maanden of na 500 km onderhoud aan haar fiets te laten plegen.
- Dit doet mevrouw [de verzoeker] niet
- Mevrouw [de verzoeker] krijgt een ongeval met haar fiets op 28 oktober 2023
- De kilometerteller staat op 603,4 km.
- De conclusie is, dat de fiets de deadline voor onderhoud ruimschoots was overschreden
- De oorzaak van de valpartij is onbekend (er zijn geen getuigen)
- Op 12 januari 2024 is de fiets geïnspecteerd waaruit naar voren kwam, dat de remkabels waren opgerekt en de remkracht (zo goed als) nihil was.



2.9.
Bij e-mailbericht van 6 mei 2024 heeft Liberty aansprakelijkheid van Voordeelfiets afgewezen, aangezien de toedracht van het ongeval niet vast staat. Verder is er volgens haar geen aansprakelijkheid op grond van artikel 6:185 BW, omdat Voordeelfiets geen fabrikant is nu zij niets aan de fiets heeft veranderd behoudens het plakken van een sticker, en niet op grond van artikel 6:76 BW omdat Voordeelfiets [de verzoeker] instructies heeft gegeven over het onderhoud en hiermee de veiligheid van de bakfiets, waaraan [de verzoeker] geen gehoor heeft gegeven.



2.10.
Bij e-mailbericht van 27 juni 2024 heeft de heer [vertegenwoordiger ECC] namens ECC de belangenbehartiger van [de verzoeker] , kort samengevat, bericht dat hij na kennisneming van het onderzoeksrapport van Sedgwick van 7 februari 2024 van mening is dat er geen sprake is van een gebrekkig product maar eerder van nalatig onderhoud door de gebruiker, zodat aansprakelijkheid niet wordt erkend. Volgens [vertegenwoordiger ECC] benadrukt het rapport van Sedgwick dat het verval van de remwerking verband houdt met het niet naleven van het onderhoudsadvies.



2.11.
De advocaat van [de verzoeker] heeft bij brieven van 24 september 2024 Vogue Bike Holding B.V. en Voordeelfiets en bij brief van 27 september 2024 ECC (nogmaals) aansprakelijk gesteld voor de schade die [de verzoeker] lijdt als gevolg van het ongeval.





3Het verzoek en de verweren


3.1.

[de verzoeker] verzoekt de rechtbank bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv):
I. voor recht te verklaren dat ECC en/of Vogue Bike en/of Voordeelfiets aansprakelijk is/zijn voor het ontstaan van het ongeval en dat ECC en/of Vogue Bike en/of Voordeelfiets en diens verzekeringsmaatschappij Liberty gehouden zijn de daaruit voortvloeiende materiële en immateriële schade, die [de verzoeker] heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden, te vergoeden;
II. verweersters te veroordelen in de kosten van dit geding, met het verzoek de kosten van de advocaat van [de verzoeker] te begroten op een bedrag van € 10.333,40, te vermeerderen met het griffierecht en verweersters te veroordelen deze kosten binnen twee weken na dagtekening van de beschikking te voldoen.



3.2.
Aan het verzoek heeft [de verzoeker] ten grondslag gelegd dat zij ten val is gekomen met de bakfiets doordat de remmen niet meer functioneerden. Gelet op het feit dat de
bakfiets niet de veiligheid bood die van een dergelijke fiets verwacht mocht
worden, is er sprake van een gebrekkig product in de zin van artikel 6:186 BW. ECC heeft de bakfiets in het verkeer gebracht en Vogue Bike heeft haar naam aan de fiets verbonden. Voordeelfiets heeft de fiets via haar webshop verkocht en op de fiets bestickering aangebracht. Deze partijen zijn dan ook alle drie als producent op grond van artikel 6:185 jo 6:187 BW aansprakelijk voor de door [de verzoeker] geleden en nog te lijden schade, aldus [de verzoeker] . Subsidiair stelt [de verzoeker] dat Vogue Bike, ECC en Voordeelfiets jegens [de verzoeker] onrechtmatig hebben gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW door een bakfiets in het verkeer te brengen waarvan zij weten dat de gebruikte remkabels gekenmerkt worden door snel uitrekken en door het niet expliciet geven van onderhoudsadvies.



3.3.
Verweersters voeren afzonderlijk verweer.



3.4.
Vogue Bike voert aan dat zij door [de verzoeker] nooit aansprakelijk is gesteld. De door [de verzoeker] overgelegde e-mailberichten en brieven zijn niet aan Vogue Bike gericht en de reacties daarop zijn ook niet van haar afkomstig. Zij voert aan dat [de verzoeker] de verkeerde partij in haar verzoekschrift heeft vermeld. Vogue Bike betwist dat zij de producent is van de bakfiets en stelt dat zij niets te maken heeft met de verkoop daarvan. Zij betwist dat zij de merknaam Vogue op de fiets heeft afgedrukt. Vogue Bike ontplooide in 2023 geen activiteiten en was ook geen houdster van de merknaam Vogue. ECC is de vennootschap die zich onder de handelsnaam ‘Vogue Bike’ in het handelsverkeer presenteert, zodat [de verzoeker] in haar verzoeken jegens Vogue Bike niet ontvankelijk moet worden verklaard. Inhoudelijk betwist Vogue Bike de door [de verzoeker] gestelde toedracht van het ongeval. Zij verzoekt de rechtbank bij wijze van zelfstandig tegenverzoek voor recht te verklaren dat Vogue Bike niet kan worden aangemerkt als producent van de bakfiets en dat zij niet aansprakelijk is voor de door [de verzoeker] geleden schade, met veroordeling van [de verzoeker] in de door Vogue Bike noodzakelijk gemaakte (advocaat)kosten van € 7.986,00, te vermeerderen met het griffierecht.



3.5.
ECC stelt zich op het standpunt dat de toedracht van het ongeval niet vast staat. Het verzoek is om die reden niet geschikt voor behandeling in deelgeschil, aldus ECC. Volgens ECC is zij in een laat stadium in de procedure betrokken en had zij nadere vragen willen voorleggen aan Sedgwick. Verder betwist ECC dat zij uit hoofde van artikel 6:185 BW aansprakelijk is jegens [de verzoeker] . Volgens haar staat niet vast dat [de verzoeker] ten val is gekomen door de verminderde remfunctie. Het causaal verband tussen de verminderde remfunctie en het ongeval ontbreekt. Voor zover al gesproken kan worden van een gebrek, in plaats van slijtage, bestond dit gebrek nog niet op het tijdstip waarop de bakfiets in het verkeer is gebracht. Voor aansprakelijkheid van ECC bestaat geen grond. Indien aansprakelijkheid wordt vastgesteld dan beroept ECC zich bij wijze van voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek op eigen schuld aan de zijde van [de verzoeker] . Volgens ECC heeft [de verzoeker] de fiets niet gebruikt voor het gebruik waartoe deze was bedoeld, droeg zij geen helm en heeft zij nagelaten periodiek onderhoud aan de bakfiets uit te voeren. Zij verzoekt de door [de verzoeker] gestelde kosten van het deelgeschil te matigen.



3.6.
Voordeelfiets en Liberty betwisten de door [de verzoeker] gestelde toedracht van het ongeval en voeren aan dat er andere scenario’s denkbaar zijn die het ongeval kunnen verklaren. Ook betwisten zij dat de remkracht van de bakfiets volledig was verdwenen en dat de val het gevolg is van de verminderde remkracht van het remsysteem van de bakfiets. Daarnaast is Voordeelfiets geen producent van de bakfiets in de zin van artikel 6:185 BW. Voordeelfiets heeft de fiets niet geassembleerd en daaraan niet haar naam verbonden. Ook betwist zij dat sprake is van een gebrekkig product, nu het risico van het uitrekken van de remkabels wordt ondervangen door het advies om tijdig onderhoud te laten uitvoeren, waarbij het remsysteem eenvoudig opnieuw kan worden afgesteld. [de verzoeker] heeft dit nagelaten. Voordeelfiets en Liberty beroepen zich dan ook op eigen schuld van [de verzoeker] . Zij verzoeken de door [de verzoeker] gestelde kosten van het deelgeschil te matigen.





4De beoordeling


4.1.

[de verzoeker] heeft zich tot de rechtbank gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de rechtbank eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).


Partij Vogue Bike




4.2.
Vogue Bike heeft als meest verstrekkende verweer gevoerd dat [de verzoeker] haar onterecht in deze procedure heeft betrokken en haar nooit aansprakelijk heeft gesteld voor de schade. Volgens haar heeft [de verzoeker] niet met Vogue Bike, maar met ECC en/of Vogue Bike Europe B.V gecorrespondeerd. Vogue Bike is niet de vennootschap die de bakfiets heeft geproduceerd of verkocht en heeft daarmee ook niets van doen, hetgeen op eenvoudige wijze duidelijk had kunnen worden voor de advocaat van [de verzoeker] bij het raadplegen van het handelsregister, aldus Vogue Bike.



4.3.

[de verzoeker] heeft in haar oorspronkelijke verzoekschrift de vennootschap Vogue Bike Europe B.V., gevestigd aan de Biesland 1 te Beverwijk, in het geding betrokken. Na de door [de verzoeker] gevraagde aanhouding van de zaak voor de oorspronkelijk in september 2025 geplande zitting heeft zij haar verzoekschrift aangepast. Zij heeft daarbij de naam van Vogue Bike Europe B.V. gewijzigd in Vogue Bike B.V, en het adres gewijzigd van Biesland 1 te Beverwijk in Oosteinderweg 247 B te Aalsmeer. Ter zitting heeft de advocaat van [de verzoeker] toegelicht dat de heer [vertegenwoordiger ECC] steeds met haar correspondeerde namens Vogue Bike, waarbij in de handtekening onder zijn e-mailberichten in eerste instantie het adres te Beverwijk was opgenomen, hetgeen in zijn e-mailbericht van 24 september 2024 (productie 13 bij verzoekschrift) was gewijzigd in het adres te Aalsmeer. Naar aanleiding daarvan heeft zij het verzoekschrift aangepast, aldus de advocaat van [de verzoeker] .



4.4.
De rechtbank overweegt dat onvoldoende duidelijk is geworden waarom [de verzoeker] in het aangepaste verzoekschrift Vogue Bike B.V. (in plaats van Vogue Bike Europe B.V.) in de procedure heeft betrokken. De enkele adreswijziging in het e-mailbericht van [vertegenwoordiger ECC] is daarvoor niet doorslaggevend, nu Vogue Bike volgens het uittreksel van het handelsregister statutair is gevestigd te Amsterdam en een bezoekadres heeft te Diemen. Bovendien is in de e-mailberichten van [vertegenwoordiger ECC] bij het onderwerp steeds vermeld: ECC BV. In het gewijzigde verzoekschrift heeft [de verzoeker] ook ECC als verweerster vermeld, die is gevestigd aan de Oosteinderweg 247 te Aalsmeer. Vooralsnog lijkt het er dan ook op dat Vogue Bike onterecht in deze procedure is betrokken. Dat betekent echter, anders dan Vogue Bike verzoekt, niet dat [de verzoeker] in de proceskosten van Vogue Bike moet worden veroordeeld. Nog daargelaten dat de wet daarin niet voorziet, nu op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de rechter alleen de kosten aan de zijde van [de verzoeker] kan begroten, geldt het volgende. Ter zitting heeft de advocaat van Vogue Bike toegelicht dat hij in eerste instantie heeft opgetreden namens Vogue Bike Europe B.V. en in die hoedanigheid met de advocaat van [de verzoeker] heeft gecorrespondeerd. Hij heeft ter zitting verklaard dat hij de advocaat van [de verzoeker] toen erop heeft gewezen dat Vogue Bike Europe B.V. niet de juiste entiteit was en dat [de verzoeker] voldoende onderzoek moest doen. Toen [de verzoeker] vervolgens Vogue Bike in het geding betrok, heeft de hij wederom geconstateerd dat dit ook niet de juiste partij was. Hij heeft echter ervoor gekozen de advocaat van [de verzoeker] daarop niet meer te wijzen, maar verweer te voeren. Gelet op het feit dat het verweerschrift namens Vogue Bike op 24 november 2025 is verzonden, had de advocaat van Vogue Bike voldoende gelegenheid om de verwarring ruim voor de zitting aan de advocaat van [de verzoeker] te melden. Nu hij dat heeft nagelaten, zal de rechtbank ook om die reden niet overgaan tot veroordeling van [de verzoeker] in de proceskosten van Vogue Bike. Of Vogue Bike ook daadwerkelijk onterecht in deze procedure is betrokken in die zin dat zij niets met de productie of verkoop van de bakfiets van doen heeft, zoals zij aanvoert, kan in het kader van dit deelgeschil niet worden beoordeeld, maar kan ook in het midden blijven, gelet op de hierna volgende beslissing, waarbij de verzoeken van [de verzoeker] zullen worden afgewezen.
Het zelfstandig tegenverzoek van Vogue Bike zal daarom (eveneens) worden afgewezen.


Inhoudelijke beoordeling




4.5.
In dit deelgeschil staat de vraag centraal of Vogue Bike, ECC en/of Voordeelfiets aansprakelijk is of zijn voor de door [de verzoeker] geleden schade als gevolg van het ongeval. [de verzoeker] stelt dat zij met de bakfiets ten val is gekomen als gevolg van het feit dat de remmen van de bakfiets niet meer functioneerden, waardoor zij niet meer kon afremmen op de (naar beneden aflopende) Kluizenaarsweg te Rozendaal. Ter zitting heeft zij nog toegelicht dat de snelheid van de bakfiets door het hellingspercentage van 6-8% van de weg steeds toenam en zij nog probeerde te remmen met haar voeten, maar vervolgens de macht over het stuur verloor en hard ten val kwam. Verweersters betwisten deze door [de verzoeker] gestelde toedracht en wijzen erop dat er geen getuigen zijn van het ongeval, dat [de verzoeker] zich na het ongeval niets kon herinneren en dat er meerdere andere denkbare scenario’s zijn die de val en het letsel van [de verzoeker] kunnen verklaren. Voordeelfiets en Liberty betwisten bovendien dat de remkracht van de bakfiets geheel was verdwenen en voeren aan dat uit het onderzoeksrapport blijkt dat deze enkel was verminderd, hetgeen bovendien geleidelijk moet zijn gegaan zodat [de verzoeker] dit in de periode voorafgaand aan het ongeval moet hebben gemerkt. ECC voert aan dat de omstandigheden waaronder [de verzoeker] is gevonden, namelijk twee meter van haar fiets, terwijl de fiets onbeschadigd rechtop stond met de hond van [de verzoeker] er nog in, niet wijzen op een val onder hoge snelheid.



4.6.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de toedracht van het ongeval als volgt. Uit het verslag van de Ambulancezorg (zie r.ov. 2.3) blijkt dat de melding van het ongeval om 18.29 uur is binnengekomen en dat daarbij is vermeld dat [de verzoeker] door omstanders bewusteloos is aangetroffen op straat. Verder staat in het verslag dat de bakfiets op zijn kant lag. In de brief van de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis (zie r.ov. 2.4), gedateerd op de dag van het ongeval, is opgenomen dat [de verzoeker] na het uitlaten van de hond terugfietste op haar elektrische bakfiets, dat zij bewusteloos is aangetroffen ‘bij kruispunt’ en dat de bakfiets zich twee meter verderop bevond met de hond erin. In de brief is ook opgenomen dat [de verzoeker] zich bij presentatie niets kon herinneren maar zich later herinnerde dat ze te snel de berg afreed, probeerde te remmen met de voeten en daarbij de controle over de bakfiets verloor. Gelet op het feit dat de brief op de dag van het ongeval is opgesteld, begrijpt de rechtbank uit de hiervoor vermelde tekst dat [de verzoeker] zich bij binnenkomst op de Spoedeisende Hulp aanvankelijk niets kon herinneren, maar later tijdens het onderzoek alsnog heeft verteld over het ongeval. Dit heeft [de verzoeker] ook ter zitting zo toegelicht. In de brief is verder opgenomen: ‘remmen bakfiets inderdaad kapot, bleek na terugbrengen bakfiets door CP’. [de verzoeker] heeft ter zitting toegelicht dat dit een contactpersoon betreft, de heer [contactpersoon] , van wie zij ook een schriftelijke getuigenverklaring in het geding heeft gebracht (prod. 23). In die verklaring van 26 februari 2026 verklaart hij dat hem omstreeks 18.45 uur telefonisch door de politie werd meegedeeld dat [de verzoeker] ten val was gekomen met de fiets, met het verzoek de fiets en de hond te komen ophalen. Toen hij ter plaatse kwam, was [de verzoeker] reeds in de ambulance geplaatst, die vrijwel onmiddellijk vertrok. Na te hebben geconstateerd dat de fietsverlichting niet functioneerde is hij met toestemming van de politie op de fiets gestapt om deze mee naar huis te nemen. In zijn verklaring staat daarover het volgende: “Binnen een paar meter merkte ik vrijwel meteen dat remmen niet functioneerden. Ik ben op dat moment gestopt en heb mijn partner gevraagd om stapvoets achter mij te rijden. Zo heb ik de fiets tot naar de woning van mevrouw [de verzoeker] geduwd”.



4.7.
De rechtbank stelt vast dat uit de hiervoor genoemde stukken niet blijkt hoe [de verzoeker] precies ten val is gekomen en op welke plek. [de verzoeker] heeft dit, ook desgevraagd ter zitting, niet duidelijk kunnen maken. Volgens haar moet het ongeval op het meest noordelijke deel van de Kluizenaarsweg zijn gebeurd, nog ruim voor de kruising met de Bovenallee, maar in het verzoekschrift staat dat zij ‘onderaan’ de Kluizenaarsweg is aangetroffen, hetgeen zou duiden op een meer zuidelijk gelegen locatie. In het bezoekrapport van Sedgwick (zie r.ov. 2.6) staat dat de belangenbehartiger van [de verzoeker] ook in een brief heeft geschreven dat zij ‘onderaan’ de weg is aangetroffen. Ook in de brief van de Spoedeisende Hulp staat dat [de verzoeker] is aangetroffen ‘bij kruispunt’. Waar de val heeft plaatsgevonden, is dus niet duidelijk, en of andere factoren daarbij een rol kunnen hebben gespeeld dus evenmin. Voordeelfiets heeft erop gewezen dat zich onderaan de weg, nabij de kruising met de Bovenallee, een obstakel in de vorm van een donkergrijze verkeersdrempel bevindt. Volgens [de verzoeker] is zij daardoor niet ten val gekomen, maar in het verslag van de Ambulancezorg staat wel genoemd ‘vervoermiddel contra obstakel’, zonder nadere toelichting. Of de val van [de verzoeker] (mede) door deze drempel te verklaren is, is dus niet vast te stellen. Ook over de weersomstandigheden en de staat van het wegdek ten tijde van het ongeval is niets bekend, net als in hoeverre het ten tijde van het ongeval donker was. [de verzoeker] weet niet precies hoe laat zij is gevallen en hoe lang zij op de weg heeft gelegen, voordat zij daar is aangetroffen. Ook is, gelet op het voorgaande, niet duidelijk geworden of de bakfiets liggend op de zijkant of rechtop is gevonden. [contactpersoon] verklaart daar niets over. Ter zitting heeft [de verzoeker] verklaard dat de bakfiets op de rechter zijkant is gevallen en dat deze kant ook beschadigd was. Dat blijkt echter niet uit het rapport van Sedgwick. In de tekst wordt daarover niets vermeld en op de foto’s in dat rapport is slechts de linker zijkant van de bakfiets zichtbaar.



4.8.
Volgens [de verzoeker] kunnen zaken als de weersomstandigheden, de vraag of het al dan niet donker was en het tijdstip van haar val met aanvullende verklaringen en gegevens nog nader worden gereconstrueerd. Ook heeft zij ter zitting verklaard dat zij in eerste instantie is aangetroffen door een wielrenner, die in paniek raakte vanwege de toestand van [de verzoeker] , waarna twee vrouwelijke voorbijgangers bij [de verzoeker] zijn gebleven totdat de ambulance arriveerde. [de verzoeker] is deze vrouwen later nog wel eens in de buurt tegengekomen, zo heeft zij toegelicht, zodat zij mogelijk nog zouden kunnen verklaren over de locatie en toedracht van het ongeval. De rechtbank beschikt in deze procedure echter niet over die verklaringen. De conclusie is dan ook dat bij deze stand van zaken te veel onduidelijkheden bestaan die wel van belang zijn voor de beoordeling van de toedracht van het ongeval. Dat betekent dat in dit deelgeschil de toedracht niet kan worden vastgesteld.



4.9.
Daar komt bij dat er weliswaar aanwijzingen zijn dat er sprake is geweest van het niet of verminderd functioneren van de remkabels, maar dat in deze procedure niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de remwerking zodanig was verminderd dat [de verzoeker] in het geheel niet meer kon remmen. [contactpersoon] heeft verklaard dat de remmen niet functioneerden en ook in het bezoekrapport van Sedgwick (zie r.ov. 2.6) is opgenomen dat van een optimale remwerking geen sprake was. Ook staat daarin dat de remwerking na 603 gereden kilometers tot een ‘onacceptabel niveau’ was gedaald en dat bij een nieuwe bakfiets zou mogen worden verwacht dat de remwerking niet na 600 kilometer ‘vrijwel geheel is verdwenen’. In het rapport van het toedrachtsonderzoek van Sedgwick (zie r.ov. 2.8) is opgenomen dat verzekerde (Voordeelfiets, rb.) erkende dat de remschrijven-/blokken tijdens de inspectie niet goed meer functioneerden, en dat deze na te zijn aangedraaid wel weer naar behoren functioneerden. Nu [de verzoeker] met een foto van de kilometerstand van de bakfiets van 7 november 2023, waarop een kilometerstand van 603,4 is vermeld, heeft aangetoond dat er niet meer met de bakfiets is gereden tot het moment van de inspectie op 12 januari 2024, is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de staat van de remmen tijdens de inspectie gelijk was aan het moment van het ongeval.



4.10.
Of echter de verminderde of vrijwel geheel verdwenen remwerking de (enige) oorzaak van het ongeval is geweest of hieraan slechts in beperkte mate heeft bijgedragen is, mede gelet op de in r.ov. 4.7 genoemde onduidelijkheden, in deze procedure niet vast te stellen. [de verzoeker] stelt weliswaar dat de remkabels van meet af aan gebrekkig waren, maar dat staat niet vast nu ECC en Voordeelfiets gemotiveerd uiteen hebben gezet dat de bakfiets, ook met het gebruik van de betreffende remkabels, aan de geldende veiligheidsnormen voldeed en dat voorafgaand aan de levering meerdere checks zijn uitgevoerd. In deze procedure is echter niet voldoende duidelijk geworden tegen welke specifieke belasting het remsysteem wel of niet bestand is en in welke gevallen het onderhevig is aan (bovenmatige) slijtage. Daarvoor is onder meer van belang dat [de verzoeker] heeft verklaard dat zij regelmatig heuvelafwaarts tussen de 30 en 40 kilometer per uur reed en dat uit het rapport van Sedgwick blijkt dat bij het uitlezen van de fietscomputer geen realistische snelheid van de bakfiets ten tijde van het ongeval kon worden vastgesteld. Hoe hard [de verzoeker] vlak voor het ongeval (en ook in de periode daarvoor) heeft gereden, is dus niet vast te stellen. Evenmin is vast te stellen of het meermaals per week heuvelafwaarts fietsen met een dergelijke (gemiddelde) snelheid van bijzonder belang is voor het uitrekken van de remkabels, zoals ECC en Voordeelfiets aanvoeren, en of een dergelijke snelheid bij de staat van de remmen ten tijde van het ongeval kan hebben betekend dat de remwerking– al dan niet plotseling – zo ver was verminderd dat [de verzoeker] in het geheel niet meer kon afremmen. Ook is onduidelijk wat de staat was van de achterrem en in hoeverre deze door [de verzoeker] is (of had kunnen worden) gebruikt. Nu de bakfiets niet meer in het bezit is van [de verzoeker] kan hieraan weliswaar geen onderzoek meer worden gedaan, maar mogelijk is wel nader onderzoek nodig aan een vergelijkbare fiets, zoals ECC heeft aangevoerd.



4.11.
Uit het voorgaande volgt dat zonder nadere instructie niet op het verzoek kan worden beslist. De met een dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite, hoogstwaarschijnlijk in de vorm van getuigenverhoren en mogelijk deskundigenonderzoeken, staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Het verzoek stuit daarom af op artikel 1019z Rv.



4.12.
Nu over de aansprakelijkheid van verweersters geen oordeel wordt gegeven, komt de rechtbank niet toe aan hetgeen zij hebben aangevoerd over welke partij producent is van de fiets. Of sprake is van eigen schuld aan de zijde van [de verzoeker] omdat zij geen gehoor heeft gegeven aan het onderhoudsadvies, zoals ECC en Voordeelfiets hebben aangevoerd, kan eveneens in het midden blijven. De rechtbank komt daarom ook niet toe aan de beoordeling van het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek van ECC.


Kosten deelgeschil




4.13.
De rechtbank moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Bij de begroting van de kosten moet de rechtbank de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) in aanmerking nemen. Daarbij moet de rechtbank de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Dit betekent dat de kosten niet voor begroting en vergoeding in aanmerking komen als de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Van dat laatste is geen sprake, zo is tussen partijen niet in geschil. De rechtbank zal dan ook overgaan tot begroting van de kosten.



4.14.

[de verzoeker] maakt aanspraak op € 10.333,40 (28 uur tegen een uurtarief van € 305,00, vermeerderd met 21% btw), te vermeerderen met het griffierecht. ECC, Voordeelfiets en Liberty voeren verweer tegen het aantal bestede uren en het uurtarief. Zij voeren aan dat het aantal uren voor het opstellen van het verzoekschrift buitensporig hoog is en dat de tijd voor het voorbereiden van en reizen naar de zitting, het lezen van het verweerschrift en de afwikkeling van de zitting bovenmatig is. ECC verzoekt het aantal uren te matigen tot 15 uur en Voordeelfiets en Liberty tot 12 uur. Zij verzoeken het uurtarief te matigen tot
€ 275,00.



4.15.
De rechtbank is van oordeel dat het aantal aan de zaak bestede uren niet bovenmatig hoog is. Gelet op het onderwerp van het geschil, waarbij meerdere rechtsvragen zich aandienen, en het feit dat meerdere partijen bij het geschil betrokken zijn, acht de rechtbank een tijdsbesteding van 28 uur niet onredelijk hoog. In het verzoekschrift is deze tijdsbesteding voldoende gespecificeerd. Het uurtarief van € 305,00 acht de rechtbank weliswaar aan de hoge kant, maar waarom dit voor een ervaren LSA-advocaat bovenmatig hoog zou zijn is door ECC, Voordeelfiets en Liberty niet toegelicht. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het uurtarief te matigen. De redelijke kosten voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de rechtbank dan ook worden begroot op € 10.664,40 (€ 28 uren × € 305,00 inclusief btw en vermeerderd met het griffierecht van € 331,00). Gelet op het feit dat aansprakelijkheid van verweersters niet is komen vast te staan, bestaat voor veroordeling van hen in (een percentage van) deze kosten geen aanleiding.





5De beslissing

De rechtbank


5.1.
begroot de kosten van dit deelgeschil aan de zijde van [de verzoeker] op € 10.664,40 inclusief btw,



5.2.
wijst de verzoeken van [de verzoeker] voor het overige af,



5.3.
wijst het zelfstandig tegenverzoek van Vogue Bike af.









Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op
3 april 2026.
Link naar deze uitspraak