Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:5462 
 
Datum uitspraak:17-06-2026
Datum gepubliceerd:22-07-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:12143708
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen (e-grond) wegens niet nakomen van de re-integratieverplichtingen door werknemer.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
vaststellingsovereenkomst
 
Uitspraak
RECHTBANK
GELDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: 12143708 \ HA VERZ 26-51


Beschikking van 17 juni 2026


in de zaak van

de stichting

STICHTING PRO PERSONA HOLDING,
gevestigd te Wolfheze,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Pro Persona,
gemachtigde: mr. H. Cengiz,

tegen



[naam verweerder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [de verweerder] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van Pro Persona met producties 1 t/m 18, ingekomen op de griffie op 16 maart 2026



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026, waarbij pro Persona het woord heeft gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. Van wat partijen verder hebben verklaard, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.



1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.

[de verweerder] , geboren [geboortedatum], is sinds 1 april 2022 in dienst bij Pro Persona op basis van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst is met ingang van 1 april 2023 omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De functie van [de verweerder] is begeleider met een loon van € 375,52 bruto per maand op basis van 4 uur per week.


2.2.

[de verweerder] heeft zich op 8 mei 2024 ziekgemeld.



2.3.
Op 17 juli 2024 heeft een bezoek aan de bedrijfsarts plaatsgevonden. De bedrijfsarts heeft onder meer aangegeven dat koffiedrinkmomenten op het werk mogelijk is.



2.4.
Op het vervolgspreekuur van 23 september 2024 is [de verweerder] niet verschenen.



2.5.
Na het consult van 2 oktober 2024 heeft de bedrijfsarts onder meer het volgende geadviseerd:“Advies 2 is (…) om wekelijks contact met de werkgever te houden, en over 3 weken een koffiemoment in te plannen. Over 5 weken kan de werknemer met 1 uur per week in aangepast werk starten, en daarna wekelijks, samen met de werkgever, evalueren en in kleine stappen opbouwen. (…)”



2.6.
Bij brief van 9 oktober 2024 heeft Pro Persona aan [de verweerder] een officiële waarschuwing gestuurd. [de verweerder] wordt daarin erop aangesproken dat hij ondanks het advies van de bedrijfsarts geen contact met Pro Persona onderhoudt. Pro Persona heeft hem verzocht om uiterlijk donderdag 10 oktober 2024 met haar contact op te nemen, bij gebreke waarvan het loon per direct opgeschort zou worden. Dit is niet gebeurd, omdat [de verweerder] zich daarop bij Pro Persona heeft gemeld.



2.7.
Op 18 december 2024 is [de verweerder] verschenen op het spreekuur van de bedrijfsarts. Het advies van de bedrijfsarts was dat [de verweerder] in de daaropvolgende twee weken eenmaal koffie zou kunnen drinken op het werk. Daarna zou hij gedurende een half uur per week passende werkzaamheden kunnen verrichten, welke in onderling overleg met Pro Persona konden worden opgebouwd.



2.8.
Bij brief van 4 februari 2025 heeft Pro Persona [de verweerder] erop gewezen dat hij niet meewerkt aan zijn re-integratieverplichtingen, reden waarom zij het loon per direct zou opschorten. Zij heeft [de verweerder] daarnaast uitgenodigd voor een gesprek op het kantoor van Pro Persona.



2.9.
Omdat een reactie van [de verweerder] uitbleef, heeft Pro Persona het loon van februari 2025 opgeschort.



2.10.
Bij brief van 5 maart 2025 heeft Pro Persona aan [de verweerder] meegedeeld dat hij zich niet houdt aan zijn re-integratieverplichtingen en dat zij daarom het loon zou stopzetten. Daarnaast heeft zij [de verweerder] in kennis gesteld van een ingepland consult bij de bedrijfsarts op 19 maart 2025 en hem uitgenodigd voor een gesprek op 20 maart 2025 met de senior intercedente van het Flexbureau en een HR-adviseur. [de verweerder] is echter op beide afspraken zonder bericht niet verschenen.



2.11.
Pro Persona heeft op 15 april 2025 bij het UWV een deskundigenoordeel aangevraagd over de re-integratie inspanningen van [de verweerder] .



2.12.
Nadat Pro Persona op 21 juli 2025 had geprobeerd om de arbeidsovereenkomst met [de verweerder] via een vaststellingsovereenkomst te beëindigen, heeft [de verweerder] te kennen gegeven dat het niet mee willen werken aan re-integratie hem onbekend was en dat hij altijd een goede reden had voor een afzegging van een afspraak namelijk overmacht of het lichamelijk niet daartoe in staat zijn.



2.13.
Op de spreekuren bij de bedrijfsarts, die op 4 september 2025 en 30 oktober 2025 zouden plaatsvinden, is [de verweerder] niet verschenen.



2.14.
In het deskundigenoordeel, dat op 3 oktober 2025 werd afgegeven, heeft het UWV, voor zover relevant, geoordeeld: “4. Beoordeling re-integratie inspanningen
In het kader van de Wet Verbetering Poortwachter is de werknemer verplicht om;


redelijke voorschriften op te volgen en mee te werken aan getroffen maatregelen om de werknemer eigen of passende arbeid te kunnen laten verrichten;


medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak over de re-integratie;


passende arbeid te verrichten, wat door de werkgever wordt aangeboden



Werkgever heeft werknemer meerdere malen verzocht om in contact te komen voor het maken van koffieafspraken. Ook waren er mogelijkheden om enige werkzaamheden te gaan verrichten waarover afspraken gemaakt moesten worden. Werknemer heeft hier niet op gereageerd. Ook is werknemer twee keer niet verschenen op de afspraak van de bedrijfsarts.
Werknemer geeft zelf aan deze afspraken met een geldige reden te hebben afgezegd. Ik heb
werknemer verzocht dit te onderbouwen. Ik heb hier geen reactie op gekregen vanuit de werknemer. Werknemer voert verder aan dat er altijd een geldige reden is geweest voor het afmelden. Ik heb de verzekeringsarts gevraagd of werknemer medisch in staat kon worden geacht de afspraken met werkgever/bedrijfsarts na te komen. De verzekeringsarts geeft aan dat hier geen medische redenen voor kunnen geven.

Ik heb werknemer ruim de gelegenheid gegeven om aan te tonen dat er een geldige reden zou zijn voor het afmelden van de afspraken. Deze heb ik niet ontvangen en uit alle gegevens die ik heb ontvangen blijkt ook niet dat hier een geldige reden voor is. Werknemer heeft zonder geldige reden geen gehoor gegeven aan oproepen van de werkgever om mee te werken aan zijn re-integratie. De werknemer heeft dan ook onvoldoende inspanningen verricht.





5Conclusie
De re-integratie-inspanningen van de werknemer zijn onvoldoende.”

2.15.
Naar aanleiding van het deskundigenoordeel heeft Pro Persona op 4 november 2025 opnieuw geprobeerd om de arbeidsovereenkomst met [de verweerder] via een vaststellingsovereenkomst te beëindigen. [de verweerder] heeft daarop, voor zover relevant, op 11 november 2025 als volgt gereageerd: “(…)Er is hierbij wederom geen rekening gehouden met de staat van mijn ziek zijn. Nogmaals mijn visie op de situatie:
- ik heb te allen tijde juridisch geldig aan de re-integratie meegewerkt.
- dit is te overleggen door e-mails en telefoongesprekken (van afmelding).
- ik heb te allen tijde geopperd om de situatie op een manier van verbinding op te lossen.
Buiten juridische stappen.
- Pro Persona lijkt geen gehoor te geven aan mijn mate van ziek zijn. En mijn mededeling dat de situatie is gewijzigd, en er verschil van opvatting is met de samenvatting van het laatste gesprek met de bedrijfsarts.
- nooit is er vanuit oprechte interesse gevraagd naar mijn staat.
- ik heb mij te allen tijde geldig afgemeld mocht ik niet kunnen komen op een afspraak.
- in het laatste gesprek met de bedrijfsarts was er onenigheid ontstaan over de afspraken. Dit heb ik medegedeeld. Hier is geen vervolg gekomen om dit serieus te nemen (….)
- ik heb duidelijk aangegeven dat mijn situatie na het laatste gesprek ook verslechterd is.
- ik ben nog steeds bereid tot medewerking.
(…)”



2.16.
Vervolgens hebben partijen in de periode van november 2025 tot en met februari 2026 gecommuniceerd over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar geen overeenstemming bereikt.






3Het verzoek en het verweer


3.1.
Pro Persona verzoekt bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
I. de arbeidsovereenkomst per onmiddellijk, althans op de kortst mogelijke termijn te ontbinden wegens verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW;
II. voor recht te verklaren dat Pro Persona geen transitievergoeding is verschuldigd aan [de verweerder] vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [de verweerder] ;
III. [de verweerder] te veroordelen in de proceskosten en nakosten.


3.2.
Pro Persona heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [de verweerder] ernstig verwijtbaar handelt en/of nalaat (de e-grond) door al geruime tijd stelselmatig en structureel zijn re-integratieverplichtingen niet na te komen en zich onbereikbaar te houden, zodat van haar redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.



3.3.

[de verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [de verweerder] betwist dat hij zijn re-integratieverplichtingen niet is nagekomen en betwist het bestaan en ontvangst van de brieven van Pro Persona en de bedrijfsarts. Voor zover hij wel correspondentie van Pro Persona heeft ontvangen, heeft hij naar aanleiding daarvan altijd contact opgenomen. Verder voert hij aan dat hij zich heeft afgemeld voor de spreekuren van de bedrijfsarts.






4De beoordeling


4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Gelet op artikel 7:671b lid 2 BW kan de kantonrechter dit verzoek slechts inwilligen indien er geen opzegverbod geldt. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Pro Persona naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op. Daartoe wordt het volgende overwogen.


Verwijtbaar handelen?



4.2.
In de wetsgeschiedenis wordt het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen door de werknemer als bedoeld in artikel 7:660a BW als voorbeeld voor een e-grond genoemd (Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 99). Pro Persona heeft voldoende onderbouwd dat [de verweerder] zonder deugdelijke grond geen gehoor heeft gegeven aan de herhaalde verzoeken van Pro Persona om zijn re-integratieverplichtingen als bedoeld in artikel 7:660a BW na te komen. Zij heeft hem gewezen op de gevolgen van het niet meewerken aan de re-integratieverplichtingen en heeft vervolgens een loonopschorting en loonstop toegepast vanwege het niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen. Dat de re-integratie-inspanningen van [de verweerder] onvoldoende zijn, wordt onderschreven door het deskundigenoordeel van het UWV van 3 oktober 2025, waaruit ook volgt dat de verzekeringsarts van mening is dat [de verweerder] zonder geldige reden geen gehoor heeft gegeven aan oproepen van Pro Persona om mee te werken aan zijn re-integratie en dat hij dan ook onvoldoende inspanningen heeft verricht (zie 2.14).



4.3.

[de verweerder] stelt zich op het standpunt dat hij wel aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan, maar heeft geen onderbouwing overgelegd waaruit zijn re-integratie-inspanningen zouden kunnen blijken. Het staat verder vast dat [de verweerder] een aantal aan het woonadres gerichte brieven van Pro Persona dan wel de bedrijfsarts wel heeft ontvangen, aangezien hij heeft gereageerd op de brief van 9 oktober 2024 van Pro Persona en hij is verschenen op het spreekuur van de bedrijfsarts op 18 december 2024. De kantonrechter acht het dan ook niet aannemelijk dat, de kwaliteit van de postbezorging in Nederland mede in aanmerking genomen, [de verweerder] geen van de overige verstuurde brieven heeft ontvangen. Het verweer van [de verweerder] wordt dan ook verworpen. Voor zover de afspraken met Pro Persona en de bedrijfsarts hem wel hebben bereikt, heeft [de verweerder] aangevoerd dat hij zich daarvoor tijdig heeft afgemeld. Dit verweer slaagt evenmin, omdat [de verweerder] ook dit niet (gedocumenteerd) heeft onderbouwd.



4.4.
De kantonrechter stelt vast dat Pro Persona heeft voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 7:671b lid 5 BW. Pro Persona heeft [de verweerder] verschillende keren schriftelijk gemaand tot nakoming van zijn re-integratieverplichtingen en de betaling van het loon geschorst en daarna gestaakt. Ook heeft zij een deskundigenoordeel van het UWV overgelegd.



4.5.
Verder staat het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW) niet aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [de verweerder] in de weg. Het opzegverbod, zoals in dit geval aan de orde, is namelijk niet van toepassing indien de werknemer zonder deugdelijke grond de re-integratieverplichtingen weigert na te komen en de werkgever de werknemer schriftelijk heft gemaand tot nakoming van deze verplichtingen of om die reden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:629 lid 7 BW, de betaling van het loon heeft gestaakt (artikel 7:670a lid 1 BW).



4.6.
In het licht van wat hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [de verweerder] , zodanig dat van Pro Persona niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. Herplaatsing ligt in dit geval niet in de rede (artikel 7:669 lid 1 BW). Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden.




Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten?



4.7.
Pro Persona stelt verder dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [de verweerder] , zodat de arbeidsovereenkomst zonder rekening te houden met de opzegtermijn dient te worden ontbonden, zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 9 onder b BW.



4.8.
Uit de Memorie van Toelichting volgt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer gaat om bijvoorbeeld de situatie waarin de werknemer controlevoorschriften bij ziekte herhaaldelijk, ook na toepassing van loonopschorting, niet naleeft en hiervoor geen gegronde reden bestaat (Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 39 en 40). De kantonrechter is van oordeel dat deze situatie hier aan de orde is. [de verweerder] is herhaaldelijk, ook na opschorting en stopzetting van het loon, zonder deugdelijke grond onbereikbaar geweest voor Pro Persona en de bedrijfsarts. Hij heeft zo onvoldoende meegewerkt aan zijn re-integratie, wat ook bevestigd wordt door het oordeel van het UWV. Hoewel [de verweerder] tijdens de mondelinge behandeling heeft aangevoerd dat hij zich mentaal en fysiek niet in staat achtte om in contact te blijven met Pro Persona en de bedrijfsarts, heeft hij zijn verweer niet (gedocumenteerd) onderbouwd. Ook indien [de verweerder] daadwerkelijk niet daartoe in staat was, had het op zijn weg gelegen om een familielid, vriend of kennis contact op te laten nemen met Pro Persona dan wel de bedrijfsarts om de situatie uit te leggen. Er is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door [de verweerder] .



4.9.
De arbeidsovereenkomst zal met toepassing van artikel 7:671b lid 9 sub b BW worden ontbonden met ingang van 17 juni 2026, zijnde de datum van deze beschikking.


Verklaring voor recht



4.10.
Het verzoek van Pro Persona voor recht te verklaren dat zij geen transitievergoeding zoals bedoeld in artikel 7:673 BW aan [de verweerder] is verschuldigd, zal worden toegewezen, nu, mede gelet op wat hiervoor in 4.7 is overwogen, sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [de verweerder] .


Proceskosten



4.11.
De proceskosten komen voor rekening van [de verweerder] , omdat hij overwegend ongelijk krijgt en sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [de verweerder] . De proceskosten aan de zijde van Pro Persona worden begroot op € 860,00 (€ 139,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en voor zover verschuldigd, € 144,00 aan nakosten).






5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 17 juni 2026,



5.2.
verklaart voor recht dat Pro Persona geen transitievergoeding is verschuldigd aan [de verweerder] vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [de verweerder] ,



5.3.
veroordeelt [de verweerder] in de proceskosten van € 716,00, en, voor zover verschuldigd, in de nakosten van € 144,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,


5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.














































46409/61525



Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Link naar deze uitspraak