Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBLIM:2025:13111 
 
Datum uitspraak:18-12-2025
Datum gepubliceerd:11-02-2026
Instantie:Rechtbank Limburg
Zaaknummers:11816949 AZ VERZ 25-86
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:Vrouw werkt voor rechtspersoon waar haar echtgenoot (getrapt) bestuurder van is. Echtscheiding is vechtscheiding. Rechtspersoon beëindigt met opzegging per direct samenwerking met vrouw. Geen overeenkomst van opdracht. Wel arbeidsovereenkomst. Vernietiging opzegging. Toewijzing loonvordering van vrouw. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding. Toewijzing eindafrekening en transitievergoeding. Afwijzing billijke vergoeding want ontbinding arbeidsovereenkomst is geen gevolg van ernstig verwijtbaar gedrag van rechtspersoon.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
echtscheiding
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
LIMBURG


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer / rekestnummer: 11816949 \ AZ VERZ 25-86


Beschikking van 18 december 2025


in de zaak van



[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] ,
gemachtigde: mr. R.P.H.W. Haas,

tegen


REDWORKS B.V.,
te Maastricht,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Redworks ,
gemachtigde: mr. N.M.J. van der Maas.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met tevens een verzoek op grond van art. 223 Rv
- het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek
- het verweerschrift tegen het voorwaardelijk tegenverzoek, met aanvullende voorwaardelijke verzoeken en waarmee [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] het op art. 223 Rv gebaseerde verzoek heeft ingetrokken
- aanvullende stukken van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] van 26 september 2025 - aanvullende stukken van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] van 29 september 2025
- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij namens Redworks een pleitnota is overgelegd - aanvullende stukken van Redworks van 6 november 2025 - de voortgezette mondelinge behandeling op 12 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en waarbij Redworks twee en [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] één pleitnota heeft overgelegd.
- de kantonrechter heeft na dagbepaling van de beslissing nog op 11 december 2025 zijdens Redworks een stuk ontvangen, hetgeen echter mede gezien het bezwaar daartegen zijdens [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] buiten beschouwing wordt gelaten.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] is op 24 september 2012 gehuwd met [naam] (hierna [naam] ). Op dat moment was [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] reeds werkzaam voor Redworks.



2.2.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] en [naam] houden gezamenlijk alle aandelen van [naam BV] (hierna: de Holding). De Holding is enig aandeelhouder en bestuurder van Redworks.



2.3.

[naam] is meerderheidsaandeelhouder en enige statutaire bestuurder van de Holding en daarmee indirect bestuurder van Redworks.



2.4.
Partijen hebben een arbeidsovereenkomst ondertekend die is gedateerd op 1 juli 2017. De arbeidsovereenkomst vermeldt dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] op 1 juli 2017 voor 40 uur per week in dienst is getreden van Redworks in de functie van sales director, tegen een loon van € 3.395,00 bruto per maand.



2.5.
Met ingang van 18 november 2021 is [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] aangesteld als (titulair) directeur van Redworks, waarbij zij op basis van een beperkte volmacht bevoegd is Redworks te vertegenwoordigen tot een bedrag van € 10.000,00.



2.6.
Sinds april 2023 heeft [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] geen werkzaamheden meer verricht voor Redworks. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] heeft toen een abortus ondergaan.



2.7.
Vanaf februari 2024 zijn [naam] en [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] in een echtscheidingsprocedure verwikkeld.



2.8.
In een brief van 28 oktober 2024 heeft (de toenmalige gemachtigde van) [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] aan (de toenmalige gemachtigde van) [naam] en Redworks medegedeeld dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] al geruime tijd ziek was.



2.9.
Bij e-mail van 18 november 2024 heeft [naam] aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] medegedeeld dat zij op grond van de arbeidsovereenkomst na twee wachtdagen recht heeft op 70% van het loon.



2.10.
De bedrijfsarts van Redworks heeft vervolgens na een spreekuur op 27 november 2024 geconcludeerd dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] wegens ziekte arbeidsongeschikt is en dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie-. De bedrijfsarts heeft partijen geadviseerd zo snel mogelijk met mediation te starten.



2.11.
Bij brief van 16 juni 2025 heeft de gemachtigde van [naam] en Redworks aan de gemachtigde van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] medegedeeld dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst (meer) bestaat en dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] op grond van een overeenkomst van opdracht voor Redworks heeft gewerkt. Redworks heeft in deze brief de door haar gestelde overeenkomst van opdracht met [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] met onmiddellijke ingang opgezegd.



2.12.
Redworks heeft met ingang van 24 juni 2025 geen loon/vergoeding meer aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] betaald.



2.13.
Bij beschikking van 15 juli 2025 is de echtscheiding tussen [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] en [naam] uitgesproken.



2.14.
Op 13 augustus 2025 heeft naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts (zie 2.10) een mediationgesprek plaatsgevonden. De mediation is vervolgens beëindigd in afwachting van de uitkomst van deze procedure.


3. Het verzoek, het verweer, het voorwaardelijk tegenverzoek en het daartegen gerichte verweer met (voorwaardelijke) tegenverzoeken




3.1.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzoekt:


voor recht te verklaren dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst;


voor recht te verklaren dat geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging/beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 16 juni 2025,


de opzegging te vernietigen,


Redworks te veroordelen tot betaling van € 3.353,91 bruto per maand (inclusief vakantiebijslag) vanaf 24 juni 2025 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,


te bepalen dat Redworks gehouden is aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] deugdelijke netto/bruto specificaties af te geven, waarin de hierboven genoemde bedragen zijn verwerkt, op straffe van verbeurte van een dwangsom,


om te bepalen dat Redworks (op straffe van een dwangsom) is gehouden haar weder tewerk te stellen indien en zodra zij arbeidsgeschikt is,


Redworks te veroordelen tot betaling van de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente en tot betaling van de nakosten.





3.2.
Redworks voert verweer en stelt dat het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] moet worden afgewezen omdat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst met [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] .



3.3.
Voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst, verzoekt Redworks:
1. de arbeidsovereenkomst met [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] te ontbinden.

Daarnaast verzoekt Redworks, voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst en [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] niet ziek was gedurende de perioden dat zij geen arbeid verrichtte:
2. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] te veroordelen om aan Redworks het onverschuldigde, althans ten onrechte betaalde loon/periodieke vergoeding over de periode april 2023 tot 28 oktober 2024 (in het verzoek van Redworks staat kennelijk abusievelijk het jaar 2025) en de periode 25 april 2025 tot 17 juni 2025 terug te betalen.

Verder vordert Redworks:
3. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] te veroordelen in de proceskosten.



3.4.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] voert verweer tegen het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek van Redworks. Zij stelt zich op het standpunt dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te worden afgewezen en dat van onverschuldigd dan wel onterecht betaald loon geen sprake is.




3.5.
Voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en de kantonrechter die arbeidsovereenkomst op verzoek van Redworks zal ontbinden, verzoekt [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] de kantonrechter te bepalen dat Redworks gehouden is aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] :


€ 21.746,26 bruto transitievergoeding te betalen,


€ 11.738,69 bruto gefixeerde vergoeding te betalen,


€ 40.246,92 bruto billijke vergoeding te betalen,


€ 33.778,80 bruto verlofuren te betalen,


€ 939,09 bruto vakantiebijslag te betalen,


de wettelijke rente over de vergoedingen genoemd onder 1. tot en met 3. te betalen,


aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] deugdelijke netto/bruto specificaties af te geven, waarin de hierboven genoemde bedragen zijn verwerkt, op straffe van verbeurte van een dwangsom,


met veroordeling van Redworks tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en tot betaling van de nakosten.






4De beoordeling van de over en weer ingediende verzoeken


4.1.
Het geschil tussen [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] en Redworks draait met name om de vraag op welke grondslag [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] heeft gewerkt voor Redworks. Volgens Redworks heeft [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] op basis van een overeenkomst van opdracht voor haar gewerkt, terwijl [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] van mening is dat het gaat om een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] op dit punt het gelijk aan haar zijde heeft: zij heeft haar werkzaamheden dus verricht op grond van een arbeidsovereenkomst. Bij de beoordeling van het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] zal de kantonrechter uitleggen hoe hij tot dat oordeel is gekomen en welke gevolgen dat heeft voor haar verzoek.



4.2.
Vervolgens zullen de voorwaardelijke verzoeken beoordeeld worden. Die zijn immers ingediend onder de voorwaarde dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en aan die voorwaarde is voldaan. De kantonrechter komt bij die verzoeken (samengevat) tot het oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden, dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] niets aan Redworks hoeft terug te betalen en dat Redworks wegens de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een transitievergoeding verschuldigd is en diverse bedragen in het kader van de eindafrekening.





5Het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek]


verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst



5.1.
Art. 7:610 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.



5.2.
In het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR: 2023:443) heeft de Hoge Raad (nader) uitgelegd op welke wijze moet worden bepaald of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kort gezegd komt dat neer op het volgende.
Om te kunnen beoordelen of sprake is van een arbeidsovereenkomst, moet door uitleg aan de hand van de Haviltex-maatstaf worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. Alle omstandigheden van het geval moeten daarbij in onderling verband worden bezien. Als die rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig aangemerkt worden. Daarbij is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen.



5.3.
Niet in geschil is dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] voor haar werkzaamheden werd betaald door Redworks. Volgens Redworks was dit geen loon aangezien de loonspecificaties die aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] werden verstrekt geen vakantiedagen en geen pensioenopbouw vermelden. Anders dan Redworks stelt, kan daaruit niet de conclusie getrokken worden dat haar betalingen aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] geen loon betroffen. Immers ook in geval van een arbeidsovereenkomst komt het voor dat een werknemer geen pensioen opbouwt en de opbouw van vakantiedagen staat niet altijd op een loonspecificatie vermeld. Ook het argument van Redworks dat haar verzuimverzekeraar Interpolis haar op 18 februari 2025 heeft medegedeeld dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] geen werknemer is in de zin van de polisvoorwaarden, is onvoldoende grond om tot het oordeel te komen dat de betalingen van Redworks aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] geen loon was. Interpolis heeft zich daarbij met name gebaseerd op de loonstroken en informatie die Redworks aan haar heeft verstrekt. Het feit dat Redworks blijkens die loonstroken geen werknemersverzekeringen heeft ingehouden en afwijkende percentages heeft gehanteerd, duidt er echter niet zonder meer op dat de betaling aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] geen loon is. Het is immers een keuze van Redworks geweest om de betalingen aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] op die wijze te specificeren, maar aan die keuze kan geen doorslaggevend belang worden toegekend om op basis daarvan tot het oordeel te komen dat geen sprake is van loon. Een werkgever zou anders wel op een heel makkelijke manier de verplichtingen die een arbeidsovereenkomst met zich brengt kunnen ontduiken. Ten nadele van Redworks’ standpunt dat sprake was van een overeenkomst van opdracht staat bovendien vast dat zij loonheffing op de betalingen aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] heeft ingehouden.



5.4.
Vast staat dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] gedurende zekere tijd werkzaamheden heeft verricht voor Redworks. Het verweer van Redworks dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] veel minder dan de overeengekomen uren werkte, is strikt genomen niet van belang voor de beoordeling van de vraag of [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] arbeid voor Redworks heeft verricht.



5.5.
Redworks voert aan dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] veel minder uren werkte dan was overeengekomen in de arbeidsovereenkomst van 1 juli 2017. Daarin ziet de kantonrechter geen argument dat pleit voor het standpunt van Redworks dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] haar werkzaamheden op basis van een overeenkomst van opdracht verricht heeft. Als [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] inderdaad veel te weinig uren werkte, zou immers ook gezegd kunnen worden dat Redworks als werkgever het kennelijk heeft nagelaten [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] daarop aan te spreken. In geval van een overeenkomst van opdracht zou eveneens betoogd kunnen worden dat Redworks als opdrachtgever kennelijk accepteerde dat haar opdrachtnemer [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] slechts geringe werkzaamheden verrichtte.



5.6.
In reactie op het betoog van Redworks dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] “zeker niet 40 uur per week” werkte, heeft [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] bovendien (in haar verweerschrift tegen het voorwaardelijk tegenverzoek) gemotiveerd aangevoerd dat zij structureel meer dan 40 uren (50 tot zelfs 60 uren) per week werkte en dat dit vaak vanuit thuis gebeurde. Redlands’ repliek dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] nooit aanspraak heeft gemaakt op toeslagen of overwerkvergoedingen, is in dit debat nietszeggend. Het feit dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] geen aanspraak daarop maakte, duidt er immers niet op dat zij, zoals Redworks stelt, minder dan 40 uur per week werkte. Redworks’ betoog dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] sinds april 2023 in het geheel geen werkzaamheden meer verrichtte, doet evenmin ter zake aangezien toen kennelijk de relatie met [naam] al gebrouilleerd was.



5.7.
Redworks wijst er verder op dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] kwam en ging wanneer zij wilde en dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] haar eigen werktijden bepaalde. Ook voert zij aan dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] zelf de inhoud van haar werkzaamheden bepaalde, zelfstandig handelde en geen verantwoording aflegde aan Redworks. Redworks stelt op basis van deze stellingen dat er geen sprake was van een gezagsverhouding. De kantonrechter verwerpt ook dit betoog. Voor het aannemen van een gezagsverhouding is immers niet bepalend dat daadwerkelijk aanwijzingen en instructies gegeven worden, maar is voldoende dat die aanwijzingen en instructies gegeven kunnen worden. Dat aanwijzingen en instructie gegeven konden worden door Redworks, althans door haar (getrapt) bestuurder [naam] , staat wel vast. [naam] heeft immers zelf verklaard (zie productie 7 van Redworks) dat “ [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] , die aanvankelijk werknemer van Redworks was, de wens heeft om niet langer in een afhankelijke positie ten opzichte van ondergetekende te staan.” Uit die verklaring blijkt zonder meer dat partijen zijn gestart vanuit een situatie dat [naam] (als getrapt) bestuurder van Redworks werkgeversgezag had over [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] .


5.8.
Volgens Redworks was [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] in ieder geval vanaf 11 juni 2020 geen werknemer meer van Redworks was. Redworks doet in dat verband een beroep op een schriftelijke overeenkomst van 11 juni 2020, waarin staat dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] als opdrachtnemer voor Redworks is gaan werken met ingang van die datum. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] betwist dat zij deze overeenkomst met Redworks gesloten heeft. Volgens haar gaat het om een vervalst stuk. De kantonrechter overweegt hierover dat het opmerkelijk is te noemen dat Redworks al die tijd buiten rechte nooit een beroep gedaan heeft op (of heeft verwezen naar) deze schriftelijke overeenkomst. Een uitleg hierover heeft Redworks niet gegeven. In de gegeven omstandigheden zou Redworks dan aan moeten tonen dat die overeenkomst daadwerkelijk door [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] is ondertekend. De kantonrechter is echter van oordeel dat in het midden kan blijven of deze door Redworks ingediende overeenkomst daadwerkelijk is gesloten met [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] . Immers, dat er vanaf dat moment iets is veranderd in de wijze waarop [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] haar werkzaamheden verrichte, in haar werktijden/urenomvang, de wijze van beloning en in de gezagsverhouding, blijkt niet uit de stellingen van Redworks. Opvallend is bovendien dat in de overeenkomst van opdracht een vaste basisvergoeding per maand is overeengekomen waar [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] recht op heeft zonder dat zij daarvoor declaraties/facturen bij Redworks hoeft in te dienen. Een dergelijke beloningswijze duidt veeleer op het bestaan van een arbeidsovereenkomst dan op een overeenkomst van opdracht, aangezien het bij een overeenkomst van opdracht gebruikelijk is op declaratie-/uurbasis te werken. Verder is gesteld noch gebleken dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] zich als zelfstandige bij de kamer van koophandel had ingeschreven noch dat zij ook tegen betaling voor andere opdrachtgevers werkzaamheden verrichtte. De kantonrechter komt tot de conclusie dat na 11 juni 2020 niets veranderd is in de rechten en verplichtingen die partijen met elkaar reeds lang daarvoor al aangegaan waren.



5.9.
Redworks voert aan dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] haar werkzaamheden uitbesteedde en dat daaruit blijkt dat van een arbeidsovereenkomst geen sprake was. Dit betoog wordt verworpen. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] was salesdirector en directeur en in die hoedanigheid heeft zij een externe partij benaderd voor het bouwen van een website met “zoekmachine optimalisatie”. Anders dan Redworks stelt blijkt hieruit niet dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] een deel van haar werkzaamheden heeft willen overdragen aan een ander. Gesteld noch gebleken is immers dat het bouwen van een website, het design daarvan alsmede genoemde optimalisatie tot haar werkzaamheden behoorde.



5.10.
Het feit dat Redworks zich op 18 november 2024 op het standpunt heeft gesteld dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] wegens haar ziekmelding recht had op 70% van het loon, pleit eveneens voor de juistheid van haar stelling dat zij op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst was van Redworks. Het is immers een kenmerk van een arbeidsovereenkomst dat de zieke werknemer recht heeft op doorbetaling van 70% van het loon. Dat is namelijk zo bepaald in art. 7:629 BW. In de overeenkomst van opdracht die Redworks heeft overgelegd staat dat in ieder geval niet.



5.11.
Ook het feit dat Redworks [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] na haar ziekmelding heeft verwezen naar de bedrijfsarts van Redworks om haar arbeidsongeschiktheid te laten onderzoeken, wijst veeleer op het bestaan van een arbeidsovereenkomst dan op een overeenkomst van opdracht.



5.12.
Samenvattend komt de kantonrechter tot de conclusie dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] tegen betaling van een vaststaand maandelijks loonbedrag onder gezag van [naam] /Redworks gedurende zekere tijd werkzaamheden voor Redworks verricht heeft en dat Redworks zich als werkgever gedragen heeft doordat zij tijdens ziekte de betalingen aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] met 30% heeft verminderd en doordat zij de arbeidsongeschiktheid van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] door een bedrijfsarts heeft laten beoordelen. Dit alles overziend, is de kantonrechter van oordeel dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] om dit voor recht te verklaren, zal dus worden toegewezen.


verklaring voor recht: geen sprake van een rechtsgeldige opzegging/beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 16 juni 2025




5.13.
Vast staat dat ten tijde van de opzeggingsbrief van 16 juni 2025 er sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Die opzegging moet als een ontslag op staande voet aangemerkt worden en [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] heeft gelijk met haar stelling dat er geen geldige grond voor de beëindiging is geweest. Een dringende reden wordt immers niet vermeld.



5.14.
Het verweer van Redworks dat op 16 juni 2025 geen sprake was van een arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van opdracht wordt verworpen. De kantonrechter verwijst daarvoor naar zijn eerdere overwegingen.



5.15.
Redworks voert ook aan dat, voor het geval er sprake was van een arbeidsovereenkomst, die arbeidsovereenkomst reeds eerder stilzwijgend was beëindigd. Dit verweer wordt ook verworpen. Het verweer van Redworks kan namelijk niet anders opgevat worden dan dat zij stelt dat partijen stilzwijgend zijn overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Op grond van art. 7:670b lid 1 BW kan een arbeidsovereenkomst niet op die manier eindigen. Dat artikel schrijft namelijk dwingendrechtelijk voor dat de beëindigingsovereenkomst schriftelijk aangegaan moet worden. Omdat vast staat dat aan dat schriftelijkheidsvereiste in deze zaak niet is voldaan, is alleen al om die reden het verweer van Redworks niet steekhoudend.



5.16.
De kantonrechter zal op grond van voorgaande overwegingen de verzochte verklaring voor recht toewijzen.


vernietiging van de opzegging




5.17.
Omdat Redworks de arbeidsovereenkomst met [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] onverwijld heeft opgezegd terwijl er geen sprake was van een (dringende) reden, zal deze opzegging op grond van art. 7:681 lid 1 BW vernietigd worden.


betaling van loon met ingang van 24 juni 2025, wettelijke verhoging en wettelijke rente




5.18.
Als gevolg van de vernietiging van de opzegging is de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet geëindigd op 17 juni 2025. Op grond van de arbeidsovereenkomst heeft [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] dan ook recht op betaling van het overeengekomen loon. Vast staat dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] zich heeft ziekgemeld bij Redworks. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] stelt dat zij daarom recht heeft op betaling van 70% van het overeengekomen loon van € 4.436,39 bruto, vermeerderd met 8% vakantiebijslag: € 3.353,91 bruto per maand. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzoekt daarnaast de wettelijke rente en wettelijke verhoging over dit bedrag toe te kennen.



5.19.
Redworks heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van het door [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] gestelde maandloon. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid daarvan.



5.20.
Redworks heeft wel aangevoerd dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] geen deskundigenverklaring als bedoeld in art.7:629a BW heeft overgelegd. De kantonrechter passeert dit verweer op grond van het volgende. Na haar ziekmelding op 28 oktober 2024 heeft de bedrijfsarts van Redworks geconcludeerd dat sprake was van arbeidsongeschiktheid van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] . Redworks heeft daarna die conclusie nooit in twijfel getrokken. Zij heeft zelfs op basis daarvan aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] 70% van het overeengekomen loon betaald. Verder is van belang dat Redworks zelf een vervolgafspraak van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] met de bedrijfsarts niet heeft laten doorgaan. Onder die omstandigheden kan van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] in redelijkheid niet gevergd worden om een verklaring van een deskundige over te leggen. Haar arbeidsongeschiktheid per 28 oktober 2024 was immers geen punt van discussie tussen partijen.



5.21.
De kantonrechter concludeert dan ook dat het verzoek om Redworks te veroordelen tot betaling van het loon vanaf 24 juni 2025 van € 3.353,91 bruto per maand toewijsbaar is. De daarover verzochte wettelijke verhoging is eveneens toewijsbaar, evenals de wettelijke rente over het loon, telkens met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarop de loonbetaling betrekking heeft.


loonspecificaties en dwangsom




5.22.
Het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] om Redworks te veroordelen aan haar deugdelijke bruto-nettospecificaties te verstrekken van de hiervoor genoemde betalingen, zal eveneens worden toegewezen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat Redworks na betekening van deze beschikking niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximumbedrag van € 7.500,00.

wedertewerkstelling




5.23.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzoekt Redworks te veroordelen haar toe te laten tot haar werkzaamheden zodra zij weer arbeidsgeschikt is. Dit verzoek wijst de kantonrechter af omdat het voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal worden toegewezen. De arbeidsovereenkomst eindigt dus op zeer korte termijn en het ligt niet in de lijn der verwachting dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] voor die tijd hersteld zal zijn.





6Het voorwaardelijk tegenverzoek van Redworks


ontbinding van de arbeidsovereenkomst



6.1.
Op het verzoek van Redworks om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, moet worden beslist. De voorwaarde waaronder Redworks dat verzoek heeft gedaan, is namelijk vervuld, omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd.



6.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Redworks voert aan dat sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding met [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] dat van haar in redelijkheid niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter is van oordeel dat van een dergelijke verstoorde arbeidsverhouding sprake is.


6.2.1.
De kantonrechter stelt namelijk vast dat de verhouding tussen [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] en [naam] dusdanig verstoord is dat een samenwerking tussen beiden niet meer tot de mogelijkheden behoort. Dit is het rechtstreeks gevolg van het feit dat zij voorheen gehuwd waren en dat dit huwelijk in een vechtscheiding is geëindigd. Dat sprake is van een vechtscheiding blijkt overduidelijk uit de door Redworks overgelegde beschikkingen van 24 april 2024 en 15 juli 2025. Feit is verder dat [naam] getrapt bestuurder is van Redworks en in die hoedanigheid tevens de leidinggevende van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] . Tegen deze achtergrond vindt de kantonrechter het verweer van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] dat de verstoorde arbeidsverhouding valt te herstellen, ongeloofwaardig.



6.2.2.
Gelet op de reden van de verstoorde arbeidsverhouding en het feit dat Redworks kennelijk een werkgever met een gering aantal werknemers is, ligt herplaatsing van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] binnen een redelijke termijn niet in de rede. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] zal dan immers hoe dan ook onder de leiding van [naam] moeten werken en samenwerking tussen beiden is niet meer reëel.




6.3.
De kantonrechter zal de einddatum van de arbeidsovereenkomst vaststellen op 31 januari 2026.





onverschuldigde betaling: april 2023 tot 28 oktober 2024




6.4.
Vast staat dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] sinds april 2023 geen of nauwelijks werkzaamheden verricht heeft voor Redworks. Redworks stelt dat zij met ingang van die maand tot 28 oktober 2024 loon aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] betaald heeft. Redworks verzoekt [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] te veroordelen het loon dat zij over die periode ontvangen heeft terug te betalen omdat het volgens Redworks onverschuldigd betaald is.



6.5.
Het verzoek van Redworks zal worden afgewezen. Ook wanneer een werknemer, die niet ziek is, de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet verricht, is een werkgever namelijk verplicht het loon aan de werknemer te betalen. Op deze hoofdregel bestaat slechts één uitzondering, namelijk als het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer dient te komen. De kantonrechter is van oordeel dat van deze uitzondering geen sprake is. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] is weliswaar in april 2023 gestopt met het verrichten van haar werkzaamheden voor Redworks, maar nergens blijkt uit dat Redworks haar daarop aangesproken heeft of maatregelen heeft aangekondigd. Op basis van de gedingstukken kan de kantonrechter niet anders dan constateren dat Redworks kennelijk al die tijd heeft geaccepteerd dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] (zonder ziekmelding) die gehele periode geen arbeid verrichtte. Onder die omstandigheden kan dan niet gezegd worden dat dit in redelijkheid voor rekening van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] dient te komen.


onverschuldigde betaling: periode 25 april 2025 tot 17 juni 2025




6.6.
Dit onderdeel van haar verzoek baseert Redworks op de stelling dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] sinds april 2023 wegens ziekte geen werkzaamheden verricht heeft. Redworks wijst erop dat zij gedurende 104 weken verplicht is het loon tijdens ziekte door te betalen en dat die periode inmiddels (kennelijk met ingang van 25 april 2025) is verstreken. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek op deze grondslag niet toewijsbaar is. Dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] vanaf april 2023 wegens ziekte niet in staat is geweest haar werkzaamheden te verrichten, is immers niet gebleken. Haar eerste ziekmelding dateert immers van 28 oktober 2024.





7Het voorwaardelijk tegenverzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek]


7.1.
heeft aanvullende tegenverzoeken ingediend voor het geval het verzoek van Redworks tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal worden toegewezen. Aan die voorwaarde wordt voldaan aangezien hiervoor is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen zal worden ontbonden. Hieruit volgt dat de kantonrechter dient te beslissen op het voorwaardelijk tegenverzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] .


transitievergoeding




7.2.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] vordert Redworks te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 21.746,26 bruto. Ter onderbouwing van dit bedrag heeft [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verwezen naar een door haar als productie 19 ingediende berekening. In die berekening is uitgegaan van een dienstverband van 13 jaar, 8 maanden en 1 dag. Hoewel partijen aanvankelijk hebben gediscussieerd over het tijdstip waarop het dienstverband van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] begon, is dat blijkbaar voor Redworks geen geschilpunt meer. Zij heeft immers ter zitting van 12 november 2025 verklaard akkoord te zijn met de door [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] opgestelde berekening.
De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van het door [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzochte bedrag aan transitievergoeding.



7.3.
De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden op verzoek van de Redworks en die ontbinding is niet gegrond op ernstig verwijtbaar gedrag van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] . Uit de wet volgt dat Redworks daarom aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] de verzochte transitievergoeding verschuldigd is. Dit onderdeel van het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] zal dus worden toegewezen.


de gefixeerde vergoeding




7.4.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzoekt om Redworks te veroordelen tot betaling van een gefixeerde vergoeding. Een dergelijke vergoeding moet de werkgever aan de werknemer betalen als de werkgever bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een te korte opzegtermijn heeft gehanteerd. Van een dergelijke situatie is in deze zaak geen sprake. Redworks heeft weliswaar de arbeidsovereenkomst opgezegd, maar die opzegging wordt vernietigd. De arbeidsovereenkomst is dus (achteraf gezien) niet geëindigd door deze opzegging. De arbeidsovereenkomst eindigt wel door de ontbinding die in deze beslissing wordt uitgesproken. Bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft een werknemer echter geen recht op een gefixeerde vergoeding. Dit onderdeel van het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] zal daarom worden afgewezen.


de billijke vergoeding




7.5.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzoekt Redworks te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding. Zij heeft dit verzoek expliciet gebaseerd op art. 7:681 lid 1 BW. Die bepaling geeft de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd een keuze: hij kan de kantonrechter verzoeken om de opzegging te vernietigen of hij kan om een billijke vergoeding verzoeken. [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] heeft ervoor gekozen de kantonrechter te verzoeken de opzegging te vernietigen. Dat verzoek zal worden toegewezen (zie 5.17. Hieruit volgt dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] dan niet met succes kan verzoeken om Redworks tevens te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding.



7.6.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende. Aan een werknemer kan ook een billijke vergoeding worden toegekend als de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden als gevolg van ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever. De arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] en Redworks zal worden ontbonden wegens de verstoorde arbeidsverhouding. Dat die verstoring het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van Redworks, is niet gebleken.


verlofuren




7.7.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] stelt dat zij 1.320 verlofuren heeft opgebouwd die zij niet opgenomen heeft. Zij verzoekt Redworks te veroordelen tot uitbetaling van die verlofuren. Zij verwijst daartoe naar twee verlofkaarten van respectievelijk 2024 en 2025. Het is de kantonrechter daarbij opgevallen dat de verlofkaart van 2024 het saldo van 1.320 aan verlofuren vermeld. Kennelijk verzoekt [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] dus enkel om uitbetaling van die verlofuren en niet die van 2025. Redworks heeft aangevoerd dat [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] kennelijk in augustus 2025 verlof had opgenomen zonder dat aan Redworks door te geven. Dit verweer is niet relevant aangezien [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] niet verzoekt om uitbetaling van de in 2025 opgebouwde verlofuren. Het verweer van Redworks dat zij de overgelegde verlofkaarten niet kent, kan haar evenmin baten, want een betwisting dat de in de verlofkaart van 2024 vermelde 1.320 uren onjuist zijn, valt daar niet in te lezen. De conclusie is dan ook dat het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] om Redworks te veroordelen tot uitbetaling van de verlofuren tot een bedrag van € 33.778,80 bruto, zal worden toegewezen.


vakantiebijslag




7.8.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzoekt Redworks te veroordelen tot betaling van € 939,09 bruto vakantietoeslag over de periode juni 2025 tot 1 oktober 2025. Tegen dit onderdeel heeft Redworks geen afzonderlijk verweer gevoerd. Desondanks is dit bedrag niet geheel toewijsbaar. Redworks wordt immers al veroordeeld tot betaling van het loon inclusief vakantiebijslag vanaf 24 juni 2025 (zie 5.18 en verder). Daarom is daarnaast enkel nog toewijsbaar de vakantiebijslag over de periode 1 tot en met 23 juni 2025:
23/30 x 8% x 70% x € 4.436,39 = € 190,47 bruto.


de wettelijke rente




7.9.

[verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] verzoekt Redworks te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en de billijke vergoeding.
Omdat van deze vergoedingen alleen de transitievergoeding zal worden toegewezen, zal alleen over die vergoeding de wettelijke rente toegewezen worden. Omdat de arbeidsovereenkomst eindigt op 31 januari 2026, is de wettelijke rente toewijsbaar met ingang van 1 maart 2026 .


specificaties en dwangsom




7.10.
Het verzoek van [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] om Redworks te veroordelen aan haar deugdelijke bruto-nettospecificaties te verstrekken van de in het kader van dit voorwaardelijk tegenverzoek toe te wijzen bedragen, zal worden toegewezen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat Redworks na betekening van deze beschikking niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximumbedrag van € 7.500,00.


de proceskosten in de over en weer ingediende verzoeken




7.11.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.





8De beslissing

De kantonrechter


8.1.
verklaart voor recht dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst,



8.2.
verklaart voor recht dat geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst per 16 juni 2025,



8.3.
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst per 16 juni 2025,



8.4.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] en Redworks,



8.5.
bepaalt de einddatum van de arbeidsovereenkomst op 31 januari 2026,



8.6.
veroordeelt Redworks om aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] een transitievergoeding van € 21.746,26 bruto te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 maart 2026 tot de dag van betaling,



8.7.
veroordeelt Redworks om aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] te betalen, € 3.353,91 brutoloon per maand vanaf 24 juni 2025 tot en met 31 januari 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente met ingang van telkens de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarop de loonbetaling betrekking heeft,



8.8.
veroordeelt Redworks om aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] € 33.778,80 bruto aan opgebouwde doch niet genoten verlofuren te betalen,



8.9.
veroordeelt Redworks om aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] € 190,47 bruto vakantiebijslag over de periode 1 tot en met 23 juni 2025 te betalen,



8.10.
veroordeelt Redworks om aan [verzoekster, verweerster in het tegenverzoek] schriftelijke en deugdelijke bruto/netto specificaties af te geven waarin bovenstaande bedragen en betalingen zijn verwerkt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat Redworks na betekening van deze beschikking daarmee in gebreke blijft, tot een maximumbedrag van € 7.500,00,



8.11.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



8.12.
wijst het meer of anders verzochte af,



8.13.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op
18 december 2025.



RW



Niet alleen de taalkundige uitleg van de bepalingen van een contract zijn van belang, maar ook de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn alle bijzondere omstandigheden van het geval van belang.


Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).


Artikel 7:669 lid 1 BW.


Artikel 7:673 BW


Artikel 7:686a lid 1 BW
Link naar deze uitspraak