|
|
|
| ECLI:NL:RBLIM:2026:8730 | | | | | Datum uitspraak | : | 07-08-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 11-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Limburg | | Zaaknummers | : | C/03/353167 / JE RK 26-10 C/03/353167 / JE RK 26-10 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | moeder dakloos, zwervende, alcoholproblamtiek | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | RECHTBANK LIMBURG
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/353167 / JE RK 26-1037
Datum uitspraak: 7 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG ROERMOND, gevestigd te Roermond , hierna te noemen de GI;
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de kinderrechter bekend adres;
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 11 juni 2026;
het telefonisch bericht van de moeder aan de griffie van 6 augustus 2026.
1.2
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn vriendin, aan wie bijzondere toegang is verleend;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3
De moeder is goed opgeroepen maar is niet ter zitting verschenen.
1.4
Ter mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter.
2 De feiten
2.1
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
[minderjarige 1] woont bij de vader.
2.2
Bij beschikking van 7 augustus 2026 is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI tot 18 augustus 2026.
3Het verzoek
3.1
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2
De GI voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat de bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige 1] nog niet zijn weggenomen zodat een verlenging van de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd is. Vanwege het ontbreken van fysiek contact met de moeder en de onduidelijkheid over de plek die zij inneemt in het leven van [minderjarige 1] maakt dat zijn identiteitsontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Vanaf september 2025 is er geen contact meer geweest tussen [minderjarige 1] en de moeder. De moeder kampt met een alcoholverslaving en is instabiel waardoor de omgang onvoldoende veilig was voor [minderjarige 1] . De omgangsafspraken werden regelmatig afgezegd wat de moeder onbetrouwbaar maakt. Door de problematiek heeft [minderjarige 1] geen hechtingsrelatie met de moeder kunnen opbouwen waardoor de ouder-kindrelatie verstoord is geraakt. De moeder zou wel contact willen met [minderjarige 1] maar dan zal zij eerst actief gestart moeten zijn met behandeling binnen de verslavingszorg en zal ze ook de gesprekken met de huisarts en de GI moeten nakomen. Tot nu toe lukt het de moeder niet om zich aan deze voorwaarden te houden en wordt er een patroon gezien. De vader maakt zich ernstige zorgen over de instabiliteit van de moeder en de effecten daarvan op [minderjarige 1] . Hij wil [minderjarige 1] beschermen en heeft daarom een hulpvraag neergelegd bij [hulpverlening].
De GI is van mening dat het opstarten van omgang tussen de moeder en [minderjarige 1] nog geen optie is. De GI wil zich de komende periode eerst richten op het stimuleren en activeren van de moeder tot het creëren van meer stabiliteit en betrouwbaarheid in haar leven door met haar het gesprek aan te gaan in haar thuissituatie of onverwachts op huisbezoek te gaan. Daarnaast is het aangaan van behandeling door de moeder een noodzaak. Ook zal de GI in gesprek blijven met de vader en [minderjarige 1] om op die manier zicht te hebben en te houden op zijn ontwikkeling, de sterke punten als ook de groeipunten. Verder dient gemonitord te worden hoe de ondersteuning van [hulpverlening] verloopt en hoe het gezag geregeld wordt nu de vader het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] heeft aangevraagd. Al deze zaken maken een overdracht naar het vrijwillig kader niet mogelijk. De termijn van een jaar voor de verlenging van de ondertoezichtstelling is in dit geval het meest passend.
3.3
Ter zitting is door de GI aangevuld dat de moeder naar eigen zeggen de post had gemist en dat ze nog iets zou toesturen. Zover de GI weet heeft de moeder zich nog niet onder behandeling laten stellen. Het belangrijkste doel is dat de moeder nuchter is. Mocht dat niet lukken dan is de vraag of er wel contact moet komen met [minderjarige 1] . De volgende vraag is wat het betekent voor [minderjarige 1] als er geen contact komt. Als de moeder nergens aan meewerkt is een gezagswijziging een logisch gevolg. De termijn van een jaar is nodig om te onderzoeken of de vader het alleen kan en of [minderjarige 1] zich goed blijft ontwikkelen, ook binnen de nieuwe status als de vader het eenhoofdig gezag zou krijgen. De vader zal worden uitgenodigd om zijn frustraties met de gezinsvoogd te bespreken.
4 De standpunten van de belanghebbenden
4.1
De vader vindt het niet erg als de ondertoezichtstelling wordt verlengd mits het een doel heeft en er duidelijkheid komt over wat er dan in de aankomende maanden gaat gebeuren. Zonder concreet plan voegt de ondertoezichtstelling niks toe. De vader is niet te spreken over de uitvoering van de maatregel, in zijn ogen gebeurd er niks. De vader heeft daarom ook een klacht ingediend. De GI weet niet eens hoe het met de moeder gaat en dat ze inmiddels dakloos is en in [plaats] verblijft. De moeder is volledig de weg kwijt en staat sinds maart niet meer in contact. Zij is vertrokken en heeft haar oudste dochter achtergelaten. Met deze dochter heeft de vader een goed contact. Hij heeft haar toen ook opgevangen. De politie is ingeschakeld en heeft de moeder laveloos aangetroffen in [plaats]. Het is niet in het belang van [minderjarige 1] om hem daarmee te confronteren. De vader heeft contact gezocht met Veilig Thuis maar zij kunnen niks betekenen. Op advies van de GI zal de vader het eenhoofdig gezag aanvragen. Het is duidelijk dat afstemming met de moeder over de opvoeding van [minderjarige 1] niet mogelijk is. Bij de vader groeit hij veilig op en ontwikkelt hij zich goed.
4.2
De moeder heeft laten weten dat ze akkoord gaat met het verzoek omdat ze bang is anders [minderjarige 1] helemaal niet meer te zien. Zij heeft telefonisch meegedeeld dat zij de oproep niet zou hebben ontvangen van de zitting maar wel ervan op de hoogte is. Zij zou thans in het ziekenhuis verblijven.
5De beoordeling
5.1
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW), in samenhang met artikel 1:255 BW, kan de kinderrechter de duur van een ondertoezichtstelling verlengen, indien de minderjarige nog zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn gezaghebbende ouder(s), door hen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. Ook moet de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de gezaghebbende ouder(s) binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat is/zijn te dragen.
5.2
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.3
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken blijkt dat de zorgen die hebben geleid tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , inhoudende dat er geen (structureel) contact is tussen [minderjarige 1] en de moeder, niet zijn veranderd. In tegendeel zelfs. Vergeleken met de afgelopen zitting in augustus 2025 lijken de zorgen rondom de moeder alleen maar te zijn toegenomen. De vader heeft onbetwist gesteld dat de moeder dakloos zou zijn en ergens in [plaats] zou zwerven en zij zou haar oudste dochter hier heeft achtergelaten. De kinderrechter vindt dat een zeer zorgelijke en bedreigende situatie voor [minderjarige 1] . Kennelijk lukt het de moeder niet om zich in het belang van [minderjarige 1] (en [minderjarige 2]) te laten opnemen en af te kicken en om nuchter te blijven. Het feit dat de moeder daar niet toe in staat is vormt een bedreiging voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige 1] en zijn sociaal- emotionele ontwikkeling. Om zich sociaal en emotioneel gezond te kunnen ontwikkelen en een eigen identiteit te kunnen vormen is het belangrijk dat [minderjarige 1] op onbelaste wijze en op structurele basis contact met de moeder kan hebben. De kinderrechter acht het daarom ook in het belang van [minderjarige 1] dat er snel duidelijkheid komt of de moeder überhaupt nog iets kan beteken in de opvoeding voor [minderjarige 1] . Mocht de moeder geen rol kunnen hebben in het leven van [minderjarige 1] , dan moet daar ook aandacht voor zijn. Het betekent voor [minderjarige 1] een verlieservaring als de moeder uit zijn leven verdwijnt en daar is ook hulp bij nodig. Hiermee wordt, naar het oordeel van de kinderrechter, nog steeds voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling. Zolang het perspectief rondom de moeder niet duidelijk is acht de kinderrechter het van belang dat de GI in het gedwongen kader betrokken blijft. De kinderrechter wijst het verzoek dan ook toe en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] voor de duur van een jaar. De kinderrechter vindt dat een passende termijn omdat er nog veel niet duidelijk is en er ook nog veel staat te gebeuren. Zo is de vader voornemens om een procedure te starten tot eenhoofdig gezag en ook daar zal de GI bij betrokken worden. Overigens wil de kinderrechter wel benoemen dat het positief stemt dat de vader zich al die tijd is blijven inzetten voor [minderjarige 1] , ondanks de frustraties die hij heeft jegens de hulpverlening en de ontstane situatie.
5.4
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot 18 augustus 2027;
6.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. Van Uum, kinderrechter, in aanwezigheid van Dullens-Servais als griffier, en op schrift gesteld op 21 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|