|
|
|
| ECLI:NL:RBLIM:2026:9159 | | | | | Datum uitspraak | : | 26-08-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 11-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Limburg | | Zaaknummers | : | 12097488 AZ VERZ 26-26 | | Rechtsgebied | : | Arbeidsrecht | | Indicatie | : | Is er sprake van een overeenkomst van opdracht of van een arbeidsovereenkomst? Bij de beoordeling worden twee fasen doorlopen; 1. welke rechten en verplichtingen hebben partijen met elkaar afgesproken (Haviltex). 2. hebben die afspraken de kenmerken van een arbeidsovereenkomst (ongeacht de eigen bedoeling van pp) (Deliveroo). | | Trefwoorden | : | arbeidsovereenkomst | | | loonbelasting | | | wet op de loonbelasting | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12097488 \ AZ VERZ 26-26
Beschikking van 26 augustus 2026
in de zaak van
[persoon]
,
wonende te [plaats],
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [persoon],
gemachtigde: mr. G. Tajjiou,
tegen
1INTERSELECTION B.V. handelend onder de naam ZORGPUNTCONNECT,
gevestigd te Roermond,
gemachtigde: mr. V.A.E. Levels,
verwerende partij,
2. STICHTING PERGAMIJN,
gevestigd te Sittard,
gemachtigde: mr. E.V.C. Savelkoul,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: ZorgpuntConnect en Pergamijn.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 9 februari 2026;
- de akte in het geding brengen producties tevens houdende wijziging van eis van [persoon] van 2 juli 2026;
- het verweerschrift van ZorgpuntConnect van 6 juli 2026,
- het verweerschrift van Pergamijn, met een tegenverzoek, van 6 juli 2026,
- de akte in het geding brengen producties tevens houdende wijziging van eis van [persoon] van 15 juli 2026,
- de mondelinge behandeling van 16 juli 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[persoon], geboren [datum] 2004, handelt met [KvK-nummer] onder de naam [bedrijf]. Als activiteit van [bedrijf] is geregistreerd ‘Het verzorgen en ondersteunen van ouderen’. [bedrijf] is in het KvK-register ingeschreven op 13 mei 2024 en gestart op 16 mei 2024.
2.2.
[persoon] heeft op 30 juni 2025, via de website van ZorgpuntConnect, zijn cv ingediend. Onderwerp van de e-mail is ‘contact via website-ZZP’.
2.3.
Op 12 juni 2025 hebben ZorgpuntConnect en [bedrijf] een bemiddelingsovereenkomst (tussen bemiddelaar en zelfstandige) gesloten.
2.4.
Op 13 juni 2025 heeft [persoon] de ‘Ondernemersverklaring zelfstandige zorgverlener’ ondertekend, waarin hij onder meer verklaart werkzaam te zijn als zelfstandig zorgverlener c.q. solistisch werkende zorgverlener op basis van overeenkomsten van opdracht en als zodanig ingeschreven te staan in de daartoe vereiste registers.
2.5.
[persoon] is ingeschreven in het Kwaliteitsregister Zelfstandig Zorgverlener.
2.6.
[persoon] heeft een btw-nummer.
2.7.
[persoon] is lid van SoloPartners, brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg.
2.8.
[persoon] heeft een eigen bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.
2.9.
[persoon] is ingeschreven in het Landelijk Register Zorgaanbieders.
2.10.
Op 13 augustus 2025 heeft [persoon] (namens [bedrijf]) een ‘overeenkomst van opdracht zelfstandige inhuurzorgprofessional door Pergamijn’ ondertekend. De opdrachtvergoeding bedraagt € 45,00 inclusief eventuele btw en exclusies eventueel verschuldigde onregelmatigheidstoeslag.
2.11.
Onder 2 van de ‘overeenkomst van opdracht zelfstandige inhuurprofessional door Pergamijn’ verklaart [persoon] dat hij als zelfstandige zorgverlener werkzaam is op het gebied van verpleging, verzorging en begeleiding.
2.12.
Onder 8 van de ‘overeenkomst van opdracht zelfstandige inhuurprofessional door Pergamijn’ is bepaald dat het [persoon] uitdrukkelijk vrij staat om ook voor derden werkzaam te zijn. Artikel 1 onder 4 bepaalt vervolgens dat [persoon] de vrijheid heeft om gedurende de overeenkomst ook werkzaam te zijn voor andere opdrachtgevers.
2.13.
Onder 18 en 19 van de ‘overeenkomst van opdracht zelfstandige inhuurprofessional door Pergamijn’ verklaren partijen dat zij de tussen hen overeengekomen overeenkomsten als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW kwalificeren en geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 e.v. BW wensen te sluiten.
2.14.
Artikel 1 (‘Opdracht’) onder 3 van de ‘overeenkomst van opdracht zelfstandige inhuurprofessional door Pergamijn’ bepaalt dat de werktijden in onderling overleg worden bepaald en [persoon] de opdrachtwerkzaamheden uiterlijk 24 uur voor aanvang daarvan kan afzeggen of verzoeken deze aan te passen.
2.15.
Artikel 2 onder 1 van de ‘overeenkomst van opdracht zelfstandige inhuurprofessional door Pergamijn’ bepaalt dat [persoon] de werkzaamheden zelfstandig en naar eigen inzicht uitvoert, zonder toezicht of leiding van Pergamijn en voor eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, daarbij rekening houdend met het zorgplan, de geldende beroepsstandaard en de van toepassing zijnde zorgwetgeving.
2.16.
Bij e-mailbericht van 4 december 2025 heeft Pergamijn schriftelijk ingevolge artikel 10 lid 1 van de overeenkomst de Overeenkomst van Opdracht met [persoon] opgezegd, met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn van vijf dagen, zodat is opgezegd tegen 9 december 2025.
2.17.
Middels e-mailbericht van 5 december 2025 reageert [persoon] – onder andere – op de opzegging. Hij begint zijn e-mail met de woorden: “Mijn naam is [persoon] en ik werk met veel plezier en toewijding als ZZP’er op [locatie].”
2.18.
Bij e-mail van 22 december 2025 heeft [persoon] zich beroepen op het bestaan van een arbeidsovereenkomst en maakt hij aanspraak op de uit een arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen aan de zijde van een werkgever.
3Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
3.1.
[persoon] verzoekt de kantonrechter, voor zover de kantonrechter begrijpt na wijzigingen van eis bij aktes en aangevuld tijdens de mondelinge behandeling:
I. te verklaren voor recht dat [persoon] op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst is geweest van verweerder over de periode vanaf indiensttreding, althans iedere periode die de kantonrechter in goede justitie vaststelt;
II. te bepalen dat [persoon] vanaf deze periode tot het einde van de arbeidsovereenkomst aanspraak heeft op alle rechten van de arbeidsovereenkomst, boven op de aanspraken die hij al heeft ontvangen, waarbij alle fiscale plichten tot loonheffing en alle andere fiscale verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst voor rekening van verweerder komen;
III. de opzegging van 9 december 2025, althans iedere opzegging van welke datum dan ook op grond van dringende of andere reden van iedere andere datum, te vernietigen, althans te verklaren voor recht dat dit ontslag op opzegging dan wel beëindiging van de arbeidsovereenkomst nietig is;
IV. gedaagde te veroordelen om aan [persoon] te betalen het hem toekomende salaris over de perioden na 9 december 2025 tot 31 mei 2026, waarbij de vordering over de specifieke periodes zijn uitgesplitst, althans het in goede justitie te bepalen bedrag en periode, zijnde een bedrag van € 32.215,95 en € 10.943,00, althans subsidiair het bedrag dat de kantonrechter in goede justitie vaststelt;
V. in goede justitie het maandelijks salaris vast te stellen, waarop [persoon] op grond van de arbeidsovereenkomst vanaf indiensttreding aanspraak op had, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf deze datum tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de bruto loonsom, waarbij het te hanteren percentage op 50% dient te worden bepaald, zijnde een bedrag van € 10.943,00, subsidiair het bedrag dat de kantonrechter in goede justitie vaststelt, exclusief wettelijke verhoging,
VI. gedaagden te veroordelen in de kosten van de procedure.
Opgemerkt zij dat de termen verweerder, gedaagde en gedaagden letterlijk overgenomen zijn uit het verzoek, nu niet duidelijk is wie [persoon] heeft bedoeld te noemen als zijnde de partij die volgens hem als werkgever moet worden aangemerkt.
3.2.
ZorgpuntConnect en Pergamijn voeren voor zover mogelijk verweer, doen beide een beroep op artikel 21 Rv en stellen dat het verzoek moet worden afgewezen. Pergamijn heeft een voorwaardelijk tegenverzoek gedaan, waarbij zij, mocht de kantonrechter tot de vaststelling komen dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst, zij verzoekt [persoon] te veroordelen tot terugbetaling van het door Pergamijn onverschuldigd betaalde bedrag ter hoogte van € 32.215,95 (betaalde facturen), te verminderen met de in het verzoek van [persoon] toegewezen bedragen ten titel van loon en emolumenten. Tevens verzoekt Pergamijn in dat geval, [persoon] te veroordelen om Pergamijn volledig schadeloos te stellen en te vrijwaren voor alle (toekomstige) vorderingen van de Belastingdienst, UWV en/of andere derden ter zake van belastingen en premies volksverzekeringen, opgelegde boetes en rente in verband met of voortvloeiende uit het standpunt dat [persoon] in dienstbetrekking bij Pergamijn is c.q. was, met veroordeling van [persoon] in de proceskosten en de daarover verschuldigde rente.
4De beoordeling van het verzoek
4.1.
De kernvraag die in deze procedure voorligt, is of de overeenkomsten tussen partijen kwalificeren als een overeenkomst van opdracht of als een arbeidsovereenkomst.
4.2.
Een arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Een overeenkomst van opdracht is een overeenkomst waarbij iemand zich verbindt werkzaamheden te verrichten voor een ander, maar niet op grond van een arbeidsovereenkomst. Het gaat daarbij om werkzaamheden die bestaan uit iets anders dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werk of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. Als er sprake is van een overeenkomst van opdracht, kan er dus geen sprake zijn van een arbeidsovereenkomst (en andersom).
4.3.
Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht, moeten twee fasen worden doorlopen. In de eerste fase moet worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen met elkaar hebben afgesproken. Dat moet worden gedaan volgens de Haviltexmaatstaf. Dat betekent dat niet alleen moet worden gekeken naar wat partijen letterlijk in hun overeenkomst hebben opgeschreven, maar ook naar wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In deze fase is er ruimte voor de bedoeling van de partijen en ook hun maatschappelijke positie kan een rol spelen.
4.4.
Daarna wordt in de tweede fase beoordeeld of die afspraken (rechten en verplichtingen) de kenmerken hebben van een arbeidsovereenkomst. Het maakt hierbij niet uit of partijen zelf de bedoeling hadden om onder de regels van een arbeidsovereenkomst te vallen. Als de afgesproken rechten en verplichtingen voldoen aan wat de wet zegt over een arbeidsovereenkomst, dan moet de overeenkomst ook als zodanig worden gezien. Of een overeenkomst echt als een arbeidsovereenkomst moet worden gezien, hangt af van alle omstandigheden samen. Daarbij kunnen onder meer de volgende negen gezichtspunten van belang zijn:
de aard en duur van de werkzaamheden;
de manier waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is;
de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitbetaald;
de hoogte van deze beloningen;
de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.
Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt ook af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht.
4.5.
Daarna moeten alle relevante feiten en omstandigheden samen worden bekeken en tegen elkaar worden afgewogen (holistische weging). Daarbij moeten ook aanwijzingen worden meegenomen die juist vóór of tegen een arbeidsovereenkomst pleiten
((contra-)indicatoren), die volgen uit de twee fasen. Als uit die brede afweging blijkt dat aan de vier vereisten is voldaan (arbeid, loon, gezagsverhouding, gedurende zekere tijd), dan wordt de overeenkomst gezien als een arbeidsovereenkomst.
4.6.
De kantonrechter zal hierna op basis van wat partijen in hun processtukken en tijdens de zitting hebben aangevoerd eerst vaststellen welke rechten en verplichtingen tussen partijen zijn afgesproken. Daarna zal worden beoordeeld of aan de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst is voldaan of dat sprake is van een overeenkomst van opdracht.
Vaststelling overeengekomen rechten en verplichtingen
ZorgpuntConnect
4.7.
[persoon] (handelend onder de naam [bedrijf]) is met ZorgpuntConnect een bemiddelingsovereenkomst aangegaan. De overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde duur met een opzegtermijn van een maand. Op grond van die overeenkomst heeft ZorgpuntConnect de opdracht om [persoon] met opdrachtgevers in contact te brengen, opdat zij een overeenkomst van opdracht/aanneming van werk met elkaar kunnen aangaan. [persoon] beslist zelf of hij de overeenkomst van opdracht/aanneming van werk met de opdrachtgever aangaat wanneer hij die dan aangaat en onder welke voorwaarden. [persoon] heeft zelf de verantwoordelijkheid voor de geaccepteerde dienst. Als onweersproken staat vast dat ZorgpuntConnect [persoon] ook daadwerkelijk met opdrachtgevers in contact heeft gebracht. ZorgpuntConnect heeft vervolgens, conform de bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke vastlegging en afhandeling van de overeenkomsten tussen [persoon] en de zorginstellingen verzorgd, waarbij ZorgpuntConnect nadrukkelijk, conform de bemiddelingsovereenkomst, geen partij bij de door [persoon] met de zorginstellingen gesloten overeenkomsten was.
4.8.
[persoon] diende voor de samenwerking met ZorgpuntConnect onder andere ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel, diende te beschikken over de benodigde beroepskwalificaties, ervaring en deskundigheid, diende te beschikken over een bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheidsverzekering en diende algemene voorwaarden te hanteren als onderdeel van de overeenkomst van opdracht/aanneming van werk. Gesteld noch gebleken is dat [persoon] op enigerlei wijze met ZorgpuntConnect in een arbeidsrechtelijke relatie zou hebben gestaan. Het had op de weg van [persoon] gelegen om dit nader te motiveren maar dat heeft [persoon] niet gedaan. Ook tijdens de mondelinge behandeling zijn geen argumenten naar voren gekomen waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat er sprake was van betaling door ZorgpuntConnect of dat er sprake was van een zekere gezagsverhouding. Weliswaar heeft [persoon] nog opgemerkt dat de betalingen verliepen via ZorgpuntConnect maar ZorgpuntConnect heeft onbetwist gesteld dat zij enkel een digitale mogelijkheid bood om de gewerkte uren direct bij de inlener in rekening te brengen en dat de betalingen direct van de rekening van de inlener naar de opdrachtnemer werden voldaan. Het enkele faciliteren van een mogelijkheid om te kunnen declareren leidt niet tot een arbeidsverhouding.
4.9.
Het voorgaande past veel meer bij een zuivere bemiddelingsovereenkomst dan bij een arbeidsovereenkomst.
4.10.
Naar het oordeel van de kantonrechter is duidelijk dat tussen [persoon] en ZorgpuntConnect een zuivere bemiddelingsovereenkomst is aangegaan. Een verdere beoordeling van deze bemiddelingsovereenkomst kan achterwege blijven. De vorderingen van [persoon] gericht tegen ZorgpuntConnect zullen worden afgewezen.
Pergamijn
4.11.
[persoon] is met Pergamijn een ‘overeenkomst van opdracht zelfstandige inhuurzorgprofessional door Pergamijn’ aangegaan. De overeenkomst is aangegaan voor de duur van 1 juli 2025 tot uiterlijk 31 december 2025.
4.12.
In de overeenkomst staat dat [persoon] de vrijheid heeft gedurende de overeenkomst ook werkzaam te zijn voor andere opdrachtgevers (artikel 1 lid 4). De werktijden worden in onderling overleg bepaald en [persoon] kan de werkzaamheden uiterlijk 24 uur voor aanvang daarvan kan afzeggen of verzoeken deze aan te passen (artikel 1 lid 3). [persoon] voert de werkzaamheden zelfstandig en naar eigen inzicht uit zonder toezicht of leiding van Pergamijn en voor eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met het zorgplan van de betreffende cliënt(e), de geldende beroepsstandaard en de van toepassing zijnde zorgwetgeving (artikel 2 lid 1). Indien [persoon] verhinderd is om de opdracht zelf uit te voeren, dient hij zelf voor vervanging zorg te dragen (artikel 5 lid 2).
4.13.
Voor het uitvoeren van de werkzaamheden ontvangt [persoon] € 45,00 per uur, inclusief eventueel verschuldigde btw en exclusief eventueel verschuldigde onregelmatigheidstoeslag (artikel 4 lid 1) . [persoon] ontvangt geen vergoeding ter zake uren waarin hij (of diens vervanger) geen werkzaamheden verricht, ongeacht de reden daarvan (ziekte, vakanties e.d.) (artikel 4 lid 4). [persoon] factureert maandelijks (artikel 4 lid 6) en is zelf verantwoordelijk voor zijn facturatie en debiteurenbeheer, alsmede voor het voeren van zijn administratie en boekhouding (artikel 4 lid 8).
4.14.
Verder hebben partijen afgesproken dat [persoon] niet deel neemt aan werkoverleggen zonder directe relatie met de opdracht of andere vormen van professionele intervisie en/of aan personeelsbijeenkomsten, worden er geen functioneringsgesprekken gehouden en begeleid [persoon] geen leerlingen. [persoon] heeft verklaard zich bij de uitvoering van de werkzaamheden zodanig te gedragen dat de belangen en reputatie van Pergamijn niet worden geschaad en hij zich zal houden aan de Gedragscode van Pergamijn, voor zover deze van toepassing is op externe opdrachtnemers (artikel 2 lid 12).
4.15.
Uit de tussen partijen gesloten overeenkomst blijkt duidelijk dat partijen hebben bedoeld om een overeenkomst van opdracht aan te gaan en uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst. Zo hebben partijen onder 19 in aanmerking genomen dat zij geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 e.v. BW wensen te sluiten, noch een (fictieve) dienstbetrekking volgens de Wet op de loonbelasting 1964 tot stand wensen te laten komen en Hassen zich ervan bewust is dat de (beschermende) bepalingen van het arbeidsrecht daarom niet op de overeenkomst en/of hem van toepassing zijn, terwijl onder 18 in aanmerking wordt genomen dat de overeenkomst kwalificeert als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW.
4.16.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij in de praktijk ook uitvoering hebben gegeven aan wat in de overeenkomst is afgesproken.
Kwalificatie
4.17.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of aan de hand van de rechten en plichten van partijen de overeenkomst tussen [persoon] en Pergamijn niettemin moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Daarin zal de kantonrechter de hiervoor genoemde gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest betrekken en de omstandigheden in onderling verband afwegen.
a. De aard en de duur van de werkzaamheden
4.18.
De werkzaamheden van [persoon] bestonden uit het uitvoeren van vakkundige handelingen, verpleging, persoonlijke verzorging, signalerende, begeleidende en voorlichtende taken, alsmede uit het onderhouden van contacten met het netwerk van cliënten van Pergamijn, waaronder inbegrepen ouders/verwanten en externe instanties. Voor dit werk zijn bekwaamheidsvereisten van toepassing zoals vakdiploma’s, certificaten, getuigschriften en dergelijke, die door [persoon] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst ook door hem aan ZorgpuntConnect en Pergamijn zijn verstrekt. [persoon] viel niet binnen een vast rooster en de uren per week wisselden. Hij had contact met de planning die beschikbare diensten met hem deelde, waarop [persoon] dan zijn bereidheid kon aangeven.
De vrijheid waarmee [persoon] diensten al dan niet kon accepteren en dus niet in een rooster (met verplichten) viel, past meer bij een overeenkomsten van opdracht dan bij een arbeidsovereenkomst.
b. De manier waarop de werkzaamheden en werktijden werden bepaald
4.19.
[persoon] voerde de werkzaamheden zelfstandig en naar eigen inzicht uit, zonder toezicht of leiding van Pergamijn en voor eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, waarbij hij wel rekening diende te houden met het zorgplan (dat van toepassing was op de betreffende cliënt(e)), de geldende beroepsstandaard en de van toepassing zijnde zorgwetgeving, maar er was geen sprake van afzonderlijke regels, aanwijzingen of instructies van Pergamijn die [persoon] diende op te volgen. Hij deelde zijn werkzaamheden zelfstandig in, waarbij hij rekening hield met de feitelijk situatie op het betreffende moment. Zoals hiervoor ook al overwogen had [persoon] contact met de planning over de door hem in te vullen diensten. De planning deelde met [persoon] de beschikbare diensten en [persoon] gaf aan welke diensten hij wilde draaien. Pergamijn besliste op geen enkel moment (noodzaak/behoefte aan de zijde van Pergamijn) dat [persoon] diensten moést draaien. Het was geheel aan [persoon] of en welke hij diensten accepteerde of niet.
Dit duidt op een grote mate van autonomie en het ontbreken van een gezagsverhouding met Pergamijn en past precies binnen de definitie van een overeenkomst van opdracht.
c. De inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht
4.20.
[persoon] stelt dat hij op de werkvloer niet herkenbaar was als zzp-er en ook dezelfde werkzaamheden uitvoerde als de werknemers van Pergamijn die in vaste dienst zijn. [persoon] noemde onder meer dat hij de bedrijfskleding van Pergamijn droeg. Pergamijn heeft uitdrukkelijk betwist dat er sprake was van bedrijfskleding. Niet gebleken is dat [persoon] (noch [bedrijf]) bedrijfskleding droeg, zodat daaruit geen onderscheid kan blijken. Vast staat wel dat [persoon] geen deel nam aan de (algemene) werkoverleggen of personeelsbijeenkomsten en dat er geen functioneringsgesprekken met [persoon] werden gevoerd. Dat [persoon] feitelijk dezelfde werkzaamheden uitvoerde als de loondienstmedewerkers van Pergamijn zal inherent zijn aan de uit te voeren taken die horen bij het verplegen, verzorgen en begeleiden van de cliënten van Pergamijn. Dit duidt daarom nog niet op werknemerschap.
d. Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
4.21.
Vast staat dat [persoon] het werk niet persé zelf hoefde te doen. [persoon] had sowieso het recht om de werkzaamheden uiterlijk 24 uur voor aanvang van de dienst af te zeggen. Indien hij verder om welke reden dan ook verhinderd was om een door hem geaccepteerde dienst uit te voeren, diende hij zelf voor geschikte vervanging te zorgen. Het feit dat [persoon] zich steeds mocht laten vervangen, past niet bij een arbeidsovereenkomst. Bij een arbeidsovereenkomst moet het werk namelijk persoonlijk worden gedaan en mag een werknemer zich niet ‘zomaar’ laten vervangen.
e. De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is
4.22.
Het is de kantonrechter niet bekend of over de afzonderlijke inhoud van de overeenkomst onderhandeld is. Wel is duidelijk dat ZorgpuntConnect bemiddeld heeft bij de totstandkoming van de overeenkomst. Wat hier verder ook van zij, de kantonrechter acht dit punt niet van doorslaggevende aard. Over de inhoud van een arbeidsovereenkomst kan heden ten dagen immers ook onderhandeld worden en de ruimte om al dan niet (intensief) te onderhandelen maakt daarom nog niet dat tot de vaststelling kan worden gekomen of wel of geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
f. De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitbetaald
4.23.
Onduidelijk is of partijen over de beloning hebben onderhandeld. Wel is duidelijk dat het overeengekomen bedrag per uur, het bruto uurloon op grond van de cao Gehandicaptenzorg in ruime mate overschrijdt. Voor wat betreft de manier waarop de beloning wordt uitgekeerd geldt dat [persoon] zijn uren rechtstreeks factureerde aan Pergamijn. Hij kon daarbij gebruik maken van een door ZorgpuntConnect beschikbaar gestelde tool om een en ander op te stellen. ZorgpuntConnect had verder geen bemoeienis met de facturering. Het betrof een vast uurloon (eventueel vermeerderd met onregelmatigheidstoeslag) en [persoon] diende, indien nodig, zelf zorg te dragen voor btw-afdracht, pensioenopbouw, betaling van de diverse (sociale)verzekeringen en dergelijke. Deze manier van betaling wijkt af van de gebruikelijke loonbetaling in een arbeidsrelatie, waarbij de werkgever op het loon premies en/of belastingen inhoudt en afdraagt aan de Belastingdienst en daarvan loonstroken vertrekt. De wijze waarop de beloning werd uitgekeerd vertoont dus kenmerken van een overeenkomst van opdracht.
g. De hoogte van de beloning
4.24.
Partijen zijn een bedrag van € 45,00 per uur overeengekomen. Het bruto uurloon zou voor [persoon] op grond van de cao Gehandicaptenzorg € 19,18 (exclusief emolumenten) bedragen. Op grond van artikel 12 lid 1 Wet CAO zijn afwijkingen ten voordele van de werknemer nietig.
4.25.
De hoogte van het vaste uurtarief is op zichzelf al doorslaggevend en past bij het hogere uurtarief dat (22-jarige) zelfstandigen meestal krijgen, omdat deze zelf voor de afdrachten, zoals pensioenopbouw, moeten zorgen. De hoogte van het uurtarief wijst op een overeenkomst van opdracht.
h. De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt
4.26.
Deze vraag ziet op de vraag of de werkende zelf risico draagt (bijvoorbeeld geen werk = geen inkomen, kosten zelf dragen). [persoon] droeg zelf het financiële risico. Hij werd alleen betaald voor gewerkte uren, kreeg geen vergoeding voor kosten die hij zelf heeft gemaakt en moest zelf voor vervanging zorgen. Daarnaast heeft [persoon] een eigen bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en is hij lid van SoloPartners (de brancheorganisatie voor zzp’ers). Werknemers bouwen vakantiedagen op, krijgen doorbetaald tijdens ziekte en hoeven niet zelfstandig (sociale werknemers)verzekeringen af te sluiten. Dat [persoon] dit wel heeft gedaan wijst erop dat hij werkt als zelfstandige en niet als werknemer.
i. De vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen
4.27.
[persoon] mocht ook voor andere opdrachtgevers werken en hoefde zich niet exclusief voor Pergamijn beschikbaar te houden. [persoon] heeft in de vijf maanden die hij actief was voor Pergamijn ook voor (minimaal) twee andere opdrachtgevers gewerkt. Hij staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, handelt onder de naam [bedrijf] en heeft zich bij ZorgpuntConnect aangemeld als zzp’er. Hij beweegt zich dus vrij op de markt als zelfstandige. Daaraan doet overigens niet af dat hij slechts voor korte tijd voor de beide andere opdrachtgevers heeft gewerkt zoals [persoon] mondeling heeft toegelicht.
Holistische weging
4.28.
De kantonrechter heeft naar alle omstandigheden samen gekeken en komt tot de conclusie dat de overeenkomst tussen Pergamijn en [persoon] niet kan worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.
4.29.
Kenmerkend voor de samenwerking tussen [persoon] en Pergamijn, is dat [persoon] openstaande diensten bij Pergamijn opvulde. Hij werkte niet vast of structureel, maar koos per keer of hij een opdracht aannam. Pas op het moment als hij een opdracht accepteerde, ontstond er een werkrelatie. Dat maakt dat de samenwerking flexibel en tijdelijk van aard was. [persoon] had daarbij veel vrijheid. Hij hoefde geen verantwoording af te leggen, maar moest enkel rekening houden met het zorgplan voor de individuele cliënten van Pergamijn, de geldende beroepsstandaard en de van toepassing zijnde zorgwetgeving. Dat wijst erop dat er geen gezagsverhouding is, zoals bij een werknemer wel het geval is.
4.30.
Daarnaast mocht [persoon] zich laten vervangen wanneer hij de geaccepteerde opdracht niet kon uitvoeren en niet meer kon afzeggen (minder dan 24 uur voor aanvang van de dienst). Hij was dus niet exclusief aan Pergamijn verbonden en kon ook zelf zijn werk inrichten, zij het binnen de kaders van de algemeen geldende beroepsstandaard en zorgwetgeving. [persoon] werd alleen betaald voor de uren die hij daadwerkelijk werkte. Bij ziekte, vakantie of (incidenteel) te laat verschijnen op locatie, kreeg hij niet betaald. Dat is anders dan bij een werknemer die in die gevallen, meestal, wel doorbetaald krijgt. [persoon] liep ook zelf het risico dat hij geen inkomen had, wanneer er geen beschikbare diensten bij Pergamijn zouden zijn.
Oordeel
4.31.
De kantonrechter heeft naar alle omstandigheden samen gekeken en komt tot de conclusie dat de overeenkomst tussen [persoon] en Pergamijn en de overeenkomst tussen [persoon] en ZorgpuntConnect niet kan worden beschouwd als een arbeidsovereenkomst. De gemaakte en ook uitgevoerde afspraken, passen precies op een samenwerking tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer. De verklaring voor recht dat [persoon] op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst is geweest van Pergamijn (en/of ZorgpuntConnect) zal daarom worden afgewezen. Alle daaraan gerelateerde verzoeken worden eveneens afgewezen.
4.32.
Het verzoek de opzegging van 9 december 2025, althans iedere opzegging van welke datum dan ook op grond van dringende of andere reden van iedere andere datum, te vernietigen, zal eveneens worden afgewezen. Partijen zijn een overeenkomst van opdracht aangegaan. Pergamijn heeft deze overeenkomst bij e-mail van 4 december 2026 opgezegd per 9 december 2025. Dit is geheel in lijn met hetgeen partijen in artikel 10 lid 1 van de overeenkomst zijn overeengekomen. Dat betekent dat de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd.
Voorwaardelijke verzoeken van Pergamijn
4.33.
Pergamijn heeft uitsluitend voor het geval het bestaan van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen, een tweetal zelfstandige tegenverzoeken ingediend. Nu is geoordeeld dat geen sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst, is de voorwaarde waaronder de verzoeken zijn ingediend niet vervuld. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beoordeling daarvan.
Proceskosten
4.34.
Omdat ZorgpuntConnect en Pergamijn inhoudelijk gelijk krijgen, is [persoon] aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. [persoon] zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) die aan de zijde van ZorgpuntConnect en Pergamijn zijn gevallen. Omdat het partijdebat in de tegenverzoeken een rechtstreeks gevolg is van de door [persoon] ingediende verzoeken worden de kosten in de tegenverzoeken tot op heden begroot op nihil. De proceskosten aan de zijde van Zorgpuntconnect en Pergamijn worden per partij begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), en de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.35.
De door Pergamijn gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
op de verzoeken van [persoon]
5.1.
wijst alle verzoeken af,
5.2.
veroordeelt [persoon] in de proceskosten van ZorgpuntConnect van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [persoon] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [persoon] in de proceskosten van Pergamijn van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [persoon] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [persoon] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten aan de zijde van Pergamijn, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart de onder 5.2. uitgesproken veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af,
op de tegenverzoeken van Pergamijn,
5.7.
wijst de verzoeken af,
5.8.
veroordeelt Pergamijn in de kosten van de procedure, aan de zijde van [persoon] gevallen, tot op heden begroot op nihil,
5.9.
wijst het meer of anders verzochte af,
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken door mr. Piëtte op 26 augustus 2026.
artikel 7:610 BW
artikel 7:400 BW
HR 6 november 2000: ECLI:NL:HR:2020:1746 (X/gemeente Amsterdam) en later bevestigd in HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo)
HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2020:443 (Deliveroo)
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|