|
|
|
| ECLI:NL:RBLIM:2026:9443 | | | | | Datum uitspraak | : | 28-10-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 06-11-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Limburg | | Zaaknummers | : | 12282725 CV EXPL 26-3377 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Bodemzaak. Huur. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | huurovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12282725 \ CV EXPL 26-3377
Vonnis van 28 oktober 2026
in de zaak van
STICHTING VINCIO WONEN,
te Hoensbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: Vincio Wonen,
gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[huurder]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het door Vincio Wonen ten behoeve van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte overzicht van de actuele huurachterstand
- de mondelinge behandeling van 2 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Vincio Wonen verhuurt met ingang van 13 januari 2026 aan [huurder] de woning aan het adres [adres] in [woonplaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 911,35 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Vincio Wonen heeft [huurder] aangemaand op 14 april 2026 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Vincio Wonen heeft [huurder] bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3Het geschil
3.1.
Vincio Wonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.734,05 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Vincio Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Vincio Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurder] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
4.2.
Het voor de vordering relevante beding in artikel 13 van de algemene voorwaarden is getoetst en niet oneerlijk bevonden.
4.3.
[huurder] heeft erkend dat er een huurachterstand is die tot en met mei 2026 berekend is op een bedrag van € 2.734,05. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen. De door [huurder] aangevoerde omstandigheden (dat hij wacht op uitbetaling van een letselschadezaak) kunnen niet aan toewijzing van de vordering in de weg staan, omdat deze omstandigheden voor rekening en risico van [huurder] komen.
4.4.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Vincio Wonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.5.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
4.6.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand drie maanden. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling, waar [huurder] om hem moverende redenen niet is verschenen, is onweersproken gesteld dat de huurachterstand inmiddels is opgelopen en zes maanden bedraagt. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.7.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.8.
Vincio Wonen wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 911,35, te rekenen vanaf 1 juni 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.9.
Vincio Wonen maakt aanspraak op vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding (€ 482,08) is hoger dan het tarief dat is vermeld in de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. De vergoeding wordt daarom toegewezen tot het tarief dat in de aanmaning is vermeld, te weten een bedrag van
€ 330,83.
4.10.
De gevorderde wettelijke rente, die door het enkele betalingsverzuim verschuldigd wordt, ligt eveneens voor toewijzing gereed. Volgens artikel 6:119 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek is wettelijke rente over reeds verschenen wettelijke rente pas verschuldigd na verloop van een jaar. Nu niet is gesteld of gebleken dat de thans gevorderde rente (of welk deel daarvan) reeds over een vol jaar verschuldigd is, is de gevorderde rente over de reeds verschenen rente niet toewijsbaar.
4.11.
[huurder] wordt in het ongelijk gesteld en wordt daarom verwezen in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van Vincio Wonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
529,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.314,52
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [woonplaats] ,
5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Vincio Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Vincio Wonen,
5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Vincio Wonen:
- € 3.076,56, bestaande uit € 2.734,05 aan achterstallige huur tot en met mei 2026, € 11,68 aan vervallen wettelijke rente en € 330,83 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.064,88 vanaf 10 juni 2026 tot de dag van volledige betaling,
- € 911,35 per maand, behoudens huurverhogingen, vanaf 1 juni 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.314,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2026.
Productie 3 dagvaarding
Productie 2 dagvaarding
Artikel 6:265 BW
HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810 | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|