|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2025:7242 | | | | | Datum uitspraak | : | 11-12-2025 | | Datum gepubliceerd | : | 14-01-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | UTR 25/3856 | | Rechtsgebied | : | Socialezekerheidsrecht | | Indicatie | : | Weigering WIA-uitkering is terecht. Medische beoordeling is juist en de geduide funties zijn voor eiseres geschikt. Het beroep is ongegrond. | | Trefwoorden | : | tuinbouw | | | uitkering | | | | Uitspraak | RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3856
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder,
(gemachtigde: W.A. Postma).
Inleiding
Eiseres was voor haar werkloosheid werkzaam als cateringmedewerker voor gemiddeld 21,33 uur per week. Op 7 september 2021 heeft zij zich ziekgemeld in verband met gezondheidsklachten. Na twee jaar ziekte, verlengd met een nadien bekorte loonsanctie, heeft eiseres een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.
Met het besluit van 22 februari 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv de aanvraag afgewezen, omdat eiseres per 1 november 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet iemand minimaal 35% arbeidsongeschikt zijn.
Eiseres is het daar niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Met het besluit van 13 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv dat bezwaar ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering in stand gelaten.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 3 november 2025 op zitting behandeld. Eiseres was daarbij aanwezig. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Waar gaat deze zaak over?
1. Deze zaak gaat over de vraag of eiseres recht heeft op een WIA-uitkering. Daarbij gaat het om de gezondheidssituatie van eiseres op 1 november 2023, dat is de beoordelingsdatum.
2. Het Uwv vindt dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat zij op de beoordelingsdatum minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het Uwv heeft zich hierbij gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek.
3. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat de medische beoordeling inhoudelijk onjuist is en dat zij de geselecteerde functies niet kan verrichten.
Hoe toetst de rechtbank?
4. Aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht, moet de rechtbank beoordelen of het Uwv de WIA-aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Bij die beoordeling moet de rechtbank bekijken of het Uwv de regels uit de wet goed heeft toegepast. Daarbij is het zo dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, maar deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten de rapporten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, mogen deze geen tegenstrijdigheden bevatten en moeten de daarin getrokken conclusies voldoende begrijpelijk zijn.
5. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Bij de rechtbank werken namelijk geen artsen en de rechtbank kan zelf dus niet zomaar zeggen dat een verzekeringsarts een onjuiste medische conclusie heeft getrokken. Dit betekent dat hoe iemand zich zelf voelt zonder dat daar een medische onderbouwing voor is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.
Wat vindt eiseres?
6. Eiseres voert aan dat haar belastbaarheid niet juist is vastgesteld. Het Uwv heeft haar beoordeeld op haar beste moment. Zij heeft zich een week van te voren extreem rustig gehouden om ervoor te zorgen dat zij zich op het moment van de medische beoordeling goed voelde. Eiseres vindt dit niet eerlijk. Zij is al vier jaar bezig om ervoor te zorgen dat zij weer een beetje haar oude zelf wordt en weer de moeder kan zijn die zij hiervoor was. Eiseres stelt dat zij nu niet in staat is om te werken. De geselecteerde functies zijn volgens haar niet geschikt. Daarbij stelt eiseres dat mensen met PPPD en BPPD niets in hun oren kunnen verdragen. Verder kan zij niet met planten werken vanwege haar hooikoorts. Eiseres zou graag zien dat zij voor 100% wordt afgekeurd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
De medische beoordeling
7. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden om aan te nemen dat de medische beoordeling onjuist is. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 27 januari 2025 blijkt dat zij op de hoogte was van de door eiseres gestelde klachten en diagnoses, haar medische voorgeschiedenis en de beschikbare informatie uit de behandelende sector zoals van de neuroloog en de KNO-arts. Het is duidelijk dat eiseres mentale en lichamelijke klachten ondervindt. Op basis van de verkregen medische informatie, maar ook haar eigen onderzoeksbevindingen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in haar rapport duidelijk uitgelegd hoe zij tot haar beoordeling is gekomen en in hoeverre eiseres wel belast kan worden met werk. Daarbij ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening heeft gehouden met de combinatie van de verschillende klachten en aandoeningen. De rechtbank legt dat hierna verder uit.
8. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat eiseres onder andere bekend is met obesitas en duizeligheid PPPD (persisterende positionele perceptieduizeligheid), mogelijk in combinatie met BPPD (benigne paroxysmale positieduizeligheid), migraine en een somatoforme stoornis. Na de beoordelingsdatum, eind oktober 2024, kampt eiseres ook met problematiek aan de linker achillespees waarvoor zij fysiotherapie volgt. Ondanks de klachten van eiseres, is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij eiseres geen sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden, omdat zij niet voldoet aan de daarvoor geldende criteria. Voor de lichamelijke en mentale klachten van eiseres zijn er daarom in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 27 januari 2025 op verschillende items beperkingen aangenomen.
9. Voor de aandoeningen PPPD en BPPD zijn er door de primaire arts meerdere beperkingen aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een aantal van die beperkingen genuanceerd en nieuwe beperkingen toegevoegd. Zo is onder meer afleiding door activiteiten van anderen vanwege visuele hectiek, zoals een stationshal in de spits of fel gekleurde lampen, genuanceerd in die zin dat het inzetten van visuele afscherming volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep mogelijk is. Ook kan eiseres niet op grote hoogte werken en geen werkzaamheden verrichten met grote machines waarbij sprake is van evident veel en snel bewegende zichtbare onderdelen. De beperking voor het maken van hoofdbewegingen geldt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor hoogfrequente plotse extenderende hoofdbewegingen. Daarnaast moet voor het zitten tijdens werk enige vertreding mogelijk zijn zonder gedwongen zithouding. Verder zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep avonddiensten na 20.00 uur niet wenselijk, omdat eiseres rond 21:00 uur naar bed gaat en deze recuperatie ook nodig heeft voor de onderliggende medische problematiek. Er bestaat volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen indicatie om nog een extra beperking op werktijden aan te nemen. Voor wat betreft de migraine, stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiseres al sinds haar tienerjaren migraine heeft wat dus niet de reden kan zijn dat zij niet kan werken. Eiseres gebruikt hiervoor sinds jaren preventief en met succes Candesartan. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt eiseres met de aangenomen beperkingen zeker niet tekort gedaan, als er gekeken wordt naar het onderliggend medische beeld en de afwezige prangende behandelbehoefte.
10. Eiseres stelt dat de medische beoordeling heeft plaatsgevonden op het moment dat zij zich het best voelde. De rechtbank ziet hierin echter geen reden voor het oordeel dat onvoldoende beperkingen zijn aangenomen voor de bestaande klachten van eiseres per de beoordelingsdatum 1 november 2023. Daarbij betrekt de rechtbank dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij de beoordeling van de belastbaarheid tijdens de hoorzitting het dagverhaal van eiseres heeft betrokken, zoals dit zelf is beschreven door eiseres. Eiseres heeft tijdens de hoorzitting ook toegelicht dat het voelt alsof zij de hele dag op een boot in de storm zit en dat zij die klachten continue heeft, ook op dat moment. Verder heeft eiseres aangegeven dat zij goed wakker kan worden en een uur later door de duizeligheidsklachten gevloerd kan zijn. Bij stress en spanning verergeren de duizeligheidsklachten. De rechtbank is dus niet gebleken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een onvolledig beeld had van de medische situatie van eiseres. Eiseres heeft geen andere medische informatie ingebracht waaruit blijkt dat er te weinig beperkingen zijn aangenomen.
11. Hiermee wil de rechtbank niet zeggen dat er niets met eiseres aan de hand is. Integendeel, het is de rechtbank duidelijk dat eiseres forsere klachten ervaart dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen. Daarbij heeft eiseres op de zitting goed duidelijk kunnen maken welke impact de klachten op haar hebben gehad en nog steeds hebben. De rechtbank neemt haar daar ook serieus in, maar het hebben van klachten betekent nog niet dat er ook (ernstigere of meer) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen in de FML. Voor de vaststelling van arbeidsongeschiktheid is een diagnose of de beleving van klachten niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen. Alleen de medisch te objectiveren klachten en de beperkingen die daaruit voortvloeien zijn daarbij van belang. Uit de beschikbare medische informatie kan niet worden vastgesteld dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep met de FML van 27 januari 2025 onvoldoende beperkingen heeft aangenomen. De beroepsgrond over de medische beoordeling slaagt dus niet.
De arbeidskundige beoordeling
12. De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is gebaseerd op het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 8 mei 2025. Naar aanleiding van de FML van 27 januari 2025 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep na overleg met de verzekeringsarts bezwaar en beroep drie functies geselecteerd. Deze functies zijn: Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten), Medewerker postverzorging (intern) en Administratief ondersteunend medewerker.
13. Eiseres stelt dat zij de geselecteerde functies niet kan verrichten door het geluid dat zij vanwege de PPPD en BPPD niet kan verdragen. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat in de geselecteerde functies sprake is van machinegeluid en dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geadviseerd om gehoorbescherming te gebruiken. Volgens eiseres is dat echter niet mogelijk, omdat zij door het dragen van oordopjes een echo hoort die harder klinkt dan gewoon geluid.
14. De rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert geen reden om te oordelen dat de geselecteerde functies, gezien de belasting, voor haar niet geschikt zijn. Als uitgangspunt geldt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep moet uitgaan van de beperkingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML van 27 januari 2025 heeft vastgesteld. Hij kan daar niet zelf beperkingen aan toevoegen. In de FML is er geen beperking voor het gehoor aangenomen. Uit de aanwezige medische stukken blijkt verder niet dat er voor eiseres medische bezwaren bestaan tegen het dragen van oordopjes. Waar in de FML wel beperkingen zijn aangenomen, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd dat in de geselecteerde functies de aangenomen belastbaarheid niet wordt overschreden. Het Uwv heeft de drie geselecteerde functies dus aan de theoretische schatting van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag kunnen leggen.
15. Eiseres heeft ook nog gesteld dat de functie Medewerker tuinbouw niet geschikt is vanwege de hooikoorts. De rechtbank zal deze grond echter niet bespreken, omdat deze functie een reservefunctie betreft en niet is gebruikt voor de theoretische schatting.
Wat is de conclusie van de rechtbank?
16. De conclusie is dat het Uwv op basis van de geselecteerde functies juist heeft vastgesteld dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres minder is dan de vereiste 35% om voor een WIA-uitkering in aanmerking te komen. Het Uwv heeft de WIA-aanvraag van eiseres daarom terecht afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Azmi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|