Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2025:7847 
 
Datum uitspraak:03-12-2025
Datum gepubliceerd:21-04-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:11751401 UC EXPL 25-520 11751401 UC EXPL 25-520
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Eiser heeft een tweedehands auto gekocht van gedaagde. De auto blijkt een onjuiste kilometerstand te hebben. Eiser beroept zich op dwaling. De vorderingen worden toegewezen.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
koopovereenkomst
tarieven
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11751401 \ UC EXPL 25-5208 VL/58599


Vonnis van 3 december 2025


in de zaak van



[eiser]
,
wonend in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr L.D. Nijdam, werkzaam bij SMART Advocaten,

tegen



[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],
wonend in [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D.C. van den Heuvel.





1De procedure


1.1

[eiser] heeft [gedaagde] op 26 mei 2025 gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op 12 augustus 2025 schriftelijk op de dagvaarding gereageerd. Vervolgens heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald. Op 13 juni 2025 heeft [eiser] aanvullende producties overgelegd en heeft hij zijn eis vermeerderd.



1.2
De mondelinge behandeling heeft op 24 oktober 2025 plaatsgevonden. [eiser] was aanwezig en werd bijgestaan door mr. Nijdam. Ook mr [A] , werkzaam bij SMART Advocaten, was aanwezig. Namens [gedaagde] was de heer [B] , de vader van [gedaagde] , aanwezig. Hij werd bijgestaan door mr. Van den Heuvel. Partijen hebben antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter, op elkaar gereageerd en hun standpunten verder toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Tenslotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2 De kern van de zaak




2.1

[eiser] heeft op 1 april 2025 een Porsche 911 met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) gekocht van [gedaagde] voor de prijs van € 27.950,00. [eiser] heeft hiervoor zijn eigen auto ingeruild en € 3.750,00 bijbetaald. In de advertentie op Marktplaats.nl stond dat de auto een kilometerstand van 110.000 km had. Nadat [eiser] de auto had gekocht, kwam hij er achter dat de auto in 2018 al een kilometerstand van 316.685 km had. [eiser] heeft de koopovereenkomst tussen partijen daarom buitengerechtelijk vernietigd en wil dat [gedaagde] hem € 27.950,00 betaalt, vermeerderd met rente en verschillende kosten. [gedaagde] is het hier niet mee eens, omdat hij zelf ook niet wist dat de kilometerstand niet klopte. Volgens hem had [eiser] de kilometerstand vóór aankoop van de auto bij de RDW kunnen en moeten checken. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] toe.





3De beoordeling


De koopovereenkomst is tot stand gekomen onder invloed van dwaling



3.1
Een koopovereenkomst komt tot stand onder invloed van dwaling als de koper een verkeerde voorstelling van zaken heeft en de koper de koopovereenkomst niet (of onder andere voorwaarden) zou hebben gesloten als hij wel een juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad. Als de koper heeft gedwaald, dan kan de overeenkomst vernietigd worden (dat betekent dat ervan uitgegaan wordt dat de overeenkomst nooit heeft bestaan). Dat kan alleen als er sprake is van één van de drie in de wet genoemde situaties (kort gezegd: de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, de wederpartij heeft zijn spreekplicht geschonden of de wederpartij en de dwalende zijn beide van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgegaan). Daarbij mag geen sprake zijn van een uitsluitend toekomstige omstandigheid en moet de dwaling niet voor rekening van de dwalende behoren te komen.


Onjuiste inlichting van [gedaagde]




3.2
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] een onjuiste voorstelling van zaken had op het moment dat hij de auto van [gedaagde] kocht. [eiser] dacht namelijk dat de kilometerstand ongeveer 110.000 km was, terwijl dit in werkelijkheid meer dan 300.000 km was. De kantonrechter is van oordeel dat deze onjuiste voorstelling van zaken het gevolg is van inlichtingen die [gedaagde] heeft gegeven. Op de Marktplaatsadvertentie heeft [gedaagde] namelijk geadverteerd met een kilometerstand van 110.000 km en heeft [gedaagde] vermeld dat de auto in 2020 een motorrevisie heeft gehad bij een kilometerstand van 101.543 km. Van deze motorrevisie heeft [gedaagde] aan [eiser] een factuur overhandigd, waarop een kilometerstand van 101.543 km stond vermeld. Ook heeft [gedaagde] verschillende onderhoudsfacturen van de auto in de periode van 2019 tot en met 2022 overhandigd aan [eiser] , waarop steeds een kilometerstand van rond de 101.000 km stond vermeld. [eiser] mocht uitgaan van de juistheid van deze inlichtingen van [gedaagde] en hoefde daarom niet zelf onderzoek te doen naar de juistheid van de kilometerstand.



Bij een juiste voorstelling van zaken, had [eiser] de koopovereenkomst niet gesloten




3.3
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de koopovereenkomst niet – of in ieder geval niet onder dezelfde voorwaarden – had gesloten als hij vóór en/of ten tijde van de (ver)koop van de auto had geweten wat de werkelijk kilometerstand van de auto was. De kilometerstand – en zeker een verschil van 200.000 km – is namelijk van grote invloed op de waarde van de auto. Aan dit vereiste is dus voldaan.


Geen sprake van een uitsluitend toekomstige omstandigheid




3.4

[eiser] heeft gedwaald over de onjuiste kilometerstand van de auto. Dit is geen toekomstige omstandigheid. Aan dit vereiste is dus voldaan.


De dwaling komt niet voor rekening van [eiser]




3.5

[gedaagde] stelt dat [eiser] vóór de (ver)koop van de auto zelf bij het RDW de kilometerstand had kunnen nakijken. Dat [eiser] dit niet heeft gedaan, komt volgens [gedaagde] voor zijn eigen rekening en risico. [gedaagde] voert ook aan dat hij zelf ook niet wist dat de kilometerstand onjuist was; hij voert hiertoe dezelfde feiten en omstandigheden aan als waarop [eiser] een beroep doet, namelijk dat hij – vóór of op het moment dat hij de auto kocht van de vorige eigenaar – de factuur van de motorrevisie en de onderhoudsfacturen kreeg overhandigd, waarop de kilometerstand van circa 101.000 km stond vermeld. [gedaagde] heeft daarom niet zelf bij het RDW nagekeken of deze kilometerstand juist was; hij had geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de inlichtingen van de vorige eigenaar, aldus [gedaagde] .



3.6
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die ertoe leiden dat de dwaling voor rekening van [eiser] moet blijven. Dat [gedaagde] bij de aankoop van de auto destijds zelf niet de kilometerstand heeft nagekeken bij het RDW en daardoor onjuiste inlichtingen heeft gegeven aan [eiser] , komt voor zijn eigen rekening en risico. Het had van [gedaagde] als professionele in- en verkoper van auto’s mogen worden verwacht dat hij zelf wél onderzoek (bij de RDW) had gedaan naar de juistheid van de kilometerstand.



[eiser] heeft de koopovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd




3.7

[eiser] vordert een verklaring van recht dat hij de koopovereenkomst tussen partijen op 17 april 2025 buitengerechtelijk heeft vernietigd. Aangezien aan alle vereisten voor dwaling is voldaan heeft [eiser] de koopovereenkomst op 17 april 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijke vernietigd. De kantonrechter wijst deze vordering daarom toe.



3.8

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 27.950,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2025. Hij voert hiertoe aan dat partijen een (ver)koopprijs van € 27.950,00 zijn overeengekomen en hij in dat kader zijn eigen auto, een Mercedes C180, heeft ingeruild tegen de auto en een bedrag van € 3.750,00 heeft bijbetaald. [gedaagde] heeft dit niet betwist. Omdat [gedaagde] deze Mercedes inmiddels heeft verkocht, is het voor [gedaagde] niet meer mogelijk om de Mercedes aan [eiser] terug te geven. [eiser] baseert zijn vordering daarom op de koopprijs die partijen zijn overeengekomen.


3.9
De kantonrechter overweegt als volgt. Vernietiging van een overeenkomst heeft terugwerkende kracht tot het tijdstip waarop de overeenkomst is gesloten. De vernietiging heeft tot gevolg dat partijen zonder rechtsgrond hebben gepresteerd, waardoor zij over en weer vorderingen uit onverschuldigde betaling hebben verkregen.[eiser] moet daarom de auto teruggeven aan [gedaagde] en [gedaagde] zou in beginsel de ingeruilde Mercedes en het bedrag van € 3.750,00 aan [eiser] moeten teruggeven. [gedaagde] heeft bevestigd dat hij de Mercedes al heeft verkocht en deze dus niet meer aan [gedaagde] kan teruggeven. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] daarom tot betaling aan [eiser] van € 27.950,00. De gevorderde wettelijke rente wordt toewezen, maar met ingang van 2 mei 2025 omdat [gedaagde] met ingang van die datum in verzuim is met de betaling daarvan.



[gedaagde] moet de beslagkosten aan [eiser] vergoeden




3.10

[eiser] vordert, na vermeerdering van eis, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 739,15 aan beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2025. [eiser] voert hiertoe aan dat hij – vanwege het geschil tussen partijen – op 19 mei 2025 verlof heeft gekregen tot het leggen van conservatoir beslag op een deel van de handelsvoorraad van [gedaagde] ter waarde van € 36.335,00. [gedaagde] heeft dit niet betwist.



3.11
Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op:









- kosten deurwaardersexploten





408,15







- griffierecht





331,00







- salaris gemachtigde





543,00


(1 punt x € tarief 543,00)




Totaal





1.282,15








Omdat [eiser] om hem moverende redenen de vordering om [gedaagde] in de beslagkosten te veroordelen heeft beperkt tot een bedrag van € 739,15, wordt [gedaagde] veroordeeld om dit bedrag aan beslagkosten aan [eiser] te betalen.



3.12
De over de beslagkosten gevorderde wettelijke rente wordt toewezen, omdat [gedaagde] tegen deze vordering als zodanig niets heeft aangevoerd.



[gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen




3.13
De door [eiser] gevorderde vergoeding van € 1.054,50 oor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden is toewijsbaar. Dit is het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: Besluit) genoemde tarief dat bij toewijzing van een hoofdsom van € 27.950,00 redelijk wordt geacht. Hoewel het Besluit niet direct van toepassing is omdat geen sprake is van een vordering die voortvloeit uit een overeenkomst, worden de daarin genoemde tarieven door de kantonrechter redelijk geacht. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De hierover gevorderde wettelijke rente wordt toewezen, omdat [gedaagde] tegen deze vordering als zodanig niets heeft aangevoerd.



[gedaagde] moet de proceskosten betalen




3.14

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat hij zijn eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] aan hem moet betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding





144,07







- griffierecht





401,00*







- salaris gemachtigde





1.086,00


(2 punten × € 543,00)




- nakosten





135,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





1.766,07









* Dit bedrag aan geheven griffierecht is het verschil tussen € 732,00 dat in beginsel als griffierecht voor een bodemzaak wordt geheven minus € 331,00 dat aan griffierecht is geheven voor de verzoekschriftprocedure voor het mogen leggen van het door [eiser] gewenste conservatoire beslag.



3.15
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals in de beslissing vermeld.


Uitvoerbaar bij voorraad




3.16
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





4De beslissing

De kantonrechter:


4.1
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen op 17 april 2025 buitegenrechtelijk is vernietigd,



4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] € 27.950,00 te betalen , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 2 mei 2025 tot het moment dat het volledige bedrag is betaald,



4.3
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] € 739,15 aan beslagkosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 26 mei 2025 tot het moment dat het volledige bedrag is betaald,



4.4
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] € 1.054,50 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld artikel 6:119 BW vanaf 26 mei 2025 het moment dat het volledige bedrag is betaald,




4.5
veroordeelt [gedaagde] in de kosten; hij moet de proceskosten van [eiser] van € 1.766,07, aan hem betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.6
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,



4.7
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad met uitzondering van wat onder 4.1. staat,



4.8
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.



Zie artikel 6:228 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).


Productie 9 bij dagvaarding.


Artikel 3:53 lid 1 BW.


Artikel 6:203 BW.


Artikel 3:53 lid 2 BW.


Dit is de 15e dag na de datum van de brief van 17 april 2025. Zie productie 9 bij dagvaarding voor de door [eiser] gestelde betalingstermijn.


Producties 15 tot en met 22 van [eiser] .


Zie artikel 237 lid 1 eerste volzin Rv.


Zie artikel 233 Rv
Link naar deze uitspraak