Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2025:7860 
 
Datum uitspraak:10-12-2025
Datum gepubliceerd:21-04-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:11514405 UC EXPL 25-781
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Vonnis na descente. Geen gebrekkige zaak. Geen onrechtmatige daad.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11514405 \ UC EXPL 25-781


Vonnis van 10 december 2025


in de zaak van



[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. N. Claassen,

tegen



[gedaagde] , HANDELEND ONDER DE NAAM [handelsnaam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
gemachtigde: mr. A. Doruk.





1De verdere procedure


1.1
Op 14 mei 2025 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen. Daarin is beslist dat in het bijzijn van partijen en hun gemachtigden ter plaatse van het [adres] in [plaats] een plaatsopneming en bezichtiging zal worden gehouden. Dit is gebeurd op
9 oktober 2025. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. Partijen zijn daarna in de gelegenheid gesteld om een akte uitlating na descente te nemen. Partijen hebben deze akte genomen.



1.2
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.





2De kern van de zaak


2.1
Op 7 februari 2020 is [eiseres] gevallen bij een bezoek aan [handelsnaam] . Volgens [eiseres] is zij uitgegleden over de trap bij de jacuzzi (hierna: de trap). [eiseres] is bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat de trap gevaarzettend is. Zij is niet in deze bewijsopdracht geslaagd. Daarom zullen haar vorderingen worden afgewezen.







3De beoordeling


3.1
De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 14 mei 2025.


Het juridisch kader




3.2
Volgens [eiseres] is de trap een gebrekkige opstal, zoals bedoeld in artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Tijdens de descente is vastgesteld dat de trap niet duurzaam met de grond is verenigd, zodat artikel 6:174 BW niet van toepassing is. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [eiseres] op die manier dat zij mede een beroep heeft willen doen op artikel 6:173 BW, aansprakelijkheid voor roerende zaken, en zal ambtshalve deze rechtsgrond aanvullen.



3.3
Artikel 6:173 BW bepaalt dat een bezitter van een roerende zaak, waarvan bekend is dat zij, als deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, een bijzonder gevaar voor personen of zaken oplevert, in beginsel aansprakelijk is, als dit gevaar zich verwezenlijkt.



3.4
Bij de beantwoording van de vraag of de zaak niet de veiligheid bood die onder de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht, spelen zowel veiligheidsnormen als aan de bezitter van de zaak te stellen zorgvuldigheidsnormen een rol. Daarom is de vraag of de trap van de jacuzzi gebrekkig is, gerelateerd aan de vraag of [handelsnaam] een zorgplicht heeft geschonden en daardoor onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW.


De trap is niet gebrekkig en [handelsnaam] heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres]




3.5
Tijdens de descente heeft de kantonrechter de trap bekeken. Daarbij is vastgesteld dat de trap gemaakt lijkt te zijn van kunststof en dat de treden stroef aanvoelen, ook als deze nat zijn gemaakt en er meer druk op wordt gezet. Anders dan door [eiseres] wordt gesteld, biedt de trap daardoor voldoende weerstand tegen uitglijden en voldoet de trap daarmee aan de eisen die men daaraan mag stellen. Dit geldt temeer, omdat tussen partijen vaststaat dat je vanuit zittende positie op de rand van de jacuzzi op de trap stapt. Daarom is het niet gevaarzettend dat de trap geen trapleuning heeft. [eiseres] heeft verder verwezen naar artikel 3.22 en 4.28 van het Bouwbesluit waarin regels staan over trappen. Omdat de trap geen bouwwerk is als bedoeld in het Bouwbesluit, zijn deze regels daarop niet van toepassing. [eiseres] kan daar dan ook geen geslaagd beroep op doen. Dit alles maakt dat niet kan worden vastgesteld dat de trap een gebrekkige zaak is. Ook heeft [handelsnaam] door het plaatsen van de trap geen gevaarzettende situatie in het leven geroepen. De conclusie is daarom dat [handelsnaam] niet onzorgvuldig of onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. Van aansprakelijkheid van [handelsnaam] is geen sprake.



3.6
Bovendien is niet gebleken dat [eiseres] daadwerkelijk is uitgegleden op de trap. Volgens [handelsnaam] is [eiseres] namelijk uitgegleden op de vloer toen zij achter haar kleinkind aan rende. Dat [eiseres] is gevallen tijdens haar bezoek aan [handelsnaam] staat wel vast. Deze val en de vervelende gevolgen die dit voor [eiseres] heeft gehad en heeft, zijn te wijten aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden. [handelsnaam] is daar niet voor aansprakelijk.


Conclusie ten aanzien van de vorderingen




3.7
De vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen.


Proceskosten




3.8

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [handelsnaam] worden begroot op:









- salaris gemachtigde





833,00


(3,5 punten × € 238,00)




- nakosten





119,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





952,00











3.9
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





4De beslissing

De kantonrechter


4.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af;



4.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 952,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;



4.3
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;



4.4
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.

43001
Link naar deze uitspraak