Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2025:7956 
 
Datum uitspraak:02-10-2025
Datum gepubliceerd:27-05-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:UTR 23/4391 T
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Tussenuitspraak, woo-verzoek, zoekslag onvoldoende gemotiveerd
Trefwoorden:landbouw
landbouw, natuur en voedselkwaliteit
 
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/4391 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. O.S. Pluimer),

en

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister
(gemachtigde: mr. S. van der Waal).




Procesverloop

1. Op 19 januari 2021 heeft eiser een verzoek ingediend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Hierbij heeft hij onder meer verzocht om alle relevante correspondentie tussen de autoriteiten van Tsjechië, te weten de “Ustav pro hospodáiskou upravu lesti" (UHUL), en de NVWA over hout dat in strijd met de EUTR op de Europese markt is gebracht, zoals genoemd in de brief van de NVWA met referentienummer 2020/5876 openbaar te maken.

2. Op grond van artikel 365, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft de minister deze aanvraag op 27 september 2021 afgewezen. De gevraagde informatie zou namelijk deel uitmaken van een strafdossier dat volgens het Openbaar Ministerie (OM) aan de strafrechter zal worden voorgelegd. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In het besluit van 2 maart 2022 heeft de minister het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Hiertegen is eiser in beroep gegaan.

3. Op 15 december 2022 heeft de rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaard. Hierbij heeft de rechtbank de minister opgedragen om een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen met inachtneming van het volgende. De minister heeft de verplichting om te onderzoeken of de gevraagde informatie onder hem berust. Bovendien dient de minister voldoende inzichtelijk te maken hoe er naar de gevraagde informatie is gezocht. Met andere woorden de minister dient een zoekslag uit te voeren en uiteen te zetten hoe deze heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft de minister daarvoor een termijn van zes weken gegeven.

4. Op 27 juli 2023 heeft de minister de nieuwe beslissing op het bezwaar van eiser genomen (het bestreden besluit). Hierbij is het bezwaar van eiser gegrond verklaard en zijn er elf documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Eiser is tegen dit besluit in beroep gegaan omdat de minister de zoekslag onvoldoende heeft gemotiveerd en er meer documenten zouden moeten zijn. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

5. De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2025 op een zitting behandeld. Tijdens de zitting heeft de minister erkend dat kijkend naar de jurisprudentie de zoekslag niet voldoende is toegelicht. De zaak is daarom aangehouden en er is afgesproken dat de minister de zoekslag schriftelijk nader zal toelichten en dat eiser de gelegenheid krijgt om te reageren op deze toelichting. Daarbij is verzocht om met elkaar in contact te treden om er samen uit te komen.

6. De minister heeft op 18 februari 2025 een nadere toelichting gegeven op de zoekslag. Hieruit bleek dat een inspecteur van de NVWA in haar mailbox heeft gezocht naar de gevraagde documenten. Eiser heeft hierop bij brief van 14 maart 2025 gereageerd, waarbij hij zich op het standpunt stelt dat de zoekslag nog steeds onvolledig is.

7. Op 15 april 2025 hebben partijen telefonisch contact gehad en afgesproken dat de minister de aanvullende vragen van eiser ten aanzien van de zoekslag binnen de NVWA zou uitzetten met als resultaat het e-mailbericht van 20 mei 2025. In dit bericht is de mededeling van de inspecteur opgenomen dat zij niets in haar telefoon heeft staan en zij ook geen fysieke documenten heeft. De inspecteur merkt verder op dat er geen andere zaken zijn geweest met de Tsjechische autoriteiten, anders dan die van eiser. Alle e-mailberichten heeft zij aangeleverd, waarbij zij vermeld dat er niet meer documenten zijn. Over de zoekslag is opgemerkt dat geen aanvullende informatie is aangetroffen.

8. Eiser heeft in reactie hierop aangegeven dat de zoekslag nog steeds niet voldoende is gemotiveerd en toegelicht. Volgens eiser is onduidelijk of de inspecteur heeft gezocht buiten haar mailbox, op haar lokale harde schijf van haar computer dan wel de haar ter beschikking staande digitale computeromgeving. Als deze zoekslag niet is gemaakt, verzoekt eiser dit alsnog te doen. Als deze zoekslag wel is gemaakt, wil eiser hierover een nadere toelichting ontvangen. Eiser wijst er verder op dat een toelichting op de zoekslag die onder andere medewerkers van de NVWA is uitgevoerd, ontbreekt. Het is onduidelijk bij wie is gezocht, in welke bronnen/vindplaatsen/systemen er is gezocht en met welke zoektermen.

9. De minister heeft geconcludeerd dat partijen er gezamenlijk niet uit gaan komen. Eiser heeft daarop aangegeven graag een nadere zitting te willen. De rechtbank heeft daarom het beroep op 3 september 2025 verder op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.



Verhandelde ter zitting

10. Voor de zitting is een zittingsagenda opgemaakt, waarmee de rechtbank tot uitdrukking heeft willen brengen welke vragen over de zoekslag nog beantwoording behoeven.
11. Tijdens de zitting heeft de minister een e-mailbericht van de inspecteur overgelegd waarin staat dat zij in de cloud heeft gezocht op het persoonlijke deel waar zij toegang toe heeft en in het deel waar de collega’s met de expertise natuur toegang toe hebben. Dit heeft geen relevante documenten opgeleverd. Ook heeft zij meegedeeld dat zij vanuit haar expertise de enige is die bij de zaak betrokken is geweest. Zij heeft de bezoeken aan Brussel gedaan en in de werkgroep de contacten gehad met de Tsjechische collega’s. De inspecteurs van de inspectie hebben – anders dan op het strafrechtelijk onderzoek na – geen contact gehad met de Tsjechische autoriteiten. Over de vraag hoe en in welke systemen er is gezocht bij andere medewerkers van de NVWA, verwijst de minister naar het bestreden besluit onder de mededeling dat de medewerkers die deze zoekslag hebben uitgevoerd, zijn vertrokken. Dit betekent dat over deze zoekslag niet meer duidelijkheid kan worden gegeven.

12. Eiser voert aan dat de minister nog steeds ontoereikend heeft gemotiveerd op welke wijze er is gezocht naar de verzochte documenten. Het is namelijk nog steeds niet duidelijk of en welke zoekslag is verricht bij de andere medewerkers van de NVWA. Alleen over de zoekslag bij de inspecteur is duidelijkheid gegeven en dit is niet voldoende. Omdat er geen documenten openbaar zijn gemaakt die als basis kunnen dienen voor het rapport van de inspecteur van 8 juli 2019, is duidelijkheid over de zoekslag essentieel. Eiser heeft uiteengezet dat het hem onaannemelijk lijkt dat het rapport van 8 juli 2019 tot stand is gekomen op basis van een PowerPoint en een gesprek bij de koffieautomaat in Brussel. Het kan zijn dat informatie mondeling is doorgegeven en dat er niet meer documenten zijn, maar eiser wil dit pas geloven als de zoekslag volledig en volgens de regels zoals neergelegd in de jurisprudentie is uitgevoerd. Uit de resultaten van een volgens de regels uitgevoerde zoekslag moet blijken dat er niet meer documenten zijn en hierover dient inzicht te worden verschaft.



Beoordeling door de rechtbank

13. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt dat bij besluiten over de openbaarmaking van documenten op grond van de Woo, het bestuursorgaan voldoende inzichtelijk moet maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Bovendien moet deze zoekslag zorgvuldig zijn. Het bestuursorgaan kan dit bewerkstelligen door bijvoorbeeld te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar die documenten in de systemen, welke specifieke opdracht de medewerkers hebben meegekregen en welke selectie deze personen hebben gemaakt. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het standpunt van de minister dat er niet meer documenten onder hem berusten, is de wijze waarop het onderzoek c.q. de zoekslag is verricht van belang.

14. De rechtbank stelt vast dat na herhaalde verzoeken nog steeds geen volledig inzicht is gegeven in de zoekslag zoals die blijkens het bestreden besluit zou zijn uitgevoerd. De minister heeft zich enkel tot de betrokken inspecteur gewend voor een nadere verduidelijking van de door haar uitgevoerde zoekslag, maar heeft de zoekslag zoals die blijkens het bestreden besluit is uitgevoerd binnen het Team Natuur en Gewasbescherming niet verder toegelicht. De minister is er op gewezen dat hiermee niet wordt voldaan aan de eisen die de jurisprudentie aan een zoekslag stelt. De stelling dat er niet meer documenten zijn, moet blijken uit de wijze waarop de zoekslag is uitgevoerd en de resultaten die dat heeft opgeleverd. Een mededeling van de inspecteur hierover is onvoldoende.

15. Dat de inspecteur binnen de NVWA de enige is geweest met contacten met de Tsjechische autoriteiten en dat zij daarom de enige is waar documenten over dit onderwerp berusten, moet ook blijken uit de resultaten van de zoekslag die onder de betrokken medewerkers is uitgevoerd. Ook op dit punt geldt dat de enkele mededeling van de inspecteur hierover onvoldoende is. Onder betrokken medewerkers wordt in dit geval verstaan alle medewerkers van de afdeling (of afdelingen) waar het aan de orde zijnde onderwerp voor de afhandeling thuishoort.

16. Het bestreden besluit is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb, omdat niet blijkt van een op juiste wijze uitgevoerde zoekslag omdat een toelichting daarop ontbreekt. Op de zitting is meegedeeld dat over de zoekslag geen verder inzicht meer kan worden gegeven, omdat de medewerkers die deze zoekslag hebben uitgevoerd niet meer bij de NVWA werkzaam zijn. Dit heeft tot gevolg dat de minister een nieuwe zoekslag zal moeten uitvoeren, waarop hij vervolgens wél afdoende toelichting kan geven.
Bestuurlijke lus

17. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid het vastgestelde gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen en doet een tussenuitspraak.

18. De rechtbank stelt in dit verband vast dat eiser op 9 januari 2021 een aanvraag heeft ingediend en dat eiser tot nu toe nog steeds geen volledige duidelijkheid heeft verkregen over de uitgevoerde zoekslag met als gevolg dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de NVWA over niet meer documenten beschikt en dat de bij eiser bestaande onzekerheid daarover blijft bestaan. De minister heeft meerdere malen de gelegenheid gehad de gebreken te herstellen en de minister is in laatste instantie ook welwillend geweest om te onderzoeken of er niet meer documenten aanwezig zijn, maar heeft daarbij onvoldoende onderkend dat niet kon worden volstaan met een uitvraag bij de inspecteur.

19. Het is gelet op de onder 18 beschreven situatie van belang dat de procedure met het nemen van een nieuw besluit eindigt. Hiervoor is nodig dat een nieuwe zoekslag op zorgvuldige wijze wordt uitgevoerd. De rechtbank ziet aanleiding om als hulpmiddel concrete aanwijzingen hiervoor mee te geven. Een aanwijzing is bijvoorbeeld om de zoekslag uit te laten strekken tot documenten die zijn verwijderd en/of zich bevinden in back-upsystemen. De rechtbank geeft dit in overweging om te voorkomen dat onzekerheid over aanwezige documenten bij eiser blijft bestaan en om de kans op het beëindigen van deze procedure te vergroten. Deze kans wordt vergroot als er ‘breed’ wordt gezocht. Onderstaande aanwijzingen moeten in het licht van het vorenstaande worden bekeken, waarbij het nog steeds de verantwoordelijkheid van de minister is om naar bevind van zaken en binnen de mogelijkheden die er zijn, de zoekslag zorgvuldig uit te voeren en daarin gemotiveerde keuzes te maken. De rechtbank geeft daarbij ook in overweging om een informatiespecialist te betrekken bij de uitvoering van de zoekslag.
Aanwijzingen

20. De minister kan het bestreden besluit herstellen door opnieuw een zoekslag te (laten) verrichten, waarbij allereerst de beantwoording van de volgende vragen van belang zijn:



Welke afdelingen binnen de NVWA houden zich bezig met het onderwerp van het Woo-verzoek?


Zijn er nog andere afdelingen waar informatie over dit onderwerp kan berusten?



Vervolgens dient de zoekslag te worden uitgevoerd waarvoor de rechtbank de volgende aanwijzingen geeft:


De zoekslag uit te zetten bij alle medewerkers die werkzaam zijn binnen de afdeling(en) hierboven onder i en ii vermeld;


Het onderzoek onder alle medewerkers eenduidig te laten plaatsvinden met dezelfde vragen en zoektermen en de inspecteur daarbij opnieuw mee te nemen. Dit laatste niet alleen vanwege de eenduidigheid en het uitvoeren van eenzelfde onderzoek onder alle medewerkers, maar ook omdat in de door de inspecteur opgestelde e-mailberichten niet blijkt of zij ook heeft gezocht met de aan haar voorgelegde zoektermen.


Voor de te hanteren zoektermen verwijst de rechtbank naar de brief van de advocaat van 14 maart 2025 (pagina 3); Deze zoektermen heeft de minister ook aan de inspecteur voorgelegd, waarbij de rechtbank er vanuit gaat dat zij deze termen ook relevant acht.


Uit de bevindingen van de zoekslag laten blijken in welke systemen is gezocht, waarbij de rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling. De rechtbank geeft in overweging om de zoekslag te laten uitstrekken tot verwijderde items en back-upsystemen die al dan niet met behulp van een ICT-specialist geraadpleegd kunnen worden. Ook kan het nodig zijn om telefoons te laten onderzoeken op aanwezigheid van documenten als blijkt dat er een medewerker is die betrokkenheid heeft bij het aan de orde zijnde onderwerp.




Concluderend en samenvattend


21. De minister moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als de minister gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de minister. In de situatie dat de minister de hiervoor vermelde termijn van twee weken ongebruikt laat verstrijken, kan de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

22. De rechtbank ziet geen aanleiding om het verzoek van eiser om een dwangsom op te leggen ten behoeve van het tijdig nemen van een besluit toe te wijzen. De rechtbank gaat er van uit dat de minister er alles aan zal doen om binnen de mogelijkheden die hem ter beschikking staan tijdig een besluit te nemen. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de minister dit niet zal doen.

23. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat de rechtbank over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.



Beslissing

De rechtbank:
- draagt de minister op binnen twee weken na verzending van de tussenuitspraak de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt de minister in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2025.





(De griffier is verhinderd de uitspraak


mede te ondertekenen).










griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:








Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.



Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in plaats getreden van de Wob.


De Tsjechische tegenhanger van de NVWA.


De uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 15 december 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:6275.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1675.


artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb


artikel 8:80a van de Awb


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:480 en hoe in de voorliggende zaak is gezocht.


artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb
Link naar deze uitspraak