|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2026:1751 | | | | | Datum uitspraak | : | 30-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 30-04-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | UTR 25/5517 | | Rechtsgebied | : | Bestuursprocesrecht | | Indicatie | : | Intrekking met pkv | | Trefwoorden | : | landbouw | | | | Uitspraak | RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5517
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen
Stichting House of Animals Foundation, gevestigd te Utrecht, verzoekster
(gemachtigde: mr. H. van Drunen),
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 25 september 2025, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Verweerder heeft op 25 november 2025 alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft op 24 december 2025 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
5. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.
De griffier is buiten staatte ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|