Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:7631 
 
Datum uitspraak:13-05-2026
Datum gepubliceerd:04-11-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:25/850
Rechtsgebied:Omgevingsrecht
Indicatie:Omgevingswet, aanvraag omgevingsvergunning voor het aanpassen van de gevel van een woning. De rechtbank, hoewel om andere redenen dan het college, is van oordeel dat de aanvraag van eiser niet onder de categorie van sneltoetscriteria valt en dat het college daarom de aanvraag terecht heeft getoetst aan de algemene criteria van de welstandsnota. Het college heeft de welstandsadviezen aan haar oordeel ten grondslag mogen leggen.
Trefwoorden:agrarisch
omgevingsvergunning
 
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/850


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen




[eiser] , uit [plaats] , eiser,
(mr. S.P.M. Schaap)

en



het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, verweerder
(gemachtigde: G. Topper).




Inleiding


1.1
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het college om de door hem aangevraagde omgevingsvergunning voor het aanpassen van de gevel van de woning op het adres [adres] in [plaats] , te weigeren vanwege strijd met redelijke eisen van welstand. Aan de weigering is een negatief welstandsadvies ten grondslag gelegd. Zowel eiser als het college hebben een second opinion opgevraagd.



1.2
Eiser is het niet eens met de weigering en heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 19 december 2024 (het bestreden besluit) is het college bij de weigering gebleven. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3
De rechtbank heeft het beroep 1 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van het college, de gemachtigde van eiser, eiser, vergezeld door zijn partner [A] en [B] (architect van de woning).





Overwegingen


2.1
Partijen zijn het erover eens dat voor het aanpassen van de gevel van de woning een omgevingsvergunning nodig is op grond van het omgevingsplan van de gemeente Dronten. Voor de beoordeling van de aanvraag is onder andere van belang of het uiterlijk van het bouwwerk, in dit geval de voorgevel, voldoet aan de redelijke eisen van welstand beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Partijen zijn het er ook over eens dat de locatie van de woning zich bevindt in het gebied dat in de welstandsnota onder de ‘Open polderzone’ valt. In dit deelgebied geldt een minimaal welstandsregime, wat betekent dat volstaan kan worden met het in standhouden van de basiskwaliteit.



2.2
In de welstandsnota zijn twee categorieën van toetsingscriteria opgenomen. De sneltoetscriteria, bedoeld voor de beoordeling van veelvoorkomende kleine bouwwerken, en de algemene criteria, bedoeld voor de beoordeling van meeromvattende bouwplannen. Het belangrijkste punt dat partijen verdeeld houdt, is onder welke categorie van toetsingscriteria de aanvraag om de omgevingsvergunning valt.



2.3
Aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordeelt de rechtbank of het college de aanvraag aan de juiste toetsingscriteria heeft getoetst en de omgevingsvergunning terecht heeft geweigerd.


Standpunt van eiser




3.1
Eiser stelt zich op het standpunt dat het college ten onrechte de aanvraag heeft getoetst aan de algemene criteria van de welstandnota. Uit de welstandsnota blijkt namelijk dat de sneltoetscriteria van toepassing zijn op kozijn- en gevelwijzigingen en in deze zaak gaat het om een gevelwijziging. De sneltoetscriteria zijn beperkt van aard en daarom had het college zijn welstandsoordeel over het bouwplan, en hadden ook de adviezen van de welstandscommissies Het Oversticht en de adviescommissie van de Omgevingskwaliteit Almere, enkel gebaseerd mogen worden op de sneltoetscriteria voor gevelwijzigingen:




“de samenhang en ritmiek in de straatwand worden niet worden verstoord;




de gevel van de begane grond en verdieping blijven samenhangend.”





Door de toepassing van de algemene criteria heeft het college zijn toetsingsbevoegdheid overschreden. Ook uit het positieve advies van [deskundige] , dat eiser als second opinion heeft opgevraagd, blijkt volgens eiser dat het bouwwerk onder de sneltoetscriteria valt. [deskundige] heeft voor de beoordeling namelijk gekeken naar de ritmiek van de gevel, zoals de sneltoetscriteria voorschrijven, en heeft daarover in het advies opgenomen dat “de gevelaanzichten evenwichtig zijn van indeling en verhouding en de opmaak van gevel en dak zijn passend in de omgeving te beschouwen”.



3.2
Bovendien, zo stelt eiser, is in onderhavig deelgebied sprake van een minimaal welstandsregime, waarbij de beoordeling beperkt moet blijven tot instandhouding van de basiskwaliteit. Het uitsluiten van een architectuurstijl, zoals in dit geval de neoclassicistische stijl, gaat te ver en hoort alleen thuis binnen de beoordeling van gebieden waar een bijzonder welstandsniveau geldt. Daarnaast stelt eiser dat het college in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel omdat in hetzelfde deelgebied andere woningen met afwijkende stijlen van de jaren 60 en 70 wel zijn toegestaan. Om zijn standpunt te onderbouwen heeft eiser foto’s overgelegd van voorgevels van andere woningen.




Standpunt van het college




4.1
Het college stelt zich op het standpunt dat de gevelwijziging niet onder de sneltoetscriteria valt omdat de sneltoetscriteria zijn bedoeld voor incidentele of enkelvoudige kozijn- of gevelwijzigingen aan een bestaande gevel. Onderhavige aanvraag gaat om wijziging van een geheel gevelbeeld en is daarmee omvangrijker dan de sneltoetscriteria toelaten. Uit de tekst van de welstandsnota blijkt volgens het college dat de sneltoetscriteria bedoeld zijn voor enkelvoudige kozijn- of gevelwijzigingen:


“Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij het veranderen of (ver)plaatsen van een kozijn, kozijnvulling, luik, gevelpaneel of erker. Omdat de opbouw en indeling van de gevel een belangrijk onderdeel is van de architectonische vormgeving van het gebouw en/of de straatwand moeten ook de kozijn- of gevelwijzigingen zorgvuldig worden ingepast. In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoord door incidentele kozijn- of gevel wijzigingen. Vooral een kozijn- of gevelwijziging in de voorgevel of zijgevel als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar groen vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij het karakter


van het hoofdgebouw en de karakteristiek van de omgeving.”





4.2
Het college heeft zich voor de beoordeling van de aanvraag dus gebaseerd op de algemene toetsingscriteria uit de welstandsnota en is op basis daarvan met het bestreden besluit bij de weigering van de omgevingsvergunning gebleven. De aanvraag voldoet volgens het college niet aan de redelijke eisen van welstand omdat de gevelwijziging niet aan de 6 algemene criteria voldoet en daarom het minimaal vereiste rapportcijfer 6 niet behaalt. Het plan voor de voorgevel is vanwege de gebruikte stijlelementen met historische verwijzingen beoordeeld als zowel niet passend in de omgeving als niet passend binnen het criterium associatieve betekenissen. Dat is ook bevestigd in het negatieve welstandsadvies van welstandscommissie Het Oversticht en in het negatieve advies van de adviescommissie van de Omgevingskwaliteit Almere, bij wie het college een second opinion heeft opgevraagd. Zo heeft Het Oversticht in het advies het volgende opgenomen: “dit bouwplan mist naar het oordeel van de commissie een begrijpelijke en overtuigende relatie met het polderlandschap en de situering van het plan op de hoek van een eigentijds agrarisch erf.” En heeft de adviescommissie van de Omgevingskwaliteit Almere in het advies opgenomen dat: “De eclectische verzameling stijlkenmerken heeft geen relatie met het landschap van de polder en de architectuur die daar gebouwd is.” Het college heeft geen doorslaggevende betekenis toegekend aan het advies van [deskundige] omdat hij de adviezen van de adviescommissie van de Omgevingskwaliteit Almere en het Oversticht begrijpelijker vond. De conclusies vloeien logischerwijs voort uit de beoordeling van het bouwplan in relatie tot zijn omgeving. Er is volgens het college daarnaast geen sprake van uitsluiting van een bepaalde architectuurstijl omdat elk bouwplan op zijn eigen verschijningsvormen wordt beoordeeld en er wordt bekeken in hoeverre oude stijlvormen passend zijn als verbeelding van nieuwe maatschappelijke oriëntaties en realiteiten. Ten aanzien van de door eiser overgelegde foto’s waaruit moet blijken dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel, stelt het college zich op het standpunt dat geen van voorgevels op de foto’s in haar verschijningsvorm vergelijkbaar is met het bouwplan van eiser.


Het oordeel van de rechtbank




5.1
Voor het antwoord op de vraag of onderhavige gevelwijziging beoordeeld moet worden aan de hand van de sneltoetscriteria of de algemene criteria, is de tekst van de welstandsnota leidend. Onder het kopje “Kozijn- en gevelwijzigingen” in het hoofdstuk over de sneltoetscriteria staat het volgende opgenomen:


“Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij het veranderen of (ver)plaatsen van een kozijn, kozijnvulling, luik, gevelpaneel of erker.”


De rechtbank is van oordeel dat het bouwplan van eiser meeromvattend is dan wat kan worden verstaan onder ‘het veranderen of verplaatsen van een kozijn of gevelpaneel’. De aanvraag van eiser ziet namelijk op onder andere het wijzigen van het metselwerk, de plaatsing van een middenrisaliet met een puntdakconstructie en het plaatsen van luiken. De wijzigingen van het metselwerk zien niet op een gevelpaneel maar hebben betrekking op de gehele voorgevel. Verder worden ook wijzigingen aangebracht aan het dak. De rechtbank stelt vast dat als deze wijzigingen aan de achterkant of de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant van de woning zouden worden aangebracht, deze ook niet vergunningsvrij zouden zijn geweest. De rechtbank merkt overigens op dat het niet doorslaggevend is of hier sprake is van een al bestaande gevel of het feit dat geen sprake is van een incidentele wijziging aan de gevel. Dit betekent dat de rechtbank, hoewel om andere redenen dan het college, van oordeel is dat de aanvraag van eiser niet onder de categorie van sneltoetscriteria valt. De beroepsgrond slaagt niet.



5.2
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het college de aanvraag terecht heeft getoetst aan de algemene criteria van de welstandsnota. Het college heeft zich voor de beoordeling mogen baseren op de adviezen van de welstandscommissie Het Oversticht en de adviescommissie van de Omgevingskwaliteit Almere. Uit vaste rechtspraak volgt dat het college mag afgaan op een welstandsadvies, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Het overnemen van een welstandsadvies hoeft in beginsel geen nadere toelichting, tenzij een advies van een ander deskundig te achten persoon of instantie wordt overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college voldoende toegelicht waarom zij geen doorslaggevende betekenis heeft gegeven aan het advies van [deskundige] . Ook wat eiser verder heeft aangevoerd, biedt geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de opgevolgde welstandsadviezen, de begrijpelijkheid van de in de adviezen gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. Daar voegt de rechtbank aan toe dat, anders dan eiser stelt, uit het advies van [deskundige] niet volgt dat [deskundige] de focus heeft gelegd op de sneltoetscriteria. Zo is in het advies van [deskundige] ook het volgende opgenomen: “de woning kent enige historische referenties die in relatie tot de omgeving als atypisch kunnen worden gekenschetst, toch kent de algehele beeldtaal van de woning niet en sterke historische referentie.” Daaruit leidt de rechtbank af dat [deskundige] ook de algemene criteria heeft meegenomen in de beoordeling, alleen komt zij tot een andere waardering van het bouwplan dan Het Oversticht en de adviescommissie van de Omgevingskwaliteit Almere. Uit de door het college opgevolgde adviezen volgt dat het bouwplan het minimaal vereiste rapportcijfer 6 niet behaalt en dus niet wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand, beoordeeld aan de hand van de algemene criteria. Het college heeft deze adviezen aan haar oordeel ten grondslag mogen leggen. De beroepsgrond slaagt niet.



5.3
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De woningen op de door eiser overgelegde foto’s laten naar het oordeel van de rechtbank geen dusdanige gelijkenissen zien met de aanvraag van eiser dat daaruit moet volgen dat de omgevingsvergunning verleend moet worden. De uitstraling van de woningen sluit zelfs meer aan bij het al vergunde bouwplan van eiser dan bij de wijzigingen die eiser hierop wenst aan te brengen.





Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.












griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Verwezen wordt naar artikel 22.26 van de bruidsschat uit het omgevingsplan.


Verwezen wordt naar artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van de bruidsschat uit het omgevingsplan en de Welstandsnota 2013, gemeente Dronten.


Hoofdstuk 9 van de Welstandsnota 2013, gemeente Dronten.


Hoofdstuk 10 van de Welstandsnota 2013, gemeente Dronten.


Terug te vinden op pagina 32 van de Welstandsnota 2013, gemeente Dronten.


Terug te vinden op pagina 32 van de Welstandsnota 2013, gemeente Dronten, onder het kopje “Kozijn- en gevelwijzigingen”.


Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs.


Zie onder andere de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1032 en van 24 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:222.
Link naar deze uitspraak