Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNHO:2025:14884 
 
Datum uitspraak:18-12-2025
Datum gepubliceerd:03-02-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummers:AWB - 25 _ 2444
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:Aanslag IB/PVV 2021. verliesverrekening, ontbreken van een verliesvaststellingsbeschikking, persoonlijke omstandigheden.
Trefwoorden:belastbaar inkomen uit werk en woning
inkomstenbelasting
persoonsgebonden aftrek
verliesverrekening
 
Uitspraak
Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/2444

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen


[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr.drs. J.A.F. van Haaster),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.





Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2021 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 69.134. Bij beschikking is belastingrente tot een bedrag van € 478 in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft een verminderingsbeschikking aanslag IB/PVV 2021 vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 68.267. De belastingrente is verminderd naar een bedrag van € 470.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2025 te Haarlem.
Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] en mr. [naam 3]




Overwegingen


Feiten

1. Eiser heeft in de jaren 2015, 2017, 2018, 2019, 2020 aangiften IB/PVV ingediend. De aanslagen 2015, 2017, 2018, 2019 en 2020 zijn vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil. Voor het jaar 2016 heeft eiser geen aangifte IB/PVV ingediend. De aanslag IB/PVV 2016 is ambtshalve vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 91.280.

2. Eiser heeft in de aangifte IB/PVV 2021 een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 69.134 aangegeven. Bij de balansgegevens heeft eiser opgenomen dat de begin- en eindwaarde van de schulden € 80.000 bedraagt. Daar staat als toelichting bij ‘crediteuren uit voormalige onderneming (geschat bedrag)’.



Geschil 3. In geschil is of eiser in 2021 recht heeft op verrekening van een verlies van € 62.300 uit eerdere jaren.

4. Eiser betoogt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met een verrekenbaar verlies. Eiser is in 2016 failliet gegaan, hij heeft een nier aan zijn echtgenote afgestaan, zij is uiteindelijk overleden en hij is dakloos geweest. Het bedrag aan verrekenbare verliezen is door eiser geschat omdat de boekhouding over eerdere jaren is ingeleverd bij de curator en de curator vermoedelijk ook de aangiftebiljetten en aanslagen ontving, maar hier geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Eiser heeft daarom ten onrechte geen beschikking tot verliesvaststelling van verweerder ontvangen, waardoor eiser het geleden verlies in latere jaren nooit heeft kunnen aftrekken. De gemachtigde van eiser is voornemens een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule in te dienen bij de Minister van Financiën. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en de aanslag IB/PVV 2021 te verminderen rekening houdend met verrekening van verliezen uit eerdere jaren.

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij terecht geen rekening heeft gehouden met verliesverrekening bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2021, nu verweerder nooit een verliesvaststellingsbeschikking heeft vastgesteld. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.


Beoordeling van het geschil



Vooraf

6. De rechtbank merkt op dat verweerder de aanslag IB/PVV 2021 heeft verminderd nadat eiser al beroep had ingediend. Dit komt door een restant persoonsgebonden aftrek uit eerdere jaren die verweerder ten onrechte nog niet had meegenomen. Reeds hierom is het beroep gegrond. Het belastbaar inkomen uit werk en woning IB/PVV 2021 wordt verminderd naar € 68.267 en de belastingrente wordt verminderd naar een bedrag van € 470. De rechtbank zal hierna beoordelen of eiser daarbij nog recht heeft op verrekening van verliezen uit eerdere jaren.


Verrekening van verliezen

7. Op grond van artikel 3.151, eerste lid, van de Wet IB 2001, stelt de inspecteur het bedrag van een verlies uit werk en woning vast bij voor bezwaar vatbare beschikking (verliesvaststellingsbeschikking). Zonder zo’n beschikking is het niet mogelijk om een verlies in andere jaren te verrekenen (vgl. ook arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1837 en uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 22 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:793).

8. Eiser stelt dat verweerder zich te formeel opstelt en dat hij het niet eerlijk vindt dat door een ontbrekende administratie hij geen recht meer bestaat op verliesverrekening. Dit kan hem niet baten. Enkel bij verliesvaststellingsbeschikking vastgestelde verliezen zijn verrekenbaar, en een dergelijke beschikking ontbreekt nu. Het is niet mogelijk om op grond van de persoonlijke omstandigheden van eiser alsnog een verlies in aanmerking te nemen. Verweerder heeft daarom terecht geen verlies in aanmerking genomen bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2021.

9. Op zitting is aan de orde gekomen dat het financiële belang voor eiser ook ligt bij de ambtshalve opgelegde aanslag IB/PVV 2016 waarvan de openstaande belastingschuld momenteel € 40.040 bedraagt en waarbij de openstaande kosten zijn opgelopen tot € 3.609, terwijl dit volgens eiser een verliesjaar is geweest. Het bezwaar tegen deze aanslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het verzoek ambtshalve vermindering is afgewezen omdat de vijfjaarstermijn is verstreken. Ook heeft eiser genoemd dat beslag is gelegd op zijn banksaldi. De rechtbank heeft begrip voor de vervelende periode die eiser heeft doorgemaakt en de situatie waar hij zich in bevindt, maar kan en mag deze aanslag en invorderingskwesties in deze zaak niet beoordelen omdat enkel beroep is ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar inzake de aanslag IB/PVV 2021. De uitspraak op bezwaar en afwijzing beschikking ambtshalve vermindering inzake 2016 kunnen enkel aan de orde komen als daar (rechtstreeks) beroep tegen is ingesteld. Voor invorderingskwesties is de Ontvanger bevoegd.

10. Gelet op hetgeen onder 6 is overwogen, wordt het beroep gegrond verklaard. Er bestaat desondanks geen recht op verliesverrekening.


Proceskosten

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat er geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gesteld. Wel zal de rechtbank verweerder opdragen het griffierecht van eiser te vergoeden.




Beslissing

De rechtbank:


verklaart het beroep gegrond;


vernietigt de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;


vermindert het belastbaar inkomen uit werk en woning in de aanslag tot een bedrag van € 68.267; verliesverrekening, verliesvaststellingsbeschikking, faillissement,


vermindert de belastingrente overeenkomstig tot een bedrag van € 470, en


draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 53 te vergoeden.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. Kiers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Wijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.







griffier rechter




Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:




Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).

U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Link naar deze uitspraak