|
|
|
| ECLI:NL:RBNHO:2026:10061 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 07-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Holland | | Zaaknummers | : | 12038104 EJ VERZ 25-67 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Verklaring voor recht in deelgeschil dat werkgever aansprakelijk is voor de schade die werknemer heeft geleden doordat hij tijdens zijn werk van een ladder is gevallen. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade, want de werkgever heeft niet aan haar zorgplicht voldaan en er is geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De kantonrechter verlaagt het verzochte voorschot op de schadevergoeding. Het verzoek om de werkgever te veroordelen de gegevens van haar verzekeraar te verstrekken, wijst de kantonrechter af. De werkgever mag er namelijk voor kiezen om de schade zelf af te wikkelen, zonder betrokkenheid van haar verzekeraar. | | Trefwoorden | : | arbeidsovereenkomst | | | burgerlijk wetboek | | | vaststellingsovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12038104 \ EJ VERZ 25-67
Beschikking van 23 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. J. Huisman en mr. J.R.E. Alberts,
tegen
[verweerder] KRAANVERHUUR B.V.,
te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
verwerende partij,
hierna te noemen: Kraanverhuur B.V.,
in rechte vertegenwoordigd door haar directeur en bestuurder [bestuurder B.V.] (hierna: [bestuurder B.V.] ).
De zaak in het kort
In dit deelgeschil vraagt een werknemer een verklaring voor recht dat zijn voormalige werkgever aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden doordat hij tijdens zijn werk van een ladder is gevallen. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade, want de werkgever heeft niet aan haar zorgplicht voldaan en er is geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De kantonrechter verlaagt wel het verzochte voorschot op de schadevergoeding, omdat de (arbeidsvermogens)schade nog niet vaststaat. Het verzoek om de werkgever te veroordelen de gegevens van haar verzekeraar te verstrekken, wijst de kantonrechter af. De werkgever mag er namelijk voor kiezen om de schade zelf af te wikkelen, zonder betrokkenheid van haar verzekeraar.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met 16 producties, ingekomen ter griffie op 24 december 2025;
de brief van mr. Huisman van 28 april 2026, met een aanvulling op productie 16;
de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden. [verzoeker] is verschenen met mr. Huisman en mr. Alberts. Namens Kraanverhuur B.V. is ter zitting verschenen [bestuurder B.V.] . Mr. Huisman heeft pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Verder heeft zij ter zitting mondeling toegelicht dat zij haar verzoek wil aanvullen.
1.2.
De datum voor de beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Vanaf 30 mei 2023 heeft [verzoeker] voor Kraanverhuur B.V. werkzaamheden verricht in de functie van allround medewerker. [verzoeker] en Kraanverhuur B.V. hebben een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van zes maanden met ingang van 30 mei 2023 en een salaris van € 2.400,- bruto per maand.
2.2.
Op 12 juni 2023 heeft de directeur van Kraanverhuur B.V., [bestuurder B.V.] , in een WhatsApp-bericht het volgende aan [verzoeker] geschreven:
“Morgen ga je samen met een maatje van mij op pad
Hij is 06.45 in Hoofddorp
Jullie gaan een schuurtje uit elkaar schroeven in harskamp
Nemen de grote schamel aanhanger mee
Zijn naam is [naam]”
2.3.
De volgende dag, op de 13 juni 2023, heeft [verzoeker] samen met een opdrachtnemer van Kraanverhuur B.V., [naam] , werkzaamheden verricht in verband met de demontage van een schapenschuur. De schapenschuur bestond uit de begane grond, de eerste verdieping en een puntdak. [verzoeker] heeft de regengoot van de eerste verdieping van de schuur verwijderd en was vervolgens bezig om ook de bevestigingshaken van de regenpijp los te halen. Hij stond daarbij op circa twee tot drie meter hoogte, op een enkele ladder, die hij op een betonnen ondergrond had geplaatst.
2.4.
Tijdens het uitvoeren van deze werkzaamheden is de ladder op de betonnen ondergrond weggegleden. [verzoeker] is vervolgens van de ladder gevallen of gesprongen en is met beide (gestrekte) benen op de grond terecht gekomen (hierna: het ongeval). [verzoeker] heeft na dit ongeval last van (pijn)klachten aan zijn rechterknie.
2.5.
In de maanden na het ongeval heeft [verzoeker] af en toe werkzaamheden uitgevoerd voor Kraanverhuur B.V. Kraanverhuur B.V. heeft het salaris van [verzoeker] tot en met november 2023 doorbetaald.
2.6.
Op 3 augustus 2023 heeft de boekhouder van Kraanverhuur B.V. (“ [boekhouder B.V.] ”) aan [verzoeker] een bericht gestuurd, met de volgende inhoud:
“Van [verweerder] [ [bestuurder B.V.] , toevoeging kantonrechter] heb ik gisteren opdracht gekregen om je ziek te melden bij de Arbodienst waar [verweerder] bij verzekerd is. Voor je ziekmelding heb ik je algemeen ziek gemeld en niet aangegeven dat dit op het werk / door het werk gekomen is. Dit om problemen te voorkomen en er alsnog een arbeidsinspectie op gezet gaat worden. Dat je dat alvast weet.”
2.7.
In de periode van november 2024 tot en met juli 2025 heeft (de gemachtigde van) [verzoeker] in meerdere (aangetekende) brieven en e-mails Kraanverhuur B.V. aansprakelijk gesteld voor zijn schade, verzocht de aansprakelijkstelling door te zetten naar de aansprakelijkheidsverzekeraar en gevraagd een voorschot te betalen. Kraanverhuur B.V. heeft op deze brieven en e-mails niet gereageerd.
2.8.
Na daartoe verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, heeft [verzoeker] op 15 december 2025 ten laste van Kraanverhuur B.V. conservatoir beslag gelegd onder ING Bank.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] verzoekt dat de kantonrechter - samengevat en na wijziging van het verzoek - bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
voor recht verklaart dat Kraanverhuur B.V. aansprakelijk is voor alle materiële en immateriële schade die [verzoeker] heeft geleden, lijdt en zal lijden en dat Kraanverhuur B.V. gehouden is de schade aan [verzoeker] , ontstaan door het arbeidsongeval van 13 juni 2023, te vergoeden;
Kraanverhuur B.V. veroordeelt tot betaling van € 35.000,- aan [verzoeker] als voorschot op de verschenen materiële en immateriële schade als gevolg van het arbeidsongeval van 13 juni 2023, te voldoen binnen veertien dagen na de beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente;
Kraanverhuur B.V. veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder de kosten van het conservatoir beslag, en de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na de beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Ter zitting heeft de gemachtigde van [verzoeker] toegelicht dat hij zijn verzoeken aldus wil aanvullen, dat hij ook verzoekt dat Kraanverhuur B.V. wordt veroordeeld om de gegevens van haar aansprakelijkheidsverzekeraar te verstrekken aan [verzoeker] .
3.3.
Aan de verzoeken heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] heeft schade opgelopen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Kraanverhuur B.V. is daarom aansprakelijk voor die schade. Kraanverhuur B.V. heeft niet aangetoond dat zij de maatregelen heeft getroffen die redelijkerwijs nodig waren om schade van [verzoeker] te voorkomen, terwijl sprake was van een valrisico en een onervaren werknemer. Ook heeft Kraanverhuur B.V. geen geschikt materieel verstrekt om op hoogte te werken. Verder moet Kraanverhuur B.V. de gegevens van haar (bedrijfsaansprakelijk)verzekeraar verstrekken, omdat volgens [verzoeker] via die verzekeraar de schadeafwikkeling professioneel kan worden opgepakt en omdat Kraanverhuur B.V. daartoe verplicht is op grond van goed werkgeverschap.
3.4.
Kraanverhuur B.V. verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken. Zij voert aan dat het de bedoeling was dat haar opdrachtnemer, [naam] , de werkzaamheden aan de schuur zou uitvoeren en het benodigde gereedschap zou meenemen; [verzoeker] zou [naam] slechts assisteren. Bovendien had [verzoeker] een veiligheidscertificaat en had hij dus zelf moeten inzien dat het plaatsen van een ladder op een gladde ondergrond onveilig was. Kraanverhuur B.V. heeft haar verantwoordelijkheid genomen, door het loon van [verzoeker] na het ongeval zes maanden door te betalen. Ook betwist Kraanverhuur B.V. de gestelde (arbeidsvermogens)schade, omdat [verzoeker] volgens Kraanverhuur B.V. in staat is om te werken. Kraanverhuur B.V. wil er niet aan meewerken dat [verzoeker] profiteert van de situatie en is daarom niet bereid de gegevens van haar verzekeraar te verstrekken aan [verzoeker] .
3.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Voorvraag: deelgeschil kan beginpunt zijn voor onderhandelingen
4.1.
De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over letsel- of overlijdensschade in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de kantonrechter eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.
4.2.
Dit deelgeschil ziet op de beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag. De aansprakelijkheid betreft een geschil aan het begin van het traject van onderhandelingen. Hoewel de onderhandelingen tussen partijen tot op heden niet op gang zijn gekomen, ondanks herhaalde sommaties van [verzoeker] , kan een oordeel van de kantonrechter over de aansprakelijkheidsvraag het beginpunt zijn voor buitengerechtelijke onderhandelingen over de overige geschilpunten. Dit betekent dat de kantonrechter de verzoeken inhoudelijk zal bespreken.
Inhoudelijke beoordeling
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat Kraanverhuur B.V. aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] heeft geleden en nog zal lijden door het ongeval. Hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt, zal in de volgende overwegingen worden uitgelegd.
Kraanverhuur B.V. moet aantonen dat zij als werkgever aan haar zorgplicht heeft voldaan
4.4.
Tussen partijen staat vast dat de overeenkomst tussen [verzoeker] en Kraanverhuur B.V. moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Kraanverhuur B.V. was dus de werkgever van [verzoeker] ten tijde van het ongeval. Op iedere werkgever rust een zorgplicht om die maatregelen te nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
4.5.
Omdat ook tussen partijen vaststaat dat [verzoeker] schade heeft opgelopen tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden voor Kraanverhuur B.V., wordt in beginsel aangenomen dat Kraanverhuur B.V. haar zorgplicht heeft geschonden. Dit heeft tot gevolg dat Kraanverhuur B.V. alleen aan aansprakelijkheid kan ontkomen, als zij aantoont dat (1.) zij aan haar zorgplicht heeft voldaan, of (2.) de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker] .
Kraanverhuur B.V. heeft niet aangetoond dat zij veiligheidsmaatregelen heeft genomen
4.6.
De kantonrechter stelt bij de beoordeling hiervan voorop dat de zorgplicht van de werkgever ruim moet worden opgevat. Er wordt niet snel aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en dus niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. De zorgplicht van de werkgever schept echter geen absolute garantie voor de bescherming van de werknemer tegen gevaar. Welke veiligheidsmaatregelen van de werkgever mogen worden verlangd en op welke wijze hij de werknemer moet instrueren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
4.7.
[verzoeker] heeft toegelicht dat zijn schade het gevolg is van het feit dat de ladder waarop hij stond om werkzaamheden aan de schuur te verrichten, tijdens die werkzaakheden is weggegleden op de betonnen ondergrond. Kraanverhuur B.V. heeft dat niet weersproken, zodat dit vaststaat. Verder staat vast dat [verzoeker] op dat moment op een hoogte van circa twee tot drie meter stond.
4.7.1.
Bij werkzaamheden op hoogte mag van een werkgever verwacht worden dat zij ter zake van die werkzaamheden duidelijke en specifieke instructies verstrekt aan werknemers wat te doen om valgevaar te voorkomen. Dit geldt ook voor Kraanverhuur B.V., omdat bij het demonteren van een schapenschuur met meerdere verdiepingen immers sprake is van werken op hoogte en valgevaar. Dat wordt niet anders door het feit dat Kraanverhuur B.V. de (sloop)werkzaamheden als eenvoudig beschouwde.
4.8.
Kraanverhuur B.V. heeft aangevoerd dat [verzoeker] beschikte over een Vca-certificaat en dus bekend was met de algemene regels over veilig werken. Een dergelijk certificaat kan in dit geval echter niet dienen ter vervanging van het verstrekken van specifieke op de aard van het ongeval gerichte instructies door Kraanverhuur B.V. De werkgever moet bovendien rekening houden met het ervaringsfeit van mogelijke onoplettendheid van een werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden. Hierbij weegt mee dat [verzoeker] onweersproken heeft toegelicht dat hij ten tijde van het ongeval slechts twee weken in dienst was bij Kraanverhuur B.V. en dus een onervaren werknemer was. Het gegeven dat [verzoeker] beschikte over een Vca-certificaat ontslaat Kraanverhuur B.V. dus niet van haar zorgplicht tegenover [verzoeker] .
4.9.
Kraanverhuur B.V. heeft ter zitting verder toegelicht dat het niet de bedoeling was dat [verzoeker] zelf de schuur zou demonteren. Volgens Kraanverhuur B.V. was het de bedoeling dat [naam] die werkzaamheden zou uitvoeren en dat [verzoeker] hem daarbij slechts zou assisteren, bijvoorbeeld door gereedschap aan te geven of de ladder van [naam] vast te houden. De kantonrechter is echter van oordeel dat niet is gebleken dat Kraanverhuur B.V. dergelijke instructies heeft gegeven aan [verzoeker] . Integendeel: in het WhatsApp-bericht van 12 juni 2023 (zie 2.2 van dit vonnis) schrijft directeur [bestuurder B.V.] namens Kraanverhuur B.V. immers dat [verzoeker] samen met [naam] de schuur moet gaan demonteren.
4.10.
Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden door [verzoeker] was alleen [naam] aanwezig. Kraanverhuur B.V. heeft toegelicht dat [naam] niet in dienst was bij Kraanverhuur B.V., maar als zelfstandig opdrachtnemer werk verrichtte voor Kraanverhuur B.V. Ook deze omstandigheid ontslaat Kraanverhuur B.V. niet van haar zorgplicht tegenover [verzoeker] , die wél bij Kraanverhuur B.V. als werknemer in dienst was en die op instructie van Kraanverhuur B.V. (samen met [naam] ) de schapenschuur heeft gedemonteerd. Ter zitting heeft Kraanverhuur B.V. bovendien toegelicht dat zij (behalve het besproken WhatsApp-bericht van 12 juni 2023) voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden geen (veiligheids)instructies heeft gegeven of veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, ook niet via [naam] , terwijl dit wel van Kraanverhuur B.V. verwacht mocht worden.
4.11.
Het betoog van [verzoeker] dat Kraanverhuur B.V. ten onrechte heeft nagelaten om te zorgen voor geschikt materieel om veilig op hoogte te kunnen werken, slaagt eveneens. Kraanverhuur B.V. kan niet met succes aanvoeren dat [naam] voor de aanwezigheid van veilig materieel verantwoordelijk was. Omdat Kraanverhuur B.V. één van haar werknemers heeft opgedragen werkzaamheden uit te voeren waarbij (ook) op hoogte moest worden gewerkt, was Kraanverhuur B.V. ervoor verantwoordelijk dat die werknemer kon beschikken over (bijvoorbeeld) een veilige ladder. Dat heeft Kraanverhuur B.V. niet gedaan. In plaats daarvan was [verzoeker] aangewezen op een ladder die toevallig aanwezig was, omdat de eigenaar van de schapenschuur die ladder ter beschikking had gesteld. Kraanverhuur B.V. heeft niet gezorgd voor de beschikbaarheid van een ladder die was voorzien van voor de hand liggende maatregelen om wegglijden te voorkomen, zoals bijvoorbeeld (rubberen) antislipvoet(en), terwijl van Kraanverhuur B.V. kan worden verlangd dat zij materieel ter beschikking stelt dat aan dergelijke veiligheidseisen voldoet.
4.12.
Het voorgaande leidt tot de tussenconclusie dat Kraanverhuur B.V. onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan haar zorgplicht van artikel 7:658 lid 1 BW heeft voldaan om het valgevaar tijdens het werken op hoogte zoveel als mogelijk te voorkomen.
Geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker]
4.13.
Voor zover Kraanverhuur B.V. betoogt dat [verzoeker] eigen schuld heeft aan het ongeval, slaagt dat betoog niet. Alleen als sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker] is Kraanverhuur B.V. ontslagen van aansprakelijkheid. Dat een werknemer minder voorzichtig is dan raadzaam, is daarvoor onvoldoende. Van opzet of bewust roekeloos handelen is pas sprake indien de werknemer onmiddellijk voorafgaande aan het ongeval daadwerkelijk bewust is geweest van het roekeloos karakter van zijn gedraging en besefte dat hij zich van die gedraging had moeten weerhouden.
4.14.
Dat daarvan sprake is geweest, heeft Kraanverhuur B.V. niet gesteld of onderbouwd. [verzoeker] heeft ter zitting weliswaar erkend dat de betonnen ondergrond achteraf bezien inderdaad glad was, maar het desondanks plaatsen van de ladder op die ondergrond is hooguit onvoorzichtig geweest van [verzoeker] . Van opzet op bewuste roekeloosheid van [verzoeker] is niet gebleken.
Conclusie: Kraanverhuur B.V. is aansprakelijk voor de schade van [verzoeker]
4.15.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat Kraanverhuur B.V. op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade van [verzoeker] , omdat de schade is geleden bij de uitvoering van zijn werkzaamheden, Kraanverhuur B.V. niet aan haar zorgplicht heeft voldaan en geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker] . Het eerste verzoek van [verzoeker] zal daarom worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
Kraanverhuur B.V. moet een voorschot betalen van € 8.000,-
4.16.
In beginsel moet Kraanverhuur B.V. dus de schade van [verzoeker] vergoeden die het gevolg is van het ongeval. De totale omvang van die schade staat nog niet vast. [verzoeker] heeft voldoende toegelicht dat hij belang heeft bij een voorschot op de schadevergoeding, omdat het ongeval inmiddels drie jaar geleden is gebeurd en er nog geen enkele vergoeding is uitgekeerd. Ter onderbouwing van de hoogte van het gevraagde voorschot heeft [verzoeker] een voorlopige schadestaat opgesteld tot en met 31 december 2025, die sluit op een bedrag van € 33.903,84 en bestaat uit de volgende posten:
Arbeidsvermogensschade (€ 20.780,77)
Huishoudelijke hulp (€ 3.672,74) en verzorgingskosten (€ 1.445,43)
Immateriële schade (€ 7.500,-)
Daggeldvergoeding (€ 35,-) en medische kosten (€ 469,90)
4.17.
Kraanverhuur B.V. heeft hiertegen aangevoerd dat zij onverplicht het salaris van [verzoeker] heeft doorbetaald gedurende zes maanden na het ongeval, dat zij [verzoeker] daarna heeft ‘overgedragen aan het UWV’ en dat daarmee de situatie netjes is opgelost. De kantonrechter is echter van oordeel dat het doorbetalen van het salaris een verplichting is die volgt uit de arbeidsovereenkomst. De omstandigheid dat die overeenkomst kennelijk pas na het ongeval schriftelijk is vastgelegd, maakt dat niet anders. Het betaalde salaris strekt daarom niet in mindering op de schade die Kraanverhuur B.V. [verzoeker] moet vergoeden.
4.18.
Kraanverhuur B.V. betwist de post arbeidsvermogensschade, omdat volgens Kraanverhuur B.V. [verzoeker] in staat is om te werken. Deze post is berekend uitgaande van het salaris van [verzoeker] bij Kraanverhuur B.V. van € 2.268,- per maand (inclusief vakantiegeld). Volgens Kraanverhuur B.V. is het voor [verzoeker] mogelijk een dergelijk (bescheiden) salaris te verdienen met werk waarbij de rechterknie van [verzoeker] niet hoeft te worden belast.
4.19.
Er is nog geen onderzoek gedaan naar de vraag of, en zo ja, in hoeverre [verzoeker] in staat is om te werken ondanks zijn (onweersproken) knieklachten. Dat onderzoek naar het arbeidsvermogen van [verzoeker] moet nog plaatsvinden. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Kraanverhuur B.V., staat naar het oordeel van de kantonrechter daarom om dit moment onvoldoende vast dat [verzoeker] aanspraak kan maken op vergoeding van arbeidsvermogensschade en indien dat het geval is, tot welk bedrag. Daarvoor is nader onderzoek nodig, waarvoor in dit deelgeschil geen plaats is. Dat betekent dat de kantonrechter bij het bepalen van de hoogte van het voorschot deze post buiten beschouwing zal laten.
4.20.
Ook de post huishoudelijke hulp en verzorgingskosten heeft Kraanverhuur B.V. betwist. [verzoeker] woont bij zijn ouders en ter zitting is gebleken dat hij in staat is voor enkele uren per week (fysiek) vrijwilligerswerk te verrichten. Dat hij niet in staat is een (beperkte) bijdrage te leveren aan de huishoudelijke taken en zelf te voorzien in zijn persoonlijke verzorging, is daarom op dit moment nog onvoldoende vast komen te staan. Daarom zal de kantonrechter bij het bepalen van het voorschot ook deze posten buiten beschouwing laten.
4.21.
Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat wel aanleiding voor een voorschot op de geleden immateriële schade (smartengeld). Dat [verzoeker] pijn heeft geleden en nog steeds lijdt, en bovendien beperkingen ondervindt van zijn knieklachten, heeft Kraanverhuur B.V. erkend. Het door [verzoeker] in de voorlopige schadestaat opgenomen bedrag van € 7.500,- voor de immateriële schade komt de kantonrechter niet te hoog voor, mede gelet op de jonge leeftijd van [verzoeker] , de duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende (pijn)klachten, het feit dat een operatie heeft plaatsgevonden (en een revalidatietraject binnenkort zal worden opgestart) en de weerslag op het sociale leven van [verzoeker] .
4.22.
Met het bedrag van € 7.500,- zal dus bij het bepalen van het voorschot rekening worden gehouden. Dat geldt ook voor de medische kosten van € 469,90 (bestaande uit het eigen risico en de kosten van de aanschaf van een brace) en de daggeldvergoeding van € 35,- voor de ziekenhuisopname, die onderbouwd en onweersproken zijn.
4.23.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de kantonrechter Kraanverhuur B.V. zal veroordelen tot het betalen van een voorschot van (afgerond) € 8.000,-.
Kraanverhuur B.V. hoeft niet haar verzekeringsgegevens te verstrekken aan [verzoeker]
4.24.
Tijdens de zitting heeft [verzoeker] aan zijn verzoeken toegevoegd het verzoek om verstrekking van de gegevens van de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van Kraanverhuur B.V.
4.25.
Het antwoord op de vraag of deze aanvulling van het verzoek (on)toelaatbaar is (gelet op het bepaalde in artikel 130 Rv), kan in het midden blijven. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat het verzoek hoe dan ook niet kan worden toegewezen, gelet op het navolgende.
4.26.
[verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij de verzekeraar van Kraanverhuur B.V. wil kunnen benaderen, zodat de vorderingen van [verzoeker] via de verzekeraar afgewikkeld kunnen worden. Kennelijk doelt [verzoeker] daarmee op de rechtstreekse actie van artikel 7:954 lid 1 BW. Kraanverhuur B.V. heeft ter zitting bij herhaling verklaard dat zij zich ertegen verzet dat de verzekeraar betrokken wordt bij de afwikkeling van de schade. Artikel 7:954 lid 1 BW regelt (als hoofdregel) dat er alleen een rechtstreekse actie bestaat, nadat de verzekeraar een melding heeft ontvangen van de verzekerde (in dit geval mogelijk: Kraanverhuur B.V.). Deze regeling biedt de verzekerde de mogelijkheid om buiten de verzekering om de benadeelde schadeloos te stellen. Een uitzondering op deze hoofdregel geldt slechts indien de werkgever niet meer bestaat, maar die situatie doet zich niet voor.
4.27.
[verzoeker] heeft dus geen (rechtstreekse) vordering op de verzekeraar van Kraanverhuur B.V., zo lang Kraanverhuur B.V. geen (formele) melding doet van het ongeval bij de verzekeraar. Kennelijk heeft Kraanverhuur B.V. zo’n melding (nog) niet gedaan, althans daarvan is niet gebleken. Bij deze stand van zaken heeft [verzoeker] onvoldoende belang bij zijn verzoek om de verzekeringsgegevens te verkrijgen. [verzoeker] heeft toegelicht dat hij er de voorkeur aan geeft dat de schadeafwikkeling plaatsvindt via een professionele verzekeraar, maar Kraanverhuur B.V. is niet verplicht daaraan mee te werken. Het beroep op goed werkgeverschap is onvoldoende concreet om een afwijking van de regeling van artikel 7:954 lid 1 BW in dit geval te rechtvaardigen.
4.28.
Het verzoek van [verzoeker] om verstrekking van de gegevens van de verzekeraar van Kraanverhuur B.V. wordt dus afgewezen.
Kosten deelgeschil
4.29.
De kantonrechter moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Bij de begroting van de kosten moet de kantonrechter de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking nemen. Daarbij moet de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.
4.30.
[verzoeker] maakt aanspraak op € 6.050,- inclusief btw voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak, te vermeerderen met het griffierecht. In de overgelegde specificatie is in totaal twintig uur in rekening gebracht tegen een uurtarief van € 250,- (exclusief btw). Van die twintig uur, zijn dertien uur berekend voor het opstellen van het verzoekschrift. Er is aanvullend zeven uur berekend voor correspondentie, bestuderen verweerschrift, schrijven pleitnotatie, voorbespreking, reistijd, mondelinge behandeling en nabespreking.
4.31.
De kantonrechter is van oordeel dat voor deze laatstgenoemde werkzaamheden (ná indiening van het verzoekschrift) in redelijkheid vier uur in rekening kunnen worden gebracht, omdat voorafgaand aan de zitting geen verweerschrift ingediend was. De andere dertien uur (voor het opstellen van het verzoekschrift) zijn onweersproken en acht de kantonrechter niet onredelijk. Hetzelfde geldt voor het uurtarief van € 250,-, waartegen geen (concreet) verweer is gevoerd. De redelijke kosten voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen dan ook worden begroot op 17 uren × € 250,- exclusief btw is € 4.250,- exclusief btw, dus € 5.142,50 inclusief btw.
4.32.
Ook de kosten van het oproepingsexploot (ter hoogte van € 155,67) en de kosten van een koerier (€ 72,15 en € 34,82) moet Kraanverhuur B.V. vergoeden, omdat dit kosten zijn die in redelijkheid zijn gemaakt in het kader van deze deelgeschilprocedure. Kraanverhuur B.V. reageerde immers niet op eerdere (oproepings)brieven van [verzoeker] of van de rechtbank. Het totaal bedraagt dus € 5.405,14 inclusief btw, nog te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 401,- en de nakosten van € 144,- conform het liquidatietarief. Kraanverhuur B.V. zal tot betaling daarvan aan [verzoeker] worden veroordeeld. De wettelijk rente over de proceskosten zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
Beslagkosten
4.33.
Ook de kosten van het conservatoir beslag moet [verzoeker] vergoeden. De kosten van het op 15 december 2025 door [verzoeker] ten laste van Kraanverhuur B.V. gelegde conservatoire derdenbeslag onder ING, worden begroot op € 1.506,94, waarvan € 653,- aan salaris advocaat (1 punt x tarief II), € 522,94 aan verschotten (bestaande uit € 303,50 voor het beslagexploot aan ING, € 103,67 voor de overbetekening aan Kraanverhuur B.V. en € 115,77 voor de overbetekening aan ING) en € 331,- aan griffierrecht.
Uitvoerbaar bij voorraadverklaring
4.34.
De kantonrechter zal deze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat tegen een beschikking in een deelgeschilprocedure geen hogere voorziening openstaat.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat Kraanverhuur B.V. aansprakelijk is voor alle materiële en immateriële schade die [verzoeker] heeft geleden, lijdt en zal lijden en dat Kraanverhuur B.V. gehouden is de schade aan [verzoeker] , ontstaan door het arbeidsongeval van 13 juni 2023, te vergoeden;
5.2.
veroordeelt Kraanverhuur B.V. tot betaling van € 8.000,- aan [verzoeker] als voorschot op de verschenen materiële en immateriële schade als gevolg van het arbeidsongeval van 13 juni 2023, te voldoen binnen veertien dagen na heden, te vermeerderen met de wettelijke rente indien Kraanverhuur B.V. niet of niet tijdig betaalt, tot de dag van volledige voldoening;
5.3.
begroot de kosten van dit deelgeschil op € 5.405,14 inclusief btw, te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 401,- en de nakosten van € 144,-, en veroordeelt Kraanverhuur B.V. tot betaling daarvan aan [verzoeker] ;
5.4.
veroordeelt Kraanverhuur B.V. tot betaling van de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.506,94;
5.5.
veroordeelt Kraanverhuur B.V. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de kosten van het deelgeschil en de beslagkosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. Bruin en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
1538
Artikel 7:658 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 7:658 lid 2 BW.
Vergelijk bijvoorbeeld gerechtshof Den Haag 4 september 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2284.
Deze verplichting voor werkgevers volgt ook uit artikel 7.23a van het Arbobesluit.
Zie ook de Rotterdamse Schaal, die een richtlijn biedt die civiele rechters en strafrechters kunnen gebruiken bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld.
Vgl. Gerechtshof Amsterdam 1 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1727 en HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:150.
Artikel 7:954 lid 2 BW
Artikel 706 Rv. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|