|
|
|
| ECLI:NL:RBNHO:2026:487 | | | | | Datum uitspraak | : | 06-02-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 13-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Holland | | Zaaknummers | : | 11860751 | | Rechtsgebied | : | Arbeidsrecht | | Indicatie | : | In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten de omstandigheid dat de werknemer na een ziekmelding niet meer op zijn werk verschijnt waarna er met hem geen enkel contact meer te leggen is en hij onvindbaar is. | | Trefwoorden | : | arbeidsovereenkomst | | | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11860751 \ AO VERZ 25-79 (rvk)
Beschikking van 6 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap Assa Abloy Entrance Systems Production Netherlands B.V.,
te Heerhugowaard,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Assa Abloy,
gemachtigde: E. de Schippper,
tegen
[verweerder] ,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
niet verschenen.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten de omstandigheid dat de werknemer na een ziekmelding niet meer op zijn werk verschijnt waarna er met hem geen enkel contact meer te leggen is en hij onvindbaar is.
1De procedure
1.1.
Assa Abloy heeft op 1 september 2025 een verzoekschrift met producties ingediend. Assa Abloy heeft [verweerder] opgeroepen om op de zitting van 9 januari 2026 te verschijnen door middel van betekening van de oproeping door de deurwaarder aan de ambtenaar van het Parket van het Openbaar Ministerie bij de Rechtbank Noord-Holland. Assa Abloy heeft een uittreksel van die oproeping gepubliceerd in de Staatscourant van 4 december 2025.
1.2.
Op 9 januari 2026 heeft via een online verbinding een zitting plaatsgevonden. Assa Abloy is via een Teams-verbinding verschenen bij haar gemachtigde. [verweerder] is niet verschenen. Assa Abloy heeft haar verzoek toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.
2De feiten
2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1988, is sinds 1 januari 2023 in dienst bij Assa Abloy. De functie van [verweerder] is productiemedewerker met een loon van € 3.062,00 bruto per maand.
2.2.
Op 25 november 2024 heeft [verweerder] zich ziek gemeld en gezegd dat hij zich niet in staat voelde om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.
2.3.
Assa Abloy heeft de arbodienst ingeschakeld. Die heeft telefonisch contact proberen te leggen met [verweerder] om een eerste diagnose te maken, dat is echter niet gelukt.
2.4.
Vervolgens heeft de Arbodienst [verweerder] schriftelijk opgeroepen voor een consult op 18 december 2024. Op dit consult is [verweerder] niet verschenen.
2.5.
In een brief van 23 december 2024 heeft Assa Abloy [verweerder] geschreven dat de arbodienst contact met hem heeft gezocht en dat hij op grond van de arbeidsovereenkomst verplicht is om aan de arbodienst informatie te verstrekken en mee te werken aan zijn re-integratie. Op deze brief is geen reactie gekomen.
2.6.
In een brief van 9 januari 2025 heeft Assa Abloy geschreven dat vanwege het uitblijven van reacties en het niet-verschijnen op de afspraken met de bedrijfsarts het loon opgeschort wordt. Ook hierop is geen reactie van of namens [verweerder] gekomen.
2.7.
Assa Abloy heeft vervolgens van de instantie DNO Doen te horen gekregen dat ook zij geen contact meer konden leggen met [verweerder] .
2.8.
DNO Doen heeft bij de politie aangifte van vermissing gedaan. Ook de politie [plaats] heeft [verweerder] niet kunnen traceren en de politie heeft naar aanleiding van verkregen informatie en de omstandigheid dat [verweerder] met geen van zijn collega-medewerkers contact onderhield, besloten het niveau van vermissing te verhogen.
3Het verzoek
3.1.
Assa Abloy verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, in de eerste plaats vanwege een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst, en in de tweede plaats vanwege andere omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in alle redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te laten duren. Assa Abloy heeft ook verzocht dat voor recht verklaard wordt dat [verweerder] geen recht heeft op een transitievergoeding. Assa Abloy heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat er sprake is van een ernstig en verwijtbaar tekortschieten van [verweerder] in de uitvoering van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. [verweerder] verricht namelijk sinds 25 november 2024 de overeengekomen werkzaamheden niet meer en hij is volstrekt onbereikbaar en geeft geen gehoor aan oproepen van de bedrijfsarts. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst door de rechter kan worden ontbonden.
3.2.
De arbeidsovereenkomst kan ook worden ontbonden omdat er een redelijke grond voor ontbinding is die daaruit bestaat dat er sprake is van feiten en omstandigheden die maken dat in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te laten duren. Die feiten en omstandigheden bestaan daaruit dat er al geruime tijd geen invulling meer wordt gegeven aan de arbeidsovereenkomst en dat er eveneens geruime tijd geen contact meer mogelijk is met [verweerder] .
3.3.
Vanwege zijn verwijtbare handelen heeft [verweerder] geen recht op een transitievergoeding.
4Geen verweer
4.1.
[verweerder] heeft, doordat hij niet is verschenen en geen verweerschrift heeft ingediend, geen verweer gevoerd.
5De beoordeling
5.1.
[verweerder] heeft geen verweer gevoerd en hij is niet op de zitting verschenen. De kantonrechter moet daarom uitgaan van de juistheid van de feiten en omstandigheden die Assa Abloy heeft gesteld.
5.2.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
5.3.
De kantonrechter constateert dat sprake is van een opzegverbod, omdat [verweerder] zich heeft ziek gemeld en er van uit gegaan moet worden dat hij ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Dit opzegverbod staat gezien artikel 7:671b lid 6 BW echter niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de eventuele ziekte van [verweerder] .
5.4.
Een arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden vanwege 1) een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst of 2) het bestaan van een redelijke grond.
5.5.
In het geval van ontbinding wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst is vereist dat sprake is van een (ernstig) verwijtbare wanprestatie, zo ernstig dat de tekortkoming gelijk gesteld moet kunnen worden met een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Voor het geval de ontbinding wordt gebaseerd op een redelijke grond is van belang dat in de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is in dat geval voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
5.6.
Assa Abloy heeft de ontbinding in de eerste plaats gebaseerd op een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [verweerder] . Assa Abloy stelt dat daarvan sprake is omdat [verweerder] sinds november 2024 zijn werkzaamheden niet verricht zonder dat duidelijk is waarom en ook omdat [verweerder] niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldoet; hij verschijnt niet op afspraken met de bedrijfsarts en er valt geen contact met hem te leggen. Het zonder kennisgeving niet meer verrichten van de werkzaamheden en het niet gevolg geven aan de controlevoorschriften naar aanleiding van de ziekmelding, leveren een ernstige wanprestatie op.
5.7.
De kantonrechter volgt Assa Abloy niet in dit standpunt. De omstandigheid dat [verweerder] niet meer op zijn werk verschijnt en dat er geen enkel contact meer is, betekent nog niet automatisch dat er sprake is van een ernstige wanprestatie die gelijk te stellen valt aan een dringende reden. Daarvoor ontbreken eenvoudigweg gegevens; het is niet bekend waarom [verweerder] niet meer op zijn werk verschijnt en waarom alle contact verbroken is. Niet uit te sluiten valt dat [verweerder] niets toegerekend kan worden en daarbij is van belang dat hij zich heeft ziekgemeld.
5.8.
De conclusie is dat naar het oordeel van de kantonrechter niet is voldaan aan de zware eisen voor ontbinding op grond van artikel 7:686 BW.
5.9.
Er is naar het oordeel van de kantonrechter wél sprake van een redelijke grond voor ontbinding zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 2 BW. Dat wordt als volgt toegelicht.
5.10.
[verweerder] heeft na zijn ziekmelding niets meer van zich laten horen en er valt met hem geen contact te leggen. Ook de melding van vermissing bij de politie heeft geen resultaat opgeleverd. [verweerder] is voor niemand bereikbaar en onvindbaar en alle pogingen met hem in contact te treden zijn op niets uitgelopen. Ook de opschorting van het loon heeft er niet toe geleid dat [verweerder] contact heeft opgenomen. Assa Abloy heeft naar het oordeel van de kantonrechter gedaan wat zij kon en van haar verwacht mag worden en daarom kan van Assa Abloy in redelijkheid niet verwacht worden de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voort te laten duren.
5.11.
Herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn is niet mogelijk en/of ligt niet in de rede omdat deze mogelijkheid überhaupt niet kan worden onderzocht; ieder contact blijkt immers onmogelijk.
5.12.
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 april 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure.
5.13.
Assa Abloy is van mening dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en zij verzoekt dat dat ook voor recht verklaard wordt. De kantonrechter zal deze verklaring voor recht niet afgeven. In de wet is bepaald dat de werknemer in het geval dat de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever beëindigd wordt, aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Dat is alleen anders als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Maar dat kan in deze zaak niet vastgesteld worden. Het is onduidelijk wat de reden is dat [verweerder] onbereikbaar is en of hem daarvan een verwijt te maken valt. De kantonrechter vindt het daarbij belangrijk dat [verweerder] als vermist geregistreerd staat en dat de politie aanleiding heeft gezien het niveau van vermissing te verhogen.
5.14.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van een van beide partijen.
6De beslissing
De kantonrechter
6.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2026,
6.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
Artikel 7:686 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 7:669 lid 3 BW
Artikel 7:669 lid 1 BW.
Artikel 7:671b lid 9, onder a, BW.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|