|
|
|
| ECLI:NL:RBNHO:2026:6438 | | | | | Datum uitspraak | : | 28-05-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 13-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Holland | | Zaaknummers | : | HAA 25/2661 en HAA 25/266 HAA 25/2661 en HAA 25/266 | | Rechtsgebied | : | Socialezekerheidsrecht | | Indicatie | : | Deze uitspraak gaat over de beëindiging van het aan eiser verstrekte garantiebedrag op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en over het tijdelijk stopzetten van zijn Wajong-uitkering. Eiser is het met beide besluiten niet eens. De rechtbank volgt eiser niet. | | Trefwoorden | : | aangifte inkomstenbelasting | | | arbeidsovereenkomst | | | inkomstenbelasting | | | uitkering | | | | Uitspraak | RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/2661 en HAA 25/2662
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit Haarlem, eiser
(gemachtigde: mr. A. Ang),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. W. van Nieuwburg).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van het aan eiser verstrekte garantiebedrag op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en over het tijdelijk stopzetten van zijn Wajong-uitkering. Eiser is het met beide besluiten niet eens. De rechtbank volgt eiser niet. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de beëindiging van het garantiebedrag per 1 september 2024 (besluit van 9 september 2024) en het tijdelijk stopzetten van zijn Wajong-uitkering (besluit van 6 november 2024).
2.2.
Met het bestreden besluit van 22 april 2025 heeft het Uwv het bezwaar van eiser gericht tegen de beëindiging van het garantiebedrag ongegrond verklaard. Met het bestreden besluit van gelijke datum heeft het Uwv de beslissing van 6 november 2024 herroepen.
2.3.
Eiser heeft tegen beide bestreden besluiten beroep ingesteld. Het Uwv heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft de beroepen gevoegd op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, als waarnemend gemachtigde van eiser mr. J. Sprakel en de gemachtigde van het Uwv.
Totstandkoming van de bestreden besluiten
HAA 25/2661
3.1.
Bij brief van 4 januari 2021 heeft het Uwv aan eiser gemeld dat de regels met betrekking tot de Wajong vanaf 1 januari 2021 veranderen en uitleg gegeven over het garantiebedrag. Bij besluit van 2 juli 2021 is het garantiebedrag voor eiser vastgesteld. In dit besluit heeft het Uwv tevens informatie gegeven over de regels voor het garantiebedrag. Onder meer is vermeld dat het garantiebedrag vervalt indien eiser gedurende één jaar geen inkomsten heeft.
3.2.
Op 17 augustus 2021 heeft eiser aan het Uwv doorgegeven dat hij per 13 september 2021 in dienst treedt bij [bedrijf] . Vervolgens heeft eiser op 29 september 2021 laten weten dat zijn dienstverband bij [bedrijf] op 29 september 2021 is beëindigd. Bij besluit van 9 september 2024 heeft het Uwv het garantiebedrag per 1 september 2024 beëindigd, omdat eiser op 1 oktober 2022 een jaar lang geen inkomsten heeft gehad naast de Wajong-uitkering.
3.3.
Met het bestreden besluit heeft het Uwv het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Daarbij is herhaald dat eiser in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2022 aaneengesloten niet bij een werkgever heeft gewerkt. Hierdoor heeft eiser 12 maanden aaneengesloten geen inkomsten ontvangen naast zijn Wajong-uitkering. Gelet hierop is het garantiebedrag terecht beëindigd, aldus het Uwv.
HAA 25/2662
3.4.
Bij brief van 17 september 2024 heeft het Uwv eiser verzocht om uiterlijk op 1 oktober 2024 een kopie van zijn Aangifte Inkomstenbelasting over 2023 te overleggen. Vervolgens heeft het Uwv eiser op 1 en 3 oktober 2024 telefonisch proberen te bereiken en is op 3 oktober 2024 een schriftelijke herinnering naar hem verstuurd. Op 7 oktober 2024 heeft een telefoongesprek met eiser plaatsgevonden, waarna eiser op 14 oktober 2024 een Verklaring geregistreerd inkomen 2023 heeft overgelegd. Bij brief van 15 oktober 2024 heeft het Uwv laten weten dat eiser het verkeerde document heeft toegestuurd, dat zij niet kunnen gebruiken en hem tot en met 22 oktober 2024 de tijd gegeven de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 te overleggen.
3.5.
Bij besluit van 6 november 2024 heeft het Uwv met ingang van 1 november 2024 de Wajong-uitkering van eiser tijdelijk stopgezet. Door het uitblijven van de opgevraagde gegevens kan namelijk niet worden vastgesteld of hij nog langer in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. In dit besluit wordt verzocht om alsnog de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 op te sturen, anders wordt zijn uitkering beëindigd.
3.6.
Eiser gaat tegen dit besluit in bezwaar en stuurt met het bezwaarschrift van 17 december 2024 alsnog de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 op. Bij besluit van 9 januari 2025 bericht het Uwv aan eiser dat de Aangifte op 3 januari 2025 is ontvangen en ertoe leidt dat eiser de stopgezette Wajong-uitkering per 1 november 2024 alsnog ontvangt. Er zal een nabetaling plaatsvinden. Bij apart besluit van 9 januari 2025 heeft het Uwv een definitieve berekening van de Wajong-uitkering over het jaar 2023 berekend. Verder is vermeld dat eiser het voorschot met ingang van 1 januari 2025 krijgt. Tegen deze besluiten van 9 januari 2025 is geen bezwaar gemaakt.
3.7.
Met het bestreden besluit heeft het Uwv het besluit van 6 november 2024 herroepen, niet vanwege een verwijtbare fout van het Uwv, maar omdat eiser alsnog op 17 december 2024 de opgevraagde heeft gegevens heeft verstrekt. Het Uwv handhaaft het standpunt dat op basis van de op 6 november 2024 beschikbare gegevens terecht is besloten om met ingang van 1 november 2024 de Wajong-uitkering tijdelijk stop te zetten. Door eiser was immers niet voldaan aan zijn verplichting om tijdig de opgevraagde informatie te verstrekken, ook niet na hersteltermijnen.
Beoordeling door de rechtbank
HAA 25/2661
Standpunt eiser
4.1.
Eiser stelt zich op het standpunt dat hij in de te beoordelen periode heeft gewerkt. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij naar de arbeidsovereenkomst met [bedrijf] , met een looptijd van 30 augustus 2021 tot en met 29 maart 2022. Daarnaast heeft eiser ter zitting verklaard dat hij ook bij Lidl heeft gewerkt en voor zijn eigen bedrijf werkzaamheden heeft verricht. Voorts wijst eiser erop dat het Uwv geen inkomensgegevens heeft overgelegd om haar stelling te onderbouwen. Gelet hierop is het niet mogelijk om het besluit op juistheid te toetsen. Dat is een motiveringsgebrek, aldus eiser.
Standpunt Uwv
4.2.
Het Uwv stelt zich op het standpunt dat het garantiebedrag terecht is beëindigd, omdat eiser 12 maanden aaneengesloten geen inkomen naast zijn Wajong-uitkering heeft ontvangen. Uit het overzicht van Suwinet volgt namelijk dat eiser van 1 oktober 2021 tot en met 1 oktober 2022 geen werkzaamheden heeft verricht voor een werkgever. Tevens is van belang dat eiser op 29 september 2021 zelf heeft laten weten dat zijn dienstverband bij [bedrijf] per die datum is beëindigd. Ter zitting is gereageerd op de aldaar aangevoerde stelling dat eiser ook nog bij Lidl zou hebben gewerkt, dat betrof een ander jaar dan hier aan de orde, zo volgt uit Suwinet.
Oordeel rechtbank
4.3.
De rechtbank stelt vast dat eiser gedurende de te beoordelen periode geen inkomsten heeft ontvangen naast zijn Wajong-uitkering. Het Uwv wijst erop dat uit Suwinet volgt dat eiser gedurende deze periode geen werkzaamheden heeft verricht. Daarnaast heeft eiser op 29 september 2021 met het wijzigingsformulier doorgegeven dat zijn arbeidsovereenkomst bij [bedrijf] is beëindigd. Eiser heeft dit ter zitting ook erkend. Op geen enkele wijze is door eiser onderbouwd dat hij gedurende de te beoordelen periode werkzaamheden heeft verricht op grond waarvan een recht op een garantiebedrag zou bestaan. De stelling van eiser dat hij de juistheid van het besluit niet heeft kunnen toetsen omdat er geen inkomensgegevens door het Uwv zijn vermeld, kan de rechtbank niet volgen. Eiser had geen inkomsten over de beoordelingsperiode. De rechtbank begrijpt het financieel belang van eiser bij het ontvangen van het garantiebedrag, maar voor de verkrijging hiervan moet wel worden voldaan aan de wettelijk gestelde voorwaarden. Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat het Uwv het garantiebedrag terecht heeft beëindigd.
HAA 25/2662
Standpunt eiser
5.1.
Eiser stelt dat hij via het Uwv-portaal tijdig de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 heeft opgestuurd en nogmaals met het bezwaarschrift van 17 december 2024. Eiser stelt verder dat het Uwv onvoldoende heeft gedaan om duidelijk te maken aan hem wat nodig was. Daarbij wist het Uwv dat de gemeente Haarlem zich op 15 juli 2024 had gesteld als gemachtigde in de lopende schuldenregeling van eiser. Het ligt dan voor de hand, als er aanleiding is om een Wajong-uitkering stop te zetten, om in dat geval contact op te nemen met de partij die gemachtigd is voor de ontvangst van de uitkering. Op basis hiervan is de beslissing om de Wajong-uitkering stop te zetten te snel en niet zorgvuldig tot stand gekomen. Daarnaast stelt eiser dat er ten onrechte geen proceskostenvergoeding in bezwaar heeft plaatsgevonden, nu het Uwv in het bestreden besluit het primaire besluit heeft herroepen.
Standpunt Uwv
5.2.
Het Uwv stelt dat na het primaire besluit, op 17 december 2024 een afschrift van de Aangifte Inkomensbelasting 2023 is ontvangen. Voorts ziet de machtiging van de gemeente Haarlem enkel op het overmaken van de Wajong-uitkering en mocht gelet op de privacy wetgeving de gemeente niet worden benaderd. Verder geldt dat eiser, ondanks herhaalde verzoeken en telefonisch contact, niet tijdig de gevraagde gegevens heeft verstrekt. Het besluit om de Wajong-uitkering tijdelijk stop te zetten is dan ook terecht genomen, waardoor geen recht op een toekenning van de proceskosten in bezwaar bestaat. Geen sprake is immers van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Wel geldt dat het dictum in het bestreden besluit onjuist is. Het bezwaar van eiser had ongegrond moeten worden verklaard.
Oordeel rechtbank
5.3.
Vaststaat dat eiser met het indienen van zijn bezwaarschrift tevens een afschrift van zijn Aangifte Inkomstenbelasting 2023 heeft opgestuurd. Het Uwv heeft deze informatie vervolgens met de nodige voortvarendheid beoordeeld en bij besluit van 9 januari 2025 de Wajong-uitkering definitief berekend en de uitkering per 1 januari 2025 hervat. Bij besluit van gelijke datum is met terugwerkende kracht de stopgezette uitkering alsnog uitbetaald.
5.4.
Eiser stelt dat hij procesbelang heeft, omdat het besluit van 6 november 2024 is herroepen terwijl er geen proceskosten vergoeding is toegekend. Het Uwv betwist dit, omdat de herroeping van het besluit van 6 november 2024 niet het gevolg is van een aan het Uwv te wijten onrechtmatigheid. De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat het Uwv een verwijt kan worden gemaakt. Op geen enkele wijze is onderbouwd dat eiser wel tijdig de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 had toegezonden. Het door eiser ingenomen standpunt valt bovendien niet te rijmen met het feit dat door het Uwv letterlijk meermaals is verzocht om de Aangifte Inkomstenbelasting 2023, zoals ook blijkt uit de weergave onder r.o. 3.4.. Dat eiser dit niet duidelijk genoeg vindt, kan dan ook niet worden gevolgd. Hij had ook uitleg kunnen vragen. Voor zover eiser stelt dat het Uwv de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 had moeten opvragen bij de gemeente Haarlem, volgt de rechtbank eiser hierin niet. Niet alleen is het niet de taak van het Uwv om zelfstandig bij derden documenten op te vragen, waarbij het nog de vraag is of de gemeente Haarlem wel over die Aangifte beschikte. Ook heeft het Uwv er terecht op gewezen dat de verstrekte machtiging aan de Gemeente Haarlem enkel ziet op de uitbetaling van de aan eiser verstrekte uitkering.
5.5.
Op basis van hetgeen hierboven is overwogen is komen vast te staan dat eiser niet tijdig aan de verzoeken van het Uwv heeft voldaan. Daarbij is gesteld noch gebleken dat eiser niet in staat was om een afschrift van zijn Aangifte Inkomstenbelasting 2023 tijdig te verstrekken. Het voorgaande betekent dat het Uwv op goede gronden heeft besloten om de Wajong-uitkering van eiser tijdelijk stop te zetten en dat het besluit van 6 november 2024 rechtmatig is genomen. In dat besluit is eiser nogmaals gewezen op het belang om alsnog de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 op te sturen. Het is ook niet het bezwaarschrift, maar het alsnog verstrekken van de Aangifte Inkomstenbelasting 2023 geweest dat heeft geleid tot de besluiten van 9 januari 2025 en de nabetaling.
5.6.
In het verweerschrift heeft het Uwv nog vermeld dat het bezwaar tegen het besluit van 6 november 2024 ongegrond verklaard had moeten worden. De rechtbank zal dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb passeren. Uit het voorgaande blijkt dat het besluit van 6 november 2024 rechtmatig is genomen en dat met de besluiten van 9 januari 2025 de Wajong-uitkering is hervat en er is nabetaald. De wijziging van het dictum leidt niet tot een andere uitkomst. Er is geen aanleiding tot het vernietigen van het bestreden besluit en eiser wordt met de instandlating van dat besluit met toepassing van artikel 6:22 van de Awb ook niet benadeeld.
Conclusie en gevolgen
6. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb, ziet de rechtbank geen aanleiding om het Uwv op te dragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden noch het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Hierbij is van belang dat het Uwv zelf heeft geconstateerd dat er een onjuist dictum is gehanteerd en dit niet tot een andere uitkomst leidt noch tot een benadeling van eiser. De herroeping was ook evident onjuist, gelet op de eerdere besluiten van 9 januari 2025, waarmee de Wajong-uitkering is hervat en nabetaald. Het bezwaar zou ook niet tot een andere uitkomst hebben geleid.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Zorge, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 3:45 en 3:74 van de Wajong en de Beleidsregel schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|