Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNHO:2026:7694 
 
Datum uitspraak:19-05-2026
Datum gepubliceerd:30-06-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummers:HAA 24/8282 HAA 24/8285 HAA 24/8287 HAA 24/8288 HAA 24/8290 HAA 24/8291 HAA 24/8292
Rechtsgebied:Omgevingsrecht
Indicatie:Beroep tegen verleende garnalenvergunningen kustwateren (GK). Verweerder heeft ten onrechte artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij exceptief getoetst. Artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij is een algemeen verbindend voorschrift waartegen op grond van het bepaalde in artikel 8.3, eerste lid, onder a, van de Awb geen bezwaar en beroep openstaat. Een algemeen verbindend voorschrift kan wel (exceptief) getoetst worden als op basis van de toepassing van dat algemeen verbindend voorschrift een besluit wordt genomen, maar alleen in het kader van de beoordeling van dat besluit. Van die situatie is hier geen sprake. De GK-vergunningen zijn immers niet verleend met toepassing van artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij, maar zijn gebaseerd op de artikelen 21 en 36 van de Uitvoeringsregeling visserij.
Trefwoorden:landbouw
 
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 24/8282, HAA 24/8285, HAA 24/8287, HAA 24/8288, HAA 24/8290, HAA 24/8291, HAA 24/8292


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaken tussen


1. in zaaknummer HAA 24/8282:
de besloten vennootschap [eiser 1] B.V., uit Den Oever;
2. in zaaknummer HAA 24/8285:


[eiser 2]
, uit Den Oever;
3. in zaaknummer HAA 24/8287:
de besloten vennootschap [eiser 3] B.V., uit Den Oever;
4. in zaaknummer HAA 24/8288:
de besloten vennootschap [eiser 4] B.V. uit Den Oever;
5. in zaaknummer HAA 24/8290:
de besloten vennootschap [eiser 5] B.V. uit Den Oever;
6. in zaaknummer HAA 24/8291:
de besloten vennootschap [eiser 6] B.V. uit Hippolytushoef;
7. in zaaknummer HAA 24/8292:
de vennootschap onder firma VOF [eiser 7]
uit Den Oever,
hierna gezamenlijk: eisers
(gemachtigde: R. Scholten),

en


de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder
(gemachtigde: mr. drs. P.J. Kooiman).


Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de aan hen op 22 december 2021 dan wel 28 december 2022 verleende garnalenvergunningen kustwateren (GK).

2. Met de bestreden besluiten van 1 november 2024 op de bezwaren van eisers is verweerder bij die besluiten gebleven.

3. De rechtbank heeft de beroepen van eisers op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Verschenen zijn daar [naam 1] ( [eiser 1] B.V), [naam 2] (namens [eiser 4] B.V.), [naam 3] (namens [eiser 5] B.V.), [naam 4] (namens VOF [eiser 7] ), bijgestaan door hun gemachtigde, vergezeld van [naam 5] (beleidsmedewerker Nederlandse Vissersbond). Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

4. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.



Procesverloop

5. Met ingang van 1 oktober 2022 is de Uitvoeringsregeling visserij aangepast. Op grond van artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij en bijlage 6 bij de Uitvoeringsregeling visserij zijn met ingang van die datum de kombergingsgebieden Eierlandse Gat en Oostwad gesloten voor garnalenvisserij.

6. De in bezwaar aangevoerde gronden tegen de verleende GK-vergunningen zien alle op de (motivering van de) geslotenverklaring van voornoemde gebieden die volgens eisers als voorwaarde aan de vergunningen is verbonden.

7. In reactie op deze bezwaargronden heeft verweerder in de bestreden besluiten exceptief getoetst of artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij al dan niet in strijd is met de wet of met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verweerder komt in het bestreden besluit tot de conclusie dat daarvan geen sprake is.

8. Eisers hebben hiertegen in beroep diverse gronden aangevoerd.



Beoordeling door de rechtbank

9. De rechtbank is van oordeel dat de bestreden besluiten ondeugdelijk zijn gemotiveerd. Verweerder heeft ten onrechte artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij exceptief getoetst.

10. Artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij is een algemeen verbindend voorschrift waartegen op grond van het bepaalde in artikel 8.3, eerste lid, onder a, van de Awb geen bezwaar en beroep openstaat. Een algemeen verbindend voorschrift kan wel (exceptief) getoetst worden als op basis van de toepassing van dat algemeen verbindend voorschrift een besluit wordt genomen, maar alleen in het kader van de beoordeling van dat besluit.

11. Van die situatie is hier geen sprake. De GK-vergunningen zijn immers niet verleend met toepassing van artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij, maar zijn gebaseerd op de artikelen 21 en 36 van de Uitvoeringsregeling visserij.

12. Aan de beoordeling van de door eisers opgevoerde beroepsgronden komt de rechtbank daarom niet toe.



Conclusie en gevolgen

13. Gelet op het voorgaande zijn de beroepen gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet aanleiding het geschil tussen eisers en verweerder finaal te beslechten met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
14. Voor zover de bezwaren zijn gericht tegen de aan eisers verleende GK-vergunningen, ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat deze bezwaren ongegrond zijn. Deze bezwaren zijn ongegrond omdat deze zijn gericht tegen een door eisers ingelezen, maar niet daadwerkelijk, aan de vergunningen verbonden voorwaarde die ziet op de sluiting van de gebieden Eierlandse Gat en Oostwad. In de vergunningen ligt niet besloten dat deze gebieden zijn gesloten voor (garnalen)visserij. Die sluiting is immers het gevolg van de inwerkingtreding van artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij.

15. Voor zover de bezwaren zijn gericht tegen artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij, het besluit waarmee de gebieden Eierlandse Gat en Oostwad zijn gesloten, ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat deze bezwaren niet ontvankelijk zijn. Daartoe is redengevend dat, zoals hiervoor al is overwogen, artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij, een algemeen verbindend voorschrift is waartegen geen bezwaar en beroep openstaat.

16. De rechtbank bepaalt hierbij dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten van 1 november 2024.



Proceskosten en griffierecht

17. Omdat de beroepen gegrond zijn moet verweerder het betaalde griffierecht aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding van hun proceskosten.

18. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen eisers een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en is ter zitting verschenen. Omdat sprake is van meer dan 4 samenhangende zaken wordt een factor 1,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2802,-.

19. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.




Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de besluiten van 1 november 2024;
- verklaart de bezwaren voor zover gericht tegen de GK-vergunningen van 22 december 2021 en 28 december 2022 ongegrond;
- verklaart de bezwaren voor zover gericht tegen artikel 20a Uitvoeringsregeling visserij niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde besluiten van
1 november 2024;
- bepaalt dat verweerder aan eisers in zaaknummers HAA 24/8282, HAA 24/8287, HAA 24/8288, HAA 24/8290, HAA 24/8291, HAA 24/8292 het door hen betaalde griffierecht van € 371,- moet vergoeden;
- bepaalt dat verweerder aan eiser in zaaknummer HAA 24/8285 het door hem betaalde griffierecht van € 187,- moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2802,- aan proceskosten aan eisers.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026 door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzitter, en mr. A.H. de Regt en mr. drs. B. Veenman, leden, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier.













griffier


voorzitter







Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Link naar deze uitspraak