|
|
|
| ECLI:NL:RBNHO:2026:980 | | | | | Datum uitspraak | : | 04-02-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 23-04-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Holland | | Zaaknummers | : | C/15/362143/ HA ZA 25-80 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Schade ontstaan na doorspoelen hoofdwaterleiding. Er wordt schadevergoeding gevorderd. De rechtbank acht voorlopig bewezen dat gedaagden onderaannemer waren van de verzekerde van Allianz en onder de CAR-polis vallen. In die situatie hoeven gedaagden geen schadevergoeding aan Allianz te betalen. Allianz wordt in staat gesteld tegenbewijs te leveren. Als zij daarin slaagt zullen gedaagden 50% van de schade van Allianz moeten vergoeden. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/362143 / HA ZA 25-80
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van
ALLIANZ BENELUX N.V.,
te Brussel (België), ook kantoorhoudende te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Allianz,
advocaat: mr. O.B. Zwijnenberg,
tegen
1 [de B.V.] , 2. [gedaagde sub 2] , 3. [gedaagde sub 3] ,
allen te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. J.H. Tuit.
De zaak in het kort
De verzekerde van Allianz, Hurks Bouw B.V. (hierna: Hurks), heeft als aannemer een appartementencomplex met onder andere een parkeergarage gebouwd. [de VOF] is tijdens de bouw ingeschakeld voor de aanleg van de watervoorzieningen in het complex. Onderdeel van die werkzaamheden was het (gedurende twee dagen) doorspoelen van de hoofdwaterleiding. Hurks heeft op 24 september 2021 geconstateerd dat de parkeergarage voor een groot deel onder water stond. Als gevolg daarvan is schade ontstaan.
Allianz stelt dat [de VOF] onrechtmatig heeft gehandeld en de schade heeft veroorzaakt. [de VOF] heeft namelijk, volgens Allianz, voor het doorspoelen van de hoofdwaterleiding gebruik gemaakt van een fragiele constructie waardoor de leiding uit positie is geraakt en het water over het bouwterrein heeft kunnen stromen. In deze procedure vordert Allianz schadevergoeding van [de B.V.] als rechtsopvolger van [de VOF] en van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als voormalig vennoten van de VOF.
[gedaagden] stellen dat [de VOF] als onderaannemer van Hurks is te beschouwen en daardoor meeverzekerde onder de gesloten CAR-polis is. Allianz kan daarom de schade niet op hen verhalen. [gedaagden] betwisten daarnaast dat onrechtmatig is gehandeld.
De rechtbank is van oordeel dat voorlopig is bewezen dat [de VOF] inderdaad als onderaannemer van Hurks is te beschouwen en onder de CAR-polis valt. De rechtbank houdt de behandeling van de zaak aan om Allianz in de gelegenheid te stellen tegenbewijs te leveren van deze stelling.
De rechtbank oordeelt ook inhoudelijk over de zaak. Als Allianz slaagt in het tegenbewijs en [de VOF] niet als onderaannemer kan worden aangemerkt, dienen [gedaagden] naar het oordeel van de rechtbank 50% van de schade van Allianz te vergoeden.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding (met producties 1 tot en met 8),
de conclusie van antwoord (met producties 1 tot en met 3),
het tussenvonnis van 28 mei 2025,
de brief van 26 november 2025 namens [gedaagden] (met producties 9 en 10),
de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Mr. R. Hinsen, namens Allianz, en mr. Tuit hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij tijdens de mondelinge behandeling aan de rechtbank hebben overgelegd. De spreekaantekeningen zijn daarmee onderdeel geworden van de processtukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Feiten
2.1.
Hurks Bouw B.V. (hierna: Hurks) heeft in opdracht van Bergwijkstadspark B.V. (hierna: Bergwijkstadspark) een appartementencomplex met een ondergrondse parkeergarage in Diemen gebouwd. Hurks heeft voor deze bouwwerkzaamheden een CAR-verzekering afgesloten bij Allianz.
2.2.
Voor de realisatie van de watervoorzieningen in het appartementencomplex is [de VOF] (hierna: de VOF) ingeschakeld. Gedaagden 2 en 3 waren vennoten van de VOF. De VOF is ontbonden en beëindigd op 29 juni 2023 in verband met het voorzetten van de onderneming door [de B.V.] , gedaagde 1.
2.3.
De hoofdwaterleiding van het appartementencomplex diende twee dagen lang te worden doorgespoeld. In verband met het doorspoelen heeft de VOF op 22 september 2021 een constructie gemaakt waarbij op de distributieleiding een polyethyleen slang (hierna: PE-slang) was aangesloten. Op deze PE-slang was een koperen leiding bevestigd. Deze koperen leiding was met tape vastgemaakt aan een in de grond geslagen houten paal. Tot de installatie behoorde ook een kraan.
2.4.
De kraan is voor het verlaten van de bouwplaats op 23 september 2021 door een medewerker van de VOF deels gesloten.
2.5.
Op 24 september 2021 constateerde de projectleider van Hurks, de heer [projectleider] (hierna: [projectleider] ), dat een groot deel van de parkeergarage onder water stond.
2.6.
Als gevolg van het binnengedrongen water is schade ontstaan. Allianz heeft als CAR-verzekeraar van Hurks de schade vergoed. Hurks heeft een eigen risico van € 5.000,-.
2.7.
De heer [naam] (hierna: [naam] ) van TOP Expertise B.V. (hierna: TOP Expertise) heeft op 24 september 2021 in opdracht van Allianz de bouwplaats bezocht om onderzoek te doen naar de toedracht van de schade. [naam] heeft een expertiserapport opgesteld gedateerd op 9 februari 2022. In dat rapport concludeert [naam] onder de kop oorzaak:
‘Ten gevolge van een fragiele constructie tussen een koperen leiding en een houten staande balk, is de leiding uit positie geraakt en heeft water vrijelijk over het bouwterrein kunnen uitstromen.’
2.8.
Allianz houdt de VOF en na de beëindiging van de VOF [gedaagden] aansprakelijk voor de schade van Hurks.
2.9.
Namens [gedaagden] heeft haar bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar ASR bij e-mail van 3 juni 2022 betwist dat de VOF onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijkheid afgewezen.
2.10.
Namens [gedaagden] zijn Lengkeek B.V. (hierna: Lengkeek) en ONE expertise B.V. (hierna: ONE expertise) als deskundigen ingeschakeld. Namens ONE expertise heeft de heer [adviseur] (hierna: [adviseur] ) advies gegeven.
3Het geschil
3.1.
Allianz vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [gedaagden] veroordelen:
om aan Allianz € 30.219,55 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
in de proces- en nakosten, te betalen binnen veertien dagen en te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Allianz legt aan de vorderingen ten grondslag dat de VOF voor het doorspoelen van de hoofdwaterleiding gebruik heeft gemaakt van een fragiele constructie. Daardoor kon de leiding uit positie raken en is water op het bouwterrein terechtgekomen en via doorvoeren de parkeergarage binnengestroomd. De VOF heeft daardoor toerekenbaar onrechtmatig gehandeld jegens Hurks. Er is door de handelswijze van de VOF voor een bedrag van € 30.219,55 aan schade ontstaan. De voormalig vennoten van de VOF en [de B.V.] als rechtsopvolger van de VOF zijn daarvoor (nog steeds) aansprakelijk.
3.3.
[gedaagden] voeren verweer. [gedaagden] stellen dat de VOF als meeverzekerde van Hurks dient te worden beschouwd en dat Allianz om die reden geen verhaal op hen kan halen. [gedaagden] betwisten daarnaast dat de wijze waarop de leidingen zijn doorgespoeld onrechtmatig is geweest. Zij betwisten de door Allianz gestelde toedracht van de wateroverlast in de parkeergarage. [gedaagden] wijzen erop dat Hurks eigen schuld heeft aan de ontstane schade omdat er open doorvoeren waren in de fundering/ kelderwand van de parkeergarage. Doordat de doorvoeren open zijn gelaten, kon het water de parkeergarage binnen stromen. Het is gebruikelijk om dergelijke doorvoeren af te doppen tot het moment dat de leiding wordt aangebracht.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Waar moet de rechtbank over oordelen?
4.1.
In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of [gedaagden] aansprakelijk zijn voor de schade die is veroorzaakt door het water dat in de parkeergarage is gelopen. Voordat de rechtbank deze vraag kan beantwoorden, moet eerst de vraag worden beantwoord of de VOF als meeverzekerde kan worden beschouwd op de CAR-polis van Allianz. De rechtbank acht voorlopig bewezen dat dit zo is en zal Allianz in de gelegenheid stellen om daarvan tegenbewijs te leveren. De rechtbank legt uit waarom zij tot deze bewijsopdracht komt. Ook zal zij in dit vonnis al beoordelen wat de uitkomst van de zaak zal zijn wanneer Allianz wel of niet slaagt in het leveren van tegenbewijs.
Is de VOF onder- of nevenaannemer?
4.2.
Het meest verstrekkende verweer van [gedaagden] is dat Allianz geen vordering op hen heeft, omdat de VOF meeverzekerd is op de CAR-polis die Hurks bij Allianz had afgesloten. Uit de aannemingsovereenkomst tussen Hurks en Bergwijkstadspark blijkt dat de watervoorzieningen onder de verantwoordelijkheid van Hurks vielen. De VOF heeft dus als onderaannemer van Hurks opgetreden en is daardoor als meeverzekerde onder de CAR-polis te beschouwen. Allianz kan dan daarom geen regres halen op [gedaagden] , aldus [gedaagden]
4.3.
Allianz heeft daartegen ingebracht dat de contractuele verhoudingen tussen Hurks en Bergwijkstadspark afwijkend waren van de aannemingsovereenkomst. Volgens Allianz heeft Bergwijkstadspark aan Waternet opgedragen de watervoorzieningen te realiseren en heeft Waternet via BAM de VOF ingeschakeld. De VOF moet daarom als nevenaannemer worden beschouwd en is dus geen medeverzekerde onder de CAR-polis, zodat Allianz regres kan nemen op [gedaagden]
4.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 7:962 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) krijgt een verzekeraar (in deze zaak Allianz) geen vordering op de verzekeringsnemer of een meeverzekerde. [gedaagden] stellen dat de VOF is te beschouwen als meeverzekerde en voeren daarmee een bevrijdend verweer. Op [gedaagden] rusten daarom de stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden waarop dit (bevrijdende) verweer is gebaseerd.
4.5.
Uit de door Allianz overgelegde CAR-polis en de daarbij behorende voorwaarden blijkt dat naast Hurks als verzekeringsnemer ook aannemers en onderaannemers (artikel 1.3.1.3 van de voorwaarden) of overige bij de uitvoering van het verzekerde interest betrokken partijen (artikel 1.3.1.6. van de voorwaarden) meeverzekerd zijn. Als vast komt te staan dat de VOF onderaannemer was, dan is zij meeverzekerde onder de polis. Artikel 1.3.2. bepaalt dat nevenaannemers slechts meeverzekerd zijn als zij onder de polis zijn aangemeld. Vast staat dat de VOF niet op de polis is aangemeld. Als vast komt te staan dat de VOF nevenaannemer was, dan kan zij niet als meeverzekerde op de CAR-polis worden beschouwd.
4.6.
Hurks heeft een aannemingsovereenkomst gesloten met (onder andere) Bergwijkstadspark. In die aannemingsovereenkomst is Hurks aangeduid als aannemer. In de considerans van de aannemingsovereenkomst is onder B opgenomen dat de werkzaamheden bestaan uit ‘het realiseren, afbouwen, installeren en/of in werking stellen van Blok 22 en Blok 23, (…), hierna te noemen: het Werk”’. Op grond van artikel 13.1 van de aannemingsovereenkomst is de aannemer verplicht het werk “sleutelklaar” op te leveren. Daaronder wordt op grond van artikel 13.1.3 verstaan dat ‘het Werk/ de appartementen is/zijn gereed en zijn aangesloten op de nutsvoorzieningen waaronder, (…) water (…). Aannemer zorgt voor een tijdige aanvraag van de nutsaansluitingen).’ Het aansluiten van het werk op watervoorzieningen viel dus op grond van deze aannemingsovereenkomst onder de opdracht van Hurks.
4.7.
Vast staat dat de VOF de watervoorzieningen heeft gerealiseerd. Niet in geschil is dat de VOF die opdracht van BAM had gekregen en dat BAM daarvoor was ingeschakeld door Waternet. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden of Waternet de opdracht voor het realiseren van de watervoorziening in het appartementencomplex heeft gekregen van Bergwijkstadspark als opdrachtgever van het project, of van Hurks als aannemer wiens taak het volgens de aannemingsovereenkomst was de nutsaansluitingen aan te vragen. Als Hurks Waternet heeft ingeschakeld, moet de VOF als onderaannemer van Hurks worden aangemerkt. Als Bergwijkstadspark Waternet zelf heeft ingeschakeld, dan lijkt de VOF nevenaannemer te zijn.
4.8.
Uit de inhoud van de aannemingsovereenkomst tussen Bergwijkstadspark en Hurks, volgt dat aan Hurks opdracht is gegeven voor realisatie van de watervoorzieningen. Daarom acht de rechtbank voorshands bewezen dat de VOF als onderaannemer en dus als meeverzekerde op de CAR-polis is te beschouwen. De rechtbank stelt Allianz in de gelegenheid daarvan tegenbewijs te leveren. De rechtbank zal de behandeling van de zaak daarvoor aanhouden.
Wat als Allianz niet of juist wel slaagt in het leveren van tegenbewijs?
4.9.
Als Allianz niet slaagt in het leveren van tegenbewijs zullen haar vorderingen worden afgewezen omdat in die situatie de VOF onderaannemer van Hurks is en dus als meeverzekerde onder de CAR-polis. Allianz kan dan geen schadevergoeding vorderen van de rechtsopvolger en de voormalig vennoten van de VOF.
In de situatie dat Allianz wel slaagt in het leveren van tegenbewijs faalt het verweer van [gedaagden] en komt de rechtbank toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of zij aansprakelijk zijn voor de schade waarvan Allianz betaling vordert. In dat geval kan de vordering van Allianz naar het oordeel van de rechtbank gedeeltelijk worden toegewezen. De rechtbank legt uit hoe zij tot dat oordeel komt.
Toedracht water in de parkeergarage
4.10.
Partijen hebben overeenstemming over de hoogte van de schade die, zoals blijkt uit het rapport van TOP Expertise, € 30.219,55 bedraagt. Tussen partijen staat vast dat de schade is veroorzaakt doordat water in de, op dat moment in aanbouw zijnde, parkeergarage is gelopen. Allianz stelt dat dit water afkomstig was uit de koperen leiding die door de VOF werd gebruikt voor het doorspoelen van de hoofdwaterleiding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagden] de door Allianz gestelde toedracht onvoldoende gemotiveerd betwist. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
4.11.
Allianz verwijst ter onderbouwing van haar stelling dat het water afkomstig was uit de koperen leiding naar de verklaring van [projectleider] en het rapport van TOP Expertise. Uit deze verklaring en het rapport blijkt, volgens Allianz, dat de koperen leiding ongeveer 45 graden scheef hing boven het riool waardoor water richting de parkeergarage in plaats van richting het riool stroomde. Allianz wijst ook op een foto gevoegd in het rapport van TOP Expertise waarop is te zien dat de koperen leiding niet in een straatkolk hangt, maar daarboven. Deze foto is ook opgenomen in het rapport van Lengkeek waar [gedaagden] naar verwijzen. Het betreft deze foto.
Tijdens de mondelinge behandeling is namens [gedaagden] erkend dat uit deze foto blijkt dat de koperen leiding niet doorloopt in de straatkolk.
4.12.
[gedaagden] verwijzen ter onderbouwing van hun verweer weliswaar naar het rapport van Lengkeek, maar in dat rapport wordt enkel weergegeven wat de verzekerde (de VOF) en BAM vermoeden. Tijdens de mondelinge behandeling is namens [gedaagden] erkend dat Lengkeek de bouwplaats zelf niet heeft bezocht en moest afgaan op wat is verteld. Uit het rapport blijkt dat Hurks en BAM vermoedden dat iemand aan de kraan van de doorspoelconstructie en de waterleiding heeft gezeten. Deze stelling is niet onderbouwd, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat.
4.13.
[gedaagden] hebben gewezen op discrepanties tussen de verklaring van [projectleider] en de constateringen van TOP Expertise. Zo is er een verschil over het al dan niet aanwezig zijn van een hendel van de kraan. [gedaagden] betwisten echter niet dat [projectleider] er voor heeft gezorgd dat het water niet langer de parkeergarage instroomde. Op welke wijze [projectleider] dat heeft gedaan, maakt voor het resultaat niet uit. In het rapport van TOP Expertise wordt daarnaast gemeld dat er losse stukken plakband zijn aangetroffen terwijl [projectleider] daar geen melding van maakt. Dit punt acht de rechtbank niet van een dermate groot belang dat om die reden de verklaring van [projectleider] of het rapport van TOP Expertise niet gevolgd zou kunnen worden.
[gedaagden] stellen tot slot dat het water in de parkeergarage afkomstig kan zijn van regen. Uit de door Allianz overgelegde weeranalyse van september 2021 en een historisch weeroverzicht volgt dat het in de periode van 20 tot en met 26 september 2021 niet heeft geregend. Dat het water in de parkeergarage afkomstig was van regen acht de rechtbank gelet op deze gegevens niet aannemelijk.
Op grond van deze omstandigheden stelt de rechtbank dan ook vast dat het water in de parkeergarage afkomstig was van de installatie die werd gebruikt om de hoofdwaterleiding door te spoelen.
Onrechtmatig handelen van de VOF
4.14.
Vervolgens moet geoordeeld worden of er sprake is van onrechtmatig handelen door de VOF jegens Hurks. Allianz stelt dat dit het geval is, omdat de fragiele constructie die de VOF heeft gemaakt om de hoofdwaterleiding door te spoelen een gevaarzettende situatie heeft gecreëerd. De rechtbank stelt voorop dat de vraag of de veroorzaking van schade door het in het leven roepen van een gevaar onrechtmatig is, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij is van belang (1) hoe waarschijnlijk het is dat de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid niet in acht zullen worden genomen, (2) hoe groot de kans is dat daaruit schade ontstaat, (3) de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben en (4) hoe bezwaarlijk het is om veiligheidsmaatregelen te nemen.
4.15.
TOP Expertise wijst in haar rapport als oorzaak voor de wateroverlast aan de fragiele constructie tussen een koperen leiding en een staande houten paal waardoor de leiding uit positie is geraakt. [gedaagden] betwisten dat er sprake is van een instabiele constructie. De rechtbank volgt [gedaagden] niet in dat verweer. Het is juist, zoals [gedaagden] aanvoeren, dat [adviseur] van One Expertise stelt dat op bouwplaatsen vaker vergelijkbare constructies waaraan een kraan is bevestigd worden aangetroffen. Verderop in zijn advies schrijft [adviseur] echter dat hij de mening van TOP Expertise deelt dat dergelijke kranen ‘dan wel beter verankerd zijn en vastgezet met beugels, niet met tape’. [adviseur] voegt daaraan toe dat in deze zaak niet vaststaat dat het tapen de oorzaak van het bezwijken is geweest maar hij laat zich verder niet uit wat wel de oorzaak van het uit positie raken van de leiding kan zijn geweest. [gedaagden] stellen enkel dat derden de kraan mogelijk verder open hebben gezet, maar die stelling hebben zij niet onderbouwd zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat sprake was van een fragiele constructie waardoor de leiding uit positie heeft kunnen raken en het water in de parkeergarage heeft kunnen stromen.
4.16.
De kans dat daardoor schade kon ontstaan was wellicht niet heel groot, maar waterschade kan in potentie wel ernstig zijn. Verder kent de rechtbank groot gewicht toe aan het feit dat het niet bezwaarlijk voor de VOF was om veiligheidsmaatregelen te treffen.
De VOF had gebruik kunnen maken van simpele goedkope maatregelen om de leiding en de kraan stevig aan de houten paal te bevestigen. Uit de deskundigenrapporten leidt de rechtbank af dat het ook gebruikelijk is dergelijke maatregelen toe te passen. Zo wordt in het rapport van TOP Expertise het gebruik van tie-rips genoemd of het vastzetten met beugels. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de sprake was van gevaarzettend handelen van de VOF en dat de VOF onrechtmatig heeft gehandeld tegen Hurks.
Causaal verband
4.17.
[gedaagden] voeren aan dat de enkele uitstroom van water uit de spoelleiding de gevorderde schade niet heeft kunnen veroorzaken. In dat verband wijzen zij er op dat de materialen die in de parkeergarage op pallets stonden en dat er niet zoveel water in de parkeergarage kan zijn gestroomd dat de pallets onder water konden komen te staan.
4.18.
De rechtbank passeert dit verweer. Partijen zijn het erover eens dat de schade bestaat uit met name bereddingskosten en het afvoeren van water, zoals beschreven is in het rapport van TOP Expertise. Zoals hiervoor is overwogen, is die schade ontstaan doordat het water uit de losgeraakte leiding in de parkeergarage is gestroomd. Daarmee is het causaal verband tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis en de gevorderde schade gegeven.
Aansprakelijkheid [gedaagden]
4.19.
In het geval niet komt vast te staan dat de VOF is aan te merken als meeverzekerde onder de CAR-polis, zijn [de B.V.] als rechtsopvolger van de VOF en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als voormalig vennoten, aansprakelijk te houden voor de schade die Hurks als gevolg van het onrechtmatig handelen heeft geleden.
Eigen schuld Hurks aan ontstaan van schade
4.20.
[gedaagden] stellen naar het oordeel van de rechtbank terecht dat de schade mede heeft kunnen ontstaan doordat de doorvoeren in de fundering/kelderwand van de parkeergarage open lagen. Dit ondanks dat het complex onder het maaiveld was gelegen. Tijdens de mondelinge behandeling is namens Allianz erkend dat deze doorvoeren normaal gesproken worden afgedopt voordat de leiding wordt aangebracht. Allianz heeft geen (afdoende) verklaring gegeven waarom de doorvoeren in dit geval niet waren afgedopt. Allianz heeft wel gesteld dat het gelet op de weersomstandigheden niet voor de hand lag om de doorvoeren af te doppen. Dit doet echter niet af aan het feit dat het normaal gebruik is de doorvoeren af te doppen totdat de leidingen daarin worden aangebracht. Het afdoppen van de doorvoeren had van Hurks, als aannemer, kunnen worden verwacht ook omdat er materialen opgeslagen waren in de parkeergarage. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat Hurks deels eigen schuld heeft aan het ontstaan van de schade. De rechtbank weegt de gemaakte fouten van Hurks en de VOF aan als even zwaar. [gedaagden] hoeven om die reden niet de volledige schade aan Allianz te vergoeden, maar 50% daarvan. Dit heeft tot gevolg dat Allianz van de gevorderde schade een bedrag van (50% van € 30.219,55 =) € 15.109,78 zal moeten betalen als Allianz slaagt in het tegenbewijs.
Wettelijke rente
4.21.
Allianz vordert de wettelijke rente over een bedrag van € 5.000,- (het eigen risico van Hurks) vanaf 24 september 2021 en over de overige schade vanaf 11 februari 2022. Volgens [gedaagden] is de wettelijke rente pas toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding, omdat een formele aansprakelijkheidstelling van Allianz ontbreekt. De rechtbank verwerpt dit verweer. Allianz wijst terecht op een uitspraak van de Hoge Raad van 20 oktober 2006. In de wet is bepaald dat bij een verbintenis voortvloeiend uit een onrechtmatige daad, die niet meteen wordt nagekomen, verzuim intreedt zonder dat er een ingebrekestelling hoeft plaats te vinden. In de uitspraak van 20 oktober 2006 heeft de Hoge Raad bepaald dat dit wetsartikel ook geldt in de verhouding tussen de verzekeraar (Allianz) die in de rechten van zijn verzekerde (Hurk) is gesubrogeerd. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit ook geldt voor de ingangsdatum van de wettelijke rente. Het verzuim van [gedaagden] treedt dus in zonder ingebrekestelling.
Het vervolg van de procedure
4.22.
De rechtbank verwijst naar de zaak naar de rol om Allianz in de gelegenheid te stellen aan te geven of en zo ja op wijze zij tegenbewijs wil leveren van de voorlopig bewezen geachte stelling dat de VOF de werkzaamheden heeft uitgevoerd als onderaannemer en dus meeverzekerd is op de CAR-polis. In het geval getuigenverhoren zullen plaatsvinden, moeten partijen er rekening mee moeten dat de rechtbank aansluitend aan een eventueel gepland getuigenverhoor een mondelinge behandeling kan houden om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun standpunten nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Bij de getuigenverhoren moet daarom van iedere partij een bevoegde vertegenwoordiger verschijnen.
4.23.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.
4.24.
De rechtbank geeft partijen nadrukkelijk in overweging om naar aanleiding van de inhoud van dit vonnis (opnieuw) met elkaar in gesprek te gaan om te beproeven of zij in onderling overleg alsnog tot een minnelijke regeling kunnen komen.
4.25.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
stelt Allianz in de gelegenheid tegenbewijs te leveren van de voorlopig bewezen geachte stelling dat [de VOF] de werkzaamheden heeft uitgevoerd als onderaannemer en dus meeverzekerd is op de CAR-polis,
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 4 maart 2026 voor uitlating door Allianz of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat, als Allianz geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
5.4.
bepaalt dat, als Allianz getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten per dagdeel in de maanden maart 2026 tot en met september 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.5.
bepaalt dat een eventueel getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. N. Boots, in het gerechtsgebouw te Alkmaar, Kruseman van Eltenweg 2,
5.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eventuele eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Boots en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
MKG/NB
CAR staat voor Construction All Risk
Het zogenaamde subrogatieverbod
De zogenaamde Kelderluikcriteria, zie HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079.
Hoge Raad 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6737
Artikel 6:83 sub b BW | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|