Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNNE:2026:4526 
 
Datum uitspraak:21-10-2026
Datum gepubliceerd:23-10-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Nederland
Zaaknummers:K/4303/12349979 AR VERZ 2 K/4303/12349979 AR VERZ 2
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst docent hogeschool wegens sociaal onwenselijk gedrag. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen van werknemer. Arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, met toekenning van een transitievergoeding. Werkgeefster is geen billijke vergoeding verschuldigd.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer / rekestnummer: 12349979 \ AR VERZ 26-71


Beschikking van 21 oktober 2026


in de zaak van


STICHTING NHL STENDEN HOGESCHOOL,
te Leeuwarden ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: NHL Stenden,
gemachtigde: mr. E.W. Kingma,

tegen



[verweerder]
,
te [plaats ] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. R.P.C. van de Ven.



De zaak in het kort


In deze zaak verzoekt de werkgeefster om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens sociaal onwenselijk gedrag. De kantonrechter is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen van de werknemer. Wel ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, met toekenning van een transitievergoeding aan de werknemer. Hoewel de werkgeefster naar het oordeel van de kantonrechter de verwijten die zij de werknemer maakt had moeten concretiseren en meer zorgvuldigheid had moeten betrachten, is het handelen of nalaten van de werkgeefster niet aan te merken als ernstig verwijtbaar. De werkgeefster is daarom geen billijke vergoeding aan de werknemer verschuldigd.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de aanvullende producties van de zijde van NHL Stenden
- de mondelinge behandeling van 18 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.

[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1969, is sinds 1 april 2007 in dienst bij NHL Stenden. De functie van [verweerder] is [functie] met een salaris van € 6.504,31 bruto per maand exclusief emolumenten.



2.2.
Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het hoger beroepsonderwijs (hierna: de cao) en de Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Hoger Beroepsonderwijs (BWRHBO) van toepassing.



2.3.

[verweerder] is werkzaam bij de Bachelor [opleiding] van NHL Stenden te Emmen .



2.4.
In september 2021 is [verweerder] gestart met de tweejarige masteropleiding Serious Gaming, omdat hij nog niet beschikte over een hbo-diploma.



2.5.
Tijdens een kalibratiesessie rond juni/juli 2024 is door meerdere medewerkers en leidinggevenden van het team [opleiding] aangegeven dat zij de werksituatie als zeer onprettig en sociaal onveilig ervoeren en dat een groepje medewerkers hiervan de oorzaak was. Vanaf oktober 2024 is door NHL Stenden ingezet op teamontwikkeling en verandering.



2.6.
Per 1 januari 2025 is de heer [medewerker 1] (hierna: [medewerker 1] ) aangesteld als directeur van de Academie Tech & Design van NHL Stenden, waar de opleiding [opleiding] onder valt. [medewerker 1] heeft na zijn aanstelling individuele gesprekken met diverse teammedewerkers gevoerd. Tijdens verschillende gesprekken is de naam van [verweerder] gevallen met betrekking tot een groep collega’s waarvan de overige teamleden een onveilige werksituatie ervoeren. [medewerker 1] heeft dit met [verweerder] besproken. [verweerder] heeft daarop aangegeven zich niet in de signalen te herkennen, maar zeer geschrokken te zijn en blij te zijn dat hij ermee werd geconfronteerd, zodat hij er iets mee kon doen.



2.7.
Per brief van 28 oktober 2025 heeft [medewerker 1] aan [verweerder] medegedeeld dat de Examencommissie HBO-ICT op 10 oktober 2025 heeft vastgesteld dat hij niet voldoet aan de twee basiseisen die worden gesteld aan examinatoren: een hbo-diploma en een BDB/BKE-certificering (Bewijs Didactische Bekwaamheid, waarvan deel uitmaakt de Basis Kwalificatie Examinering). In de brief is verder onder meer opgenomen dat [verweerder] in het academisch jaar 2026/2027 alleen kan worden voorgedragen als examinator als hij beschikt over tenminste een hbo-diploma en BDB (inclusief BKE). [verweerder] kreeg opdracht om de masteropleiding Serious Gaming voor het einde van het lopende studiejaar af te ronden en een BDB (inclusief BKE) te behalen.



2.8.
Op 16 december 2025 hebben de Ombudsman Medewerkers (mevrouw [medewerker 2] ) en de Ombudsman Studenten (mevrouw [medewerker 3] ) van NHL Stenden een notitie verzonden aan onder meer het College van Bestuur (CvB), [medewerker 1] en de directeur HRM mevrouw [medewerker 4] (hierna: [medewerker 4] ). In de notitie zijn signalen in kaart gebracht over de Bachelor of [opleiding] die wezen op structureel ervaren sociale onveiligheid, vastgelopen teamdynamiek, falende eerdere interventies, zorgen over leiderschap en sturing, en zware zorgen/grieven over onderwijskwaliteit en daarmee een reputatierisico.



2.9.
Na deze signalen heeft [medewerker 1] aan bureau [bedrijf] opdracht gegeven om een samenwerkingsanalyse te doen teneinde te achterhalen tussen welke personen in de samenwerking gewenst en ongewenst gedrag plaatsvond. Tevens heeft NHL Stenden studenten de mogelijkheid geboden om concrete meldingen te doen. Deze meldingen konden direct aan de Ombudsman Studenten gedaan worden. Daarnaast werd de studenten de mogelijkheid geboden om een schriftelijke melding via de notaris te doen, in welk geval ze anoniem bleven voor de Ombudsman Studenten. De notaris stuurde deze meldingen door naar een vertrouweling van de studenten, die de verklaringen vervolgens anonimiseerde en naar de Ombudsman Studenten stuurde.



2.10.
Op 23 maart 2026 heeft de Ombudsman Studenten de ‘Rapportage student(gerelateerde) meldingen Bachelor of [opleiding] te Emmen ’ (hierna ook: de rapportage van studentmeldingen) opgesteld. Zij heeft deze rapportage op 27 maart 2026 aan het CvB en aan [medewerker 1] doen toekomen. In deel A van de rapportage (Algemeen deel) is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

Na de eerste studentmeldingen (inclusief de conceptpetitie aan externe partijen) die aanleiding hebben gegeven tot de ombudsnotitie van 16 december 2025 werd in gesprekken met verschillende studentgeledingen duidelijk dat er grofweg twee kampen bestaan: een Nederlands en een internationaal. De verklaringen van studenten bevestigen dat beeld van polarisatie: er bestaan verschillen in perceptie van de gesignaleerde problemen tussen studentgroepen. Bovendien moeten we bedacht zijn op mogelijke beïnvloeding van meningen binnen groepen.

(…)

Op die wijze, maar ook via een aantal (mondelinge en schriftelijke) meldingen direct aan mij, heb ik op het moment van schrijven 30 individuele studentmeldingen ontvangen.

(…)


Deze notitie geeft uitsluitend weer wat studenten rapporteren en wat ik daaromheen – vanuit onder meer de Opleidingscommissie – aan studentgerelateerde signalen heb ontvangen.



Er heeft door mij geen verificatie, wederhoor of aanvullend onderzoek plaatsgevonden. De inhoud moet daarom worden gelezen als een weergave van ervaren situaties en patronen.




2.11.
In deel B van de rapportage van studentmeldingen (Analyse studentmeldingen) zijn de 30 verklaringen geanalyseerd. In alle verklaringen werd de naam van [verweerder] genoemd. Naast [verweerder] werd nog een andere docent frequent genoemd in verklaringen. Ook werden enkele andere docenten genoemd, maar minder frequent. In de analyse is – onder meer en voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:



3.1

Bejegening door docenten

Met name bij de vaker genoemde docenten beschrijven studenten een consistente lijn in gedrag (frequentie: 20+ verklaringen). Gerapporteerde kenmerken:
• kleinerende of sarcastische opmerkingen
• harde en directe toon
• publieke correcties (in de klas/voor het oog van medestudenten)
• weinig ruimte voor nuance of gesprek

Studenten ervaren dit als:
•respectloos
• intimiderend
• soms vernederend

(…)



3.1

Publieke situaties (klassikaal)

Studenten beschrijven situaties (frequentie: ± 15-20 verklaringen) waarin:
• kritiek openlijk in de groep wordt gegeven
• studenten worden "aangewezen" of onder druk worden gezet
• fouten zichtbaar worden uitvergroot

Impact:
• schaamte
• terugtrekgedrag
• vermijdingsgedrag in de klas



3.2

Sociale en psychologische veiligheid

Veel (frequentie: 20+ verklaringen) studenten geven aan:
• zich niet veilig te voelen om vragen te stellen
• angst te hebben voor reacties van docenten
• kritiek niet te durven uiten

Er ontstaat een patroon van:
• stilte
• aanpassen
• vermijden van confrontatie

Er wordt explicieter benoemd dat de afhankelijkheid van docenten (beoordeling, begeleiding) invloed heeft op de mate waarin studenten zich uitspreken. Dit raakt dus direct aan sociale veiligheid en meldbereidheid.



2.12.
Op 29 maart 2026 heeft de Ombudsman Studenten de ‘Rapportage meldingen (oud)medewerkers Bachelor of [opleiding] te Emmen ’ (hierna ook: de rapportage van medewerkersmeldingen) opgeleverd, naar aanleiding van 8 verklaringen van 7 (oud)medewerkers. De verklaringen van (oud)medewerkers zijn door de Ombudsman Studenten in ontvangst genomen, omdat er tijdelijk geen Ombudsman Medewerkers was. In het algemene deel van de rapportage is onder meer opgenomen dat er door de Ombudsman Studenten geen verificatie, wederhoor of aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden, waardoor de inhoud van de rapportage moet worden gelezen als een weergave van individueel ervaren situaties en patronen.



2.13.
In deel B van de rapportage van medewerkersmeldingen, waarin de meldingen zijn geanalyseerd, is onder meer de aard van de meldingen opgenomen. Dit betrof:


Intimidatie en angstcultuur


Denigrerende en discriminerende bejegening


Manipulatie van beoordeling en onderwijsproces


Roddel, zwartmaken en sociale uitsluiting


Onprofessioneel en grensoverschrijdend gedrag


Organisatorische en leiderschapsproblemen.





2.14.

[verweerder] is in de rapportage van medewerkersmeldingen opgenomen als één van de genoemde actoren.



2.15.
Per brief van 1 april 2026 is [verweerder] door NHL Stenden uitgenodigd voor een gesprek op 7 april 2026 om zijn reactie te geven op de ontvangen signalen. Het betrof een gesprek met [medewerker 1] , [medewerker 4] en de heer [medewerker 5] (beleidsadviseur HRM). Ook vier collega’s van [verweerder] werden uitgenodigd voor een dergelijk gesprek. [verweerder] en zijn vier collega’s hebben per brief van 2 april 2026 verzocht om het gesprek uit te stellen, omdat zij zich wilden laten bijstaan door onderwijsvakbond AOb. NHL Stenden heeft dit verzoek niet gehonoreerd.



2.16.
Op 7 april 2026 heeft [verweerder] de twee rapportages van de Ombudsman Studenten ingezien op de locatie van NHL Stenden te Leeuwarden. De bijbehorende verklaringen waren op dat moment allemaal nog anoniem. [verweerder] heeft in eerste instantie een half uur de tijd gekregen om de rapportages en verklaringen door te nemen, maar de leestijd is meerdere malen verlengd tot iets meer dan een uur. Na het inzien van de documenten heeft [verweerder] aangegeven dat hij de inhoud daarvan eerst moest verwerken, dat het zeer ernstig zou zijn als die inhoud de werkelijkheid zou zijn en dat het zorgvuldigheid vraagt om te beoordelen of dat zo is en dat hij contact op zou nemen met de onderwijsvakbond.



2.17.
Op 8 april 2026 heeft [verweerder] zich ziekgemeld.



2.18.
Per brief van 9 april 2026 is [verweerder] door NHL geschorst als ordemaatregel, op grond van artikel P-1 van de cao.



2.19.
Per brief van 15 april 2026 aan [verweerder] heeft NHL Stenden aangegeven dat de geluidsopname van de bijeenkomst van 7 april 2026 vóór 24 april 2026 naar het privé e-mailadres van [verweerder] zou worden toegestuurd, net als het dossier met vertrouwelijke verklaringen. De verwachting was dat op termijn ook de verklaringen op naam aan [verweerder] zouden worden toegezonden. Verder is [verweerder] te kennen gegeven dat hij uiterlijk op 30 april 2026 een verweerschrift kon indienen.



2.20.
Op 22 april 2026 heeft [verweerder] de rapportage van studentmeldingen, de rapportage van medewerkersmeldingen, de bijbehorende verklaringen (deels anoniem en deels op naam) en de geluidsopname van NHL Stenden ontvangen.



2.21.
Op 1 mei 2026 heeft de bedrijfsarts in zijn rapportage geoordeeld dat de klachten van [verweerder] niet primair op ziekte of gebrek berusten. Volgens de bedrijfsarts was er sprake van een situatie van conflicterende belangen, waardoor de arbeidsongeschiktheid die [verweerder] ervoer situationeel was en terugkeer in die situatie herstel van arbeidsongeschiktheid zou belemmeren. De bedrijfsarts adviseerde de ziekmelding niet over te nemen, maar het gesprek met [verweerder] aan te gaan, onder begeleiding van een bedrijfsmaatschappelijk werker. Wanneer er geen voortgang in de gesprekken zou worden geboekt, adviseerde de bedrijfsarts mediation in gang te zetten.



2.22.
De gemachtigde van [verweerder] heeft op 1 mei 2026 aan [medewerker 1] laten weten dat van [verweerder] niet kon worden verwacht dat hij op een dergelijke korte termijn tijdens ziekte fatsoenlijk op de verwijten van NHL Stenden zou kunnen reageren.



2.23.
Op 13 mei 2026 heeft [verweerder] middels een brief van zijn gemachtigde aan (de gemachtigde van) NHL Stenden te kennen gegeven zich niet te kunnen verenigen met zowel de inhoudelijke grondslag als de wijze waarop het traject door NHL Stenden is ingericht en uitgevoerd. In de brief betwist [verweerder] de beschuldigingen in algemene zin en geeft hij aan zich niet te herkennen in het geschetste totaalbeeld en ernstige bezwaren te hebben tegen de wijze waarop NHL Stenden het traject heeft ingericht. [verweerder] heeft zich in de brief bereid verklaard mee te werken aan een zorgvuldig en objectief proces, maar het daarvoor noodzakelijk te achten dat NHL Stenden eerst duidelijk zou maken welke concrete feiten zij aan hem tegenwerpt, waarop die feiten zijn gebaseerd, hoe deze zijn geverifieerd en welke betekenis NHL Stenden daaraan verbindt.



2.24.
Per e-mail van 21 mei 2026 heeft de gemachtigde van NHL Stenden de schorsing van [verweerder] bestendigd op grond van artikel P-2 lid 3 van de cao. Daarnaast is [verweerder] uitgenodigd voor een gesprek op 1 juni 2026 om een reactie te geven op de stukken en met NHL Stenden van gedachten te wisselen over de verdere voortgang van de procedure. De gemachtigde van [verweerder] heeft hierop per e-mail van 29 mei 2026 laten weten dat [verweerder] uitsluitend mee wil werken aan een gesprek onder de door de bedrijfsarts gestelde randvoorwaarden. Gelet daarop heeft het gesprek op 1 juni 2026 geen doorgang gevonden.



2.25.
Op 1 juni 2026 heeft [verweerder] gesproken met de bedrijfsmaatschappelijk werker en heeft hij verzocht of hij een gesprek zou kunnen aangaan met teamleider mevrouw [medewerker 6] .



2.26.
In de daaropvolgende periode heeft er overleg plaatsgevonden tussen partijen om te bezien of een minnelijke regeling mogelijk was. Dit heeft niet tot een oplossing geleid.



2.27.
Op 30 juli 2026 heeft [verweerder] bij deze rechtbank een aanvraag gedaan voor een kort geding om wedertewerkstelling te vorderen. Deze procedure is uiteindelijk niet voortgezet.





3Het geschil


3.1.
NHL Stenden verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden per eerst mogelijke datum, primair vanwege (ernstig) verwijtbaar handelen, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, meer subsidiair vanwege andere omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en uiterst subsidiair vanwege een combinatie van omstandigheden.



3.2.

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een billijke vergoeding, de transitievergoeding, toekenning van een aanvullende vergoeding wanneer de arbeidsovereenkomst op de i-grond wordt ontbonden, een verklaring voor recht dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet aan [verweerder] verwijtbaar is en een deugdelijke eindafrekening.





4De beoordeling


De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden vanwege (ernstig) verwijtbaar handelen



4.1.
NHL Stenden heeft primair (ernstig) verwijtbaar handelen, op grond van artikel 7:669 lid 3 onder e van het Burgerlijk Wetboek (BW), door [verweerder] aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegd. De kantonrechter zal daarom allereerst moeten beoordelen of daarvan sprake is.



4.2.
NHL Stenden meent dat uit de feiten kan worden afgeleid dat de sociale veiligheid van diverse medewerkers van het team [opleiding] en van studenten van de Bachelor [opleiding] ernstig in het geding is gekomen door toedoen van [verweerder] . Volgens NHL Stenden bevinden studenten van deze specifieke bacheloropleiding zich nog meer dan andere studenten in een afhankelijke relatie ten opzichte van docenten, omdat het veelal internationale studenten betreft die naar Nederland zijn gekomen om een opleiding te volgen waarvoor zij een aanzienlijk bedrag aan collegegeld moesten voldoen. Uit de diverse verklaringen van studenten volgt volgens NHL Stenden dat [verweerder] van deze afhankelijkheidspositie misbruik heeft gemaakt.



4.3.
Uit de verklaringen van studenten volgt volgens NHL Stenden een beeld van een harde docent die niet in staat is om mee te denken en mee te leven met de studenten, maar enkel bezig is met het profileren van zichzelf. NHL Stenden heeft daarbij het voorbeeld aangehaald van een student die vanwege persoonlijke omstandigheden lessen had gemist en aan [verweerder] had gevraagd hoe het moest met het inhalen daarvan. Volgens de verklaring van de student zou [verweerder] daarop hebben gezegd: “I do not care”. Ook heeft [verweerder] volgens NHL Stenden druk uitgeoefend op studenten die op verzoek van NHL Stenden meedachten over bijvoorbeeld het verbeteren van het curriculum. Volgens de verklaring van een student die voorzitter is van de Opleidingscommissie zou [verweerder] hem erop gewezen hebben dat hij hem nog vaker tijdens de studie zou tegenkomen. Ook zou [verweerder] studenten die hadden meegedaan een geïnitieerd panelgesprek hebben neergezet als ‘backstabbers’. Verder blijkt volgens NHL Stenden uit de acht verklaringen van (oud-) medewerkers een intimiderende houding en denigrerende bejegening door [verweerder] jegens zijn directe collega’s.



4.4.

[verweerder] heeft zich nooit verweerd tegen de verklaringen en meldingen van de studenten en zijn collega’s, maar heeft zich verscholen achter zijn ziekmelding, aldus NHL Stenden. Al met al blijkt volgens NHL Stenden uit de beide rapportages van de Ombudsman Studenten en uit de verklaringen van studenten en collega’s, een handelwijze en communicatie van [verweerder] die als ernstig verwijtbaar kan worden aangeduid. [verweerder] heeft met zijn handelen ervoor gezorgd dat er zowel onder studenten als onder medewerkers een angstcultuur is gecreëerd waarin mensen angst, stress en lichamelijke klachten ervaren, aldus NHL Stenden. NHL Stenden meent dat [verweerder] had moeten weten dat zijn handelwijze negatieve gevolgen had voor de mensen om hem heen, zeker nadat het team een coachingstraject was ingegaan waarin uitdrukkelijk is gesproken over de wijze waarop men met elkaar om diende te gaan.



4.5.

[verweerder] betwist dat aan de beide rapportages van de Ombudsman Studenten de bewijskracht toekomt die NHL Stenden daar aan toedicht. [verweerder] heeft erop gewezen dat de Ombudsman Studenten uitdrukkelijk heeft vermeld dat door haar geen verificatie, wederhoor of aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden en dat de inhoud daarom moet worden gelezen als een weergave van individueel ervaren situaties en patronen. Een dergelijk stuk kan volgens [verweerder] aanleiding zijn voor onderzoek, maar ís volgens hem geen onderzoek. Ten aanzien van de rapportage van medewerkersmeldingen heeft de Ombudsman Medewerkers deze opgesteld buiten haar eigen mandaat, omdat er tijdelijk geen ombudsman voor medewerkers beschikbaar was, aldus [verweerder] . Verder meent [verweerder] dat op basis van 7 niet-geverifieerde meldingen uit een team dat in twee kampen uiteenviel, geen conclusie over het gedrag van een individuele medewerker kan worden getrokken.



4.6.

[verweerder] heeft er verder op gewezen dat een aanzienlijk deel van de signalen niet over hem gaat, maar over ‘de docenten’ in algemene zin, over de kwaliteit en de transparantie van de toetsing, over tegenstrijdige feedback van verschillende docenten en over de inrichting van het curriculum. Dat zijn volgens [verweerder] onderwijsinhoudelijke en organisatorische klachten. Ook kan volgens [verweerder] niet buiten beschouwing blijven dat NHL Stenden een aanzienlijk financieel belang heeft bij de tevredenheid van internationale studenten, wier collegegeld vele malen hoger ligt dan bij Nederlandse studenten. [verweerder] heeft verder de door NHL Stenden aangehaalde afzonderlijke incidenten betwist, althans hij heeft de vorm en de context waarin deze voorvallen worden gepresenteerd betwist. Zo heeft [verweerder] betwist dat hij de uitlating “I do not care” jegens een student heeft gedaan, althans hij heeft aangegeven dat dit anders moet worden weergegeven qua vorm en context. Ook heeft [verweerder] betwist dat hij studenten die aan een panelgesprek deelnamen als ‘backstabbers’ heeft aangeduid. Volgens [verweerder] worden uitlatingen aan hem toegerekend die door een ander zijn gedaan. Verder heeft [verweerder] betwist dat hij heeft geweigerd om te reageren op de verklaringen en meldingen en dat hij zich heeft verscholen achter zijn ziekmelding. [verweerder] heeft aangevoerd dat hij kenbaar heeft gemaakt bereid te zijn om te reageren, mits de verwijten per onderdeel zouden worden geconcretiseerd, het dossier volledig zou worden verstrekt en rekening zou worden gehouden met zijn medische situatie.



4.7.
Volgens [verweerder] kunnen de anonieme en onvoldoende geconcretiseerde meldingen de grond van (ernstig) verwijtbaar handelen niet dragen en levert het passeren van hoor en wederhoor een schending op van de zorgvuldigheid die van een werkgever mag worden verlangd. Tot slot is [verweerder] naar eigen zeggen nooit gewaarschuwd. Weliswaar is in september 2025 met hem gesproken, maar NHL Stenden heeft daaraan geen enkel gevolg verbonden. Van een werknemer kan niet worden verwacht dat hij zijn gedrag aanpast waarvan hem nimmer is meegedeeld wat daaraan schortte, aldus [verweerder] .



4.8.
De kantonrechter stelt voorop dat een hogeschool als NHL Stenden zorg moet dragen voor een sociaal veilige leeromgeving voor haar studenten. Daarnaast rust op NHL Stenden als goed werkgever de plicht om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving, zoals opgenomen in de Arbeidsomstandighedenwet. Wanneer een hogeschool signalen ontvangt dat sprake is van een sociaal onveilige leer- en werkomgeving, is de hogeschool gehouden om daar actief, daadkrachtig en adequaat op te reageren. Tegen deze achtergrond is het naar het oordeel van de kantonrechter terecht dat NHL Stenden naar aanleiding van de in december 2025 ontvangen signalen van de ombudsmannen over onder meer sociale onveiligheid, studenten en medewerkers in de gelegenheid heeft gesteld om concrete meldingen te doen.



4.9.
De kantonrechter is van oordeel dat NHL Stenden op basis van de beide rapportages van de Ombudsman Studenten en de diverse daaraan ten grondslag liggende verklaringen van studenten en (oud-)medewerkers waarin [verweerder] wordt genoemd, beschikte over voldoende concrete aanwijzingen van sociaal onwenselijk gedrag door [verweerder] om daarop actie te ondernemen. Voor zover [verweerder] in dit kader heeft aangevoerd dat aan de rapportages geen waarde kan worden gehecht omdat de verklaringen anoniem zouden zijn, faalt dit verweer. Anders dan [verweerder] stelt, zijn veel van de bij de rapportages gevoegde verklaringen van studenten en (oud-)medewerkers niet anoniem. Alleen voor een specifiek deel van de studenten is wegens de meldbereidheid een route via de notaris gefaciliteerd. De rapportages zijn dus gestoeld op substantiële en herleidbare meldingen, die NHL Stenden als goed werkgever niet naast zich neer kon of mocht leggen.



4.10.
Hoewel NHL Stenden dus terecht aanleiding zag om actie te ondernemen, is de kantonrechter van oordeel dat de daaropvolgende zorgvuldigheid in de richting van [verweerder] wezenlijk is tekortgeschoten. Naar het oordeel van de kantonrechter had het op de weg van NHL Stenden gelegen om [verweerder] concreet, specifiek en individueel te confronteren met de beschuldigingen jegens hem, zodat het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor ten volle tot zijn recht kon komen. Dit klemt in deze zaak te meer, nu de Ombudsman Studenten in haar rapportages expliciet heeft opgetekend dat door haar géén verificatie, wederhoor of aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden, en dat de inhoud uitsluitend moet worden gelezen als een weergave van ervaren situaties en patronen, waarbij bovendien sprake was van een gepolariseerde context binnen het team. NHL Stenden heeft in dit kader niet kunnen en mogen volstaan met het enkel overleggen en presenteren van de algemene rapportages en de verzameling (aanvankelijk anonieme) verklaringen. In deze stukken wordt de naam van [verweerder] weliswaar frequent genoemd, maar de documenten hebben tevens in brede zin betrekking op derden (zoals andere docenten) en de algehele teamdynamiek en onderwijsinhoudelijke klachten binnen de opleiding. De rapportage van de medewerkersmeldingen somt bovendien zeer zware, generieke categorieën op (zoals intimidatie, discriminatie en manipulatie) zonder dat daarin door NHL Stenden vooraf is gespecificeerd welke concrete gedraging van [verweerder] onder welke categorie valt.



4.11.
Het had op de weg van NHL Stenden gelegen om de specifieke gedragingen, uitlatingen en incidenten die zij [verweerder] persoonlijk en individueel aanrekent (zoals de nadien in deze procedure aangehaalde incidenten rondom de uitlatingen “I do not care” en “backstabbers”), vooraf te concretiseren en te destilleren uit de rapportages. Zij had vooraf helder moeten formuleren: dit is er concreet aan de hand en hierover willen wij met u in gesprek. Vervolgens had NHL Stenden [verweerder] in een gericht gesprek puntsgewijs op al deze geconcretiseerde verwijten om een reactie moeten vragen, onder verwijzing naar de specifieke passages in de achterliggende verklaringen. NHL Stenden heeft dit nagelaten. Zij heeft het redelijke verzoek van [verweerder] om het gesprek van 7 april 2026 uit te stellen om zich te kunnen laten bijstaan door onderwijsvakbond AOb, afgewezen. Vervolgens heeft zij [verweerder] op 7 april 2026 geconfronteerd met de stukken, waarbij hij deze in korte tijd moest bekijken.
De gemachtigde van [verweerder] heeft bij brief van 13 mei 2026 uitdrukkelijk en terecht verzocht om opheldering over welke concrete feiten NHL Stenden aan hem tegenwierp en hoe deze waren geverifieerd. NHL Stenden is daarop niet ingegaan, maar heeft [verweerder] uitgenodigd voor een gesprek op 1 juni 2026. Daarmee heeft zij bovendien het advies van de bedrijfsarts van 1 mei 2026 (om het gesprek onder begeleiding van een bedrijfsmaatschappelijk werker te voeren) feitelijk gepasseerd.



4.12.
Door de verwijten vooraf niet te concretiseren en door vast te houden aan een gespreksetting zonder de door de bedrijfsarts geadviseerde randvoorwaarde, heeft NHL Stenden [verweerder] de kans onthouden om zich adequaat en effectief te verweren tegen de brede stroom aan beschuldigingen. Het overslaan van deze stap heeft bovendien de weg geblokkeerd naar mogelijke andere uitkomsten die uit een dergelijk gesprek hadden kunnen voortvloeien. Uit een gerichte en zorgvuldige confrontatie had immers kunnen blijken dat bepaalde incidenten in een andere context geplaatst moesten worden of op misverstanden berustten. Bovendien is [verweerder] hiermee de kans onthouden om concrete reflectie te tonen op zijn eigen handelen en is hem de mogelijkheid ontnomen om afspraken te maken over een eventuele verbeterkans



4.13.
Nu NHL Stenden dit noodzakelijke en zorgvuldige traject heeft nagelaten, kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een zodanig (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] dat van NHL Stenden in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De ontbinding kan dan ook niet op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen worden uitgesproken.


De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding




4.14.
Nu de primaire grond faalt, komt de kantonrechter toe aan de beoordeling van de subsidiaire grond: de verstoorde arbeidsverhouding. Op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW kan de arbeidsovereenkomst worden ontbonden indien sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.



4.15.
Aan de vereisten voor deze ontbindingsgrond is voldaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende komen vast te staan dat na het bekend worden bij NHL Stenden en vervolgens bij [verweerder] van de rapportages van de Ombudsman Studenten en de bijbehorende verklaringen waarin [verweerder] veelvuldig is genoemd, een onoverbrugbare vertrouwensbreuk is ontstaan. Ook de al bestaande kwestie met betrekking tot het ontbreken van een hbo-diploma en een BDB/BKE-certificering bij [verweerder] heeft daaraan bijgedragen. De opeenvolging van gebeurtenissen vanaf april 2026 – waaronder de ziekmelding van [verweerder] en het mislopen van de dialoog in de daaropvolgende periode – laat zien dat de basis voor een constructieve samenwerking is komen te ontbreken.



4.16.
Dit oordeel vindt zijn bevestiging in de proceshouding en de eigen verklaringen van [verweerder] . [verweerder] heeft in zijn verweerschrift namelijk erkend dat de arbeidsverhoudingen inmiddels zwaar onder druk staan. Bovendien heeft [verweerder] ter zitting aangegeven dat een toekomst bij NHL Stenden hem erg lastig lijkt. Daarmee zijn partijen het er feitelijk over eens dat de situatie tussen hen inmiddels onherstelbaar is vastgelopen. Gelet hierop, in samenhang met de aard en de ernst van de onderliggende problematiek die de gehele opleiding en de dynamiek met zowel studenten als collega's raakt, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat sprake is van een ernstige en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Onder deze omstandigheden kan van NHL Stenden in redelijkheid niet worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerder] nog langer laat voortduren.



4.17.
Op grond van artikel 7:669 lid 1 BW kan de arbeidsovereenkomst alleen worden ontbonden indien herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Nu sprake is van een brede verstoring van de arbeidsverhouding binnen de academie, en gelet op de gedeelde vaststelling dat er geen herstelbare basis of onderling vertrouwen meer aanwezig is tussen partijen, ligt herplaatsing binnen NHL Stenden niet in de rede. De arbeidsovereenkomst zal dan ook worden ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub g BW.


NHL Stenden is geen billijke vergoeding aan [verweerder] verschuldigd




4.18.

[verweerder] heeft verzocht om toekenning van een billijke vergoeding. Hij stelt daartoe dat NHL Stenden ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door:



al in maart 2025 aan te sturen op zijn vertrek uit de opleiding;


hem te confronteren met een niet geverifieerd dossier, waarin geen wederhoor had plaatsgevonden;


zijn verzoek om uitstel, om concretisering en om vakbondsbijstand af te wijzen, hem het dossier uitsluitend ter plekke te laten inzien en van hem binnen één werkdag een reactie te verlangen;


hem op ondeugdelijke gronden te schorsen en de toegang tot systemen te ontzeggen, waardoor hij zich feitelijk niet behoorlijk kon verweren,


het door de bedrijfsarts geadviseerde begeleidingstraject te vertragen en de geadviseerde mediation niet te beproeven;


hem vroegtijdig een beëindigingsovereenkomst voor te leggen met verplichte afstand van zijn BWRHBO-aanspraken;


het ontbindingsverzoek in te dienen onmiddellijk na de aankondiging van een kort geding;


hem in de processtukken zonder deugdelijke onderbouwing te beschuldigen van onder meer discriminatie en seksisme.





4.19.
De kantonrechter overweegt dat een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Hoewel de kantonrechter hiervoor heeft geoordeeld dat NHL Stenden in het traject vanaf april 2026 steken heeft laten vallen met betrekking tot de concretisering van de verwijten en de zorgvuldigheid van de procedure, is dit handelen niet aan te merken als ernstig verwijtbaar in de zin van artikel 7:671b lid 9 onder c BW. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig, waarvan in dit geval onvoldoende is gebleken. De overige door [verweerder] genoemde punten maken dat niet anders. Het incident uit maart 2025, waarbij [verweerder] door twee teamleiders te kennen is gegeven dat zijn inzet binnen de opleiding zou worden beëindigd, is destijds door [medewerker 1] gecorrigeerd. De teamleiders waren niet bevoegd tot het nemen van dit besluit en het was dan ook geen besluit van NHL Stenden. De schorsing en het afsluiten van systemen zijn bij een dergelijk onderzoek gebruikelijke ordemaatregelen. Verder staat het partijen in een conflictsituatie vrij om te onderhandelen over een beëindiging. Tot slot vallen de timing van het verzoekschrift en het feit dat NHL Stenden de signalen uit de rapportages in het verzoekschrift zwaar heeft aangezet, binnen de grenzen van de procesvrijheid. Nu de ontbinding primair het gevolg is van de patstelling tussen partijen en de wederzijdse erkenning dat een vruchtbare toekomst samen niet meer mogelijk is en niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een ernstig verwijt van NHL Stenden, wordt het verzoek om een billijke vergoeding afgewezen.



4.20.
NHL Stenden hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.


Het einde van de arbeidsovereenkomst




4.21.
Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, terwijl dit niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, bepaalt de kantonrechter het einde van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 9 sub a BW op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure.



4.22.
Op grond van de toepasselijke cao bedraagt de opzegtermijn drie maanden, verlengd met één week voor elk vol jaar dat de werknemer na het bereiken van de 45-jarige leeftijd in dienst is geweest. [verweerder] is sinds 1 april 2007 in dienst en bereikte op 4 juni 2014 de leeftijd van 45 jaar. Dit levert tot aan de datum van deze beschikking 12 volle dienstjaren op, waardoor de totale opzegtermijn drie maanden en 12 weken bedraagt.



4.23.
De duur van de procedure – lopende van de ontvangst van het verzoekschrift op 10 augustus 2026 tot de datum van deze beschikking 21 oktober 2026 – bedraagt twee maanden en 11 dagen (72 dagen). Deze tijd wordt in mindering gebracht op de opzegtermijn. De kantonrechter stelt de ontbindingsdatum gelet daarop vast op 1 maart 2027.



[verweerder] heeft recht op een transitievergoeding




4.24.
Op grond van artikel 7:673 lid 1 sub a onder 1 BW is de werkgever een transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd als de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever is ontbonden. Die situatie doet zich in onderhavig geval voor, waarbij de kantonrechter constateert dat van de in lid 7 van dit artikel genoemde uitzonderingen voor het niet verschuldigd raken van een transitievergoeding geen sprake is. Hiervoor is immers al geoordeeld dat [verweerder] niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het verzoek van [verweerder] om NHL Stenden tot betaling van de transitievergoeding te veroordelen zal dan ook worden toegewezen.



4.25.

[verweerder] heeft de transitievergoeding berekend conform artikel 7:673 lid 2 BW. Volgens [verweerder] bedraagt de transitievergoeding op basis van de einddatum van 1 maart 2027 € 50.224,00 bruto. NHL Stenden heeft de hoogte van dit bedrag op zichzelf niet betwist. Het verzochte bedrag zal dan ook worden toegewezen.


De verklaring voor recht




4.26.

[verweerder] heeft verzocht voor recht te verklaren dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet aan hem verwijtbaar is. Nu hiervoor is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden vanwege (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] , heeft hij geen zelfstandig belang meer bij dit verzoek. Voor zover [verweerder] heeft gesteld dat zijn belang bij dit verzoek is gelegen in het verkrijgen van uitkeringen op grond van de BWRHBO, geldt dat het niet aan de kantonrechter is om te beoordelen of [verweerder] aanspraak kan maken op deze uitkeringen, maar aan de bovenwettelijke uitkeringsinstantie. Dit verzoek zal ook worden afgewezen.


Deugdelijke eindafrekening en loonstroken




4.27.
NHL Stenden is op grond van de wet gehouden om bij het einde van de arbeidsovereenkomst zorg te dragen voor een correcte eindafrekening van alle nog openstaande looncomponenten. Het verzoek van [verweerder] hiertoe zal dan ook worden toegewezen, evenals het verzoek tot verstrekking van de nog ontbrekende loonstroken. Daarbij zal ook het specifieke verzoek tot uitbetaling van 41 niet-genoten vakantiedagen worden toegewezen, aangezien dit restant aan vakantiedagen niet door NHL Stenden is betwist. De verzoeken van [verweerder] tot de afwikkeling van nog in te dienen declaraties en de restitutie van betaald collegegeld worden afgewezen. [verweerder] heeft aan deze verzoeken in het geheel geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waaruit kan volgen dat hij op de desbetreffende componenten aanspraak kan maken. Bij gebreke van een toereikende onderbouwing kunnen deze verzoeken niet worden toegewezen.


Verzoek tot inzage van stukken




4.28.

[verweerder] heeft in het verweerschrift nog verzocht om NHL Stenden te bevelen stukken met betrekking tot het onderzoek door bureau [bedrijf] over te leggen, alsmede de volledige niet-geanonimiseerde onderliggende verklaringen voor zover NHL Stenden zich daarop beroept. Aangezien NHL Stenden tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat het onderzoek door [bedrijf] niet is voortgezet wegens het verschijnen van de rapportages van de Ombudsman Studenten en [verweerder] zijn belang bij dit verzoek niet heeft onderbouwd, zal dit verzoek worden afgewezen.


Proceskosten




4.29.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.





5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 maart 2027,



5.2.
veroordeelt NHL Stenden om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen van € 50.224,00 bruto,



5.3.
veroordeelt NHL Stenden om binnen een maand na het einde van de arbeidsovereenkomst een deugdelijke en correcte eindafrekening op te maken en te verstrekken, waarin alle bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog verschuldigde looncomponenten zijn verwerkt – waaronder de uitbetaling van 41 niet-genoten vakantiedagen –, en alle nog ontbrekende loonstroken te verstrekken,



5.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,



5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,



5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.









Deze beschikking is gegeven door mr. R. Giltay en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!





!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!


























!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Link naar deze uitspraak