|
|
|
| ECLI:NL:RBOBR:2026:1087 | | | | | Datum uitspraak | : | 17-02-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 23-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Oost-Brabant | | Zaaknummers | : | 12005594 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Afwijzing loonvordering in kort geding. Door werkgever opgelegde loonstop wordt voorshands terecht geacht. De bedrijfsarts heeft werknemer op 17 september 2025 arbeidsgeschikt geacht. Een nieuwe ziekmelding van werknemer op 24 september 2025 vanwege een paniekaanval maakt niet dat werkgever de arbeidsgeschiktheid van werknemer opnieuw had moeten laten beoordelen door de bedrijfsarts. Het was aan werknemer om een second opinion dan wel een deskundigenoordeel aan te vragen. | | Trefwoorden | : | arbeidsovereenkomst | | | burgerlijk wetboek | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK
OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 12005594 / CV EXPL 25-9449
Vonnis in kort geding van 17 februari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A.J.A.M. Veen-Brom BSc,
tegen
UNITEDCONSUMERS SCHADEVERZEKERINGEN B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: UnitedConsumers,
gemachtigde: mr. S.J. van Hoeckel.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de dagvaarding met 19 producties;- de conclusie van antwoord met 57 producties.
1.2.
Op 3 februari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens die behandeling is besproken. De gemachtigde van UnitedConsumers heeft ter zitting spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter gezegd dat vandaag vonnis zal worden gewezen.
2De feiten
2.1.
[eiser] is op 1 maart 2023 bij UnitedConsumers in dienst getreden in de functie van Consumer Service Advisor Autoverzekeringen op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor 28 uur per week. Het salaris bedraagt
€ 1.845,90 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld.
2.2.
[eiser] heeft zich op 23 juli 2024 ziekgemeld.
2.3.
Op 6 september 2025 is [eiser] gezien door de bedrijfsarts. In de probleemanalyse, gedateerd op diezelfde datum, staat, voor zover voor dit geschil van belang, het volgende vermeld:
2.4.
In het plan aanpak, eveneens gedateerd 6 september 2025, staat, voor zover voor dit geschil van belang, het volgende:
2.5.
Vervolgens wordt gestart met werkhervatting. Op 1 november 2024 en 13 december 2024 wordt het plan van aanpak naar beneden bijgesteld.
2.6.
Op 24 februari 2025 heeft [eiser] het spreekuur van de praktijkondersteuner van de bedrijfsarts bezocht. In de schriftelijke terugkoppeling schrijft de praktijkondersteuner:
2.7.
Op 3 juni 2025 heeft wederom een bezoek aan de praktijkondersteuner van de bedrijfsarts plaatsgevonden. In de terugkoppeling van de praktijkondersteuner staat vermeld:
2.8.
[eiser] is op 2 juli 2025 door de bedrijfsarts gezien. In de terugkoppeling naar aanleiding van dit bezoek heeft de bedrijfsarts het volgende geconcludeerd:
“Cliënt ervaart klachten en beperkingen in het persoonlijk functioneren.
Cliënt is in (erkende) behandeling geweest maar momenteel is zij niet in therapie.
Cliënt zal haar de eerstelijns behandelend arts consulteren en met deze de opties van behandeling bespreken ter bestrijding van haar klachten.
Het is als medisch verantwoord af te geven en haalbaar te voorzien dat cliënte re-integreert in het eigen, laatstelijk verrichte werk zijnde Consumer Service Advisor Autoverzekeringen (desk-functie) 28 hrs per week.
Een (medisch) verantwoord opbouwschema kan zijn:
per 2025-07-07 :4 keer 4 uur
+ 2 weken 3 keer 6 en een keer 4 uur
+ 2 weken 3 keer 8 en een keer 4 uur”
2.9.
Op 7 juli 2025 heeft UnitedConsumers [eiser] opgeroepen om haar werk te hervatten. Zij is niet verschenen maar heeft UnitedConsumers per e-mailbericht laten weten de volgende dag haar werk te zullen hervatten. De gemachtigde van [eiser] heeft UnitedConsumers diezelfde dag om een herbeoordeling door de bedrijfsarts gevraagd. [arbodienst] , de door UnitedConsumers ingeschakelde Arbodienst, heeft daarop gereageerd dat [eiser] een deskundigenoordeel kan aanvragen als zij het niet eens is met het advies van de bedrijfsarts. [eiser] heeft vervolgens geen deskundigenoordeel aangevraagd.
2.10.
[eiser] heeft zich op 8 augustus 2025 volledig hersteld gemeld.
2.11.
Op 19 augustus 2025 heeft [eiser] zich opnieuw ziekgemeld.
2.12.
[eiser] is op 17 september 2025 wederom door de bedrijfsarts gezien. De schriftelijke terugkoppeling van de bedrijfsarts luidt:
“Client heeft zich per 2025-08-28 volledig hersteld voor het eigen werk gemeld.
TD CM Gaat i.c. verder begeleiden.
Werkgever kan gewezen worden op optie DO.”
2.13.
Op 23 september 2025 heeft de gemachtigde van UnitedConsumers de gemachtigde van [eiser] per e-mail een loonstop aangezegd. In het e-mailbericht staat onder andere het volgende:
“(..) Van cliënte ontving ik een overzicht van het re-integratiedossier en de door cliënte verrichtte inspanningen om te komen tot terugkeer van uw cliënte op de werkvloer. In dat kader ontving ik van cliënte ook het meest recente oordeel van de bedrijfsarts, namelijk het verslag van 17 september 2025, waarin de bedrijfsarts (nogmaals) bevestigd dat uw cliënte volledig hersteld is voor het eigen werk met ingang van 28 augustus 2025.
Ook begreep ik van cliënte dat zij uw cliënte meest recent heeft opgeroepen om op maandag 22 september 2025 haar eigen werkzaamheden te hervatten. Uw cliënte heeft geweigerd c.q. is niet verschenen én u heeft namens uw cliënte laten weten dat het advies van de bedrijfsarts op een omissie zou berusten. Cliënte is het daar niet mee eens en wenst nu juist wel uitvoering te geven aan het advies van de bedrijfsarts, al is het maar om aan de op haar rustende verplichtingen in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter te voldoen.
En dat betekent dat cliënte uw cliënte hierbij oproept om morgen, woensdag 24 september 2025 om 09.00 uur, op haar gebruikelijke werkplek op haar eigen afdeling te verschijnen om alsdan en aldaar haar werkzaamheden te hervatten. De leidinggevende van uw cliënte verwacht haar daar. Ten overvloede merk ik ook op dat cliënte zal concluderen dat er sprake is van werkweigering indien uw cliënte niet morgen op het werk verschijnt en dat zij dan direct de loondoorbetaling stop zal zetten.
Ten overvloede: omdat het uw cliënte is die het klaarblijkelijk niet eens is met het oordeel van de bedrijfsarts, ligt het op haar weg om daar actie tegen te ondernemen. Dat kan zij doen door een second opinion aan te vragen dan wel een deskundigenoordeel bij UWV. Helder mag zijn dat voor cliënte het advies van de bedrijfsarts leidend en bindend is, tot het moment dat het tegendeel zou blijken in een second opinion of deskundigenoordeel.”
2.14.
[eiser] heeft UnitedConsumers op 24 september 2025 om 09:38 uur het volgende e-mailbericht gestuurd:
“Ik heb geprobeerd om te gaan werken omdat jullie mij verplicht hebben te komen (ook na de mededeling dat de bedrijfsarts geen juiste terugkoppeling heeft doorgegeven en mijn advocaat een rectificatie heeft aangevraagd) omdat anders mijn loon gestopt zou worden. Dit heeft er toe geleid dat ik een enorme paniekaanval kreeg bij binnenkomst / vanmorgen.
Ik was al ziekgemeld op 19-8-2025, er heeft geen betermelding plaatsgevonden en ik
ben nog steeds niet in staat om te werken bij deze meld ik me dan nog maar eens ziek'
omdat de situatie gewoon onhoudbaar is op deze manier.”
2.15.
Diezelfde dag om 16:05 uur heeft de gemachtigde van UnitedConsumers de gemachtigde van [eiser] per e-mail bericht dat het loon zal worden stopgezet. In het e-mailbericht staat het volgende:
“Heden verscheen uw cliënte om 09:00 uur op de werkplek, maar zij vertrok terstond weer omdat zij van mening is en blijft dat zij niet arbeidsgeschikt is. Dit in tegenstelling tot het oordeel van de bedrijfsarts van 17 september 2025 en ook in tegenstelling tot hetgeen de bedrijfsarts heden nog heeft bevestigd, namelijk dat uw cliënte sedert 28 augustus 2025 volledig hersteld is.
De weigering van uw cliënte om ondanks het feit dat zij daarvoor geschikt wordt geacht, de
werkzaamheden te verrichten en ook te weigeren een second opinion aan te vragen dan wel een deskundigenoordeel, maakt dat cliënte thans geen andere optie heeft het doorvoeren van een – gisteren reeds aangezegde - loonstop.”
2.16.
Op 25 september 2025 om 13:22 uur heeft de gemachtigde van UnitedConsumers [arbodienst] het volgende e-mailbericht gestuurd:
“ (..) In het dossier [eiser] lopen we wat spaak: de bedrijfsarts verklaart telkens dat mevrouw [eiser] zich op 28 augustus 2025 (wat blijkbaar 8 augustus 2025 moet zijn) volledig hersteld heeft gemeld, maar gaat voorbij aan het feit dat zij zich op 19 augustus 2025 en meest recent op 24 september 2025 weer ziek heeft gemeld.
Nu het loon is stopgezet is een actueel oordeel van de bedrijfsarts noodzakelijk.
Kun jij de volgende vraag voorleggen:
“Was mevrouw [eiser] op en na 19 augustus 2025 geschikt om haar eisen werkzaamheden op te pakken, meer specifiek is zij vandaag de dag arbeidsgeschikt?”
Wellicht dat de bedrijfsarts hier naar aanleiding van het consult van 17 september 2025 een oordeel over kan vellen, maar anders zou het hulpzaam zijn als mevrouw morgen of maandag op spreekuur komt. Enige spoed is geboden vanwege het kort geding waar mee wordt gedreigd.
Dank alvast en aarzel niet om te bellen als je vragen hebt! (..)”
2.17.
Diezelfde dag om 14:54 uur heeft [arbodienst] daarop als volgt gereageerd:
“ (..) Als taakgedelegeerde heb ik zojuist contact gehad met Dhr. [A] bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft op zijn laatstgenoten spreekuur van 17 september 2025 geen argumenten kunnen waarnemen waardoor er sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid t.g.v. ziekte.
De arts heeft nogmaals in het telefoongesprek benadruk dat ze arbeidsgeschikt is voor het eigen werk.
Dit overleg moment hebben we ook opgenomen in de medische kaart. (..)”
2.18.
De gemachtigde van UnitedConsumers heeft vervolgens om 15:22 uur per e-mail het volgende aan [arbodienst] gevraagd:
“In ben het helemaal met je eens, alleen ik moet dat echt zwart op wit hebben, want dat staat niet letterlijk in het advies van 17 september. Zeker ook omdat mevrouw [eiser] stelt dat zij op 17 september ziek was.”
2.19.
De bedrijfsarts heeft vervolgens om 16:16 uur UnitedConsumers en haar gemachtigde het volgende e-mailbericht gestuurd:
“Hierbij verklaart ondergetekende dat cliënte tijdens mijn fysieke spreekuur op 2025-09-17 aangaf zich per 2025-08-08 - na een geleidelijk opbouw in het eigen werk - volledig hersteld en beschikbaar voor het eigen werk te hebben gemeld bij haar werkgever.
De eerder gerapporteerde datum van 2025-08-28 moet - na uitputtende reconstructie en navorsing - een typefout geweest zijn. Excuses daarvoor ....
Medische anamnese en onderzoek bij gelegenheid van het fysieke spreekuur op 2025-09-17 leverden geen medische argumenten op om te conchideren tot ongeschiktheid voor het eigen werk.”
2.20.
[eiser] heeft op 8 oktober 2025 bij het UWV een deskundigenoordeel aangevraagd. Op het aanvraagformulier staat vermeld dat [eiser] een oordeel wenst over de vraag: Heeft mijn werkgever genoeg gedaan om mij weer aan het werk te helpen?.
2.21.
Tussen partijen heeft in december 2025 / januari 2026 één mediationbijeenkomst plaatsgevonden. Dit heeft niet tot een oplossing geleid.
3Het geschil
De vordering
3.1.
[eiser] vordert dat UnitedConsumers bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. wordt veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen:
a. het achterstallige loon over de periode van september 2025 en UnitedConsumers te veroordelen tot brutering van dit bedrag en daarover de verschuldigde belasting en sociale premies af te dragen alvorens [eiser] het bedrag netto te doen toekomen, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
b. de wettelijke rente en de wettelijke verhoging over het achterstallige salaris;
c. een bedrag van € 762,00 met betrekking tot de kosten voor rechtsbijstand;
d. een bedrag van € 875,00, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag ter zake de buitengerechtelijke incassokosten;
e. de wettelijke rente over alle gevorderde bedragen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van die bedragen, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
II. wordt veroordeeld tot deugdelijke administratie van de vakantiedagen en derhalve het saldo van de vakantiedagen per 1 september 2025 weer vast te stellen op 166,25 uur;
III. wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure;
IV. wordt veroordeeld in de nakosten alsmede de explootkosten van de betekening van het vonnis.
3.2.
UnitedConsumers weigert [eiser] haar volledige loon te betalen op grond van (vermeende) werkweigering maar van werkweigering is geen sprake aangezien [eiser] arbeidsongeschikt is.
3.3.
In eerste instantie was het [eiser] niet duidelijk dat zij op 17 september 2025 door de bedrijfsarts arbeidsgeschikt was bevonden. Dit staat immers niet met zoveel woorden in de terugkoppeling van de bedrijfsarts. Aangezien [eiser] niet in staat was te werken en het advies van de bedrijfsarts niet duidelijk was, heeft zij geen gehoor gegeven aan de oproepen van UnitedConsumers om op het werk te verschijnen. De door de bedrijfsarts en casemanagers gecreëerde onduidelijkheid over haar arbeidsongeschiktheid dient op basis van vaste jurisprudentie (vgl. ECLI:NL:RBNHO:2025:9851 en ECLI:NL:RBLIM:2025:8341) voor risico van UnitedConsumers te blijven.
3.4.
Het feit dat de bedrijfsarts op 25 september 2025 duidelijkheid heeft gegeven over de arbeidsgeschiktheid van [eiser] op 17 september 2025, betekent niet dat [eiser] op het moment van de loonstop arbeidsgeschikt was. [eiser] is op
24 september 2025 immers weer op het werk verschenen en heeft nadat zij kort had gewerkt een paniekaanval gekregen, waarna zij zich opnieuw heeft ziekgemeld. Aangezien het een nieuwe ziekmelding van [eiser] betreft had zij opnieuw door een bedrijfsarts moeten worden beoordeeld. De paniekaanval van [eiser] is een symptoom van een onderliggende ziekte. De gemachtigde van [eiser] heeft bij UnitedConsumers om een nieuwe beoordeling door de bedrijfsarts verzocht maar daar is tot op heden geen gehoor aan gegeven. Het argument van UnitedConsumers dat het aan [eiser] is om een second opinion aan te vragen gaat niet op omdat er geen first opinion ligt. [eiser] kan dus helemaal geen second opinion aanvragen. Aangezien de arbeidsgeschiktheid van [eiser] na 24 september 2025 niet is beoordeeld, staat niet vast dat [eiser] ten tijde van de loonstop arbeidsgeschikt was.
3.5.
Zodoende heeft UnitedConsumers de loonstop onterecht opgelegd en is zij gehouden het loon van [eiser] door te betalen.
Het verweer
3.6.
UnitedConsumers heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. UnitedConsumers heeft op goede gronden een loonstop doorgevoerd ex artikel 7:629 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit de terugkoppeling van de bedrijfsarts van 17 september 2025 en diens e-mailbericht van 25 september 2025 blijkt dat [eiser] op 17 september 2025 arbeidsgeschikt was voor haar eigen werk. [eiser] heeft echter consequent geweigerd om het redelijke voorschrift van de bedrijfsarts van 17 en 25 september 2025, op te volgen c.q. na te leven, namelijk het verrichten van arbeid waartoe zij geschikt is geacht. Zij heeft geen gehoor gegeven aan de oproep van UnitedConsumers om op 22 september 2025 op het werk te verschijnen. Op 24 september 2025 is zij weliswaar op het werk verschenen maar is zij zonder arbeid te verrichten weer naar huis gegaan. [eiser] is meermaals door de bedrijfsarts arbeidsgeschikt geacht voor haar eigen werk maar zij heeft steeds geweigerd de arbeid te hervatten en heeft zich steeds opnieuw ziekgemeld om UnitedConsumers onder druk te zetten.
3.7.
UnitedConsumers heeft herhaaldelijk contact gehad met [arbodienst] , die op haar beurt overleg heeft gehad met de bedrijfsarts en daaruit blijkt dat [eiser] arbeidsgeschikt is. [eiser] is meermaals gewezen op de mogelijkheid om een second opinion of een deskundigenoordeel aan te vragen. [eiser] heeft geen second opinion aangevraagd en uit navraag van UnitedConsumers bij het UWV blijkt dat [eiser] haar aanvraag om een deskundigenoordeel op 15 oktober 2025 heeft ingetrokken.
3.8.
Vanwege de gerechtvaardigde loonsanctie per 24 september 2025 is het jaarsaldo van [eiser] aan vakantiedagen herrekend. [eiser] werkt immers niet en heeft daarom geen recht op loon en zodoende ook geen recht op opbouw van vakantie-uren over de periode van 24 september 2025 tot en met 31 december 2025. Vandaar dat het beginsaldo
van 2025 is aangepast van 134,5 uur naar 98 uur. Rekening houdend met de meegenomen uren van 2024 (47,75 uur) en reeds opgenomen uren (16 uur) is het huidige saldo aan vakantiedagen 129,75.
4De beoordeling
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet dan ook eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
4.2.
De vordering van [eiser] betreft een loonvordering. Een dergelijke vordering draagt naar haar aard een spoedeisend karakter zodat [eiser] ontvankelijk is in haar vordering.
4.3.
[eiser] vordert in dit kort geding doorbetaling van loon op grond van artikel 7:629 BW. UnitedConsumers heeft zich tegen die vordering verweerd met een beroep op het niet meewerken door [eiser] aan door UnitedConsumers gegeven redelijke voorschriften die gericht zijn op het haar in staat te stellen passende arbeid te verrichten ex artikel 7:629 lid 3, aanhef en sub d BW.
4.4.
[eiser] betwist dat de loonstop terecht is opgelegd en voert daarvoor twee gronden aan:
tot 25 september 2025 bestond door de bedrijfsarts en de casemanagers onduidelijkheid over haar arbeidsgeschiktheid en dat komt voor risico van UnitedConsumers;
UnitedConsumers heeft bij de ziekmelding van [eiser] op 24 september 2025 verzuimd de arbeidsgeschiktheid door de bedrijfsarts te laten beoordelen waardoor niet vaststaat dat zij op 24 september 2025 arbeidsgeschikt was.
4.5.
Als onweersproken staat vast dat [eiser] zich op 8 augustus 2025 volledig hersteld heeft gemeld. [eiser] schrijft dit in haar e-mailbericht van 25 augustus 2025 aan UnitedConsumers (productie 3 dagvaarding) en stelt dit in de dagvaarding. Dit wordt bovendien bevestigd in het e-mailbericht van de bedrijfsarts van 25 september 2025, zoals opgenomen onder 2.19. (productie 28 conclusie van antwoord).
4.6.
Vervolgens heeft [eiser] zich op 19 augustus 2025 opnieuw ziekgemeld en heeft zij op 17 september 2025 de bedrijfsarts bezocht. De bedrijfsarts rapporteert vervolgens per abuis dat [eiser] zich per 28 augustus 2025 in plaats van 8 augustus 2025 volledig hersteld heeft gemeld. Verder schrijft de bedrijfsarts in zijn terugkoppeling dat de TD CM (Taak Delegatie Casemanager) verder gaat begeleiden en dat de [eiser] kan worden gewezen op een deskundigenoordeel. Bij e-malbericht van 25 september 2025 bevestigt de bedrijfsarts dat niet 28 maar 8 augustus 2025 de datum van volledige herstelmelding is en dat er op 17 september 2025 geen medische argumenten waren om te concluderen tot ongeschiktheid voor het eigen werk.
4.7.
Uit voorgaande volgt dat [eiser] op 8 augustus 2025 arbeidsgeschikt was en dat deze situatie op 17 september ongewijzigd is gebleven. Voor zover de terugkoppeling van de bedrijfsarts van 17 september 2025 onvoldoende duidelijk was met betrekking tot de arbeidsgeschiktheid van [eiser] – hoewel in de terugkoppeling enkel wordt gesproken over een betermelding én niet over arbeidsongeschiktheid –, kan dit [eiser] niet baten. Deze (vermeende) onduidelijkheid is immers opgeheven door het
e-mailbericht van de bedrijfsarts van 25 september 2025. Hieruit blijkt dat [eiser] op 17 september 2025 geschikt was voor haar eigen werk.
4.8.
Hoewel [eiser] op 17 september 2025 arbeidsgeschikt was, staat vast dat zij geweigerd heeft te voldoen aan de oproep van UnitedConsumers om op 22 september 2025 het werk te hervatten, waarna UnitedConsumers [eiser] op 23 september 2025 per e-mail opnieuw heeft opgeroepen om het werk te hervatten, ditmaal op 24 september 2025. Daarbij is door UnitedConsumers een loonstop aangezegd voor het geval zij geen gehoor zou geven aan de oproep (productie 26 conclusie van antwoord). Aan het vereiste in artikel 7:629 lid 7 BW is derhalve voldaan. [eiser] is op 24 september 2025 wel op het werk verschenen maar is kort daarna weer naar huis gegaan. Partijen zijn verdeeld over de vraag of [eiser] in die korte tijd arbeid heeft verricht. In ieder geval staat vast dat [eiser] zich die dag per e-mail heeft ziekgemeld. Vervolgens heeft UnitedConsumers [eiser] op 24 september 2025 bericht dat zij overgaat tot een loonstop (productie 29 conclusie van antwoord).
4.9.
De vraag die partijen verdeeld houdt is of op 24 september 2025 [eiser] recht had op een nieuwe beoordeling door de bedrijfsarts c.q. UnitedConsumers de arbeidsgeschiktheid van [eiser] opnieuw door de bedrijfsarts had moeten laten beoordelen. Naar het oordeel van de kantonrechter dient deze vraag, gelet op alle omstandigheden in samenhang bezien, ontkennend te worden beantwoord. Naar de kantonrechter begrijpt stelt [eiser] zich op het standpunt dat op 24 september 2025 sprake is van een ‘nieuwe ziekmelding’. Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Daartoe is het volgende redengevend.
4.10.
Vaststaat dat [eiser] zichzelf op 8 augustus 2025 volledig arbeidsgeschikt achtte. Vervolgens heeft zij zich op 19 augustus 2025 opnieuw ziekgemeld, waarna door de bedrijfsarts op 17 september 2025 is vastgesteld dat [eiser] nog steeds arbeidsgeschikt is (zo blijkt in ieder geval uit het e-mailbericht van de bedrijfsarts van 25 september 2025). Vervolgens meldt [eiser] zich op 24 september 2025 opnieuw ziek en laat zij UnitedConsumers die dag per e-mail weten dat a) zij al op 19 augustus 2025 is ziekgemeld, b) geen betermelding heeft plaatsgevonden en c) zij zich daarom nog maar eens ziekmeldt (productie 13 dagvaarding). Uit dit e-mailbericht leidt de kantonrechter af dat [eiser] het kennelijk niet eens is met de beoordeling van de bedrijfsarts van
17 september 2025 en zich middels deze ziekmelding daartegen verzet. Door [eiser] wordt niet gemeld dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven haar opnieuw door een bedrijfsarts te laten beoordelen. De enkele vermelding dat zij op het werk een enorme paniekaanval heeft gekregen is hiervoor onvoldoende, temeer nu zij ter zitting heeft gesteld dat de paniekaanval een symptoom is van een onderliggende ziekte, terwijl de bedrijfsarts een dergelijke ziekte op 17 september 2025 niet heeft vastgesteld. Het feit dat [eiser] het niet eens is met het oordeel van de bedrijfsarts op 17 september 2025 maakt niet dat UnitedConsumers op 24 september 2025 gehouden was haar opnieuw door een bedrijfsarts te laten beoordelen. Bij deze stand van zaken was het aan [eiser] om een second opinion dan wel een deskundigenoordeel aan te vragen. Op deze mogelijkheden is zij ook meermaals gewezen. De stelling van [eiser] dat zij geen second opinion kan aanvragen omdat er geen ‘first opinion’ ligt is feitelijk onjuist aangezien wel degelijk sprake is van een ‘first opinion’ namelijk het oordeel van de bedrijfsarts van 17 september 2025 in combinatie met de aanvulling op 25 september 2025. Daar komt bij dat UnitedConsumers ter zitting onweersproken heeft aangevoerd dat het [eiser] vrijstond om op eigen initiatief naar het spreekuur van de bedrijfsarts te gaan om een nieuwe beoordeling te vragen. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.
4.11.
De eis dat de werknemer bij een loonvordering een deskundigenverklaring moet overleggen (art. 7:629a BW) geldt niet in kort geding. Blijkens productie 16 bij de dagvaarding heeft [eiser] op 8 oktober 2025 wel een deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd. Partijen verschillen echter van mening of deze aanvraag nog in behandeling is. Volgens UnitedConsumers heeft [eiser] de aanvraag ingetrokken. Zij verwijst hiervoor naar de brief van 12 november 2025 die zij van het UWV heeft ontvangen (productie 38 conclusie van antwoord). [eiser] betwist dit onder verwijzing naar het e-mailbericht van het UWV van 24 oktober 2025 (productie 16 dagvaarding). Wat daar ook van zij, thans ligt er (nog) geen deskundigenoordeel van het UWV. Daar komt bij dat het door [eiser] aangevraagde deskundigenoordeel betrekking heeft op de vraag of UnitedConsumers voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en niet of [eiser] arbeidsgeschikt is voor haar eigen werk. Verder heeft [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die aannemelijk maken dat zij, in tegenstelling tot het oordeel van de bedrijfsarts op 17 en 25 september 2025, op 24 september 2025 arbeidsongeschikt was. Dit maakt dat uit moet worden gegaan van het oordeel van de bedrijfsarts van 17 september 2025 en 25 september 2025.
4.12.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voorshands van oordeel dat de loonstop van UnitedConsumers terecht is opgelegd. Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] onder I. niet voor toewijzing in aanmerking komen.
4.13.
Dit geldt eveneens voor de vordering onder II. aangezien UnitedConsumers gemotiveerd heeft toegelicht (zie hiervoor onder 3.8.) dat bij het in haar systeem geregistreerde saldo aan vakantiedagen rekening is gehouden met de opgelegde loonstop en [eiser] dit, behoudens de juistheid van de loonstop, niet heeft betwist. Vakantieopbouw vindt alleen plaats als ook recht bestaat op loon op grond van artikel 7:634 lid 1 BW of in de uitzonderingsgevallen als beschreven in art. 7:635 BW. Een dergelijke uitzonderingssituatie doet zich in dit geval niet voor. Nu de kantonrechter voorshands van oordeel is dat de loonstop terecht is opgelegd, heeft UnitedConsumers bij de berekening van de vakantiedagen ook terecht de periode tussen 24 september 2025 en 31 december 2025 buiten beschouwing gelaten.
4.14.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van UnitedConsumers worden vastgesteld op:
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.009,00
5De beslissing
De kantonrechter, rechtdoende in kort geding
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.009,00, te vermeerderen met de kosten van betekening van het vonnis in het geval het vonnis wordt betekend;
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|