Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:1065 
 
Datum uitspraak:03-03-2026
Datum gepubliceerd:10-03-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:12101799 CV EXPL 26-294
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Domijn verhuurt een woning aan betrokkene. Betrokkene staat onder bewind bij Beschermingsbewind Twente B.V. Domijn vordert ontruiming van de huurwoning. Volgens haar vernielt en vervuilt betrokkene de huurwoning, weigert hij de uitvoering van dringende werkzaamheden, sticht hij brand en veroorzaakt hij overlast voor omwonenden. De bewindvoerder heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter oordeelt dat betrokkene ernstig en structureel is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen op een termijn van twee weken na betekening van dit vonnis.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
huurovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12101799 \ CV EXPL 26-294


Vonnis in kort geding van 3 maart 2026


in de zaak van


WONINGSTICHTING DOMIJN,
te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: Domijn,
gemachtigde: mr. F.J. Ringnalda,

tegen


BESCHERMINGSBEWIND TWENTE B.V.,
te Almelo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
procederend in persoon.





1De zaak in het kort


1.1.
Domijn verhuurt een woning aan [betrokkene] . [betrokkene] staat onder bewind bij Beschermingsbewind Twente B.V. Domijn vordert ontruiming van de huurwoning. Volgens haar vernielt en vervuilt [betrokkene] de huurwoning, weigert hij de uitvoering van dringende werkzaamheden, sticht hij brand en veroorzaakt hij overlast voor omwonenden. De bewindvoerder heeft geen verweer gevoerd.



1.2.
De kantonrechter oordeelt dat [betrokkene] ernstig en structureel is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen op een termijn van twee weken na betekening van dit vonnis.





2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van Domijn.



2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1.
Sinds 15 juli 2011 huurt de heer [betrokkene] de woning aan de [adres] van Domijn. De woning maakt onderdeel uit van een appartementencomplex.



3.2.

[betrokkene] staat onder bewind bij Beschermingsbewind Twente B.V.



3.3.
Sinds 1 april 2021 zijn meldingen van omwonenden over [betrokkene] binnengekomen, over onder andere geluidsoverlast, stankoverlast, brandstichting, het vernielen van ruiten van het gehuurde en van de gemeenschappelijke toegangsdeur, afval in gemeenschappelijke ruimtes en wildplassen. In het afgelopen half jaar zijn er ten minste 25 meldingen bij Domijn binnengekomen en ongeveer 17 meldingen bij de politie.



3.4.
Domijn heeft tussen 6 oktober 2023 en 7 oktober 2025 verschillende brieven naar [betrokkene] gestuurd, waarin hij is gewezen op de vernielingen en overlastmeldingen, waarin hij is uitgenodigd voor gesprekken en waarin hij is geïnformeerd over wat van hem wordt verwacht ten aanzien van het meewerken aan dringende werkzaamheden en het staken van het veroorzaken van overlast. Ook zijn medewerkers van Domijn meerdere keren langsgegaan om gesprekken met [betrokkene] te voeren. [betrokkene] heeft verklaard dat hij meerdere keren ruiten heeft vernield, omdat hij zijn sleutels was vergeten of kwijt was.



3.5.
Domijn heeft een glaszetter ingeschakeld om de ruit van de huurwoning te repareren. [betrokkene] heeft niet gereageerd op verzoeken om een afspraak te maken. Op 8 oktober 2024 heeft de glaszetter aan Domijn medegedeeld dat zij haar werkzaamheden niet heeft kunnen uitvoeren, omdat [betrokkene] de deur niet open deed. Op 9 december 2024 heeft de glaszetter aan Domijn medegedeeld dat zij de werkzaamheden niet heeft kunnen uitvoeren vanwege de stank en de inrichting van de huurwoning.



3.6.
Op 17 januari 2025 heeft Domijn per brief aan [betrokkene] medegedeeld dat zijn raam al meer dan een jaar stuk is. Domijn heeft een houten plaat tegen het kozijn geplaatst, als tijdelijke oplossing. Vervolgens zijn meldingen van geluidsoverlast binnengekomen over het verwijderen van de plaat en het vervolgens daar naar binnengaan door [betrokkene] .



3.7.
Op 7 oktober 2025 heeft Domijn per brief aan [betrokkene] medegedeeld dat hij weigert vakmensen toe te laten om dringende werkzaamheden uit te voeren, dat hij zijn woning verwaarloost, dat hij overlast blijft veroorzaken en dat hij nog één kans krijgt om een zogenoemde laatste-kans-overeenkomst te ondertekenen. Dat heeft [betrokkene] niet gedaan.



3.8.
In februari 2026 heeft de technisch consulent van Domijn een lekkage in de huurwoning geconstateerd, waardoor in onderliggende appartementen ook ernstige lekkage en waterschade optreedt.





4Het geschil


4.1.
Domijn vordert – samengevat – ontruiming van de huurwoning aan de [adres] , binnen drie of acht dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast vordert zij veroordeling van de bewindvoerder in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.



4.2.
Domijn onderbouwt haar vordering als volgt. Volgens haar is [betrokkene] tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door het gehuurde te vernielen, vervuilen, de uitvoering van dringende werkzaamheden te weigeren, brand te stichten en (geluids)overlast te veroorzaken. Volgens haar is aannemelijk dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure wordt toegewezen en kan van haar niet worden verwacht dat zij een bodemprocedure afwacht. Zij vordert daarom in dit kort geding ontruiming van de huurwoning. Aangezien [betrokkene] onder bewind staat, is de bewindvoerder als formele procespartij gedagvaard.



4.3.
De bewindvoerder is verschenen, maar heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.





5De beoordeling


Formele procespartij



5.1.
De Hoge Raad heeft bepaald dat wanneer een huurder onder bewind is gesteld, de vordering van de verhuurder tot ontruiming van het gehuurde moet worden ingesteld tegen de bewindvoerder (ECLI:NL:HR:2014:525). De bewindvoerder treedt in dat geval voor de rechthebbende op als formele procespartij. Domijn heeft haar vordering dus terecht ingesteld tegen de bewindvoerder van [betrokkene] .


Ontruiming




5.2.
De kantonrechter stelt voorop dat ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een vordering tot ontruiming is - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid op zijn plaats. In een kortgedingprocedure is namelijk geen ruimte voor een (diepgaand) onderzoek naar bestreden feiten, en de gevolgen van een ontruiming in kort geding zijn vergaand en meestal onomkeerbaar.



5.3.
De kantonrechter oordeelt dat uit de overgelegde stukken is gebleken – en door de bewindvoerder ook niet is weersproken – dat [betrokkene] ernstig en structureel is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst. Uit de stukken blijkt namelijk onder andere dat de huurwoning ernstig is vervuild en verwaarloosd, dat [betrokkene] telkens ruiten van de huurwoning en van de gemeenschappelijke toegangsdeur vernielt als hij zijn sleutels vergeet of kwijt is, dat [betrokkene] niet of onvoldoende meewerkt aan dringende werkzaamheden die in de huurwoning moeten plaatsvinden en dat [betrokkene] overlast voor omwonenden veroorzaakt. [betrokkene] heeft zich dus niet als goed huurder gedragen, terwijl hij daartoe verplicht is op grond van artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek (BW).



5.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter is daarom voldoende aannemelijk dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Vooruitlopend daarop zal in dit kort geding ontruiming van de huurwoning worden toegewezen. Domijn heeft daar namelijk voldoende spoedeisend belang bij, vanwege de ernst van de situatie en het voortduren van de overlast.



5.5.
De kantonrechter is het met de bewindvoerder eens dat [betrokkene] vooral hulp nodig heeft en dat gedwongen ontruiming op zichzelf niet tot minder maar tot meer problemen voor [betrokkene] leidt. Maar dat is geen aanleiding om de gevorderde ontruiming af te wijzen. De problemen zijn daarvoor te ernstig en van Domijn en haar andere huurders kan niet langer worden gevraagd het gedrag van [betrokkene] te dulden. Gelukkig bleken partijen het er ter zitting over eens dat elk van hen moet doen wat nodig is om te bevorderen dat [betrokkene] de hulp krijgt die hij nodig heeft.


Ontruimingstermijn




5.6.
Als uitgangspunt geldt dat de termijn voor ontruiming van een huurwoning op twee weken na betekening van het vonnis wordt gesteld. Domijn heeft onvoldoende onderbouwd waarom in dit geval een kortere ontruimingstermijn van drie of acht dagen zou moeten worden toegewezen. De kantonrechter zal de ontruiming van de huurwoning daarom toewijzen op een termijn van twee weken na betekening van dit vonnis.


Proceskosten




5.7.
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Domijn worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding





156,74







- griffierecht





139,00







- salaris gemachtigde





577,00







- nakosten





144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




totaal





1.016,74











5.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





6De beslissing

De kantonrechter


6.1.
veroordeelt de bewindvoerder – in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de heer [betrokkene] – om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Domijn zijn, en de sleutels af te geven aan Domijn,



6.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.016,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.3.
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Link naar deze uitspraak