|
|
|
| ECLI:NL:RBOVE:2026:183 | | | | | Datum uitspraak | : | 13-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 16-01-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Overijssel | | Zaaknummers | : | 11969631 CV EXPL 25-360 11969631 CV EXPL 25-360 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Vordering betaling van een bedrag. Eiseres heeft gesteld dat zij met gedaagde een overeenkomst van geldlening in de vorm van een doorlopend krediet had gesloten. Volgens eiseres is gedaagde toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de hiervoor genoemde kredietovereenkomst doordat gedaagde langer dan drie maanden rood heeft gestaan en later het opgeëiste bedrag onbetaald heeft gelaten.
De rechtbank wijst de vordering toe. | | Trefwoorden | : | kredietovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11969631 \ CV EXPL 25-3607
Vonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het tegen gedaagde verleende verstek,
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het geschil
2.1.
Eiseres heeft bij dagvaarding gevorderd gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van primair een bedrag van € 271,74 en subsidiair een bedrag van € 184,26, in beide gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding (4 november 2025) en met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2.
Ter onderbouwing van die vordering heeft eiseres gesteld dat zij met gedaagde een overeenkomst van geldlening in de vorm van een doorlopend krediet (onder de productnaam Rabo Kort Roodstaan) heeft gesloten voor een bedrag van maximaal € 1.000,00 (de kredietlimiet). Volgens eiseres is gedaagde toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de hiervoor genoemde kredietovereenkomst doordat gedaagde langer dan drie maanden rood heeft gestaan en later het opgeëiste bedrag onbetaald heeft gelaten.
3De beoordeling
3.1.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.
3.2.
Op grond van artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wijst de kantonrechter de vordering bij verstek van een gedaagde toe, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
3.3.
De tussen partijen gesloten overeenkomst betreft een consumentenkrediet, waarop titel 2A van boek 7 BW en artikel 4:34 Wft van toepassing is. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat de voorschriften zijn nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat zij hieraan heeft voldaan.
3.4.
De kantonrechter heeft verder ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom en de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is hier niet het geval.
3.5.
Het primair gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
3.6.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
404,14
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 271,74, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 4 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 404,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|