Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:2156 
 
Datum uitspraak:14-04-2026
Datum gepubliceerd:21-04-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:11837140 CV EXPL 25-240 11837140 CV EXPL 25-240
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Vordering tot betaling factuur. Reconventie: vordering op grond van wanprestatie. Afwijzing in reconventie omdat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat gedaagde ondeugdelijk veevoer heeft geleverd. Vordering in conventie wordt toegewezen.
Trefwoorden:varkens
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11837140 \ CV EXPL 25-2401


Vonnis van 14 april 2026


in de zaak van



[partij A] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: mr. J.C.F. Kooijmans,

tegen




1 [partij B1] V.O.F.,
te [vestigingsplaats 2] ,2. [partij B2],
wonende te [woonplaats 1] ,3. [partij B3],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij B] ,
gemachtigde: mr. M.J.H. van Baalen.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 augustus 2025 met producties 1 tot en met 5,- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 16,- de conclusie van antwoord in reconventie met productie 7,- een aanvullende productie 17 van [partij B] ,- de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.







2De zaak in het kort


2.1.

[partij A] levert al tientallen jaren veevoer aan [partij B] [partij A] vordert in deze procedure betaling van € 17.614,71 wegens op 11 februari 2025 geleverd veevoer. [partij B] beroept zich op opschorting. [partij B] stelt namelijk dat het veevoer dat [partij A] in de periode van 3 december 2024 tot en met 3 januari 2025 heeft geleverd (dus vóór 11 februari 2025) ondeugdelijk was. Als gevolg daarvan zijn de vleeskuikens van [partij B] niet goed gegroeid en heeft [partij B] schade geleden. [partij B] vordert daarom in reconventie een schadevergoeding van € 35.310,69.



2.2.
De kantonrechter is van oordeel dat [partij B] onvoldoende heeft onderbouwd dat [partij A] ondeugdelijk veevoer heeft geleverd en wijst de vordering tot betaling van schadevergoeding in reconventie af. De kantonrechter wijst als gevolg daarvan ook het beroep van [partij B] op opschorting in conventie af en wijst de vordering van [partij A] in conventie toe.





3De feiten


3.1.

[partij A] levert al vele jaren veevoer aan [partij B] , waaronder op 3, 14, 20, 21, 25 en 30 december 2024 en 3 januari 2025. Op voornoemde data werd onder meer het product ‘’Gewalste tarwe Pluimvee’’ geleverd. [partij B] heeft deze veevoerleveranties betaald.



3.2.
Op 11 februari 2025 heeft [partij A] opnieuw veevoer aan [partij B] geleverd, op grond waarvan [partij B] € 16.020,04 aan [partij A] is verschuldigd. De factuur dateert van 24 februari 2025 en heeft een betalingstermijn van veertien dagen. Deze factuur is door [partij B] niet betaald.





4Het geschil


In conventie:


4.1.

[partij A] vordert - samengevat – hoofdelijke veroordeling van [partij B] tot betaling van € 17.614,71, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en met hoofdelijke veroordeling van [partij B] in de proceskosten. Het bedrag van € 17.614,71 ziet op de factuur van 24 februari 2025 voor het op 11 februari 2025 geleverde veevoer, vermeerderd met de reeds verschenen handelsrente en de buitengerechtelijke kosten.



4.2.

[partij B] concludeert in conventie tot afwijzing van de vordering van [partij A] , met veroordeling van [partij A] in de kosten van deze procedure. [partij B] erkent weliswaar de vordering van [partij A] , maar beroept zicht op opschorting in verband met de opeisbare tegenvordering die zij heeft op [partij A] .


In reconventie:



4.3.

[partij B] vordert in reconventie veroordeling van [partij A] tot betaling van
€ 35.310,69, vermeerderd met rente en kosten. [partij B] legt daaraan ten grondslag dat [partij A] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zij in de periode van 3 december 2024 tot en met 3 januari 2025 één of meerdere keren ondeugdelijk veevoer heeft geleverd. Als gevolg van die tekortkoming zijn de vleeskuikens van [partij B] niet goed gegroeid en heeft [partij B] schade geleden. [partij A] is aansprakelijk voor deze schade.



4.4.

[partij A] concludeert in reconventie tot niet-ontvankelijkheid van [partij B] dan wel tot ontzegging van de vordering van [partij B] met veroordeling van [partij B] in de kosten van deze procedure. [partij A] betwist de door [partij B] gestelde tekortkoming, het causaal verband en de hoogte van de schade.



4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling


In conventie:


5.1.
In conventie gaat het om betaling van de factuur d.d. 24 februari 2025 van [partij A] van € 16.020,04 voor geleverd voer. [partij B] erkent de vordering in conventie, maar beroept zich op opschorting in verband met haar reconventionele vordering. Voor de beoordeling van de vordering in conventie is dus relevant of de vordering in reconventie kan worden toegewezen. Daarom zal de kantonrechter eerst de vordering in reconventie bespreken.


In reconventie



5.2.

[partij B] vordert schadevergoeding als gevolg van wanprestatie (artikel 6:74 BW). [partij B] stelt dat zij schade heeft geleden, als gevolg van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [partij A] . De schade bestaat uit het niet goed gegroeid zijn van de vleeskuikens uit koppel [nummer] (stal [nummer]) door het door [partij A] geleverde veevoer.



5.3.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de vleeskuikens uit koppel [nummer] zijn gevoerd met het door [partij A] in de periode van 3 december 2024 tot en met 3 januari 2025 geleverde veevoer en dat dit veevoer bestaat uit (onder andere) gewalste tarwe. Evenmin staat ter discussie dat er kleefkruidzaden zijn aangetroffen in de door [partij A] geleverde gewalste tarwe, waarmee koppel [nummer] is gevoerd.



5.4.
Aan de orde is of [partij A] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat de gewalste tarwe kleefkruidzaden bevat. Dat is immers wat [partij B] ter onderbouwing van haar vordering stelt. [partij B] stelt; als [partij A] geen voer met kleefkruidzaden had geleverd, waren de kuikens volgens verwachting gegroeid.



5.5.

[partij A] betwist dat zij ondeugdelijk voer heeft geleverd omdat het voer kleefkruidzaden bevat. Omdat los geleverde tarwe niet is bewerkt, maar alleen is gewalst, kan het zijn dat hierin nog onzuiverheden voorkomen. Die onzuiverheden kunnen variëren van kleine kiezelsteentjes tot alles wat in dezelfde grond als tarwe wil groeien en bloeien, waaronder kleefkruidzaden. Gewalste tarwe is een natuurproduct, als gevolg waarvan niet kan worden uitgesloten dat er vervuiling zoals kleefkruidzaad in zit. Als een partij voer onder de loep wordt genomen, zal ook gerstkorrel of roggekorrel worden gevonden. Dat is inherent aan een natuurproduct, ook als het is geschoond. Bijmenging in tarwe van zaden als kleefkruid maakt het product niet ondeugdelijk, aldus [partij A] .



5.6.
Op grond van het bepaalde in artikel 150 Rv is het aan [partij B] om voldoende te stellen en bij betwisting te bewijzen nu zij zich op de rechtsgevolgen van het door haar gestelde beroept. [partij B] stelt hiertoe dat zij de kleefkruidzaden niet hoefde te verwachten, omdat op de website van [partij A] staat dat de granen worden geschoond én gewalst, en dus niet alleen gewalst, zoals [partij A] aanvoert:


“Wij schonen onze granen voor rendabel en gezond voer


Op de kade in [vestigingsplaats 1] staat een toren. De uit geloste granen worden hier geschoond. Problemen met mycotoxinen bij uw dieren worden zo al in de kiem gesmoord.


Ten eerste kopen wij onze granen al van partners die aan diverse certificeringen voldoen. Toch zijn de granen van verschillende origine en daarom is preventief schonen noodzakelijk.


De aangevoerde grondstoffen bevatten vervuiling zoals:




Grof vuil en metaal: denk aan handschoenen, messen, drainagebuizen




Grove delen: stro, kaf, onkruid




Fijne vervuiling: stof en zand




[afbeelding]


Mycotoxinen worden geproduceerd door schimmels op het gewas. Schimmels zitten vooral op de buitenkant van het gewas; op het kaf en de stengels. Doordat deze vervuiling verwijderd wordt in onze schoontoren, worden ook de mycotoxinen verwijderd. Onderzoek heeft aangetoond dat DON (een mycotoxine die vooral in bij varkens en kippen problemen kan veroorzaken) in tarwe zo tot 90% minder voorkomt.


Onze grondstoffen zijn op deze manier




van een stabiele, hoge voedingswaarde




schoon en smakelijk




met zeer weinig risico te gebruiken voor elke diersoort”





5.7.
De kantonrechter is van oordeelt dat [partij B] enkel op grond van wat op de website staat niet heeft mogen verwachten dat de bestelde gewalste tarwe helemaal geen kleefkruidzaden zou mogen bevatten. Op de website van [partij A] staat dat de granen worden geschoond en dat het eindresultaat “minder risico” bevat en “op deze manier met zeer weinig risico is te gebruiken voor elke diersoort”. Hieruit volgt echter niet dat wordt beloofd dat de gewalste en geschoonde tarwe geheel vrij zijn van onzuiverheden zoals kleefkruidzaden en dat de enkele aanwezigheid van kleefkruidzaden een ondeugdelijk product oplevert. De bedoeling van het schonen is het gehalte aan onkruidzaden als kleefkruidzaden af te laten nemen tot een verwaarloosbare hoeveelheid, zodat het met weinig risico te gebruiken is. Gewalste tarwe is een natuurproduct en dat brengt met zich dat daarin onzuiverheden zoals onkruidzaden kunnen blijven voorkomen. Kleefkruidzaden zijn niet giftig. De enkele aanwezigheid van kleefkruidzaden in het voer maakt derhalve niet dat [partij A] een ondeugdelijk product heeft geleverd.



5.8.
Mogelijk kan er sprake zijn van een tekortkoming als de gewalste tarwe een bovenmatige hoeveelheid kleefkruidzaden bevat die [partij B] niet hoefde te verwachten, maar daarvoor heeft [partij B] onvoldoende onderbouwd gesteld. [partij B] heeft ook geen onderzoek naar de geleverde tarwe en/of de daarin aangetroffen kleefkruidzaden laten doen.



5.9.
De kantonrechter wijst de vordering van [partij B] in reconventie dus af.


In conventie



5.10.
Omdat de kantonrechter de vordering in reconventie afwijst, komt [partij B] in conventie ook geen rechtsgeldig beroep op opschorting toe. [partij A] heeft haar vordering in conventie verder voldoende onderbouwd en [partij B] heeft de vordering niet weersproken, zodat de kantonrechter de hoofdsom van € 16.020,04 toewijst.



5.11.
De door [partij A] gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom van
€ 16.020,04 is niet weersproken en wordt ook toegewezen. De wettelijke handelsrente is per 11 maart 2025 verschuldigd geworden. Tot 25 juli 2025 bedraagt de verschuldigde wettelijke handelsrente € 659,47.



5.12.

[partij A] vordert ten slotte vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [partij A] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [partij A] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 935,20 worden toegewezen.



5.13.
Omdat uit artikel 18 WvK volgt dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle vorderingen van derden op de vennootschap onder firma, spreekt de kantonrechter de veroordeling hoofdelijk uit. Dit betekent dat [partij B] hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 17.614,71.




De proceskosten



5.14.

[partij B] is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Wegens de samenhang tussen de vordering in conventie en reconventie worden de proceskosten van [partij A] begroot op:









- kosten van de dagvaarding





125,11







- griffierecht





1.461,00







- salaris gemachtigde





1.1.52,50


(2 punten × € 432,00 en 0,5 punten x € 577,00)




- nakosten





144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





2.882,61











5.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



5.16.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.





6De beslissing

De kantonrechter:


in conventie



6.1.
veroordeelt [partij B] hoofdelijk om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 17.614,71, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 16.020,04, met ingang van 25 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,


in reconventie




6.2.
wijst de vordering van [partij B] af.


in conventie en reconventie




6.3.
veroordeelt [partij B] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.882,61, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij B] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.4.
veroordeelt [partij B] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.



6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
Link naar deze uitspraak