Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:3317 
 
Datum uitspraak:29-04-2026
Datum gepubliceerd:15-06-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:C/08/338659 / HA ZA 25-31 C/08/338659 / HA ZA 25-31
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Tussenvonnis. Ook voor het schattenderwijs vaststellen van de schade is vereist dat de eiser de bouwstenen voor een dergelijke schatting voldoende onderbouwt.
Trefwoorden:kwekerij
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/338659 / HA ZA 25-314


Vonnis van 29 april 2026


in de zaak van


ENEXIS NETBEHEER B.V.,
te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
advocaat: mr. H. de Vries,

tegen



[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. A. Prascevic.





1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 18 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De samenvatting


2.1
Enexis vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding, omdat op zijn verbruiksadres stroom buiten de meter om is afgenomen. De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Enexis geleden schade. Enexis heeft echter onvoldoende onderbouwd hoe de schade moet worden berekend. De rechtbank stelt Enexis in de gelegenheid om alsnog te onderbouwen hoe de door haar geleden schade moet worden geschat. De rechtbank oordeelt ook dat Enexis informatie in het geding moet brengen op basis waarvan de rechtbank kan beoordelen of Enexis eerder had moeten ingrijpen op het verbruiksadres.





3De feiten


3.1
Enexis is de netbeheerder van het elektriciteitsnetwerk in de gemeente [gemeente]. [gedaagde] is mede-eigenaar van een bedrijfspand aan de [adres] (hierna: het verbruiksadres). [gedaagde] neemt op dit adres via een energieleverancier elektriciteit af. De elektriciteit wordt door Enexis geleverd.



3.2
Op 25 oktober 2022 heeft de politie op het verbruiksadres een operationele hennepkwekerij aangetroffen. Er is geconstateerd dat de elektriciteitsmeter van Enexis was gemanipuleerd, waardoor elektriciteit kon worden afgenomen zonder dat de meter dat registreerde. Ook is vastgesteld dat er een kabel was aangelegd waarmee de buiten de meter om afgenomen elektriciteit kon worden gebruikt voor de aangetroffen hennepkwekerij.



3.3
Door Enexis is op 24 november 2022 een ‘Rapport indicatie voorgaande kweken’ opgemaakt (hierna: het Enexis-rapport). In het rapport concludeert Enexis dat er zeventien volledige kweekcycli zijn afgerond, voordat de kwekerij werd opgerold. Door Enexis is ook een ‘Fotoboek indicatoren voorgaande kweken’ opgemaakt (hierna: het fotoboek). Het fotoboek bevat foto’s van de op het verbruiksadres aangetroffen materialen waaruit volgens Enexis blijkt dat deze materialen voor meerdere kweken zijn gebruikt.



3.4
Op 31 oktober 2022 heeft de politie een ‘Hennepbericht’ opgemaakt (hierna: het hennepbericht). Hierin staat onder meer het volgende:

“Op dinsdag 25-10-2022 werd naar aanleiding van binnengekomen relevante informatie een nader onderzoek door de politie ingesteld. (…)


Aanleiding
: Uit netmeting van de netbeheerder bleek een cyclus zichtbaar dat duidt op de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij (…)


In het bedrijf werd een bedrijfsmatige professioneel ingerichte, reeds geoogste, hennepkwekerij aangetroffen. De hennepkwekerij was ingericht voor het kweken van hennepplanten (…)

[het verbruiksadres] betreft een bedrijfspand. (…). Gelijk vooraan stond een grote stellage met dozen die waren ingepakt met zwart plastic folie.

Rechts naast de stellage stond een kweektent van 3 bij 3 m waarin een tafel stond met 2 weegschalen en hennep gerelateerde goederen waaronder assimilatielampen, 1 schakelbord, 1 koolstoffilter, ventilatoren, 1 kachel en groeimiddelen. (…)


Deze kweekruimte had een afmeting van 6,7 bij 5,6 m groot. De oppervlakte van het kweekbed van 6,7 bij 5 m, dat komt neer op 33,5 m2. (…) Alle hennepplanten waren geoogst en hingen te drogen in de kweekruimte. Totaal werden 140 slabs, voorzien van 4 steenwolblokken aangetroffen met afgeknipte hennepstengels. Dit komt neer op 560 oogstrijpe hennepplanten, per m2 stonden er 16 hennepplanten.

Boven het kweekbed hingen 14 assimilatielampen met daaraan bevestigde transformatoren. In deze kweekruimte werd tevens 1 koolstoffilter, 1 opticlimate, 1 hotbox op gas, 7 ventilatoren en 1 metalen kachel aangetroffen.

Voor de kweekruimte stond een voedingsvat a 1000 liter met daarin een dompelpomp waarop een irrigatiesysteem was aangesloten ten behoeve van de hennepkwekerij. (…)


Volgens BRP staat er niemand ingeschreven op het [verbruiksadres]. Navolgende personen zijn aangehouden en blijken uit onderzoek “Grutto” te worden aangemerkt als verdachte: [naam en naam].

Het verbruiksadres is 1/2e eigendom van: [gedaagde] (…)”



3.5
Op 9 november 2022 heeft Enexis aangifte gedaan van elektriciteitsdiefstal. Volgens Enexis heeft zij diezelfde dag en op 18 augustus 2023 een aansprakelijkheidsstelling verzonden naar het verbruiksadres, met de sommatie om binnen veertien dagen het gestelde schadebedrag van € 72.559,38 te voldoen. [gedaagde] heeft niet gereageerd, waarna Enexis deze procedure is gestart.





4Het geschil


4.1
Enexis vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 72.559,38, vermeerderd met incassokosten, proceskosten en wettelijke rente over de voorgaande bedragen. Volgens Enexis bestaat dit bedrag voor € 71.489,60 aan verbruikskosten voor de elektriciteit en voor € 1.069,79 aan kosten die zij heeft gemaakt voor het voorkomen en vaststellen van haar schade (de rechtbank gaat uit van het in het petitum genoemde totaalbedrag, dat één cent lager is dan de optelsom van voornoemde twee posten). Samengevat, en na verduidelijking ter zitting door Enexis, legt Enexis het volgende ten grondslag aan haar vorderingen. Tussen haar en [gedaagde] bestaat een wettelijke en contractuele relatie. [gedaagde] heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die daaruit voortvloeit. Op het verbruiksadres, waarvoor hij contractant was, is immers energie afgenomen buiten de meter om. Voor deze elektriciteit is niet betaald. Enexis heeft daardoor schade geleden. De gestelde schade (verbruikskosten) heeft Enexis schattenderwijs berekend op basis van de in het hennepbericht vermelde aangetroffen productiemiddelen. Enexis heeft voor ieder productiemiddel het aantal kWh vermenigvuldigd met het aantal uren dat dit productiemiddel volgens haar per kweekcyclus wordt gebruikt. Het resultaat daarvan heeft Enexis vermenigvuldigd met zeventien, omdat er volgens Enexis zoveel kweekcycli zijn afgerond op het verbruiksadres. Dit leidt ertoe dat er volgens Enexis 324.698 kWh buiten de meter is afgenomen. Dit aantal kWh heeft zij vermenigvuldigd met een prijs van € 0,20286 per kWh. Deze kosten voor het voorkomen en vaststellen van haar schade zijn volgens Enexis gebaseerd op standaardtarieven uit het tarievenboek dat ter goedkeuring zou zijn voorgelegd aan de ACM.



4.2

[gedaagde] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen. [gedaagde] betwist niet hij een contractuele relatie had met Enexis. Wel weerspreekt hij dat hij de daaruit voortvloeiende zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden. Volgens [gedaagde] had hij het verbruiksadres verhuurd. Zijn huurder heeft het adres tegen de afspraken in en zonder zijn medeweten onderverhuurd. De onderverhuurders zouden de energie buiten de meter om hebben afgenomen. Volgens [gedaagde] kon hij dit niet weten en heeft hij voldoende adequate maatregelen genomen. Voor zover hij toch aansprakelijk zou worden gehouden, weerspreekt [gedaagde] dat sprake zou zijn van causaal verband tussen het schenden van de zorgplicht en de ontstane schade. [gedaagde] betwist verder de stellingen die door Enexis zijn aangevoerd in het kader van de schadeberekening. Hij betwist dat er zeventien oogsten hebben plaatsgevonden. Ook weerspreekt hij dat iedere oogstcyclus de door Enexis aangegeven tijd in beslag zou hebben genomen. Tot slot betwist hij de juistheid van het door Enexis aangevoerde energieverbruik per oogstcyclus. [gedaagde] voert daarnaast het verweer dat de gestelde schade mede van deze omvang heeft kunnen zijn doordat Enexis niet eerder heeft ingegrepen. Hij voert ter onderbouwing van dit eigenschuldverweer aan dat Enexis blijkens het Enexis-rapport en het hennepbericht eerder wist dat er op het verbruiksadres energie buiten de meter om werd afgenomen. [gedaagde] verzoekt de rechtbank om – zo begrijpt de rechtbank – in dat kader de bevoegdheid uit artikel 22 Rv aan te wenden om Enexis op te dragen om onder meer informatie in het geding te brengen waaruit kan worden afgeleid op welk moment Enexis wist of had moeten weten dat er op het verbruiksadres energie buiten de meter om werd afgenomen en op welk moment Enexis actie heeft ondernomen. Tot slot doet [gedaagde] bij wijze van verweer een beroep op matiging op grond van artikel 6:109 BW.





5De beoordeling


5.1
De rechtbank zal eerst beoordelen of [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Enexis geleden schade. Daarna gaat de rechtbank in op de causaliteit. Vervolgens wordt de hoogte van de schade besproken. Daarna komt het eigenschuldverweer van [gedaagde] aan de orde. Tot slot bespreekt de rechtbank het beroep op matiging.


De aansprakelijkheid




5.2
Het staat vast dat de elektriciteitsmeter van Enexis op het verbruiksadres was gemanipuleerd en dat daardoor elektriciteit buiten de meter om kon worden afgenomen. Dat dit onrechtmatig is jegens Enexis, staat tussen partijen niet ter discussie. Partijen zijn verdeeld over de vraag of dit leidt tot aansprakelijkheid van [gedaagde].



5.3

[gedaagde] heeft niet betwist dat de elektriciteitsaansluiting voor het gebruiksadres op zijn naam stond en dat er een contractuele relatie is tussen hem en Enexis. Deze contractuele relatie brengt met zich dat de verhouding tussen partijen wordt beheerst door de beginselen van redelijkheid en billijkheid (HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1186). Enexis heeft terecht aangevoerd dat hieruit volgt dat op de contractant een zorgplicht rust voor de elektriciteitsmeter. De elektriciteitsmeter is voor de netbeheerder de enige manier om de juiste hoeveelheid afgenomen energie in rekening te brengen. Netbeheerders kunnen in de regel geen of nauwelijks toezicht houden op wat er gebeurt met hun (talloze) aansluitingen en elektriciteitsmeters. Een dergelijk toezicht kan wel worden verwacht van hun contractuele wederpartij. De contractant is beter in staat dan de netbeheerder om te voorkomen dat (en te controleren of) er ongeoorloofde handelingen worden verricht met de meter, die zich immers bevindt op het adres waarvoor de contractant een contract heeft afgesloten. Dit geldt ook als het gaat om handelingen die niet door de contractant zelf worden verricht, maar door derden die gebruik maken van het verbruiksadres. Het voorgaande leidt ertoe dat de contractuele afnemer een zorgplicht heeft voor het voorkomen van ongeregistreerd elektriciteitsverbruik, door het houden van toezicht op de elektriciteitsmeter (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7112 en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1105).



5.4
Het staat vast dat [gedaagde] geen toezicht heeft gehouden op de elektriciteitsmeter. [gedaagde] heeft betoogd dat hij dit ook niet kon, omdat hij het verbruiksadres aan een kennis had verhuurd, die het verbruiksadres zonder toestemming en wetenschap van [gedaagde] zou hebben onderverhuurd. Deze kennis zou [gedaagde] de meterstanden mondeling hebben doorgegeven en daarna de volgens die kennis verbruikte energie – net als de huur – contant bij [gedaagde] hebben afgerekend. Dit betoog doet niet af aan de verantwoordelijkheid en zorgplicht van [gedaagde] voor de elektriciteitsmeter. [gedaagde] heeft ervoor gekozen om het energiecontract, en dus de aansluiting met de meter, op zijn eigen naam te zetten en niet op naam van zijn huurder. Het was daarom aan [gedaagde] om ook de bij het contract horende verantwoordelijkheid te nemen voor het voorkomen van ongeregistreerd elektriciteitsverbruik. Nu vaststaat dat hij geen enkele maatregel heeft genomen om daarop te controleren, heeft hij niet aan de op hem rustende zorgplicht voldaan. De rechtbank oordeelt daarom dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die Enexis heeft geleden doordat op het verbruiksadres energie buiten de elektriciteitsmeter is afgenomen.


De causaliteit




5.5

[gedaagde] heeft aangevoerd dat er geen causaal verband zou zijn tussen zijn handelen of nalaten en de door Enexis geleden schade. Volgens [gedaagde] heeft zijn kennis het verbruikspand zonder zijn medeweten en toestemming onderverhuurd. De onderhuurders zouden de elektriciteitsmeter hebben gemanipuleerd en de schade hebben veroorzaakt. [gedaagde] betoogt dat dit handelen dusdanig ver afstaat van zijn handelen of nalaten dat de causale keten ‘zou zijn doorbroken’. De rechtbank begrijpt uit zijn betoog en de tijdens de mondelinge behandeling gegeven nadere toelichting dat [gedaagde] daarmee bedoelt het verweer te voeren dat de gevolgen van het manipuleren van de elektriciteitsmeter niet aan hem zijn toe te rekenen in de zin van artikel 6:98 BW.



5.6
Daarover overweegt de rechtbank als volgt. De aan de orde zijnde normschending is niet dat de elektriciteitsmeter is gemanipuleerd, al dan niet door iemand ‘verderop in de keten’, maar dat [gedaagde] zelf zijn zorgplicht heeft geschonden doordat hij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de elektriciteitsmeter. Daarvoor is niet relevant dat de elektriciteitsmeter uiteindelijk zou zijn gemanipuleerd door een persoon waar [gedaagde] zelf geen contact mee had. Dat is immers een direct gevolg van het houden van onvoldoende toezicht. De ontstane schade in de vorm van verbruiksschade ligt daarmee in het verlengde van het schenden van de zorgplicht en is om die reden aan [gedaagde] toe te rekenen.


De schade



Opmerkingen vooraf




5.7
De oorzaak van de schade – de elektriciteitsmeter heeft de afgenomen energie niet kunnen meten – brengt met zich dat het niet mogelijk is om nauwkeurig vast te stellen hoeveel elektriciteit is afgenomen. De rechtbank zal de schade daarom schatten. Anders dan Enexis lijkt te veronderstellen, betekent dit niet dat op Enexis een minder zware stelplicht rust ten aanzien van de feiten die benodigd zijn om tot een goede schatting van de schade te komen. De door Enexis aangedragen elementen moeten dus – voor zover mogelijk – komen vast te staan, voordat zij een ijkpunt kunnen vormen voor het schattenderwijs vaststellen van de schade.



5.8
Enexis stelt dat voor een bedrag van € 71.489,60 aan elektriciteit is afgenomen buiten de meter om (de verbruiksschade). Daarnaast heeft Enexis € 1.069,79 aan kosten gemaakt voor vaststellen van haar schade en het voorkomen van verdere schade. Enexis heeft de verbruiksschade vastgesteld op € 71.489,60. Zij is tot dit bedrag gekomen op basis van het (i) aantal oogstcycli op het verbruiksadres zoals dat volgt uit het Enexis-rapport, vermenigvuldigd met (ii) het op basis van het hennepbericht door Enexis geschatte energieverbruik per oogst in kWh, vermenigvuldigd met (iii) de prijs per kWh voor deze elektriciteit. De rechtbank zal deze drie elementen hierna afzonderlijk bespreken.


Het aantal afgeronde oogstcycli




5.9
Enexis heeft gesteld dat op het verbruiksadres zeventien eerdere oogstcycli zijn afgerond. Zij onderbouwt deze stelling met het Enexis-rapport, het fotoboek en het hennepbericht. [gedaagde] heeft dat betwist. Ook heeft hij weersproken dat dit zou blijken uit het Enexis-rapport, het fotoboek en het hennepbericht. Meer specifiek heeft [gedaagde] vraagtekens gezet bij de stelling van Enexis dat de meetgegevens uit het Enexis-rapport zien op het verbruiksadres. Daarnaast heeft hij betwist dat de in het Enexis-rapport opgenomen conclusie, dat sprake zou zijn van zeventien eerdere oogstcycli, voldoende wordt onderbouwd door de inhoud van het rapport.



5.10
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het hennepbericht en het fotoboek volgt enkel dat er aanwijzingen zijn dat er meer dan één oogst heeft plaatsgevonden op het verbruiksadres. Hoeveel eerdere oogsten dit zijn, wordt uit beide documenten niet duidelijk. Het komt daarom aan op de informatie uit het Enexis-rapport.



5.11
De in het Enexis-rapport opgenomen informatie is naar het oordeel van de rechtbank te summier voor het daaraan verbinden van de conclusie dat sprake is van zeventien voorgaande oogstcycli. Het rapport bevat allereerst geen toelichting waaruit duidelijk wordt op welke wijze Enexis de in het rapport opgenomen meetgegevens heeft gekoppeld aan het verbruiksadres. Ook ontbreekt uitleg over hoe de in het rapport opgenomen meetgegevens moeten worden gelezen. Het rapport spreekt wel over “12uurs-patronen”, maar nergens wordt toegelicht hoe uit de in het rapport opgenomen grafieken moet worden afgeleid dat zich een dergelijk patroon voordoet, of wat zo’n patroon zegt over een (afgeronde) kweekcyclus voor hennep.



5.12
Tijdens de mondelinge behandeling is namens Enexis toegelicht dat vanuit een transformatorkastje op basis van de spanning (Volt) te berekenen is op welk netdeel en op welke aansluiting de meting betrekking heeft. Ook is door Enexis aangevoerd dat de gemeten 12uurs-patronen zijn gestopt op het moment dat de hennepkwekerij werd opgerold. Dit laatste is ook niet met zoveel woorden door [gedaagde] betwist. Het komt aannemelijk voor dat dit erop duidt dat de door Enexis uitgevoerde meting ziet op het verbruiksadres. Van Enexis, als de partij die bij uitstek deskundig zou moeten zijn op het gebied van netmetingen, mocht echter meer duidelijke en controleerbare informatie worden verwacht, zeker nu zij een particulier aansprakelijk stelt voor een significant bedrag.



5.13
Tijdens de mondelinge behandeling is Enexis gevraagd uit te leggen hoe uit de grafieken in het Enexis-rapport zou volgen dat sprake is van (a) 12uurs-patronen, (b) wat deze patronen betekenen en (c) hoe zij zich verhouden tot het gestelde aantal (afgeronde) kweekcycli. Enexis heeft die uitleg niet kunnen geven. Ook hier geldt dat het op de weg van Enexis als netbeheerder had gelegen om duidelijke en controleerbare informatie te verstrekken waaruit door de rechtbank en de door Enexis aansprakelijk gestelde particulier kan worden afgeleid waarop Enexis haar conclusies baseert.


5.14
In het licht van het voorgaande heeft [gedaagde] de door Enexis gestelde feiten voldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank zal Enexis in de gelegenheid stellen om bewijs (inclusief controleerbare toelichting en onderbouwing) te leveren van feiten en omstandigheden waaruit de rechtbank kan afleiden hoeveel eerdere oogstcycli in ieder geval hebben plaatsgevonden op het verbruiksadres.


Het energieverbruik per oogstcyclus




5.15
Enexis heeft gesteld – zo heeft de rechtbank zelf uit de overgelegde berekeningen moeten afleiden – dat per oogstcyclus 19.099,88 kWh aan energie buiten de meter om is afgenomen. Enexis heeft haar berekening gebaseerd op de volgens het henneprapport op het verbruiksadres aangetroffen apparatuur. Enexis heeft het wattage van deze apparaten vastgesteld. [gedaagde] heeft niet betwist dat deze apparaten op het verbruiksadres zijn aangetroffen en het door Enexis gestelde wattage hebben. Enexis is ervan uitgegaan dat de aangetroffen apparatuur een bepaald aantal uren per oogstcyclus ingeschakeld is geweest. Dit aantal uren heeft zij gebaseerd op het rapport “wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” (hierna: het ontnemingsrapport). [gedaagde] heeft betwist dat alle aangetroffen apparatuur iedere oogstcyclus zou zijn gebruikt en dat iedere oogstcyclus de aangegeven periode heeft geduurd.



5.16
De rechtbank overweegt als volgt. Het energieverbruik per oogstcyclus is vanwege de aard van de schade niet nauwkeurig vast te stellen. De rechtbank zal daarom met een schatting werken. De rechtbank hanteert daarbij dezelfde uitgangspunten als Enexis, die zijn gebaseerd op het ontnemingsrapport. [gedaagde] heeft zijn betwisting dat niet alle apparatuur bij iedere oogstcyclus zou zijn gebruikt, immers onvoldoende concreet gemaakt om een afwijking te rechtvaardigen. Van hem mocht in dat kader bijvoorbeeld verwacht worden dat hij zou toelichten op welke punten de op het verbruiksadres aangetroffen kwekerij afweek van de uitgangspunten waarop het ontnemingsrapport is gebaseerd. De rechtbank gaat daarom uit van een geschat energieverbruik van 19.099,88 kWh per afgeronde oogstcyclus.


De prijs per kWh




5.17
Enexis heeft gesteld dat de voor de berekening te gebruiken energieprijs € 0,20286 exclusief btw bedraagt. Enexis heeft deze stelling niet onderbouwd. [gedaagde] heeft de stelling niet betwist. De rechtbank heeft in het kader van het door hem schattenderwijs vaststellen van de schade aan Enexis gevraagd waarop de door haar gestelde prijs was gebaseerd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Enexis geen eenduidig antwoord gegeven. De rechtbank acht de te hanteren energieprijs cruciaal voor het op zo juist mogelijke wijze schattenderwijs vaststellen van de schade. De rechtbank stelt Enexis daarom in de gelegenheid om feiten te bewijzen waaruit volgt van welk tarief de rechtbank moet uitgaan in het kader van het schattenderwijs vaststellen van de schade.


De kosten voor het vaststellen en voorkomen van de schade




5.18
Enexis stelt dat zij € 1.069,79 aan kosten heeft gemaakt voor vaststellen van haar schade en het voorkomen van verdere schade. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de door Enexis opgevoerde kosten. Enexis heeft de opgevoerde kosten uitgesplitst en per post onderbouwd. De rechtbank overweegt dat ook intern gemaakte bedrijfskosten, in de vorm van door eigen medewerkers aan de zaak bestede tijd, als redelijke kosten ter voorkoming en vaststelling van de schade voor vergoeding in aanmerking komen (Hoge Raad 1 juli 1993, NJ 1995, 150). Dat geldt ook voor de administratiekosten die zijn verbonden aan de binnen de schadelijdende organisatie verrichte werkzaamheden ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (Hoge Raad 16 oktober 1998, NJ 1999, 196). De rechtbank zal de gevorderde kosten voor het vaststellen en voorkomen van de schade daarom bij eindvonnis toewijzen.


Het beroep op eigen schuld




5.19

[gedaagde] heeft gesteld dat de door Enexis gevorderde schade mede in deze omvang is ontstaan doordat Enexis te laat heeft ingegrepen. Volgens [gedaagde] wist Enexis al langer dat er een hennepkwekerij was op het verbruiksadres, maar heeft Enexis pas in een later stadium de politie ingeschakeld. [gedaagde] baseert zijn stelling op het hennepbericht, waarin de politie vermeldt dat uit een netmeting van Enexis zou zijn gebleken dat er mogelijk een hennepkwekerij aanwezig was en dat dit de aanleiding vormde voor de inval. Daarnaast verwijst [gedaagde] naar het Enexis-rapport. [gedaagde] leidt daaruit af dat Enexis al langer meetgegevens bijhoudt over het verbruiksadres en dus eerder had kunnen weten dat sprake was van een hennepkwekerij. Enexis heeft betwist dat zij vóór de inval van de politie op de hoogte was van de aanwezigheid van een hennepkwekerij op het verbruiksadres.



5.20
De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling is Enexis teruggekomen van haar betwisting dat zij voor de inval niet wist van de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij. In plaats daarvan heeft zij betwist dat zij op het moment van de inval al beschikte over de meetgegevens uit het Enexis-rapport. Enexis zou mogelijk andere gegevens hebben gehad die zij aan de politie zou hebben doorgegeven, aldus Enexis. Volgens Enexis waren de metingen uit het Enexis-rapport voor haar niet ‘live’ toegankelijk, maar zijn deze uitsluitend achteraf geraadpleegd om de omvang van de schade vast te stellen. Enexis heeft daarmee voldoende gemotiveerd betwist dat zij eerder wist van de hennepkwekerij en dus eerder had moeten ingrijpen.



5.21
Op [gedaagde] rust de bewijslast ten aanzien van de stelling dat Enexis eerder wist van de hennepkwekerij, maar niet heeft ingegrepen. Tegelijkertijd is Enexis – en niet [gedaagde] – de partij met inzicht in het handelen van Enexis en de informatie waarover Enexis van tijd tot tijd beschikte. Enexis weet al sinds de ontvangst van de conclusie van antwoord dat [gedaagde] dit verweer voert. Enexis heeft evenwel nagelaten om haar betwisting van de aan dit verweer ten grondslag liggende stellingen nader te onderbouwen. Omdat Enexis de enige partij is die over deze informatie beschikt, rust op haar in deze specifieke omstandigheden volgens de rechtbank een verzwaarde motiveringsplicht.



5.22
De rechtbank zal Enexis dan ook opdragen om voldoende feitelijke gegevens te verstrekken waaruit de rechtbank kan afleiden (i) per wanneer Enexis toegang had tot de meetgegevens die ook zijn gebruikt voor het Enexis-rapport, (ii) welke informatie Enexis per wanneer aan de politie heeft verstrekt over het verbruiksadres, (iii) per wanneer zij beschikte over deze aan de politie verstrekte informatie, (iv) of, en zo ja op welke data, het door Enexis gehanteerde monitoringssysteem signalen en/of waarschuwingen heeft gegenereerd met betrekking tot het verbruik op het verbruiksadres, (v) of Enexis interne protocollen, richtlijnen of werkinstructies heeft met betrekking tot het ingrijpen na detectie van een vermoedelijke hennepkwekerij, en zo ja wat die documenten dan inhouden, en (vi) welk intern of extern overleg er heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de interventie van de politie op het verbruiksadres.



5.23
Het beroep van [gedaagde] op artikel 22 Rv behoeft vanwege het voorgaande geen bespreking. Op basis van de door Enexis aan te leveren informatie zal de rechtbank bij eindvonnis oordelen over het eigenschuldverweer.


Het beroep op matiging




5.24

[gedaagde] heeft als uiterst verweer een beroep gedaan op matiging van de schade. Zijn verweer heeft hij – samengevat – gebaseerd op de stelling dat het ontstaan van de schade uiteindelijk het gevolg is van handelen van anderen dan hijzelf. Hij heeft daarbij concreet verwezen naar zijn huurder en de onderhuurders.



5.25
De rechtbank zal het beroep op matiging bij eindvonnis afwijzen. Als [gedaagde] vindt dat een ander de schade moet dragen, dan is het primair aan [gedaagde] om zich ervoor in te spannen dat die anderen daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. In dat kader had [gedaagde] bijvoorbeeld het instrument van oproeping in vrijwaring kunnen inzetten. Matiging is niet passend in de situatie die zich hier voordoet, omdat matiging tot gevolg zou hebben dat zowel [gedaagde] als de volgens hem (mede)verantwoordelijken de dans ontspringen ten koste van de partij die de schade heeft geleden.


Buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente




5.26
Enexis heeft gevorderd dat [gedaagde] naast de schadevergoeding ook de buitengerechtelijke incassokosten moet vergoeden. Enexis heeft in dat kader gesteld dat zij aan [gedaagde] incassobrieven heeft verzonden. [gedaagde] heeft betwist deze brieven te hebben ontvangen. Ter onderbouwing van die betwisting heeft hij aangegeven dat de brieven, zoals hij deze bij de dagvaarding heeft aangetroffen, waren geadresseerd aan het verbruiksadres. Dit adres heeft volgens hem geen brievenbus. De rechtbank oordeelt dat Enexis onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat zij incassowerkzaamheden heeft verricht. De rechtbank zal de buitengerechtelijke kosten daarom bij eindvonnis afwijzen.



5.27
Enexis heeft gevorderd dat de schadevergoeding wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf de datum van ontdekking van de hennepkwekerij, zijnde 25 oktober 2022. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 oktober 2022 bij eindvonnis toewijzen, voor zover het tot een schadevergoeding komt.





6De beslissing

De rechtbank


6.1
stelt Enexis in de gelegenheid om feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit de rechtbank kan afleiden hoeveel eerdere oogstcycli in ieder geval hebben plaatsgevonden op het verbruiksadres,



6.2
stelt Enexis in de gelegenheid om feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt van welk tarief de rechtbank moet uitgaan in het kader van het schattenderwijs vaststellen van de schade,


6.3
draagt Enexis op om voldoende feitelijke gegevens te verstrekken waaruit de rechtbank kan afleiden (i) per wanneer Enexis toegang had tot de meetgegevens die ook zijn gebruikt voor het Enexis-rapport, (ii) welke informatie Enexis per wanneer aan de politie heeft verstrekt over het verbruiksadres, (iii) per wanneer zij beschikte over deze aan de politie verstrekte informatie, (iv) of, en zo ja op welke data, het door Enexis gehanteerde monitoringssysteem signalen en/of waarschuwingen heeft gegenereerd met betrekking tot het verbruik op het verbruiksadres, (v) of Enexis interne protocollen, richtlijnen of werkinstructies heeft met betrekking tot het ingrijpen na detectie van een vermoedelijke hennepkwekerij, en zo ja wat die documenten dan inhouden, en (vi) welk intern of extern overleg er heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de interventie van de politie op het verbruiksadres,



6.4
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 27 mei 2026 voor uitlating door Enexis of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,



6.5
bepaalt dat, als Enexis geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,



6.6
bepaalt dat, als Enexis getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juni tot en met augustus dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,



6.7
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. H.B. de Hek, in het gerechtsgebouw te Almelo, Egbert Gorterstraat 5,



6.8
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,



6.9
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.B. de Hek en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
Link naar deze uitspraak