|
|
|
| ECLI:NL:RBOVE:2026:3807 | | | | | Datum uitspraak | : | 24-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 06-07-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Overijssel | | Zaaknummers | : | 12206774 EJ VERZ 26-76 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Machtiging minderjarige artikel 1:345 BW | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | paarden | | | | Uitspraak | RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 12206774 \ EJ VERZ 26-76
Beschikking van de kantonrechter van 24 juni 2026
in de zaak van
1 [verzoekster] ,wonende te [woonplaats 1] ,
2. [verzoeker],wonende te [woonplaats 2] ,
samen te noemen verzoekers,
gemachtigde: mr. M.A. Stokroos, notaris te Rijssen.
Belanghebbende is:
[belanghebbende]
, geboren op [geboortedatum] 2009, dochter van verzoekers,
wonende te [woonplaats 3] .
1De procedure
1.1
[verzoekers] hebben een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 29 april 2026, ingevolge artikel 1:345 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
1.2.
Het verzoek is behandeld op 17 juni 2026 waar verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Ook belanghebbende is verschenen.
2De beoordeling
2.1
Op grond van artikel 1:345 BW behoeft de voogd machtiging van de kantonrechter om een overeenkomst strekkende tot beschikking over goederen van de minderjarige aan te gaan. Op grond van artikel 1:356 BW geeft de kantonrechter de machtiging slechts, indien dit hem in het belang van de minderjarige noodzakelijk, nuttig of wenselijk blijkt te zijn. Hij kan een bijzondere of een algemene machtiging geven en daaraan zodanige voorwaarden verbinden, als hij dienstig oordeelt. Op grond van artikel 1:253k BW zijn deze artikelen ook van toepassing op het bewind van de ouders.
2.2
Bij de beoordeling van de vraag of het verlenen van de machtiging in het belang van de minderjarige is kunnen de volgende omstandigheden een rol spelen:
- gewaarborgde continuïteit in de leefsituatie van de minderjarige;
- de mening van de minderjarige, en
- het doel van de transactie en het te verwachten resultaat voor de minderjarige.
2.3
Het verzoek betreft de oprichting van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met de naam [bedrijf] B.V., met zetel te [vestigingsplaats] . Het betreft een persoonlijke holding.
2.4
De moeder van [belanghebbende] heeft de eenmanszaak [eenmanszaak] . De vader van [belanghebbende] heeft een dakdekkersbedrijf.
2.5
In het verzoek staat vermeld dat [bedrijf] B.V. zal toetreden tot de eenmanszaak [eenmanszaak] , die na deze toetreding zal worden gewijzigd in een VOF.
2.6
Opzet is dat [belanghebbende] gaat participeren in zowel het ondernemingsvermogen, via haar personal holding bv, alsmede het oprichten van een werkmaatschappij, samen met de holding van haar vader. In de gezamenlijke werkmaatschappij zullen jonge paarden worden getraind door [belanghebbende] en weer worden doorverkocht.
2.7
Tijdens de mondelinge behandeling hebben verzoekers en hun gemachtigde toegelicht dat het feitelijk nu al zo is dat [belanghebbende] paarden opleidt en deze worden doorverkocht en dat het goed is om deze situatie formeel te regelen. [belanghebbende] rijdt paarden voor anderen en brengt de paarden op een hoger niveau.. Zij doet een BBL opleiding paardenhouderij bij het [college] in [plaats] .
2.8
Tijdens de mondelinge behandeling is door de ouders en [belanghebbende] opgemerkt dat zij alles in onderling overleg doen. De ouders houden daarbij ook rekening met de belangen van hun andere twee kinderen. Ook willen zij het eerlijk doen tussen de kinderen.
2.9
Hun gemachtigde heeft tijdens de mondelinge behandeling in antwoord op vragen van de kantonrechter opgemerkt dat [belanghebbende] geen reële financiële risico’s loopt. Er is gekozen voor een bv structuur. [belanghebbende] is daarom niet als persoon aansprakelijk. [belanghebbende] is niet bestuurder. Er kan dus geen sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid van [belanghebbende] .
De gemachtigde heeft daarnaast opgemerkt dat het niet de voorkeur heeft dat [belanghebbende] als minderjarige en vennoot zou gaan participeren in een VOF. Dit mede in verband met een eventuele hoofdelijke aansprakelijkheid van een vennoot. In de gekozen constructie zal de bv toetreden tot de eenmanszaak die na toetreding zal worden gewijzigd in een VOF. [belanghebbende] zal dus niet als persoon toetreden. Er is bewust voor gekozen om de aandelen niet te certificeren. Het is de bedoeling dat [belanghebbende] in de toekomst ook zeggenschap zal krijgen.
2.10
De kantonrechter kan zich vinden in de wens van verzoekers om de feitelijke situatie een juridische structuur te geven. Verzoekers hebben toegelicht dat daarmee tevens een juridische basis wordt gelegd voor de toekomst. Ook heeft [belanghebbende] tijdens de mondelinge behandeling verklaard achter het verzoek te staan. Het verzoek is dus in het belang van de minderjarige en kan worden toegewezen.
3De beslissing
3.1
Wijst het verzoek om een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid op te richten met de naam [bedrijf] B.V., met zetel te [vestigingsplaats] , toe.
Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
(JHd(O) | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|