Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:4565 
 
Datum uitspraak:14-07-2026
Datum gepubliceerd:27-07-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:12011783 CV EXPL 25-361 12011783 CV EXPL 25-361
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Onbetaalde facturen. Mondelinge aannemingsovereenkomst gesloten. Discussie over de omvang van de opdracht, of er werkzaamheden buiten de opdracht om zijn verricht en wat een redelijke prijs is. De kantonrechter wijst de vordering toe.
Trefwoorden:bruikleen
huurovereenkomst
melkveehouderij
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12011783 \ CV EXPL 25-3610


Vonnis van 14 juli 2026


in de zaak van


MECHANISATIE LOCHEM B.V.,
te Lochem,
eisende partij,
hierna te noemen: Mechanisatie Lochem,
gemachtigde: mr. G.E. Hamer,

tegen

1. de maatschap [gedaagde 1] , handelende onder de naam [bedrijf] ,
te [vestigingsplaats] ,2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 1] ,3. [gedaagde 3],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
gemachtigde: mr. J.F. Vanhommerig.




1Samenvatting van de zaak
Mechanisatie Lochem en [bedrijf] hebben mondeling afgesproken dat Mechanisatie Lochem een aandrijfbak ten behoeve van zijn voermengwagen zal leveren en monteren en een vervangende voermengwagen zal verhuren. Later is deze opdracht uitgebreid met het verversen van de olie en het monteren van andere vijzels. Mechanisatie Lochem vordert betaling van twee facturen wegens de levering van de aandrijfbak, de verrichte werkzaamheden en de overeengekomen huur. Mechanisatie Lochem verwijst ter onderbouwing naar een gespecificeerde opgave van de verrichte werkzaamheden en de gebruikte materialen en onderdelen. [gedaagden] is het niet eens met de vordering. De kantonrechter oordeelt echter dat Mechanisatie Lochem voldoende heeft onderbouwd dat alle verrichte werkzaamheden inherent zijn aan de overeengekomen opdracht en dat de gevorderde prijs redelijk is. Ook de mondelinge huurovereenkomst is voldoende onderbouwd. De kantonrechter wijst de vordering van Mechanisatie Lochem volledig toe.




2De procedure


2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1
Mechanisatie Lochem is een bedrijf dat zich bezig houdt met de verkoop en het onderhoud van landbouwmachines. [gedaagden] is een melkveehouderij. Mechanisatie Lochem en [bedrijf] doen al jaren zaken met elkaar.



3.2
In juli 2024 heeft [bedrijf] Mechanisatie Lochem verzocht om een nieuwe aandrijfbak aan haar voermengwagen te monteren, omdat haar voermengwagen kapot was.



3.3
Gedurende de reparatiewerkzaamheden heeft Mechanisatie Lochem van 10 juli 2024 tot 9 oktober 2024 een vervangende voermengwagen aan [gedaagden] ter beschikking gesteld.



3.4
Op 11 oktober 2024 heeft Mechanisatie Lochem twee facturen naar [bedrijf] gestuurd. Een factuur van € 4.235,00 inclusief btw wegens de levering van de aandrijfbak en een factuur van € 9.318,29 inclusief btw wegens alle in de werkplaats verrichte werkzaamheden en de huur van de vervangende voermengwagen.





4Het geschil


4.1
Mechanisatie Lochem vordert - samengevat – hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 15.983,19, vermeerderd met rente vanaf 7 november 2025 en met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten. Het genoemde bedrag bestaat uit de onbetaalde facturen van € 13.553,29 inclusief btw (hoofdsom), de buitengerechtelijke incassokosten van € 910,53 en de verschenen rente tot 7 november 2025 van € 1.519,37.



4.2

[gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Mechanisatie Lochem, met veroordeling van Mechanisatie Lochem in de kosten van deze procedure. Subsidiair vraagt [gedaagden] de kantonrechter om te bepalen dat [gedaagden] slechts het erkende overeengekomen bedrag verschuldigd is, zodra [gedaagden] een daartoe strekkende gecorrigeerde factuur heeft ontvangen.



4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling


5.1
Het gaat in deze procedure om de vraag of [gedaagden] de facturen van Mechanisatie Lochem (geheel of gedeeltelijk) moet betalen. Partijen twisten daarbij over hoe de opdracht luidde, of er werkzaamheden buiten de opdracht om zijn verricht en welke prijs moet worden betaald voor het werk.



Wat zijn partijen overeengekomen?



5.2
De kantonrechter stelt voorop dat op grond van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) de stelplicht en – bij betwisting – de bewijslast van wat is overeengekomen rust op Mechanisatie Lochem. Mechanisatie Lochem stelt dat tussen partijen mondeling een overeenkomst van aanneming van werk is overeengekomen, waarbij de opdracht luidde om de voermengwagen te renoveren.



5.3

[gedaagden] erkent dat er mondeling een overeenkomst van aanneming van werk is gesloten, maar betwist dat er opdracht is gegeven tot renovatie van de voermengwagen. [gedaagden] voert aan dat aanvankelijk alleen opdracht is gegeven tot het leveren en monteren van de aandrijfbak en dat daar later het verversen van de olie en het monteren van de door [bedrijf] aangeleverde vijzels aan is toegevoegd.



5.4
Ter zitting heeft Mechanisatie Lochem de door [gedaagden] genoemde gang van zaken erkend. Naar het oordeel van de kantonrechter is dan ook komen vast te staan dat de opdracht bestond uit het leveren en monteren van de aandrijfbak, het verversen van olie en het monteren van door [bedrijf] aangeleverde vijzels.


Vallen de verrichte werkzaamheden binnen het bereik van de overeengekomen opdracht?



5.5
Mechanisatie Lochem stelt dat alle gefactureerde werkzaamheden logischerwijs voortvloeien uit de overeengekomen opdracht en noodzakelijk waren om een deugdelijke reparatie c.q. montage te waarborgen. Mechanisatie Lochem licht toe dat als de olie wordt vervangen, de bak bijvoorbeeld ook moet worden gespoeld omdat er anders schone olie bij vieze olie komt. Bij het spoelen van de bak bleek bovendien dat er olie lekte. Omdat er – conform afspraak – nieuwe olie op werd gedaan, moesten de keerringen worden vervangen om de lekkage te verhelpen. Anders zou de nieuwe olie direct weer lekken. Verder moest de originele as aangepast worden aan de door [bedrijf] aangeleverde vijzel. De vijzels moesten worden gesmeerd en de smeerleidingen gecontroleerd en gerepareerd, omdat de wagen anders binnen twee weken stuk zou zijn gegaan. Het vet moet immers via de leiding naar de vijzels toe. Samenvattend zijn alle verrichte werkzaamheden inherent aan de opdracht volgens Mechanisatie Lochem. Als de werkzaamheden niet waren verricht dan was er half werk geleverd en was de wagen binnen enkele weken kapot geweest. Mechanisatie Lochem onderbouwt haar stelling verder met de specificatie van de factuur, waarop de werkzaamheden als volgt zijn omschreven:


“Reparatie USA voerwagen, aandrijfbak defect




Klaar gemaakte aandrijfbak gemonteerd




Hiervoor de wagen van binnen schoon gemaakt, deze was erg smerig. Dit kostte ook behoorlijk veel tijd.




De achterste aandrijfbak olie afgelopen, hier kwam erg vieze olie af.




Zoals besproken de bak gespoeld met dieselolie en de wagen laten lopen de bak schoon te krijgen.




Aandrijfbak weer afgelaten, er bleken ook nog 2 keerringen lek van deze bak, deze ook vervangen.




Alle aftakassen gesmeerd.




De achterste vijzel gepast, dit is in orde.




Vet smeerleidingen gecontroleerd en gerepareerd.




Nieuwe glijplaten gemonteerd voor de vijzels.




Oude messen overgezet van de oude vijzel.




2 nieuwe messen gemonteerd omdat er niet genoeg messen op de oude vijzel zaten.




1 nieuwe mesversteviger gebruikt omdat 1 mes+versteviger er niet meer bij was.




Aandrijfas van de voorste vijzel in gekort pas gemaakt op de nieuwe vijzel.




Beide vijzels in de wagen gemonteerd.




Vijzels 30min laten draaien en deze constant door gesmeerd.”






5.6

[gedaagden] betwist dat alle gefactureerde werkzaamheden logischerwijs voortvloeien uit de overeengekomen opdracht en meent dat er buiten de opdracht om werkzaamheden zijn uitgevoerd. Volgens [gedaagden] heeft hij niet om alle werkzaamheden gevraagd. Zo heeft hij niet gevraagd om de bak schoon te maken en te spoelen met olie, de aftakassen te smeren, de smeerleidingen te controleren en repareren, nieuwe glijplaten te monteren, twee nieuwe messen te monteren, de aandrijfas in te korten en de vijzels 30min te laten draaien. Volgens [gedaagden] waren deze werkzaamheden ook niet nodig.



5.7
De kantonrechter acht de betwisting door [gedaagden] onvoldoende gemotiveerd. [gedaagden] voert met name het argument dat hij niet (expliciet) om al deze werkzaamheden heeft gevraagd, maar daarmee kan zij naar het oordeel van de kantonrechter niet volstaan. In het licht van de gespecificeerde opgave en omschrijving van de werkzaamheden en de toelichting van Mechanisatie Lochem ter zitting had het op de weg van [gedaagden] gelegen om nader te motiveren en concretiseren waarom deze werkzaamheden niet nodig zijn geweest, althans niet logischerwijs voortvloeien uit de opdracht. Dat heeft [gedaagden] niet gedaan. De kantonrechter weegt ook mee dat partijen bedrijven zijn, die vaker zaken met elkaar deden. Onweersproken is gesteld dat de gang van zaken waarbij geen offerte of indicatie van (verwachte) tijdsbesteding of prijs wordt gegeven gebruikelijk was. Onder die omstandigheden had het op de weg van [gedaagden] gelegen om duidelijk te maken dat zij (in dit geval) wel over de voortgang en details van de werkzaamheden geïnformeerd wilde worden. De kantonrechter weegt verder mee dat [gedaagden] de gerepareerde voermengwagen na oplevering gewoon in gebruik heeft genomen en ook na ontvangst van de factuur, waarop gespecificeerd staat welke werkzaamheden zijn verricht, lange tijd niet heeft geprotesteerd. Als [gedaagden] van mening was dat er onnodige zaken zijn gemonteerd of vervangen, dan lag het voor de hand om daarover contact met Mechanisatie Lochem op te nemen en indien mogelijk de onnodig aangebrachte zaken te retourneren. Dit alles heeft [gedaagden] niet gedaan en dat verhoudt zich niet goed tot haar stelling dat er niet-noodzakelijke en/of niet-geaccordeerde werkzaamheden zijn verricht waarvoor in de visie van [gedaagden] niet hoeft te worden betaald.



5.8
Naar het oordeel van de kantonrechter is dus vast komen te staan dat de gefactureerde werkzaamheden voortvloeien uit de (uitgebreide) opdracht en dus vallen binnen het bereik van wat partijen zijn overeengekomen.


Welke prijs moet er worden betaald?



5.9
De vervolgvraag is wat [gedaagden] moet betalen aan Mechanisatie Lochem. Mechanisatie Lochem vordert betaling van in hoofdsom € 13.553,29 voor de levering van de aandrijfbak, alle verrichte werkzaamheden in de werkplaats en de huur van de vervangende voermengwagen. Op Mechanisatie Lochem rust de stelplicht en – bij betwisting – de bewijslast van deze prijs.

- Regie afspraak?


5.10
Mechanisatie Lochem stelt dat er sprake is van een overeenkomst op basis van regie, als gevolg waarvan Mechanisatie Lochem de daadwerkelijk bestede uren en gebruikte materialen in rekeningen mocht brengen. Mechanisatie Lochem heeft echter in de processtukken noch tijdens de zitting concreet uit de doeken gedaan, hoe, waar en wanneer dit precies met [gedaagden] zou zijn afgesproken. Gesteld noch gebleken is dat er een offerte is uitgebracht of dat er vooraf is gesproken over een uurtarief en facturering op basis van regie. Het had als professionele aannemer die een aannemingsovereenkomst sluit, op haar weg gelegen om die duidelijkheid te verschaffen, maar dat heeft zij niet gedaan. De kantonrechter oordeelt dus het bestaan van een regieovereenkomst niet is komen vast te staan.

- Vaste prijs?


5.11

[gedaagden] voert bij wijze van verweer aan dat voor een deel van de opdracht een vaste prijs is overeengekomen, namelijk voor de koop en montage van de aandrijfbak. De vaste prijs bedroeg volgens [gedaagden] € 2.500,00 exclusief btw. Deze vaste prijsafspraak is naar het oordeel van de kantonrechter echter niet komen vast te staan. [gedaagden] heeft de gestelde prijsafspraak immers niet onderbouwd. [gedaagden] is naar het oordeel van de kantonrechter ook niet consistent in haar verklaring. Ter zitting voerde [gedaagden] immers aan dat er op enig moment zou zijn gesproken over
€ 4.000,00 á € 5.000,00 voor de aandrijfbak. Dit staat haaks op de door haar gestelde prijsafspraak van € 2.500,00 exclusief btw.



5.12

[gedaagden] erkent dat voor de overige onderdelen van de opdracht niet is gesproken over een prijs.

- Geschonden waarschuwingsplicht meerwerk?


5.13

[gedaagden] betwist verder dat Mechanisatie Lochem aanspraak kan maken op betaling voor het verversen van de olie en het monteren van de vijzels. Deze uitbreiding van de opdracht moet namelijk als meerwerk worden gekwalificeerd en Mechanisatie Lochem heeft [gedaagden] niet gewezen op de daaruit voortvloeiende noodzakelijke prijsverhoging (de waarschuwingsplicht uit artikel 7:755 BW), aldus [gedaagden]



5.14
De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een schending van de waarschuwingsplicht door Mechanisatie Lochem. [gedaagden] heeft ter zitting immers erkend dat hij zich bewust was van extra kosten toen de opdracht werd uitgebreid. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat daarbij niet van belang is of de opdrachtgever ook inzicht had in de omvang van de prijsverhoging dan wel de (concreet) te verwachten meerkosten. Volgens de Hoge Raad is het aan de opdrachtgever om zich, nadat hij tijdig door de aannemer is gewezen op de noodzaak van een prijsverhoging of indien hij die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen, desgewenst te verstaan met de aannemer omtrent de omvang van de prijsverhoging en vervolgens te beslissen of hij de gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk wil opdragen. [gedaagden] heeft dat niet gedaan. [gedaagden] heeft nimmer – niet vooraf, niet bij uitbreiding van de opdracht en niet tijdens de reparatiewerkzaamheden – geïnformeerd naar de te verwachte (extra) kosten. Nu er toevoegingen aan het werk zijn gedaan waarvan [gedaagden] begreep dat dit tot een prijsverhoging zou leiden en het bedrag van de prijsverhoging niet is bepaald, is [gedaagden] ook voor deze toevoeging een redelijke prijs verschuldigd.

- [bedrijf] moet een redelijke prijs betalen


5.15
De kantonrechter komt tot de conclusie dat, nu niet is komen vast te staan dat sprake is van een regieovereenkomst of vaste prijs, voor de koopprijs van de aandrijfbak en de verrichte werkzaamheden (inclusief meerwerk) aansluiting moet worden gezocht bij het bepaalde in artikel 7:4 BW en artikel 7:752 lid 1 BW. Op grond van deze bepalingen is, wanneer de prijs bij het sluiten van de overeenkomst niet is bepaald, een redelijke prijs verschuldigd. Op Mechanisatie Lochem rust de stelplicht en – bij betwisting – de bewijslast van wat een redelijke prijs is.

- De koopprijs van de aandrijfbak


5.16
Mechanisatie Lochem stelt dat de gewoonlijk door haar bedongen prijs voor de levering van de aandrijfbak, zonder montage, € 3.500,00 exclusief btw is. [gedaagden] heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat de kantonrechter ervan uit gaat dat
€ 3.500,00 exclusief btw een redelijke koopprijs voor de aandrijfbak is.

- De prijs voor de verrichte werkzaamheden en de gebruikte materialen


5.17
Mechanisatie Lochem stelt dat het arbeidsloon voor alle verrichte werkzaamheden
€ 3.816,88 exclusief btw (49,25 uur maal € 77,50 per uur) bedraagt. Mechanisatie Lochem verwijst ter onderbouwing naar de factuur van 11 oktober 2024. Mechanisatie Lochem stelt verder dat voor de gebruikte materialen en onderdelen een redelijke prijs van € 1.229,14 exclusief btw is verschuldigd. Mechanisatie Lochem verwijst hiervoor naar de gespecificeerde opgave van de gebruikte materialen en onderdelen inclusief kostprijs op de factuur.



5.18

[gedaagden] betwist weliswaar de redelijkheid van de in rekening gebrachte prijzen, maar motiveert dit onvoldoende. [gedaagden] voert met name aan dat de hoogte van de factuur en het aantal arbeidsuren onredelijk is, omdat er werkzaamheden buiten de opdracht zijn uitgevoerd, maar de kantonrechter heeft reeds vastgesteld dat de gefactureerde werkzaamheden binnen het bereik van de verstrekte opdracht plus uitbreiding vallen (r.o. 5.8). [gedaagden] betwist verder niet gemotiveerd dat de werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en klaagt ook niet over de kwaliteit. Ook wordt de redelijkheid van het aantal arbeidsuren voor de feitelijk verrichte werkzaamheden en het uurtarief niet gemotiveerd betwist. [gedaagden] voert nog wel aan dat de reparatiekosten niet in verhouding staan tot de waarde van het voertuig en dat hij een maximum budget van
€ 5.000,00 heeft genoemd. [gedaagden] onderbouwt dit echter niet en Mechanisatie Lochem weerspreekt het beweerde budget. De kantonrechter overweegt bovendien dat [gedaagden] op dit punt niet consistent verklaart, aangezien [gedaagden] ter zitting ook verklaart dat zij alleen voor de levering en montage van de aandrijfbak al rekening hield met
€ 5.000,00.



5.19
De kantonrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat is komen vast te staan dat de door Mechanisatie Lochem gevorderde prijs voor de werkzaamheden en materialen (€ 5.101,07 exclusief btw) en de levering van de aandrijfbak (€ 3.500,00 exclusief btw) redelijk is en wijst de vordering in zoverre toe.


- De huur


5.20
Mechanisatie Lochem stelt dat voor de verhuur van de vervangende voermengwagen een prijs van € 2.600,00 exclusief btw verschuldigd is, omdat mondeling een huurprijs van € 200,00 per week is overeengekomen en de huurperiode 13 weken heeft geduurd.



5.21

[gedaagden] erkent dat vooraf een huurprijs van € 200,00 per week is overeengekomen en dat de vervangende voermengwagen 13 weken is gebruikt. [gedaagden] voert echter aan dat de voermengwagen niet goed reed. Ook hield hij rekening met een verhuurperiode van een week, omdat de reparatie maximaal een week zou duren. Uiteindelijk heeft de reparatie veel langer geduurd, onder andere omdat Mechanisatie Lochem op enig moment dicht was wegens vakantie. Om die reden mocht [gedaagden] naar eigen zeggen begrijpen dat hij maar een symbolische vergoeding van € 200,00 verschuldigd was.



5.22
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor zover [gedaagden] heeft willen betogen dat sprake is van bruikleen of dat de overeengekomen huur is gewijzigd in bruikleen, heeft [gedaagden] dit onvoldoende onderbouwd. [gedaagden] erkent immers juist dat vooraf een mondelinge huurovereenkomst op basis van een huurprijs van € 200,00 per week is overeengekomen en niet is onderbouwd dat deze afspraak gaandeweg is gewijzigd. Voor zover [gedaagden] heeft willen betogen dat betaling van een totale huurprijs van
€ 2.600,00 exclusief btw naar maartstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, heeft [gedaagden] dit ook onvoldoende onderbouwd. [gedaagden] heeft immers nagelaten de door haar gestelde feiten en omstandigheden nader te onderbouwen. Zo is niet onderbouwd dat de vervangende voermengwagen kwalitatief niet in orde was of dat aanvankelijk een reparatieduur van één week was besproken die door toedoen van Mechanisatie Lochem is uitgelopen naar dertien weken. Het verweer van [gedaagden] treft daarom geen doel.



5.23
De kantonrechter wijst de vordering uit hoofde van huur van € 2.600,00 exclusief btw dus toe.


Conclusie



5.24
De kantonrechter wijst de gevorderde hoofdsom van € 13.553,29 inclusief btw (zijnde € 11.201,07 exclusief btw) toe.



5.25
Mechanisatie Lochem vordert tevens de tot 7 november 2025 verschenen handelsrente van € 1.519,37. [gedaagden] heeft dit niet betwist, zodat de kantonrechter dit onderdeel van de vordering ook toewijst.



5.26
Mechanisatie Lochem vordert verder betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 910,53. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal het gevorderde bedrag worden toegewezen.



5.27
De vordering van Mechanisatie Lochem van € 15.983,19 wordt dus in zijn geheel toegewezen en gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld.


Proceskosten



5.28

[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mechanisatie Lochem worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding





122,25







- griffierecht





1.461,00







- salaris gemachtigde





864,00


(2 punten × € 432,00)




- nakosten





144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





2.591,25











5.29
De veroordeling in de proceskosten wordt ook hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.





6De beslissing

De kantonrechter


6.1
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan Mechanisatie Lochem te betalen een bedrag van € 15.983,18, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 13.553,29, met ingang van 7 november 2025, tot de dag van volledige betaling,



6.2
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.591,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. Wilmink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. Marsman op 14 juli 2026.





ECLI:NL:HR:2022:989
Link naar deze uitspraak