Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBROT:2024:6612 
 
Datum uitspraak:18-07-2024
Datum gepubliceerd:22-07-2026
Instantie:Rechtbank Rotterdam
Zaaknummers:23/5514
Rechtsgebied:Bestuursstrafrecht
Indicatie:Boete opgelegd omdat slachthuis er niet voor heeft gezorgd dat dierlijke bijproducten gescheiden en identificeerbaar blijven. Overtreding van Bijlage VIII, Hoofdstuk II, onder punt 1, a, van Verordening 142/2011. Categorie 3 en categorie 2 materiaal niet gescheiden gehouden. Overtreding terecht vastgesteld. Slachthuis door tijdsverloop niet geschaad in verdedigingsmogelijkheden. Geen sprake van bijzondere omstandigheden. Boete terecht opgelegd. Beroep ongegrond.
Trefwoorden:landbouw
landbouw, natuur en voedselkwaliteit
 
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/5514

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2024 in de zaak tussen



[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. F.Th.M. Peters),

en



De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Harteveld).




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 30 juni 2023 (het bestreden besluit) waarbij verweerder het bezwaar van eiseres tegen het boetebesluit van 17 februari 2023 ongegrond heeft verklaard. Verweerder heeft eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 2.500,- voor overtreding van bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften.

1.1.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Ook is verschenen [naam], toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).





Totstandkoming van het besluit

2. Op 25 juli 2022 heeft een toezichthouder van de NVWA een inspectie uitgevoerd bij eiseres. De bevindingen van de toezichthouder zijn vastgelegd in een rapport van bevindingen van 16 januari 2023 (het rapport). Op basis daarvan heeft verweerder de boete opgelegd en deze bij het bestreden besluit gehandhaafd.

2.1.
In het rapport heeft de toezichthouder, voor zover hier van belang, het volgende beschreven:

“Bevinding(en):
Datum en tijdstip van de bevinding: 25 juli 2022 omstreeks 13:15 uur.

In het bedrijf aangesproken en gelegitimeerd aan: [naam], functie: medewerkster kwaliteitsdienst.
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in hammenuitbeenhal 1. Ik zag daar dat categorie 3 materiaal dierlijke bijproducten werden verzameld in blauwe kratten. Op deze blauwe kratten stond ook aangegeven dat het categorie 3 materiaal is. Op de grond gevallen varkensvlees wordt bijvoorbeeld in deze kratten verzameld. Ik zag dat in verschillende van deze reeds gevulde blauwe kratten [verschillende] stukken varkensvlees zaten met bezoedeling met korrelig vuil en verschillende soorten plastic (zie foto's). De bezoedeling en het plastic is productvreemd materiaal welke niet in categorie 3 dierlijke bijproducten terecht mag komen.
Op mijn verzoek is hierop al het categorie 3 materiaal dierlijke bijproducten van deze dag afgewaardeerd naar categorie 2 dierlijke bijproducten.
Ik zag dat tijdens het verzamelen niet alle nodige maatregelen werden getroffen om te zorgen dat de dierlijke bijproducten op de plaats van oorsprong gescheiden en identificeerbaar zijn en blijven. […]
Ik bracht [naam], medewerkster kwaliteitsdienst, van mijn bevindingen op de hoogte en zegde ter zake een rapport van bevindingen aan. Zij wenste geen verklaring af te geven. Het rapport is tevens aangezegd per e-mail, zie bijlage aanzegging rapport per e-mail 25-7-2022.[…]”


2.2.
Op grond van het rapport heeft verweerder vastgesteld dat eiseres, als exploitant, niet alle nodige maatregelen heeft getroffen om ervoor te zorgen dat dierlijke bijproducten tijdens het verzamelen op de plaats van oorsprong gescheiden en identificeerbaar blijven en er daarmee niet op toe heeft gezien dat dierlijke bijproducten voldeden aan de eisen inzake identificatie van bijlage VIII, van Verordening (EU) 142/2011. Hiermee heeft eiseres zich volgens verweerder niet gehouden aan de voorschriften van artikel 21, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en artikel 17, eerste lid, in samenhang met Bijlage VIII, Hoofdstuk II, onder punt 1, a, van Verordening (EU) nr. 142/2011. Dit is een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, in verbinding met artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling dierlijke producten.




Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid en evenredigheid van de aan eiser opgelegde bestuurlijke boete. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3.1.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

4. Eiseres voert aan dat haar ten onrechte een boete is opgelegd omdat de regelgeving niet is overtreden. De materialen worden verzameld in blauwe bakken die niet bestemd zijn voor extern gebruik, waarna volgens het eigen protocol op de plaats van oorsprong sortering van de inhoud van de bakken plaatsvindt naar categorie 2- en categorie 3-materiaal. Eiseres gebruikt hiervoor ‘CAT 3’ gemerkte kratten, omdat ongemerkte kratten altijd een overtreding opleveren van de regelgeving en het gebruik van CAT 2-kratten reeds bij voorbaat tot afwaardering zou leiden. Het afwaarderen van categorie 3-materiaal naar categorie 2-materiaal is toegestaan.


4.1.
In Verordening (EU) 1069/2009 worden dierlijke bijproducten ingedeeld in drie categorieën, gebaseerd op het risico voor de volks- en diergezondheid. Categorie 1-materiaal heeft het hoogste risico (bijvoorbeeld een kadaver van een koe besmet met BSE), dan volgt categorie 2-materiaal (bijvoorbeeld de inhoud van het maagdarmkanaal of bedorven vlees) en categorie 3-materiaal heeft het laagste risico (bijvoorbeeld veren of bepaalde etensresten). In tegenstelling tot categorie 1- of 2-materiaal, mag categorie 3-materiaal onder meer worden verwerkt in voer voor dieren. In Verordening (EU) 142/2011 zijn nadere regels gesteld ten aanzien van de drie categorieën dierlijke bijproducten, waaronder voorschriften voor verzameling, vervoer, identificatie en traceerbaarheid in Bijlage VIII.


4.2.
Uit het rapport blijkt dat de toezichthouder heeft waargenomen dat dierlijke bijproducten werden verzameld in blauwe kratten aangeduid als categorie 3-materiaal. Op de grond gevallen varkensvlees wordt in deze kratten verzameld. Verder is geconstateerd dat in verschillende van deze reeds gevulde kratten stukken varkensvlees zaten met bezoedeling, korrelig vuil en verschillende soorten plastic. Deze bevindingen heeft eiseres niet weersproken.


4.3.
Niet in geschil is dat eiseres op de grond gevallen bijproducten in met categorie-3 aangeduide blauwe bakken bewaarde en dat er in die bakken ook met korrelig vuil en plastic bezoedeld vlees is aangetroffen. Weliswaar wordt op de grond gevallen vlees gekwalificeerd als categorie 3-materiaal, maar met korrelig vuil en plastic bezoedeld vlees niet. Dit betreft op grond van artikel 9, aanhef en onder d, van Verordening (EG) 1069/20009 categorie 2-materiaal. Een mengsel van categorie 3- en categorie 2-materiaal wordt eveneens aangemerkt als categorie 2-materiaal. Dit volgt uit artikel 9, aanhef en onder g, van de verordening. Nu categorie 3- en 2-materiaal door elkaar werd verzameld en als categorie 3-materiaal werd aangeduid, heeft eiseres verschillende categorieën dierlijke bijproducten niet van elkaar gescheiden gehouden en onjuist geïdentificeerd. Verweerder heeft dan ook terecht vastgesteld dat eiseres artikel 21, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en artikel 17, eerste lid, in samenhang met Bijlage VIII, Hoofdstuk II, onder punt 1, a, van Verordening (EU) nr. 142/2011 heeft overtreden. Dat eiseres, zoals zij stelt, de bijproducten nadien – en volgens haar eigen protocol – nog sorteert en zo nodig afwaardeert en dat de blauwe bakken niet voor extern gebruik bestemd zijn, doet hier niet aan af. Uit artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) 1069/2009 volgt namelijk dat exploitanten vanaf het moment van ontstaan van de dierlijke bijproducten deze dienen te identificeren en ervoor dienen te zorgen dat deze overeenkomstig de verordening worden verwerkt. Door het bij elkaar voegen van zowel categorie 2- en categorie 3-materiaal heeft eiseres de categorieën niet gescheiden gehouden en als zodanig individueel geïdentificeerd. Het ligt op de weg van eiseres haar productieproces zo in te richten dat categorie 2- en categorie 3-materiaal te allen tijde is gescheiden en identificeerbaar is. Naar de rechtbank begrijpt heeft eiseres haar werkproces inmiddels ook zo ingericht dat beide categorieën gescheiden van elkaar worden verzameld.


4.4.
Gelet op het vorenstaande is vast komen te staan dat eiseres de haar verweten overtreding heeft begaan. Nu onweersproken is dat eiseres op 9 mei 2022 eerder een waarschuwing heeft gekregen voor een zelfde overtreding, heeft verweerder eiseres op grond van artikel 8.7 van de Wet dieren en in overeenstemming met haar Specifieke interventiebeleid dierlijke bijproducten daarvoor in beginsel een boete op kunnen leggen.
5. Eiseres voert aan dat zij in haar verdedigingsbeginsel is geschaad. Daartoe betoogt zij dat de toezichthouder bij de inspectie slechts summier heeft aangegeven waar het om ging. Ook de aanzegging van 25 juli 2022 is onbepaalbaar en omvat niet meer dan de mededeling dat het een overtreding ten aanzien van dierlijke bijproducten betreft. Hierdoor heeft zij niet adequaat kunnen verwijzen naar haar protocol. Het rapport waarin de verweten gedraging voor het eerst bepaalbaar werd omschreven, bereikte haar pas zes maanden na de inspectie.


5.1.
Uit het rapport blijkt dat de toezichthouder zich bij de controle op 25 juli 2022 heeft gelegitimeerd aan [naam], medewerkster kwaliteitsdienst, haar van de bevindingen op de hoogte heeft gesteld en haar mondeling een rapport van bevindingen heeft aangezegd. Nadat zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft [naam] te kennen gegeven dat zij geen verklaring wenste af te geven. Ook is bij e-mailbericht van 25 juli 2022 aan de kwaliteitsdienst van eiseres medegedeeld dat die dag een overtreding is geconstateerd ten aanzien van de dierlijke bijproducten. Daarnaast heeft verweerder ter zitting verklaard dat de bevindingen ook met eiseres zijn gecommuniceerd via zogenoemde spinninglijsten. Gelet hierop had het naar het naar het oordeel van de rechtbank bij eiseres voldoende duidelijk kunnen zijn wat de bevindingen van de toezichthouder waren en op welke overtreding het e-mailbericht van 25 juli 2022 zag. Daarnaast had eiseres met het rapport voldoende feitenmateriaal om de bevindingen van de toezichthouder te kunnen tegenspreken. Eiseres heeft in bezwaar en beroep alsnog kunnen verwijzen naar haar protocol en haar beroepsgronden op dit punt zijn ten volle aan de orde gekomen bij de besluitvorming. De rechtbank ziet dan ook in wat eiseres heeft aangevoerd over het tijdsverloop tussen de inspectie en het rapport geen grond voor het oordeel dat eiseres geschaad is in haar verdedigingsmogelijkheden en dat verweerder om die reden had moeten afzien van het opleggen van een boete of de hoogte daarvan had moeten matigen.


5.2.
Over de hoogte van de boete overweegt de rechtbank dat de wetgever reeds een afweging heeft gemaakt welke boete bij een bepaalde overtreding evenredig moet worden geacht. Het met onderhavige verordeningen gediende doel, te weten het waarborgen van de volks- en diergezondheid, staat voorop. De rechtbank vindt de gebruikelijke boete van € 2.500,- voor dit soort overtredingen in het algemeen evenredig.


5.3.
Eiseres heeft nog aangevoerd dat de blauwe kratten niet voor extern gebruik bestemd zijn en dat de kratten nog worden gecontroleerd voordat de producten in de eindverpakking voor de afnemers worden gedeponeerd. Verweerder heeft hierin geen aanleiding hoeven zien de boete te matigen. Daartoe heeft verweerder van belang kunnen achten dat door het gemengd verzamelen sprake kan zijn van kruiscontaminatie en dat het risico bestaat dat categorie 2-materiaal wordt gebruikt als categorie 3-materiaal, terwijl dierlijke bijproducten met een hoog risico (categorie 2) alleen voor doeleinden buiten de voederketen mogen worden gebruikt. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat gelet hierop geen sprake is van een gering risico als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren op grond waarvan de boete gehalveerd had moeten worden. De door eiseres voorgestelde handelwijze levert, gelet ook op wat onder 4.3 is overwogen, dan ook geen bijzondere omstandigheid op die maakt dat de hoogte van de boete in dit geval niet proportioneel is.




Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.S.J. Letschert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2024.













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving


Verordening (EG) 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) 1774/2002




Artikel 4Beginpunt in de productieketen en verplichtingen
1. Zodra exploitanten dierlijke bijproducten of afgeleide producten die in het toepassingsgebied van deze verordening vallen, doen ontstaan, identificeren zij deze en zorgen zij ervoor dat deze overeenkomstig deze verordening worden verwerkt (beginpunt).
[…]



Artikel 9Categorie 2-materiaal
Categorie 2-materiaal omvat de volgende dierlijke bijproducten:[…]
d) producten van dierlijke oorsprong die ongeschikt voor menselijke consumptie zijn verklaard omdat er productvreemde elementen in aanwezig zijn;
[…]
g) mengsels van categorie 2-materiaal met categorie 3-materiaal;



Artikel 21Verzamelen en identificeren van de categorie en vervoer
1. Exploitanten verzamelen, identificeren en vervoeren dierlijke bijproducten onverwijld onder voorwaarden ter voorkoming van risico’s voor de volksgezondheid en de diergezondheid.
[…]


Verordening (EU) 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn



Artikel 17 Eisen inzake handelsdocumenten en gezondheidscertificaten, identificatie, verzameling en vervoer van dierlijke bijproducten en traceerbaarheid

1. Exploitanten zien erop toe dat dierlijke bijproducten en afgeleide producten:
a. Voldoen aan de eisen inzake verzameling, vervoer en identificatie van bijlage VIII, hoofdstukken I en II;
[…]


BIJLAGE VIII, hoofdstuk II Identificatie

1. Alle nodige maatregelen moeten worden getroffen om ervoor te zorgen dat:
a. zendingen dierlijke bijproducten en afgeleide producten identificeerbaar zijn en tijdens het verzamelen op de plaats van oorsprong van de dierlijke bijproducten alsook tijdens het vervoer gescheiden en identificeerbaar blijven;


Wet dieren




Artikel 6.2Strafbaarstelling overtredingen EU-verordeningen en EU-besluiten
1. Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen en EU-besluiten betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.
[…]


Regeling dierlijke producten




Artikel 3.3Verbodsbepalingen EU-verordeningen
1. Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn;
a. de artikelen […] artikel 21, eerste tot en met derde lid, […] van verordening (EG) 1069/2009.
[…]
Link naar deze uitspraak