|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2026:15305 | | | | | Datum uitspraak | : | 04-11-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 05-11-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | NL:TZ:2616419:R-RK | | Rechtsgebied | : | Insolventierecht | | Indicatie | : | Verzoek wsnp toegewezen. Toegelaten op basis van de hardheidsclausule. | | Trefwoorden | : | schenking | | Wetreferenties | : | Faillissementswet 284
| | | | Uitspraak | RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummer: [rekestnummer]
Vonnis van 4 november 2026
op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [adres 1] ,
[postcode 1] [woonplaats] ,
verzoeker.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1De procedure
1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 21 oktober 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker] ,
- [persoon A] , schuldhulpverlener van Geldplein.
1.3
Op 27 oktober 2026 heeft de rechtbank van de schuldhulpverlener aanvullende
stukken ontvangen.
2De beoordeling
De toelating
2.1.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de schulden aan het CJIB en de parkeerboetes aan de gemeente Rotterdam die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw en staan in beginsel aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoeker] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoeker] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden, onder controle heeft gekregen. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat deze schulden zijn ontstaan doordat zijn vader misbruik maakte van een auto die op naam stond van [verzoeker] . Hoewel hem dat niet ontslaat van zijn eigen verantwoordelijkheid voor deze schulden, heeft [verzoeker] geen auto of brommer meer op zijn naam staan. Het laten ontstaan van (nieuwe) CJIB schulden of parkeerboetes ligt dan ook niet in de rede.
2.4.
[verzoeker] wil graag van zijn schulden af en heeft ter zitting blijk gegeven van een saneringsgezinde houding. Daarnaast maakt [verzoeker] gebruik van budgetbeheer. De financiële situatie van [verzoeker] is stabiel.
2.5.
[verzoeker] heeft een baan voor 36 uur per week. Daarnaast volgt hij een opleiding. De rechtbank heeft met [verzoeker] besproken dat hij de kosten voor zijn opleiding in de schuldsaneringsregeling niet door derden kan laten betalen omdat die betaling zal worden aangemerkt als een schenking en dan moet worden afgedragen aan de boedel.
2.6.
Bij de rechtbank is voldoende vertrouwen ontstaan dat [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. [verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.7.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.8.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.9.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.10.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.11.
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.
3De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker] .
3.6.
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
4De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ,
[postcode 1] [woonplaats] ,
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
gevestigd te [adres 2] te [postcode 2] [vestigingsplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder B. van Huessen,
gevestigd te postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 4 november 2026 en de duur op achttien maanden;
draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L.A. Bettonvil, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2026.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|