Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBROT:2026:353 
 
Datum uitspraak:21-01-2026
Datum gepubliceerd:28-01-2026
Instantie:Rechtbank Rotterdam
Zaaknummers:AWB - 25 _ 4591
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Pw. Maatregel van 100% gedurende één maand. Betrokkene heeft niet meegewerkt aan een hem toegewezen, passende voorziening tot arbeidsinschakeling, namelijk een taalcursus.
Trefwoorden:bijstandsuitkering
landbouw
uitkering
 
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/4591

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. E.B. Jobse),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. S. Ercan).


Samenvatting


1.1.
Deze uitspraak gaat over een aan eiser door het college opgelegde korting op
zijn bijstandsuitkering van 100% gedurende één maand met ingang van 1 februari 2025
(de maatregel). Deze maatregel is opgelegd omdat eiser, volgens het college, niet heeft meegewerkt aan een hem toegewezen, passende voorziening tot arbeidsinschakeling (arbeidsvoorziening) op grond van de Participatiewet (Pw), namelijk een taalcursus. Eiser is het met de maatregel niet eens.



1.2.
In deze uitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat het college de maatregel op goede gronden heeft opgelegd. Eiser heeft geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.





Procesverloop


2.1.
Met het besluit van 13 januari 2025 (het primaire besluit) heeft het college eiser een maatregel opgelegd in de vorm van een korting van 100% op de bijstandsuitkering per 1 februari 2025 voor de duur van één maand. Met het besluit van 30 april 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en de opgelegde maatregel in stand gelaten.



2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.








Beoordeling door de rechtbank


Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Op maandag 2 december 2024 heeft de werkcoach van eiser via een “Formulier Melding maatregelwaardig gedrag” bericht gekregen van NLtraining, de organisator van de taallessen die eiser op grond van het afsprakenplan van 28 mei 2024 zou volgen:

“Hij stroomde in ong 5 maanden geleden, overgeplaatst uit de groep van Yasmin (?). Hij is nu eigenlijk klaar met het 1e traject. Ik zou hem niet voor het 2e traject willen adviseren. Hij is niet zo gemotiveerd. Hij kreeg vaak belletjes, ging in de gang lang bellen en als hij in de klas zat, zat hij vaak te knikkebollen of bezig op zijn mobiel of ging eerder weg. Misschien zou je aan het contactpersoon van de gemeente kunnen adviseren om voor hem een werk te zoeken in de landbouw of zo. Daar heeft hij ervaring mee in eigen land. Het lijkt me beter voor hem dan naar de les te sturen.”

Het college acht dit maatregelwaardig gedrag en heeft eiser uitgenodigd voor een hoor- en wederhoorgesprek bij Werk & Inkomen op 19 december 2024, maar daar is hij niet verschenen. Volgens het college is gebleken dat eiser slecht Nederlands spreekt en verstaat en altijd een kennis meeneemt naar alle gesprekken. Eiser is al bij twee aanbieders van werk geweigerd in verband met zijn slechte kennis van de Nederlandse taal. De werkcoach heeft eiser meerdere keren aangesproken op zijn slechte presentie bij de taallessen. Vaststaat dat het belangrijk is voor eiser om deze taallessen te volgen, nu zijn taalniveau dermate laag is, dat hij daardoor niet aan werk kan komen of een ander traject kan volgen. De presentie van eiser is gedurende het traject onder de verplichte 80% aanwezigheid geweest. Met het primaire besluit, gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft het college eiser een maatregel opgelegd, omdat eiser geen gebruik heeft gemaakt van de aangeboden voorzieningen (taallessen), waaronder sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling.


Het standpunt van eiser

4. Eiser betoogt dat het voor het college duidelijk had moeten zijn dat de taallessen eiser zouden overbelasten en dus gedoemd waren te mislukken. Eiser verwijst naar het “Formulier Melding maatregelwaardig gedrag” van 2 december 2024, waarin is beschreven dat eiser niet geschikt was voor de geboden voorziening. Het college had moeten kiezen voor een werktraject, aldus eiser. Eiser betoogt dat hij geen verwijtbaar gedrag heeft vertoond, dat sprake is van een onzorgvuldige en onevenredige besluitvorming en dat er aan het besluit een motiveringsgebrek kleeft.


Juridisch kader

5. Op grond van artikel 18, vierde lid, aanhef en onder h, van de Pw verlaagt het college de bijstand als geen gebruik wordt gemaakt van de aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.

6. Op grond van het vijfde lid van dit artikel verlaagt het college de bijstand met 100% voor een bij verordening vastgestelde periode van ten minste een maand en ten hoogste drie maanden indien de belanghebbende een verplichting als bedoeld in het vierde lid niet nakomt. Ingevolge het negende lid van dit artikel ziet het college af van het opleggen van de maatregel indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Op grond van het tiende lid van dit artikel stemt het college een op te leggen maatregel af op de omstandigheden van de belanghebbende en diens mogelijkheid om middelen te verwerven indien naar zijn oordeel, gelet op bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken.


Het oordeel van de rechtbank

7. Niet in geschil is dat eiser, volgens de registratie, achtmaal afwezig was van de 36 bijeenkomsten (totdat het traject voortijdig afgebroken werd), soms met en soms zonder afmelding. Daarnaast is er kritiek op de wijze van deelnemen voor zover eiser wel aanwezig was.

8. De rechtbank is van oordeel dat het achtmaal afmelden voor de taalles zonder dat daarvoor steeds een goede reden is gebleken en het ontbreken van een actieve houding van eiser tijdens de lessen een maatregelwaardige gedraging is. In de negen jaar dat eiser een bijstandsuitkering ontvangt dient eiser tot het besef te zijn gekomen dat hij zijn taalvaardigheid diende te verbeteren, nu zijn slechte taalvaardigheid concreet heeft geleid tot het missen van kansen om uit de uitkering te komen. Er zijn, naar het college onweersproken heeft gesteld, daartoe immers al diverse pogingen ondernomen, die iedere keer strandden vanwege eisers beperkte taalniveau.

9. Het betoog van eiser dat de taallessen eiser overbelastten en gedoemd waren te mislukken, zodat het college het volgen daarvan niet van eiser had mogen vragen, kan de rechtbank niet volgen. De conclusie in het “Formulier Melding maatregelwaardig gedrag” is gebaseerd op eisers gedrag en aanwezigheid tijdens de lessen. Er volgt niet uit dat van te voren te voorzien was dat de taallessen gedoemd waren te mislukken. Evenmin blijkt eruit dat de taallessen eiser overbelastten. Zijn in het formulier vermelde gedrag – telefoneren tijdens de les, knikkebollen, voortijdig vertrekken, bezig zijn met zijn mobiel – wijst daar in elk geval bepaald niet op en wijst veeleer op onwil.
Al is het zo dat inmiddels gebleken is dat een werktraject geschikter zou kunnen zijn, dan neemt dat niet weg dat het college onweersproken in aanmerking heeft genomen dat het taalniveau van eiser fors tekortschiet en dat dit eiser kan belemmeren bij het voldoen aan zijn arbeidsverplichtingen. Het is dan ook een begrijpelijke keuze van het college geweest om met trainingen het taalniveau van eiser naar een hoger niveau te proberen te tillen alvorens te starten met een werktraject. Uit niets blijkt dat het college als het ware tegen beter weten meer van eiser gevraagd heeft dat het in redelijkheid heeft mogen vragen. Ook aanwezigheid, tijdig afmelden indien daar een goede reden voor bestaat, en opletten tijdens de lessen kan in redelijkheid worden gevraagd, ook wanneer de lessen inhoudelijk te hoog gegrepen zouden zijn. Voor dit laatste ontbreken overigens objectieve aanwijzingen en het college heeft er ter zitting op gewezen dat eiser bij de taallessen is ingeschaald op het laagste niveau, voor mensen die nog geen woord Nederlands spreken. Dat een werktraject voor eiser mogelijk geschikter is, maakt dit niet anders.

10. De rechtbank is gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat er geen sprake is van onevenredigheid, een onzorgvuldige voorbereiding of onvoldoende motivering van het bestreden besluit. Evenmin ontbreekt elke vorm van verwijtbaarheid van eiser. Van dringende redenen om van het opleggen van een maatregel af te zien is ook niet gebleken. Het college heeft daarom terecht de maatregel heeft opgelegd.





Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk heeft en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026.












griffier


rechter






Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:



Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Link naar deze uitspraak