|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2026:6485 | | | | | Datum uitspraak | : | 27-05-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 22-06-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | C/10/705594 / HA ZA 25-70 C/10/705594 / HA ZA 25-70 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Dekkingsgeschil, CAR-verzekering. Kalkuitbloei als zodanig kwalificeert niet als schade op grond van de polis. Niet vast komen te staan dat overige schade is ontstaan binnen de verzekerde termijn. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | uitkering | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/705594 / HA ZA 25-704
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
VSB WELLNESS B.V.,
gevestigd te Diessen,
eiseres,
advocaat: mr. H.H.T. Beukers,
tegen
HDI GLOBAL SE, THE NETHERLANDS,
statutair gevestigd te Hannover en kantoorhoudende te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat: mr. O.B. Zwijnenberg.
Partijen worden hierna VSB en HDI genoemd.
1De zaak in het kort
VSB heeft een CAR-verzekering afgesloten bij HDI. Tijdens de bouw van een zwembad is kalkuitbloei op en achter de tegels van het zwembad ontstaan en zijn sommige tegels gescheurd of losgeraakt. De vraag die in deze zaak centraal staat, is of deze schade gedekt is onder de CAR-verzekering. De rechtbank is van oordeel dat dat niet het geval is, omdat ‘kalkuitbloei’ als zodanig niet valt onder de in de polis omschreven gedekte schade en omdat niet is vast komen te staan dat de schade aan de gescheurde en losgeraakte tegels is ontstaan binnen de verzekerde termijn. De vorderingen van VSB worden daarom afgewezen.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties 1 t/m 13, - de conclusie van antwoord,
- de door de rechtbank verstuurde zittingsagenda, - de akte eiswijziging namens VSB met producties 14 t/m 21, - de mondelinge behandeling van 26 maart 2026, waarbij mr. Beukers namens VSB en mr. Zwijnenberg namens HDI spreekaantekeningen hebben voorgedragen,
- de op de mondelinge behandeling door HDI overgelegde kopie van een ‘werkbon’ van VSB.
3De feiten
3.1.
VSB is een leverancier en ontwerper op het gebied van wellness- en interieurprojecten. Zij heeft een buitenzwembad gerealiseerd waarvoor zij een CAR-verzekering bij HDI heeft afgesloten. Op het polisblad en in de toepasselijke (NBBM) algemene voorwaarden staat onder andere het volgende:
Contractstermijn
Van 1 januari 2020 tot 1 januari 2023 beide dagen te 0.00 uur (…)
(…)
A.V.1. Algemene begripsomschrijving
(…)
A.V.1.2. Materiële beschadiging
Een objectieve, blijvende aantasting van de vorm en/of structuur van een zaak die naar verkeersopvattingen de stoffelijke gaafheid van de zaak kenmerkt.
(…)
A.V.3. Termijnen
A.V.3.1.
De verzekeringstermijn vangt aan op de op het polisblad vermelde ingangsdatum te 00.00 uur en eindigt ten aanzien van:
a. de bouw-/montagetermijn:
op de op het polisblad vermelde einddatum te 24.00 uur of zoveel eerder als het werk is opgeleverd;
(…)
Voorwaarden rubriek 1: het werk
1.1.
Dekking tijdens de bouw-/montage- en testtermijn
Tijdens de bouw-/montage- en testtermijn dekt de verzekering de schade die een verzekerde lijdt als gevolg van verlies en/of materiële beschadiging van (een deel van) het werk, door eigen schuld, uit eigen gebrek of door ongeacht welke andere oorzaak, een en ander mits de verzekerde aantoont dat de schade is ontstaan binnen de bouw-/montage- of testtermijn en hij deze schade – onverminderd het bepaalde in artikel A.V.10.2. – voor het einde van de termijn als omschreven in artikel A.V.3.5. bij de verzekeraar heeft gemeld.
(…)
D.V.3. Duur van de verzekeringsovereenkomst
(…)
D.V.3.3. Einde van de verzekeringsdekking voor de afzonderlijke werken
De dekking voor afzonderlijke werken eindigt:
a. ten aanzien van de bouw/montage inclusief het eventuele beproeven en/of
testen (van onderdelen) bij oplevering of zoveel eerder als de maximale bouw-
/montagetermijn als vermeld in de polis is verstreken. Indien delen van het werk
eerder worden opgeleverd gaat voor die delen per die datum de onderhoudstermijn
(indien van toepassing) in;
3.2.
Tijdens de uitvoering van het werk, toen het zwembad nog niet gevuld was met water, heeft de onderaannemer van VSB uitbloei (een witte aanslag) op de tegels geconstateerd. Deze aanslag is verwijderd. Na ingebruikname van het zwembad is opnieuw uitbloei geconstateerd, zowel voor als achter de tegels. Verschillende tegels zijn losgeraakt of gebarsten.
3.3.
Verschillende schade-experts hebben onderzoek gedaan naar de oorzaak van de schade en de mogelijke oplossingen. IACT heeft op 21 september 2022 en nogmaals op 21 maart 2023 gerapporteerd.
3.4.
Vanaf mei 2023 heeft VSB het volledige tegelwerk in en rondom het zwembad vervangen.
3.5.
Op 1 juni 2023 heeft VSB bij HDI aanspraak gemaakt op dekking onder de verzekering. HDI heeft dekking afgewezen.
4Het geschil
4.1.
VSB vordert (samengevat), na eiswijziging, bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis,
I. een verklaring voor recht dat HDI tekortgeschoten is in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst met VSB door geen dekking te bieden voor de schade aan het zwembad,
II. HDI te veroordelen om € 110.419,91 aan schadevergoeding aan VSB te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente,
III. HDI in de proceskosten te veroordelen, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
HDI voert verweer en concludeert tot afwijzing, met een veroordeling van VSB in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
5De beoordeling
De standpunten van partijen
5.1.
VSB maakt aanspraak op uitkering onder de verzekering ter grootte van het bedrag dat volgens haar gemoeid is geweest met het vervangen van het complete tegelwerk voor het zwembad. Zij stelt zich op het standpunt dat voldaan is aan de vereisten voor dekking, omdat de op en achter de tegels geconstateerde kalkuitbloei moet worden beschouwd als materiële beschadiging in de zin van de polis. Hieraan doet niet af dat de mate waarin zich kalkuitbloei heeft voorgedaan is veroorzaakt door de onjuiste wijze waarop de tegels waren verlijmd, zoals de verschillende deskundigen hebben geconstateerd. Voor dekking onder de verzekering is de oorzaak van de schade immers niet van belang.
5.2.
HDI betwist dat de schade is gedekt. Volgens HDI kwalificeert de kalkuitbloei niet als materiële beschadiging. Bovendien is niet gebleken dat de schade is ontstaan tijdens de bouwtermijn.
Het juridisch kader
5.3.
Op grond van de polis is gedekt, voor zover van belang, de schade die verzekerde lijdt als gevolg van verlies of materiële beschadiging van (een deel van) het werk, ongeacht de oorzaak daarvan en mits de verzekerde aantoont dat de schade is ontstaan binnen de bouwtermijn (artikel 1.1. van de NBBM voorwaarden). Op grond van artikel 1.2. NBBM voorwaarden wordt onder ‘materiële beschadiging’ verstaan: “een objectieve, blijvende aantasting van de vorm en/of structuur van een zaak die naar verkeersopvattingen de stoffelijke gaafheid van de zaak kenmerkt.”
5.4.
Partijen zijn het erover eens dat van materiële beschadiging als hier bedoeld onder omstandigheden ook sprake kan zijn als de zaak is vervuild. Dat is het geval als de vervuiling aan de zaak hecht en deze hechting zodanig is dat deze zonder schoonmaakmaatregelen van blijvende aard is. De rechtbank volgt partijen hierin. De rechtbank is het verder met HDI eens dat die vereiste schoonmaakmaatregelen wel van enigszins ingrijpende aard moeten zijn om de conclusie te kunnen trekken dat de vervuiling leidt tot materiële beschadiging. Bij eenvoudig te verwijderen vervuiling kan niet worden gezegd dat naar verkeersopvattingen de stoffelijke gaafheid van een zaak is aangetast. Partijen zijn het er ook over eens dat het aan VSB is om voldoende feiten te stellen waaruit kan worden afgeleid dat in dit geval sprake was van materiële beschadiging in de hiervoor bedoelde zin en dat deze beschadiging is ontstaan binnen de bouwtermijn.
Kalkuitbloei kwalificeert niet als ‘materiële beschadiging’
5.5.
De rechtbank is van oordeel dat de kalkuitbloei als zodanig niet kan worden beschouwd als materiële beschadiging in de zin van de polis. Zij licht dit als volgt toe.
5.6.
De uitbloei zorgt voor vervuiling van de tegels, die zonder schoonmaakmaatregelen van blijvende aard is. HDI heeft echter aangevoerd dat die schoonmaakmaatregelen weinig om het lijf hebben, omdat de uitbloei eenvoudig met een doek kan worden verwijderd. Ook heeft HDI aangevoerd dat de uitbloei, eenmaal gereinigd, niet meer op dezelfde plekken is teruggekomen. Steun daarvoor kan worden gevonden in het eerste rapport van IACT, die dat met zoveel woorden heeft opgemerkt. In deze situatie kan niet worden gesproken van materiële beschadiging door de uitbloei als zodanig, zo betoogt HDI.
5.7.
VSB heeft haar standpunt dat het bij de kalkuitbloei gaat om materiële beschadiging in het licht van deze stellingen van HDI onvoldoende concreet gemaakt en onderbouwd. Als zij zou menen dat de vereiste schoonmaakmaatregelen wel degelijk van serieuze aard waren, dan had van haar mogen worden verwacht concreet te onderbouwen wat er nodig was om de uitbloei te verwijderen. Voor zover zij zou menen dat de uitbloei op de al gereinigde plekken weer is teruggekeerd, dan had ook op dat punt van haar verwacht mogen worden daartoe concrete feiten te stellen. Deze en dergelijke feiten heeft zij niet gesteld.
5.8.
Uit de uitlatingen namens VSB tijdens de mondelinge behandeling leidt de rechtbank af dat VSB mogelijk van mening is dat het enkele feit dat zich kalkuitbloei heeft voorgedaan al voldoende is om van materiële beschadiging te kunnen spreken. Als dat de opvatting van VSB is, dan verwerpt de rechtbank deze. Uit de rapporten van de verschillende experts volgt dat kalkuitbloei een normaal verschijnsel is dat optreedt bij het oplossen in water van kalk uit tegellijm en mortel. De rapporten bieden geen aanknopingspunt voor de aanname dat de uitbloei als zodanig leidt tot een aantasting van de vorm of structuur van een zaak.
5.9.
Omdat de kalkuitbloei als zodanig dus niet kan worden beschouwd als materiële beschadiging, is in zoverre niet voldaan aan een van de vereisten voor dekking onder de verzekering. Op die grondslag kan de vordering dus niet worden toegewezen.
Gescheurde en losgeraakte tegels kwalificeren wel als materiële beschadiging
5.10.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat in het zwembad sprake was van (enkele) gescheurde tegels en tegels die waren losgedrukt. Dat laatste was, zo begrijpt de rechtbank, het geval op de zwembadrand. Die rand was door de onderaannemer van VSB opgehoogd met een laag mortel omdat de betonnen rand kennelijk te laag was aangebracht. Het betoog van VSB in deze procedure is vooral gericht op de kalkuitbloei. Volgens VSB is het losraken van tegels het gevolg van die kalkuitbloei. Nu hierboven is geoordeeld dat de kalkuitbloei als zodanig niet als materiële beschadiging kan worden beschouwd, zal de rechtbank volledigheidshalve ingaan op de vraag of de vordering (wel) kan worden toegewezen op de feitelijke grondslag dat tegels zijn losgeraakt en gescheurd. In dat verband is van belang dat partijen het er op zichzelf over eens zijn dat in zoverre sprake is van materiële beschadiging in de zin van de polis.
Ontstaan van de schade binnen de bouwtermijn is niet komen vast te staan
5.11.
Om op de feitelijke grondslag van de losgeraakte en gescheurde tegels tot toewijzing van de vordering te kunnen komen, moet kunnen worden aangenomen dat de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd, is ontstaan tijdens ‘de bouwtermijn’. Dat is immers vereist voor dekking onder de polis (artikel 1.1. van de NBBM voorwaarden). De rechtbank is van oordeel dat dit niet kan worden aangenomen. Zij licht dit als volgt toe.
5.12.
VSB heeft op zichzelf genoegzaam onderbouwd dat al tijdens de bouw van het zwembad tegels zijn gescheurd. Dat blijkt immers uit de foto’s die VSB als productie 6 heeft overgelegd en die dateren van oktober 2021. Dit wordt bevestigd door het eerste IACT-rapport (van september 2022), waarin wordt gerefereerd aan gescheurde tegels bij de skimmer, jetstream en badverlichting. Volgens IACT zijn die tegels vervangen. Verder is volgens IACT na het vullen van het zwembad een bolstaande tegel “uitgenomen en vervangen” en zijn er ook tegels vervangen omdat bij het sluiten van het isolatiedek geconstateerd was dat “één lange zijde van het bad enigszins bol verliep.” Gesteld noch gebleken is dat op dat moment (september 2022) sprake was van nog andere beschadigde tegels. De rechtbank leidt hieruit af dat voorafgaande aan het eerste rapport van IACT al sprake was van beschadigde tegels, maar dat al die tegels zijn vervangen. De vordering van VSB ziet klaarblijkelijk niet op deze eerder al beschadigde en vervangen tegels, maar op het vervangen van het volledige tegelwerk dat na het tweede rapport van IACT van maart 2023 heeft plaatsgevonden.
5.13.
Uit het rapport van IACT van maart 2023 blijkt dat de onderzoeker vier tegels heeft uitgenomen om te onderzoeken. Twee daarvan vertoonden een breuk. VSB heeft echter niet gesteld wanneer deze of mogelijk nog andere breuken zijn ontstaan of wanneer de tegels op de bassinrand zijn losgeraakt. Aangenomen dat de bouwtermijn liep tot 1 januari 2023 (zoals VSB stelt en HDI betwist), moet dit zijn gebeurd tussen het eerste onderzoek van IACT en vóór laatstgenoemde datum om te kunnen vaststellen dat deze materiële beschadiging is gedekt onder de verzekering. VSB heeft daaromtrent echter niets gesteld. Uit de naderhand overgelegde producties kan dit evenmin worden afgeleid. De overgelegde foto’s zien klaarblijkelijk uitsluitend op de uitbloei. De mail van de opdrachtgever van VSB van 5 januari 2023, waarin hij aandringt op duidelijkheid over herstel van de gebreken, biedt evenmin een aanknopingspunt voor het vaststellen van het moment waarop tegels zijn gebroken of losgeraakt.
5.14.
VSB heeft dus onvoldoende gesteld om te kunnen vaststellen dat de materiële beschadiging is ontstaan vóór 1 januari 2023. Ontstaan van de schade tijdens de bouwtermijn is een vereiste voor dekking. Uit het voorgaande volgt dat niet aan alle vereisten voor dekking is voldaan. Daarop stuit de vordering af. Hieraan doet niet af dat tegels mogelijk zijn losgeraakt dan wel zijn gebroken onder invloed van de kalkuitbloei, zelfs niet als zou moeten worden aangenomen dat de beschadiging van de tegels het onvermijdelijke gevolg was of zou zijn van de overmatige aanwezigheid van kalkuitbloei. Dat laat immers onverlet dat (moet kunnen worden vastgesteld dat) de beschadiging zich tijdens de bouwtermijn moet hebben voorgedaan.
5.15.
In het midden kan blijven of de bouwtermijn niet al (veel) eerder was geëindigd, zoals HDI meent. Ook kan in het midden blijven of de schade moet worden vastgesteld op de kosten van de totale nieuwe betegeling en of niet kon worden volstaan met gedeeltelijke vervanging.
Conclusie
5.16.
De rechtbank is van oordeel dat de kalkuitbloei als zodanig niet kan worden beschouwd als een materiële beschadiging in de zin van de polis. HDI hoeft voor deze schade dus geen dekking te verlenen. De gescheurde en losgeraakte tegels kwalificeren wel als materiële beschadiging, maar omdat niet vast is komen te staan dat de schade is ontstaan binnen de verzekerde termijn, hoeft HDI ook voor deze schade geen dekking te verlenen. De vorderingen van VSB worden daarom afgewezen.
Proceskosten
5.17.
Aangezien VSB in het ongelijk is gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten van HDI. Deze worden tot op heden begroot op:
griffierecht € 7.062,00
salaris advocaat € 4.102,00 (2 punten x tarief V)
nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beschikking)
totaal € 11.353,00
6De beslissing
De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen af,
6.2.
veroordeelt VSB in de proceskosten van € 11.353,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als VSB niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt VSB in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft 6.2. en 6.3.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
3727/1980 | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|