|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2026:7873 | | | | | Datum uitspraak | : | 07-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 07-07-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | ROT 25/4181 | | Rechtsgebied | : | Bestuursstrafrecht | | Indicatie | : | Boete opgelegd aan hondenfokster omdat bij het fokken niet zoveel mogelijk werd voorkomen dat uiterlijke kenmerken werden doorgegeven aan nakomkenlingen die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de dieren. Shar pei honden. Boete terecht opgelegd, beroep ongegrond. | | Trefwoorden | : | landbouw | | | landbouw, natuur en voedselkwaliteit | | | | Uitspraak | Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4181
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
(gemachtigde: mr. A.P.M.A. Laeyendecker),
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
(gemachtigde: mr. W.J.C. Goorden).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een boete van € 1.500,- die verweerder met het besluit van 8 november 2024 aan eiseres heeft opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met deze boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de boete terecht heeft opgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2.
Onder 2. staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3. staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4.1. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 11 april 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het boetebesluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, de gemachtigde van verweerder en [naam], toezichthoudend dierenarts bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1.
Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 26 september 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA. De toezichthouder beschrijft in het rapport haar bevindingen nadat zij samen met een toezichthoudend dierenarts vanaf 15 juli 2024 een onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van een melding over eiseres die zou fokken met Shar-Pei’s met extreme uiterlijke kenmerken. In het rapport staat onder meer het volgende beschreven.
3.1.1.
In de I&R-databank zag de toezichthouder dat op het adres en de naam van eiseres sinds 16 september 2021 een UBN was gevestigd met de productiedoelen: honden afleveren, honden fokken, honden verkoop en honden voorraad. Verder bleek uit deze databank dat er op naam van eiseres in de periode van 2014 tot 2021 veertien nesten zijn geboren en in de periode van 2021 tot 16 juli 2024 zes nesten zijn geboren. Op de website Dutch Dog Data heeft de toezichthouder de door de Raad van Beheer geregistreerde gegevens van stamboomhonden geraadpleegd en daaruit bleek dat eiseres van 2021 tot 16 juli 2024 vijf nesten met stamboom heeft gefokt en dat de kennel [kennelnaam] teruggaat tot 2005 met daarin 164 resultaten op individuele stamboeknummers.
Ook heeft de toezichthouder de website [website] van eiseres bekeken en gezien dat daarop teef [teef A] en reu [reu B] werden voorgesteld. Ook zag de toezichthouder op de website twee foto’s van pups met hechtingen rondom de oogleden.
Verder heeft de toezichthouder het register van de Kamer van Koophandel geraadpleegd en daaruit bleek dat [kennelnaam] stond ingeschreven als eenmanszaak met eiseres als eigenaar en als bedrijfsactiviteit ‘Fokken en houden van overige dieren, Hondenkennel’.
Op de website marktplaats.nl zag de toezichthouder een advertentie betreffende reu [reu B] staan, geplaatst door eiseres en met een verwijzing naar de website [website] Uit gegevens die Markplaats op vordering van de toezichthouder heeft verstrekt bleek de toezichthouder dat door eiseres in de periode van 20 oktober 2005 tot 16 juli 2024 in totaal 66 advertenties zijn geplaatst die zijn te relateren aan honden waarvan vier in de periode van 2021 tot 16 juli 2024.
De toezichthouder heeft tevens op 16 juli 2024 bij Dierenkliniek [naam] de patiëntenkaarten opgevraagd van de bij de kliniek bekende honden van eiseres, waaronder [teef A].
Op 16 juli 2024 heeft de toezichthouder, samen met toezichthoudend dierenarts [naam] en een andere toezichthouder bij eiseres thuis een inspectie uitgevoerd. Daarbij zagen zij teef [teef A] en haar pup [naam]. Eiseres vertelde de toezichthouders dat zij recent een nestje van vier pups had gehad waarvan één pup is ingeslapen vanwege een vernauwde luchtpijp en dat bij één pup de huid boven de ogen was getackt. Ook zagen de toezichthouders in een bijgebouw in de tuin nog twee honden. Volgens de toezichthouder waren in dit bijgebouw drie dierenverblijven, zijnde hondenkennels, gerealiseerd. Tijdens de inspectie heeft de toezichthoudend dierenarts de honden veterinair beoordeeld en daarvan een veterinaire verklaring opgesteld.
3.1.2.
In de veterinaire verklaring van 25 juli 2024 schrijft de toezichthoudend dierenarts dat zij bij [teef A] een sterk snuivend ademgeluid hoorde waarbij zij zag dat bij iedere inademing de neus werd samengetrokken. Volgens de toezichthoudend dierenarts had [teef A] ernstig vernauwde neusgaten en gehoorgangen, was zij kalend over het gehele lichaam, had zij wondjes en korstjes en had de hond huidrimpels over het gehele lichaam met ontstekingen tussen de rimpels op de kop. Ook heeft de toezichthoudend dierenarts de patiëntenkaart van [teef A] van Dierenkliniek [naam] geraadpleegd en in de veterinaire verklaring schrijft zij wat haar daaruit bleek:
“Op 5 maart 2020 werd er bij [teef A] op 10 maanden leeftijd een lytisch ulcus (cornea-aandoening) van het oog vastgesteld. Hierbij werden er zowel op het boven- als onderooglid tackings geplaatst. Op 18 maart 2020 werd bij [teef A] trichiasis aan beide oogleden vastgesteld. Bij trichiasis is er sprake van een afwijkende stand van de wimpers, waarbij deze richting de oogbol groeien en hier ernstige irritatie en beschadiging van het hoornvlies kunnen veroorzaken. Op 13 mei 2022 werd er beiderzijds een oorontsteking door een pseudomonas-infectie vastgesteld. Op 12 augustus 2022 staat genoteerd dat er bij een pup van [teef A] de ogen zijn getackt op 4 weken leeftijd. Ook op 5 juni 2023 werd een pseudomonas-infectie in de oren vastgesteld, waarbij staat genoteerd dat [teef A] zeer nauwe gehoorgangen heeft en dat het trommelvlies niet te beoordelen was. Op 12 juni 2024 werd bij een pup van [teef A] van 3 weken oud het rechteroog getackt vanwege entropion. Op 27 juni 2024 werd bij [teef A] diepe pyodermie met demodex-infectie vastgesteld.”
Op basis van het onderzoek van de hond en de patiëntenkaart komt de toezichthoudend dierenarts in de veterinaire verklaring tot de volgende conclusie:
“Bij [teef A] is door de eigen dierenarts trichiasis vastgesteld. Deze schadelijke aandoening van de oogleden kan erfelijk zijn en dus aan de nakomelingen worden doorgegeven. Daarnaast heeft [teef A] ernstig vernauwde neusgaten en een snuivend ademgeluid, wat duidt op een obstructie van de luchtweg. De gehoorgangen van [teef A] zijn zeer nauw en in haar patiëntendossier staat genoteerd dat zij al meermaals een ontsteking van de oren heeft gehad. Ook heeft [teef A] een overmaat van huidrimpels, waardoor er een verhoogd risico op huidproblemen is. Door de overmaat van huidrimpels kan ook de erfelijke aandoening entropion ontstaan. In het patiëntendossier van [teef A] staat dat dit bij meerdere van haar pups is vastgesteld. De ernst en de combinatie van deze schadelijke uiterlijke kenmerken maken [teef A] ongeschikt voor de fok.”
3.2.
Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “Het is verboden te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld. Er werd niet zoveel mogelijk voorkomen dat uiterlijke kenmerken werden doorgegeven aan of konden ontstaan bij nakomelingen die schadelijke gevolgen hadden voor welzijn of gezondheid van de dieren. Uw hond [teef A] was niet geschikt om mee te fokken.”
Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 3.4, eerste lid en tweede lid, onder b, van het Besluit houders van dieren. Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 1.500,-.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiseres voert aan dat verweerder niet handelt conform eigen beleid. Zij verwijst daarbij naar een voorlichting die op 14 december 2024 door de NVWA is gegeven waaruit blijkt dat bij overtredingen een waarschuwingsbrief wordt verstuurd. Eiseres heeft echter direct een boete en een last onder dwangsom ontvangen. Dit is niet juist, verweerder had moeten volstaan met een waarschuwing, aldus eiseres.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet betwist dat zij de overtreding heeft begaan. Gelet op artikel 8.7 van de Wet dieren was verweerder bevoegd om eiseres voor deze overtreding een boete op te leggen. Eiseres heeft verwezen naar presentatiemateriaal van een voorlichting die door een toezichthoudend dierenarts van de NVWA is gegeven, maar anders dan eiseres kan de rechtbank daaruit niet afleiden dat verweerder bij deze overtreding een waarschuwing geeft en nog geen boete oplegt. In de presentatie wordt een waarschuwing als een van de mogelijkheden genoemd. Ook wordt in de presentatie verwezen naar interventiebeleid van verweerder. In dit beleid staat hoe verweerder met zijn boetebevoegdheid omgaat. In dit geval is het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024 en het Specifiek interventiebeleid NVWA Dierenwelzijn van toepassing, zoals in het boetebesluit ook is beschreven. In de Bijlage bij dit interventiebeleid is per soort overtreding beschreven welke interventie daarop volgt. In deze bijlage wordt overtreding van artikel 3.4, tweede lid, van het Besluit houders van dieren aangemerkt als klasse middel of zwaar. Als sprake is van een (risico op) aantasting van het dierenwelzijn en de afwijking van de norm beperkt in ernst en incidenteel van aard is (klasse middel) wordt eerst een waarschuwing gegeven. Als sprake is van een (risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn en de afwijking van de norm zwaar is en/of een meer structureel karakter heeft (klasse zwaar) wordt er direct een boete opgelegd.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op goede gronden de overtreding aangemerkt als klasse zwaar en daarvoor direct een boete opgelegd. Zoals uit het rapport van bevindingen volgt heeft [teef A] kenbare schadelijke kenmerken die zij aan nakomelingen kan doorgeven. Zo is bij haar trichiasis vastgesteld, een oogaandoening die erfelijk kan zijn, heeft de toezichthouder vastgesteld dat sprake was van een obstructie van de luchtwegen en heeft [teef A] een overmaat van huidrimpels waardoor de erfelijke aandoening entropion kan ontstaan. In de veterinaire verklaring bij het rapport van bevindingen staat dat entropion ontstaat doordat de ooglidrand vanwege overmatige huidrimpels naar binnen krult, waardoor de haartjes op de ooglidrand over het hoornvlies schuren van het oog. Ter zitting heeft de toezichthoudend dierenarts toegelicht dat entropion veel pijn veroorzaakt en tot onherstelbare schade aan het oog kan lijden. Bij twee pups uit verschillende nestjes van [teef A] is ook daadwerkelijk entropion vastgesteld waardoor zij een medische ingreep hebben moeten ondergaan (tacken, zijnde hechtingen rondom het oog om het ooglid op te tillen). Gelet op de ernst van de gevolgen die het fokken met [teef A] voor de gezondheid en het welzijn van nakomelingen kan hebben en nu eiseres tot twee keer toe met deze hond heeft gefokt – wat ook tot medische gevolgen bij twee pups heeft geleid – heeft verweerder terecht gesteld dat de overtreding een (risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn betekende en een meer structureel karakter had. Verweerder heeft dan ook in overeenstemming met zijn interventiebeleid voor deze overtreding een boete opgelegd. De rechtbank ziet in de omstandigheden van het geval ook geen grond voor het oordeel dat verweerder in afwijking van zijn interventiebeleid een waarschuwing had moeten geven.
4.3.
In de Bijlage bij de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren is de standaardboete voor deze overtreding vastgesteld op € 1.500,-. Dit is ook het bedrag dat verweerder aan eiseres heeft opgelegd. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen gronden heeft gericht tegen de hoogte van de boete. Evenmin is de rechtbank gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de boete gematigd zou moeten worden.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. van der Duijn Schouten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026.
de rechter is verhinderd
deze uitspraak te tekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
BIJLAGE: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Wet dieren
Artikel 8.6, eerste lid, aanhef en onder a, onderdeel 1
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
overtreding: gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens:
1°. de artikelen […] 2.6, eerste, tweede en derde lid, […];
overtreder: degene die de overtreding pleegt of mede pleegt.
Artikel 8.7
Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
Besluit houders van dieren
Artikel 3.4, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder b
Het is verboden te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld.
In ieder geval wordt bij het fokken, bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk voorkomen dat:
b. uiterlijke kenmerken worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen die schadelijke gevolgen hebben voor welzijn of gezondheid van de dieren;
Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren
Artikel 2.2, eerste en onder b
1. De hoogte van de bestuurlijke boete die Onze Minister aan een overtreder voor een overtreding kan opleggen wordt overeenkomstig de volgende boetecategorieën vastgesteld:
b. categorie 2: € 1500;
Artikel 2.4
Indien een overtreding is begaan anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt het voor die overtreding op grond van de artikelen 2.2 en 2.3 op te leggen boetebedrag gehalveerd.
Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren
Artikel 1.2
De hoogte van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig de bedragen die horen bij de boetecategorieën die in de bijlage bij deze regeling voor desbetreffende overtredingen zijn vastgelegd.
Bijlage als bedoeld in artikel 1.2 van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren
Besluit houders van dieren Categorie
Artikel 3.4 2
Identificatie- en Registratiedatabank
Uniek Bedrijfsnummer
Het aanbrengen van hechtingen om het ooglid op te tillen
Verweerder heeft in het besluit van 8 november 2024 tevens vastgesteld dat eiseres drie andere feiten heeft gepleegd, maar daarvoor geeft verweerder eiseres een schriftelijke waarschuwing.
Presentatie ‘Richtlijnen en handhaving, stimulans voor bonafide professionele fokkers’
Gelezen in samenhang met artikel 8.6, eerste lid, en artikel 2.6, tweede lid, Wet dieren
IB03-SPEC 02, versie 8
Regel 02R092300 en 02R092310
Gelezen in samenhang met artikel 2.2, eerste lid, Besluit houders van dieren | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|