|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2026:9422 | | | | | Datum uitspraak | : | 17-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 06-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | C/10/719955 / JE RK 26-96 C/10/719955 / JE RK 26-96 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Artikel. 1:265a BW. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/719955 / JE RK 26-962
Datum uitspraak: 17 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen de moeder en de vader, of tezamen de ouders,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.A. Pietsch, kantoorhoudende in Eindhoven.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen de GI
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader en de moeder met hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Innovazorg.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad verwijst voor de onderbouwing naar het verzoekschrift. De laatste update over [voornaam minderjarige] is dat hij is geplaatst bij Innovazorg. Een jeugdbeschermer kan sturing geven aan het hulpverleningstraject en toezien op afspraken. De machtiging tot uithuisplaatsing kan hopelijk een stok achter de deur zijn voor [voornaam minderjarige] , zodat hij weet dat hij zich daaraan moet houden.
4De standpunten
4.1.
De GI staat op basis van het raadsrapport achter het verzoek van de Raad. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [voornaam minderjarige] . Er is op dit moment nog niet duidelijk of er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, vanwege een tekort aan jeugdbeschermers. [voornaam minderjarige] heeft een jeugdreclasseerder waarmee een samenwerking wordt aangegaan en Fivoor is ook betrokken. Er zal een groot overleg plaatsvinden.
4.2.
Namens en door de ouders is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De ouders beamen de zorgen over hun zoon. Aan de criteria van een ondertoezichtstelling is dan ook voldaan. De ouders zien de noodzaak voor een machtiging tot uithuisplaatsing niet. [voornaam minderjarige] kan op dit moment niet thuis wonen en verblijft daarom bij Innovazorg. Een machtiging tot uithuisplaatsing moet noodzakelijk zijn en wanneer dat niet het geval is, kan het verzoek niet worden toegewezen. Met een uithuisplaatsing voelt het alsof je je rechten als ouder weggeeft. De vader heeft lange tijd geen contact met zijn zoon gehad. Inmiddels is er weer contact en heeft de vader hoop voor de toekomst. De vader betreurt het dat de jeugdreclassering steken heeft laten vallen. De reden waarom [voornaam minderjarige] niet naar school gaat is niet aangepakt en ook heeft [voornaam minderjarige] geen traumabehandeling gehad. De moeder geeft aan dat het niet is gelukt om goed contact met [voornaam minderjarige] te krijgen en dat hij zelfbepalend gedrag vertoont. Er heeft inmiddels wel een intake plaatsgevonden bij Zadkine; daar zijn [voornaam minderjarige] en de moeder samen heen geweest. [voornaam minderjarige] heeft zich aangemeld voor een opleiding en hoopt te starten in september. Sinds [voornaam minderjarige] bij Innovazorg verblijft gaat het beter en ruimt hij bijvoorbeeld zijn kamer op. Het streven is dat hij zo snel mogelijk weer thuis kan wonen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] , vanwege het ontbreken van een structurele schoolgang en de grote zorgen over zijn netwerk. [voornaam minderjarige] is in aanraking gekomen met politie en justitie en houdt zich niet aan de schorsende voorwaarden. Daarnaast komt hij niet opdagen bij afspraken met de hulpverlening en de Raad. Er zijn grote zorgen over de cognitieve ontwikkeling, de dagstructuur en het toekomstperspectief van [voornaam minderjarige] . Ondanks de inzet van de ouders, hulpverlening en reclassering lukt het niet om voldoende grip en zicht te krijgen op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Een jeugdbeschermer kan binnen de ondertoezichtstelling regie voeren op de hulpverlening, toezien op het nakomen van afspraken en de ouders ondersteunen bij het nemen van beslissingen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De ouders onderschrijven dit. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] daarom onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.4.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De wet bepaalt dat zodra een minderjarige die niet meer gedurende dag en nacht binnen zijn gezin verblijft onder toezicht wordt gesteld, een machtiging tot uithuisplaatsing vereist is. Hierbij maakt het geen verschil of de gezaghebbende ouders wel of niet instemmen met een uithuisplaatsing. In het geval van [voornaam minderjarige] achten zowel de ouders als de hulpverlening een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] op dit moment niet verantwoord. [voornaam minderjarige] onttrekt zich aan het ouderlijk gezag wat van negatieve invloed is op de draagkracht van de ouders en de rust in het gezin. [voornaam minderjarige] laat op dit moment wel een prille positieve ontwikkeling zien bij Innovazorg. Ook verloopt het contact met de vader sindsdien beter en is [voornaam minderjarige] naar de intake van Zadkine geweest. Hopelijk lukt het [voornaam minderjarige] om deze positieve ontwikkeling vast te houden en biedt Innovazorg [voornaam minderjarige] een omgeving met structuur, toezicht en begeleiding waar hij kan werken aan het verbeteren van zijn vaardigheden en op termijn aan terugkeer naar huis.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, met ingang van 17 juni 2026 tot 17 juni 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 17 juni 2026 tot 17 december 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
Artikel 1:265a BW. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|