|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2026:9506 | | | | | Datum uitspraak | : | 13-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 17-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | ROT 24/11315 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Varia, verzoek om naturalisatie is afgewezen, twijfel over identiteit en nationaliteit, beroep ongegrond | | Trefwoorden | : | landbouwer | | | vrijstelling | | | | Uitspraak | RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/11315
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam 1] ),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Laros).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiser om verlening van het Nederlanderschap. Eiser is het niet eens met de afwijzing van het verzoek. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat er gerede twijfel bestaat over de identiteit en nationaliteit van eiser en dat verweerder deze twijfel mocht baseren op de taalanalyses van TOELT. Eiser heeft met zijn zienswijze en met de overgelegde documenten de twijfel over zijn identiteit en nationaliteit niet weggenomen. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat ten aanzien van de overgelegde documenten geen deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden bij de aanvraag of afgifte ervan. Daarnaast zijn er ook voldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de inhoud van de door eiser overgelegde documenten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2. Eiser heeft een verzoek ingediend om verlening van het Nederlanderschap. Verweerder heeft dit verzoek met het besluit van 22 november 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 november 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van het verzoek gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het besluit
3.1.
Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben.
3.2.
Op 5 november 2000 heeft eiser asiel aangevraagd in Nederland. Deze aanvraag is afgewezen. Hieraan lag mede ten grondslag dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Bij uitspraak van 8 juni 2004, heeft deze rechtbank, zittingsplaats Breda, het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard (AWB 03/1850). Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 25 oktober 2004 (200405033/1) is de uitspraak van de rechtbank bevestigd en is de afwijzing in rechte vast komen te staan.
3.3.
Met ingang van 15 juni 2007 is eiser in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (de Ranov-regeling). Deze regeling was een pardonregeling voor langdurig illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag hadden ingediend onder de oude Vreemdelingenwet.
3.4.
Op 1 november 2021 heeft eiser het onderhavige verzoek ingediend om verlening van het Nederlanderschap (naturalisatie).
3.5.
Op 21 juni 2022 heeft verweerder het voornemen geuit om dit verzoek af te wijzen, omdat er nog steeds twijfel bestaat over eisers identiteit en nationaliteit. Verweerder heeft het aanbod gedaan om (nogmaals) een taalanalyse te laten verrichten. Het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) van verweerder heeft vervolgens op 21 november 2022 een rapport opgesteld, waaruit volgt dat op grond van de verrichte taalanalyse eiser eenduidig te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Guinee.
3.6.
Bij het primaire besluit van 22 november 2022 heeft verweerder het verzoek van eiser afgewezen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Op 21 september 2023 is eiser door de ambtelijke hoorcommissie van verweerder gehoord over zijn bezwaar. Op 4 november 2024 heeft TOELT een weerwoord opgesteld naar aanleiding van de opmerkingen van eiser over de taalanalyse. Bij het bestreden besluit van 18 november 2024 heeft verweerder eisers bezwaar ongegrond verklaard. Volgens verweerder bestaat er nog steeds twijfel over eisers identiteit en nationaliteit.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiser verzoekt al hetgeen in eerdere instanties door en namens hem is aangevoerd en overgelegd in beroep als herhaald en ingelast te beschouwen. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op wat eiser in bezwaar heeft aangevoerd. Eiser heeft met de enkele verwijzing naar wat eerder is aangevoerd onvoldoende uiteengezet op welke punten het bestreden besluit volgens hem onjuist of onvolledig is en waarom. Dit kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.
5. Eiser voert aan dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Volgens eiser komt een groter gewicht toe aan de door de Sierra Leoonse overheid afgegeven documenten dan aan de uitkomsten van de taalanalyse. Eiser is zelf in 2022 naar Sierra Leone gereisd om de documenten te verkrijgen. De oude geboorteakte, op basis waarvan de thans overgelegde is afgegeven, is afgegeven na inhoudelijk onderzoek in het district van geboorte van eiser. De chef van dat district kende eisers vader. Daartegenover staat het rapport van de taalanalyse. Aan die rapportage komt niet de waarde toe die verweerder eraan toekent, althans het rapport kan niet als deugdelijke onderbouwing van verweerders besluitvorming worden aangemerkt. Het betreft de Susu taal. Zoals in bezwaar is onderbouwd, volgt uit het advies van de Taalstudio van 9 maart 2002 dat het feitelijk onmogelijk is om op basis van een bandopname te kunnen bepalen of de Susu spreker uit Sierra Leone of Guinee afkomstig is. De Taalstudio acht het om die reden ‘niet mogelijk om op verantwoorde manier een contra-expertise over deze taal uit te voeren’. Bovendien blijkt uit de stukken dat de taalanalyse in maart 2002 is verricht door een anonieme analist van het Zweedse Sprakab. Uit recent onderzoek is gebleken dat de analyses door Sprakab niet aan de daartoe te stellen eisen voldoen en mogelijk honderden asielzoekers in het Verenigd Koninkrijk ten onrechte zijn afgewezen op basis van die analyses (eiser verwijst hierbij naar verschillende bijlagen). Onder die omstandigheden wordt verweerder ook niet gevolgd waar deze bij brief van 28 september 2023 de optie aandraagt om een contra-expertise van de taalanalyse te laten uitvoeren door Sprakab of Verified. In de eerste plaats was Sprakab betrokken bij de initiële spraakanalyse en voorts staan beiden als volstrekt onbetrouwbaar te boek. Met betrekking tot de vermeende polygame situatie wijst eiser nogmaals op hetgeen eerder door mevrouw [naam 3] , contactpersoon van eiser, is aangevoerd. Eiser is nooit gehuwd met mevrouw [naam 2] . Niet valt in te zien waarom in dat verband de bewijslast bij eiser ligt.
5.1.
Uit de Rijkswet op het Nederlanderschap en het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap volgt dat het aan de verzoeker is om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen en is het aan de staatssecretaris om te beoordelen of de identiteit en nationaliteit van de verzoeker met de door hem overgelegde stukken zijn komen vast te staan. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de verlening van het Nederlanderschap, wegens de daaraan verbonden gevolgen, een zaak van groot gewicht is en is de staatssecretaris dan ook bevoegd om op de daartoe geëigende wijze bewijs van de gestelde identiteit en nationaliteit van de verzoeker te verlangen. Gelet hierop is het in de naturalisatieprocedure primair aan de staatssecretaris om te beoordelen of de verzoeker met de door hem overgelegde documenten zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond.
5.2.
Ook ten aanzien van een persoon met een Ranov-vergunning, geldt dat als er sprake is van gerede twijfel over de identiteit en nationaliteit van die persoon, dit kan leiden tot afwijzing van het verzoek om naturalisatie. Gerede twijfel over de identiteit en nationaliteit ontstaat op basis van een deskundigenrapport zoals bijvoorbeeld een taalanalyse door TOELT, documentonderzoek door Bureau Documenten, een leeftijdsonderzoek of een combinatie van meerdere van voornoemde onderzoeken. Ook kan er gerede twijfel ontstaan op grond van de (overige) inhoud van het (vreemdelingrechtelijke) dossier van de verzoeker, dan wel op grond van andere bekende feiten en omstandigheden. Dat dit alles ook geldt voor personen die onder de Ranov-vrijstelling vallen, volgt onder meer uit de Kamerbrief van 7 juli 2021 (kenmerk [kenmerk] ).
5.3.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling, volgt dat een advies van TOELT een deskundigenadvies aan de staatssecretaris is ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat over het advies is aangevoerd.
5.3.1.
In de onderhavige zaak heeft verweerder de zienswijze van eiser van 17 oktober 2022 (en de dossieranalyse van de Taalstudio van 11 mei 2004) voorgelegd aan TOELT dat hierop heeft gereageerd met een weerwoord van 4 november 2022 en een rapport taalanalyse van 21 november 2022. Uit de reactie van TOELT volgt dat eiser er niet in is geslaagd om door deelname aan de taalanalyse de twijfel weg te nemen die gerezen is over de door eiser opgegeven herkomst. Uit het rapport taalanalyse van 9 maart 2002 volgt dat eiser een beheersing op moedertaalniveau heeft van een vorm van Susu. Hij heeft daarnaast geen enkele kennis van het Krio en is niet in staat om concrete en gedetailleerde informatie te verstrekken over zijn gestelde herkomstomgeving en geeft alleen algemene informatie hierover. TOELT heeft de taalanalyse van eiser uit 2002 nogmaals laten beoordelen door een taalanalist die Susu, Krio en Engels spreekt. Ook uit het rapport taalanalyse van 22 november 2022 volgt dat eiser eenduidig niet uit Sierra Leone afkomstig is en eenduidig wel uit Guinee. Uit het rapport volgt verder dat Krio de lingua franca van Sierra Leone is, dus de taal die gebruikt wordt voor communicatie tussen personen die verschillende stamtalen spreken. Op grond van het gebrek van eiser aan enige actieve kennis van het Krio is hij eenduidig niet te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone. Op grond van zijn Susu is hij eenduidig te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Guinee. Naar het oordeel van de rechtbank heeft TOELT hiermee de zienswijze van eiser en de dossieranalyse van de Taalstudio weerlegd. Eiser heeft verder geen contra-expertise overgelegd.
5.3.2.
Verweerder heeft verder voldoende gemotiveerd dat de door eiser overgelegde internetartikelen van Right to Remain uit 2014 en The Guardian uit 2019 onvoldoende aanknopingspunten bevatten voor twijfel aan (de uitkomst van) de taalanalyses. De artikelen zijn gedateerd en gaan niet specifiek over de rapporten en het weerwoord in de onderhavige zaak. Het rapport taalanalyse en het weerwoord uit november 2022 zijn bovendien opgesteld door TOELT en niet door Sprakab of Verified. Verweerder wijst er verder op dat hij eiser voor het laten uitvoeren van een contra-expertise niet alleen heeft gewezen op de taalbureaus Sprakab of Verified, maar ook op de vakgroep Afrikaanse Taalkunde van de Universiteit Leiden en professor [naam 4] , een specialist verbonden aan het Centre national de la recherche scientifique (CNRS).
5.4.
Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser de twijfel over zijn identiteit en nationaliteit ook niet met de overgelegde documenten heeft weggenomen. Eiser heeft een paspoort, geboorteakte en ‘certificate of registration and citizenship’ overgelegd, die door Bureau Documenten echt zijn bevonden. Verweerder stelt zich echter terecht op het standpunt dat niet is gebleken dat voorafgaand aan de afgifte van de documenten een deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden. Ook daarnaast zijn er voldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de door eiser overgelegde stukken. Tijdens het gehoor in de bezwaarfase heeft eiser verklaard dat hij in Sierra Leone eerst het ‘certificate of registration and citizenship’ heeft aangevraagd. De overgelegde geboorteakte van 16 december 2022 is verkregen op basis van dat certificaat van 13 december 2022 en met zijn geboorteakte en het certificaat heeft hij een Sierra Leoons paspoort aangevraagd en gekregen. Eiser heeft tijdens het gehoor op 21 september 2023 en in het door hem opgestelde reisverslag verklaard dat hij op 13 december 2022 in [locatie] eerst het certificaat heeft aangevraagd, maar heeft niet toegelicht hoe het identificatieproces naar zijn identiteit en nationaliteit is gegaan. Verweerder wijst er in dat kader terecht op dat het bevreemding wekt dat in het certificaat staat dat de geboortedatum van eiser [geboortedatum] is, terwijl hij tijdens de asielprocedure in 2001 heeft verklaard dat hij is geboren op een onbekende datum. De datum [geboortedatum] is een in Nederland aan eiser toegekende geboortedatum. Hierdoor rijst bij verweerder het vermoeden dat het certificaat is afgegeven op vertoon van een Nederlands document, bijvoorbeeld het vreemdelingenpaspoort of verblijfsdocument van eiser. Ook wijst verweerder er op dat het certificaat als beroep ‘chauffeur’ vermeldt, terwijl eiser tijdens zijn asielprocedure heeft verklaard dat hij in Sierra Leone als landbouwer werkte en aardnoten verbouwde. Ook in Nederland is eiser geen chauffeur, maar productiemedewerker. Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande op het standpunt mogen stellen dat de door eiser overgelegde documenten verkregen zijn op basis van eisers eigen verklaringen over de door hem gestelde identiteit en nationaliteit, terwijl juist zijn eigen verklaringen hierover onderwerp zijn van gerede twijfel (gelet op de asielprocedure en de taalanalyses).
5.4.1.
Ten aanzien van het standpunt van eiser dat hij al eerder een geboorteakte had, die hij in 2017/2018 zou hebben aangevraagd, wijst verweerder er allereerst op dat eiser vanaf de asielprocedure tot en met de aanvraagfase van de onderhavige procedure heeft verklaard dat hij nooit in het bezit is geweest van een Sierra Leoons identiteits- of nationaliteits-document. Dat aan de geboorteakte uit 2017/2018 van eiser wel een onderzoek door de ‘chief’ ten grondslag ligt dat eisers identiteit en nationaliteit zou moeten bevestigen, heeft verweerder ook niet hoeven volgen. Verweerder werpt in dit kader aan eiser tegen dat hij in deze procedure heeft verklaard dat een ‘chief’ van een district het onderzoek zou hebben gedaan, terwijl eiser in zijn asielgehoor had verklaard dat zijn gestelde herkomstdorp geen ‘chief’ had.
5.4.2.
Verweerder betrekt in zijn motivering verder terecht dat het opmerkelijk is dat eisers vader volgens de nieuwe geboorteakte de Guinese nationaliteit heeft terwijl eiser in het eerste en nader gehoor van zijn asielprocedure heeft verklaard dat zijn vader de Sierra Leoonse nationaliteit heeft. Daar komt bij dat eiser volgens de nieuwe geboorteakte in [geboorteplaats 1] is geboren terwijl op de geboorteaktes van zijn kinderen staat dat hij in [geboorteplaats 2] is geboren. Verweerder heeft met het overleggen van kaarten van Sierra Leone onderbouwd dat [geboorteplaats 1] in de Eastern Province ligt en [geboorteplaats 2] in de Northern Province, en dus dat het om verschillende plaatsen in Sierra Leone gaat. De enkele stelling van eiser dat het om dezelfde plaats gaat is onvoldoende.
5.4.3.
Nu eiser het certificaat en de geboorteakte heeft gebruikt voor het verkrijgen van het paspoort, heeft eiser ook met zijn paspoort de gerezen twijfel over zijn identiteit en nationaliteit niet weggenomen. Er is immers niet gebleken dat voorafgaand aan de afgifte van het paspoort een deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden. Er is niet gebleken dat een inhoudelijk juist brondocument gebaseerd op een juiste geboorteregistratie ten grondslag ligt aan de afgifte van het paspoort. Daarbij komt dat eiser heeft verklaard dat zijn paspoort door een kennis is opgehaald in Sierra Leone, wat al voldoende is om de deugdelijke identificatie in twijfel te trekken.
5.5.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat er gerede twijfel bestaat over de identiteit en nationaliteit van eiser en dat verweerder deze twijfel mocht baseren op de taalanalyses van TOELT. Eiser heeft geen contra-indicaties overgelegd en heeft ook met de overgelegde documenten de twijfel over zijn identiteit en nationaliteit niet weggenomen. Verweerder heeft het verzoek van eiser terecht afgewezen.
De overige gronden hoeven daarom geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2026.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566, r.o. 3.1.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4214, r.o. 4.1.
Zie ook hier de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:197 en van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|