Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2025:4775 
 
Datum uitspraak:23-07-2025
Datum gepubliceerd:29-07-2025
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:24/5352
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een schending van het motiveringsbeginsel. Beroepen ongegrond.
Trefwoorden:belastbaar inkomen uit werk en woning
belastingrecht
inkomstenbelasting
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/4748 en 24/5352

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2025 in de zaak tussen



[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en



de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 9 april 2024.


1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.219 (de aanslag IB/PVV 2016). Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 250 belastingrente in rekening gebracht.



1.2.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2017 een aanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.669 (de aanslag IB/PVV 2017). Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 221 belastingrente in rekening gebracht.



1.3.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2016 gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 51.855 en de in rekening gebrachte belastingrente verminderd tot € 162.



1.4.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2017 gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.642 en de in rekening gebrachte belastingrente verminderd tot € 219.



1.5.
De rechtbank heeft de beroepen op 12 juni 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de aanslag IB/PVV 2016, de aanslag IB/PVV 2017 en de bijbehorende belastingrentebeschikkingen niet tot te hoge bedragen zijn vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.


2.1.
De rechtbank is van oordeel dat aanslag IB/PVV 2016, de aanslag IB/PVV 2017 en de bijbehorende belastingrentebeschikkingen niet tot te hoge bedragen zijn vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Feiten

3. Belanghebbende ontvangt in 2016 en 2017 onder meer inkomsten uit pastoraal werk en preekbeurten.


3.1.
De inspecteur stuurt op 10 mei 2023 een brief aan de gemachtigde waarin – voor zover relevant – het volgende staat:


“In 2021 zijn er afspraken gemaakt door de Belastingdienst en u over de behandeling van de door u - als belastingconsulent/gemachtigde - namens uw particuliere cliënten ingediende aangiften inkomstenbelasting. (…)


Helaas hebben we moeten vaststellen dat het u niet gelukt is om de gemaakte afspraken structureel na te komen. U bent meermalen geïnformeerd over het niet of te laat aanleveren van stukken ten behoeve van diverse aangiften en bezwaarschriften. Ook bent u aangesproken op de wijze waarop u communiceert met medewerkers. Uw wijze van communiceren is dwingend en beledigend en daarmee grensoverschrijdend.


Daarom is u medegedeeld dat de gemaakte afspraken met u niet meer van toepassing zijn.


(…)


Vanwege uw wijze van communiceren deel ik u mede dat het u niet langer toegestaan is om te corresponderen per e-mail. Op correspondentie per e-mail wordt niet meer gereageerd.”




3.2.
De inspecteur stuurt op 27 februari 2024 de vooraankondiging en op 26 maart 2024 de kennisgeving van de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de aanslag IB/PVV 2016 en de aanslag IB/PVV 2017 naar de gemachtigde.



3.3.
De inspecteur stuurt op 9 april 2024 de uitspraken op bezwaar naar belanghebbende.



3.4.
Belanghebbende neemt op 21 mei 2024 telefonisch contact met de inspecteur op. Hij verzoekt de inspecteur om de motivering van de uitspraken op bezwaar. De inspecteur stuurt op 22 mei 2024 de vooraankondiging en de kennisgeving van de uitspraken op bezwaar per e-mail aan belanghebbende.




Motivering


Is sprake van een schending van de motiveringsplicht?


4. Belanghebbende stelt dat hij de beroepsgronden niet helemaal zuiver kan weergeven, omdat de inspecteur de motivering van de uitspraken op bezwaar niet aan hem heeft verstrekt. Volgens belanghebbende stuurt de inspecteur die gegevens onder normale omstandigheden per e-mail naar de gemachtigde.


4.1.
De rechtbank stelt voorop dat de inspecteur de vooraankondiging en de kennisgeving van de uitspraken op bezwaar per post naar de gemachtigde heeft gestuurd (zie 3.2). De inspecteur was niet gehouden die correspondentie (ook) per e-mail aan de gemachtigde toe te sturen. Eventuele daarover gemaakte afspraken zijn namelijk door de inspecteur opgezegd (zie 3.1). Voor zover van een schending van de motiveringsplicht bovendien al sprake zou zijn, passeert de rechtbank die schending met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. Het is dan namelijk niet aannemelijk dat belanghebbende is benadeeld, omdat de inspecteur de correspondentie ook per e-mail aan belanghebbende heeft toegestuurd (zie 3.4) en belanghebbende de beroepsgronden desgewenst heeft kunnen aanvullen.


Kan belanghebbende vertrouwen ontlenen aan de gemaakte afspraak?




4.2.
Belanghebbende stelt dat zijn gemachtigde voor klanten uit de beroepsgroep predikanten, kerkelijk werkers, emeriti en proponenten een afspraak met de inspecteur heeft gemaakt, dat die afspraak op hem van toepassing is en dat sprake is van rechtsongelijkheid, discriminatie en willekeur. De inspecteur stelt dat de genoemde afspraak niet op belanghebbende van toepassing is.



4.3.
Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat het aan belanghebbende is om de feiten aannemelijk te maken waaruit volgt dat hij in rechte te beschermen vertrouwen kan ontlenen aan de genoemde afspraak en dat sprake is van rechtsongelijkheid, discriminatie en willekeur. Belanghebbende heeft ter onderbouwing van zijn stelling geen concrete informatie overgelegd, zelfs niet de afspraak waarop hij zich beroept. Belanghebbende is dan ook niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast.


Wat betekent dit voor de belastingrentebeschikking?




4.4.
Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikkingen. Hierbij wijst de rechtbank belanghebbende erop dat het bedrag van de belastingrente het bedrag van de aanslag volgt.




Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.



Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. L.D.M.A. Reijs, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Damen, griffier, op 23 juli 2025. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is niet in staat de uitspraak mede te ondertekenen.











griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:



Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Link naar deze uitspraak