Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2025:9067 
 
Datum uitspraak:18-12-2025
Datum gepubliceerd:02-01-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 24/4463
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:8:54, beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een machtiging i.c.m. uittreksel kvk en kopie van het besluit.
Trefwoorden:belastingrecht
vennootschapsbelasting
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/4463

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen



[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende
(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),

en



de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.




Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur. Het beroep ziet op de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2022 met [aanslagnummer] V.26.01.12.


1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging, geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel en geen kopie van het besluit heeft ingediend. Deze verzuimen zijn door de gesteld gemachtigde niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.


Toetsingskader

3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Daarnaast dient diegene een kopie van het bestreden besluit aan zijn beroepschrift bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


Is er een machtiging, een uittreksel uit de Kamer van Koophandel en een kopie van het besluit overgelegd?

4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast is belanghebbende een niet-natuurlijk persoon en heeft gesteld gemachtigde geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend. Ook heeft gesteld gemachtigde geen kopie van het bestreden besluit ingediend. De rechtbank heeft hem in haar brief van 17 juni 2024 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Bij aangetekend verzonden brief van 18 juli 2024 heeft de rechtbank de gesteld gemachtigde nogmaals in de gelegenheid gesteld om de verzuimen binnen vier weken te herstellen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 19 juli 2024 om 12:20 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.


4.1
Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.


Is het niet tijdig indienen van de stukken verontschuldigbaar?

5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.




Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.





De griffier, De rechter,

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.



Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.


Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.


Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
Link naar deze uitspraak