Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:100 
 
Datum uitspraak:12-01-2026
Datum gepubliceerd:16-01-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 24/7287
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:8:54; Beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een machtiging en uittreksel uit het handelsregister.
Trefwoorden:belastingrecht
bpm
naheffingsaanslag
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7287

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen



[belanghebbende] B.V., uit [woonplaats] , belanghebbende
(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),

en



de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.




Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 september 2024. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag BPM met aanslagnummer [aanslagnummer] .


1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en een uittreksel uit het handelsregister heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.


Toetsingskader

3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


Is er een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd?

4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen recente machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast is belanghebbende een niet-natuurlijk persoon en heeft gesteld gemachtigde geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend.
5. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde op 4 november 2024 verzocht om een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister in te dienen waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen of een machtiging daartoe te verlenen. Op 13 november 2024 heeft gesteld gemachtigde een machtiging ingediend en een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] B.V. De rechtbank heeft hem in haar brief van 14 november 2024 verzocht om binnen twee weken het uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel van belanghebbende in te dienen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 15 november 2024 om 15:47 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen uittreksel ingediend, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen of gesteld gemachtigde is gemachtigd door een daartoe bevoegd persoon.


Is het niet tijdig indienen van een uittreksel verontschuldigbaar?

6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.



Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.





De griffier, De rechter,


De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.



Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.


Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
Link naar deze uitspraak