Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:1118 
 
Datum uitspraak:23-02-2026
Datum gepubliceerd:04-03-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 24/5260
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:8:75a, 8:54, afwijzing verzoek proceskostenvergoeding
Trefwoorden:belastingrecht
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5260


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen




[belanghebbende] , uit [plaats] (België), belanghebbende

en


de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 2 juli 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar op 29 september 2024 dit besluit heeft ingetrokken.


1.1.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat de aanslag, waartegen het beroep niet tijdig beslissen gericht was, is vernietigd. Het griffierecht in deze procedure zal door de heffingsambtenaar worden vergoed. Daarnaast stelt de heffingsambtenaar eveneens dat het Besluit proceskosten bestuursrecht geen ruimte biedt voor vergoeding van de door belanghebbende geclaimde kosten. Belanghebbende procedeert zelf en heeft geen kosten gemaakt als kosten aan beroepsmatige derde.



1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.


Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.


Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of de heffingsambtenaar geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.


4.1.
Met dagtekening 16 juni 2024 heeft belanghebbende een beroepschrift ingediend. Het beroepschrift is op 24 juni 2024 ontvangen bij de rechtbank. Belanghebbende heeft door middel van dit beroepschrift, beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op de uitspraak op bezwaar door de heffingsambtenaar. Aangezien belanghebbende in zijn beroepschrift stelt dat hij zich niet kan verenigen met de aanslag – gemeentelijke en/of waterschapsbelasting – is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen door de aanslag – ambtshalve – te vernietigen.


Moet de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende vergoeden?

5. Belanghebbende heeft bij de intrekking van het beroepschrift verzocht om een veroordeling van de inspecteur in proceskostenvergoeding van € 99,40 (in het eerste verzoek – op 29 september 2024 – een bedrag van € 88,60 en verder – verzoek van 28 oktober 2024 – nogmaals om € 10,80) voor de gemaakte portokosten. Belanghebbende vraagt een vergoeding van de portokosten, omdat zij kosten heeft gemaakt voor het versturen van diverse aangetekende stukken. Ondanks het tegemoetkomen door de inspecteur, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Portokosten vallen niet onder de genoemde kosten van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Andere kosten dan de in dit artikel opgenomen kosten komen niet voor een vergoeding in aanmerking.



5.1.
Het beroepschrift is in dit geval ook niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.


Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden.




Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.












griffier


rechter






De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.



Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).


Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
Link naar deze uitspraak