|
|
|
| ECLI:NL:RBZWB:2026:4668 | | | | | Datum uitspraak | : | 28-05-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 03-06-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | | Zaaknummers | : | 25/4411 WIA | | Rechtsgebied | : | Socialezekerheidsrecht | | Indicatie | : | Weigering WIA. Excessief ziekteverzuim niet onderbouwd. | | Trefwoorden | : | uitkering | | | wao | | | waz | | | | Uitspraak | RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4411 WIA
uitspraak van 28 mei 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. P.J. van der Meulen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor [locatie] ), verweerder,
(gemachtigde: mr. X. Su).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de weigering een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen aan eiseres.
1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 tot en met 5 zijn de grondslag van het besluit, het wettelijk kader en het toetsingskader opgenomen. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: zijn de beperkingen juist vastgesteld (medische beoordeling) en is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld (arbeidskundige beoordeling). Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2.1
Eiseres is werkzaam geweest als medewerker facilitaire services. Voor dat werk is zij op 16 maart 2021 uitgevallen.
2.2
Het UWV heeft met het besluit van 23 mei 2024 (primair besluit) geweigerd per
12 maart 2024 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen.
2.3
Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.4
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de echtgenoot van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
Grondslag bestreden besluit
3. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wetgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Toetsingskader
5. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiseres medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
6. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
6.1
De verzekeringsarts heeft eiseres gezien, haar lichamelijk en psychisch onderzocht en dossieronderzoek verricht. De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiseres tweemaal is behandeld voor een lymfoom in de rechterlies. Zij heeft nadien neuropatische pijnen in de rechter liesregio gehouden. Daarnaast heeft eiseres psychische klachten ontwikkeld, met name angst dat het lymfoom terugkomt. Voor deze angst is eiseres onder behandeling bij een psycholoog. Daarnaast heeft zij stemmingsklachten. Eiseres heeft een ritmestoornis. Daarvoor heeft zij van de cardioloog medicatie gekregen die zij op dat moment niet gebruikt. De bloeddruk van eiseres is onder controle met medicatie. Verder is eiseres bekend met rugklachten. Bij rugonderzoek stelt de verzekeringsarts lichte beperkingen vast. Bij flexie van de heup rechts ervaart eiseres pijnklachten in de liesregio rechts. De stelling van eiseres dat zij de hele dag ligt vindt de verzekeringsarts niet geloofwaardig. De zoon van eiseres is ernstig zorgbehoevend en wordt verzorgd door haar en haar man. Dat eiseres helemaal niets doet vindt de verzekeringsarts niet geloofwaardig, ook niet vanwege de vieze randen de eiseres om haar nagels heeft. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres heeft de verzekeringsarts neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van
19 april 2024.
6.2
De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien op het spreekuur, haar lichamelijk en psychisch onderzocht en dossieronderzoek verricht. De verzekeringsarts b&b heeft informatie van de huisarts van 16 april 2025, waaronder informatie van de internist, cardioloog, neuroloog en van de psycholoog, in zijn onderzoek betrokken. De verzekeringsarts b&b heeft op 13 mei 2025 gerapporteerd dat eiseres niet op medische gronden volledig arbeidsongeschikt is. Zij voldoet namelijk niet aan de criteria voor geen benutbare mogelijkheden van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De verzekeringsarts b&b ziet wel reden in het eigen onderzoek om een aanvullende beperking op persoonlijk functioneren/geen veelvuldige deadlines en productiepieken aan te nemen. De primaire verzekeringsarts noemt deze beperking maar heeft die niet vertaald naar de FML. De verzekeringsarts b&b ziet geen aanleiding om op basis van onderliggende psychische problematiek meer beperkingen aan te nemen. De al aangenomen beperkingen zijn passend bij de aard en ernst van de problematiek. Bij psychisch onderzoek ziet de verzekeringsarts b&b ook geen forse stoornissen. Dat volgt ook niet uit het dagverhaal waaruit blijkt dat eiseres in staat is tot zelfstandig functioneren of de informatie van de psycholoog van 13 november 2023. De verzekeringsarts b&b ziet evenmin reden, gelet op de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid, voor een urenbeperking. Er is geen sprake van een stoornis in de energiehuishouding, er worden door de huisarts en specialisten ook geen slaapproblemen beschreven, er is geen sprake van een structurele verhoogde recuperatiebehoefte en eiseres is ook niet vanwege intensieve behandeling verminderd beschikbaar. Eiseres geeft aan dat de rustmomenten overdag wisselend zijn en dat het nemen van rust overdag en de duur van de rustmomenten afhankelijk zijn van hoe de nacht is verlopen. Enkel het gegeven dat in huidig onderzoek door eiseres slaapproblemen benoemd worden, zonder dat sprake is van een duidelijk en structureel verhoogde recuperatiebehoefte gedurende de dag waardoor eiseres problemen heeft in het dagelijks functioneren, is onvoldoende om een urenbeperking te stellen. Verder is er volgens de verzekeringsarts b&b op preventieve gronden geen reden om een urenbeperking aan te nemen. Als gevolg van de neuropatische pijnklachten en lage rugklachten heeft eiseres een aantal fysieke beperkingen. De beperkingen die de primaire verzekeringsarts heeft gesteld zijn passend bij de aard en ernst van de problematiek. Eigen onderzoek noch de ontvangen medische informatie in bezwaar geeft de verzekeringsarts b&b aanleiding om toegenomen beperkingen te stellen. Er werden door hem bij lichamelijk onderzoek geen afwijkingen gevonden in de bewegingsfunctie van de wervelkolom of van schouders, armen en handen. De verzekeringsarts b&b ziet wel tekenen van inactiviteit en deconditionering. De copingstijl van eiseres lijkt hierin een rol te spelen. Het is daardoor aannemelijk dat de ervaren klachten ernstiger zijn dan de beperkingen die vastgesteld kunnen worden. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres heeft de verzekeringsarts b&b neergelegd in de gewijzigde FML van 15 mei 2025.
7.2
Eiseres heeft gesteld dat zij te kampen heeft (gehad) met een folliculair lymfoom, cardiale klachten, PTSS, een angst- en paniekstoornis en neuropatische pijnklachten in rug en been. Door de combinatie van psychische en lichamelijke/pijnklachten is eiseres ernstig beperkt in haar dagelijks functioneren en heeft zij slechts een zeer beperkte energiereserve.
Volgens eiseres is zij volledig arbeidsongeschikt, in ieder geval meer dan 35%. De onderzoeken van de verzekeringsartsen zijn onvoldoende, haar (lichamelijke) beperkingen zijn onderbelicht gebleven en zij is meer beperkt dan door hen aangenomen.
Eiseres gebruikt het medicijn Amlodipine waarbij wordt gewaarschuwd voor de rijvaardigheid en het gebruik van machines. Ten onrechte is in verband hiermee geen beperking op persoonlijk risico gesteld. Ook op andere beoordelingspunten zijn ten onrechte geen beperkingen gesteld. Eiseres verzoekt de rechtbank daarom een deskundige te raadplegen.
Tot slot verzoekt eiseres om schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn.
Ter onderbouwing van het standpunt heeft eiseres in beroep een behandelplan van [psychotherapeut] van 15 december 2025 en informatie van [anesthesioloog-pijnspecialist] van 27 oktober 2025 overgelegd.
7.3
De rechtbank leidt uit de rapportages van de verzekeringsartsen af dat zij op de hoogte waren van de klachten van eiseres, waaronder de psychische problematiek, de neuropatische pijnklachten, cardiale klachten, rugklachten en vermoeidheidsklachten. De verzekeringsartsen hebben naar die klachten onderzoek verricht. Zij hebben eiseres gezien, haar lichamelijk en psychisch onderzocht en dossieronderzoek verricht. De verzekeringsarts b&b heeft informatie van de huisarts, internist, cardioloog, neuroloog en psycholoog in zijn onderzoek betrokken.
In beroep heeft eiseres een behandelplan van [psychotherapeut] van 15 december 2025 en van [anesthesioloog-pijnspecialist] van 27 oktober 2025 overgelegd. [psychotherapeut] geeft daarin aan dat er classificerend sprake is van een combinatie van verschillende stoornissen welke vrij veel comorbiditeit met elkaar hebben zoals gespecificeerde PTSS, recidiverende depressie, ongespecificeerde angstklachten. [anesthesioloog-pijnspecialist] concludeert dat sprake is van neuropathische pijn op niveau L4-5 (wortel L4) rechts.
De verzekeringsarts b&b heeft in reactie hierop gesteld dat deze informatie geen aanleiding geeft voor wijziging van het standpunt. De psychische problematiek en neuropatische pijnklachten waren al bekend en werden uitgebreid met eiseres besproken op het spreekuur. De verzekeringsarts b&b verwijst daarvoor naar zijn eigen rapportage van 13 mei 2025.
De rechtbank vindt deze toelichting afdoende. Ook de rechtbank leidt uit het dossier af dat de neuropathische pijn- en rugklachten bij de verzekeringsartsen bekend waren, evenals de stemmings- en angstklachten. Zo is de PTSS is al benoemd door [psycholoog] in de informatie van 13 november 2023. Deze informatie heeft de verzekeringsarts b&b in zijn onderzoek en rapportage van 13 mei 2025 betrokken.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b verder voldoende gemotiveerd dat van volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden geen sprake is. Eiseres voldoet niet aan de criteria van het Schattingsbesluit om geen benutbare mogelijkheden aan te nemen. Dat kan alleen als eiseres zou zijn opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling, bedlegerig is, ADL-afhankelijk is of als gevolg van een ernstige psychische stoornis psychisch niet zelfredzaam is. Dat is bij eiseres niet aan de orde.
Ook heeft de verzekeringsarts b&b naar het oordeel van de rechtbank, onder verwijzing naar de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid, afdoende gesteld dat een urenbeperking niet aan de orde is.
Met betrekking tot het gebruik van Amlodipine heeft het UWV in het verweerschrift aangegeven dat bij navraag bij de verzekeringsarts b&b hij (nogmaals) heeft bevestigd dat het gebruik van Amlodipine geen beperking oplevert op persoonlijk functioneren. Ook deze uitleg vindt de rechtbank afdoende.
Nu de rechtbank geen reden ziet om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling door de verzekeringsarts b&b ziet zij geen aanleiding om een deskundige te raadplegen. Alhoewel eiseres in beroep nieuwe medische stukken heeft overgelegd bevatten die stukken geen nieuwe medische informatie. Daarin ziet de rechtbank daarom evenmin aanleiding voor een deskundige. Het verzoek van eiseres om een deskundige in te schakelen wijst de rechtbank dan ook af.
Omdat niet is gebleken dat in de FML van 13 mei 2025 de beperkingen van eiseres zijn onderschat, gaat de rechtbank voor de verdere beoordeling uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
8.1
Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, met inachtneming van de FML van 13 mei 2025, de door de primaire arbeidsdeskundige geduide functies – archiefmedewerker (SBC-code 315132), productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) – beoordeeld op geschiktheid en deze geschikt bevonden.
8.2
Eiseres heeft aangevoerd dat deze functies ten onrechte geschikt worden geacht. Deze functies zijn niet geschikt vanwege het secure werken, de tijdslimiet, vanwege het zitten en de vereiste opleiding. Daarnaast is vanwege de klachten en beperkingen van eiseres excessief ziekteverzuim te verwachten dat dat van een werkgever niet verlangd mag worden.
8.3
Naar het oordeel van de rechtbank geven deze beroepsgronden geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. Het standpunt van eiseres dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit (mede) voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals overwogen is die opvatting niet juist.
Dat de geduide functies vanwege de opleidingseisen niet gevergd kunnen worden van eiseres is naar het oordeel van de rechtbank evenmin gebleken. Uit de arbeidsmogelijk-hedenlijst blijkt dat voor deze functies maximaal een VMBO-diploma gevraagd wordt. Eiseres heeft een MBO-diploma. Daarmee voldoet zij aan de opleidingseisen.
Met betrekking tot het gestelde excessief ziekteverzuim overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 9 van het Schattingsbesluit wordt bij bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen algemeen geaccepteerde arbeid in aanmerking genomen waarmee betrokkene per uur het meest kan verdienen, tenzij betrokkene zodanige kenmerken heeft dat van een werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd hem in bepaalde arbeid te werk te stellen.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) brengt een ziekteverzuim van rond 25% niet met zich mee dat van een werkgever tewerkstelling van een werknemer in redelijkheid niet kan worden verlangd. Bij een structureel verzuimrisico van ongeveer 30% heeft de CRvB geoordeeld dat dit zodanig excessief is dat van een werkgever tewerkstelling van een werknemer niet in redelijkheid kan worden verlangd. Bij de vraag of sprake is van excessief ziekteverzuim komt naast omvang en frequentie van dat verzuim, mede betekenis toe aan andere factoren zoals voorspelbaarheid, persoonsgebonden aspecten, vervangingsmogelijkheden en de aard van de functies.
Dat dit bij eiseres aan de orde is, is niet gebleken. Eiseres heeft geen medische gegevens overgelegd die dat onderbouwen.
De hiervoor genoemde functies mochten naar het oordeel van de rechtbank dan ook worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
9. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.
9.1
Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschikt-heid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 12 maart 2024.
Conclusie en gevolgen
10.1
Het beroep is ongegrond. Als gevolg hiervan heeft eiseres geen recht op vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.
10.2
Eiseres heeft evenmin recht op immateriële schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van het EVRM.
De redelijke termijn is voor een procedure in twee instanties in zaken zoals deze in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan 2 jaar heeft geduurd. De behandeling van het bezwaar mag ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar. De omstandigheden van het geval kunnen aanleiding geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen. In beginsel is een vergoeding gepast van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden.
Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift door het UWV op 3 juli 2024 tot de datum van deze uitspraak zijn nog geen 2 jaar verstreken. Dat betekent dat een immateriële schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn niet aan de orde is.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr. H.D. Sebel, griffier, op 28 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Bijlage: Wettelijk kader
In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Artikel 2
1. De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, bedoeld in de WAO, de Waz en de hoofdstukken 2 en 3 van de Wajong, de beoordeling van duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben als bedoeld in de hoofdstukken 1a, 2 en 3, van de Wajong, de beoordeling van het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in de ZW en de beoordeling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in de Wet WIA, worden gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek.
2. Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien:
a. gedurende de periode waarin uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek blijkt dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden heeft;
(…)
5. Benutbare mogelijkheden als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid zijn alleen dan niet aanwezig indien:
a. betrokkene is opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet langdurige zorg, met uitzondering van een inrichting waar geestelijk gestoorde delinquenten van overheidswege verpleegd worden;
b. betrokkene bedlegerig is;
c. betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is; of
d. betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert dat hij psychisch niet zelfredzaam is.
Artikel 9
Bij bepaling van hetgeen betrokkene nog met arbeid kan verdienen worden de volgende regels in acht genomen:
a. in aanmerking wordt genomen die algemeen geaccepteerde arbeid waarmee betrokkene per uur het meest kan verdienen, waaronder mede wordt begrepen arbeid waarvoor bekwaamheden nodig zijn die algemeen gebruikelijk zijn en binnen zes maanden kunnen worden verworven, tenzij betrokkene niet over dergelijke bekwaamheden beschikt en als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek dergelijke bekwaamheden niet kan verwerven. Onder deze bekwaamheden worden ten minste verstaan mondelinge beheersing van de Nederlandse taal en eenvoudig computergebruik. Deze arbeid wordt nader omschreven in de vorm van ten minste drie verschillende in Nederland uitgeoefende functies. Deze functies vertegenwoordigen ieder ten minste drie arbeidsplaatsen. De gegevens met betrekking tot de in aanmerking genomen functies, met alle daaraan verbonden specifieke aspecten inzake belasting, beloning en opleidingseisen mogen op het moment van de datum waarop de ter gelegenheid van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling gegeven beschikking betrekking heeft, niet ouder zijn dan 24 maanden;
e. indien betrokkene zodanige kenmerken heeft, dat van een werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd hem in bepaalde arbeid te werk te stellen, blijft die arbeid bij de toepassing van onderdeel a buiten beschouwing;
Bijvoorbeeld de uitspraak van 25 september 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:1438) | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|