Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:5032 
 
Datum uitspraak:09-06-2026
Datum gepubliceerd:15-06-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:25/5200
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Afwijzing aanvraag Anw-uitkering. Eiser is voor minder dan 45% arbeidsongeschikt.
Trefwoorden:nabestaandenuitkering
tuinbouw
uitkering
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/5200

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en


de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (de SVB), verweerder


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.


1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Feiten en procesverloop

2. De echtgenote van eiser is op [datum] 2024 overleden. Eiser heeft, nadat hij een brief van de SVB had ontvangen waarin stond dat hij misschien een uitkering van de Anw kon krijgen, op 12 augustus 2024 een aanvraag daarvoor ingediend. In de aanvraag heeft hij aangekruist dat hij voor minimaal 45% arbeidsongeschikt is.


2.1.
Op verzoek van de SVB heeft het UWV een medisch en arbeidskundig onderzoek verricht naar de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser op [datum] 2024. Het UWV heeft de SVB geadviseerd eiser niet als arbeidsongeschikt in de zin van de Anw aan te merken. Vervolgens heeft de SVB met het besluit van 25 oktober 2024 (primair besluit) de aanvraag van eiser afgewezen.



2.2.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 25 augustus 2025 (bestreden besluit) heeft de SVB het bezwaar ongegrond verklaard.



2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens de SVB mr. A. Marijnissen.




Toetsingskader

3. Op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Anw heeft de nabestaande die arbeidsongeschikt is op en sinds de dag van overlijden van de verzekerde, recht op een nabestaandenuitkering.


3.1.
Het begrip arbeidsongeschiktheid is nader gedefinieerd in artikel 11 van de Anw. In dit artikel is bepaald dat arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken niet in staat is om met arbeid 55% te verdienen van hetgeen – kort gezegd – gezonde personen gewoonlijk verdienen. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat de wetgever met deze bepaling heeft willen aansluiten bij de omschrijving van het begrip arbeidsongeschiktheid in de arbeidsongeschiktheidswetten. Bij de toepassing van artikel 11 van de Anw wordt daarom, zo mogelijk, aansluiting gezocht bij de regelgeving en de rechtspraak over het begrip arbeidsongeschiktheid in die wetten.



3.2.
Het arbeidsongeschiktheidspercentage ziet op de mate waarin iemand verdiencapaciteit heeft verloren. Als iemand nog maar 55% kan verdienen, is diegene dus voor 45% arbeidsongeschikt.




Beoordeling door de rechtbank


Medische beoordeling


4. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts b&b van het UWV.


4.1.
De primaire verzekeringsarts heeft het dossier van eiser bestudeerd en hem gezien op het spreekuur van 23 september 2024. De verzekeringsarts heeft eiser psychisch en lichamelijk onderzocht. In de rapportage van 23 september 2024 heeft de verzekeringsarts opgenomen dat eiser sinds 2020 bekend is met duizeligheidsklachten en evenwichtsproblematiek, en dat hij sinds 2022 rugklachten heeft na een wervelfractuur. Er is een duidelijk en consistent verband tussen stoornis, belemmeringen en handicap. Volgens de verzekeringsarts is sprake van ziekte waaruit beperkingen ten aanzien van arbeid volgen. Eiser dient niet blootgesteld te worden aan gevaarlijke werksituaties zoals op grote hoogtes en bij open water. Daarnaast is eiser aangewezen op rugsparende werkzaamheden en dient langdurig boven schouderhoogte werkzaam zijn vermeden te worden in verband met de rugklachten. Het betreft een ziektebeeld zonder verdere behandelmogelijkheden. De arbeidsbeperkingen zijn duurzaam. De verzekeringsarts heeft de beperkingen van eiser neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 23 september 2024. Er zijn beperkingen opgenomen in de rubrieken Persoonlijk functioneren, Fysieke omgevingseisen, Dynamische handelingen en Statische houdingen.



4.2.
In bezwaar heeft de verzekeringsarts b&b het dossier bestudeerd, kennisgenomen van het bezwaarschrift en eiser gezien tijdens het spreekuur van 6 mei 2025. In de rapportage van 2 juni 2025 heeft de verzekeringsarts b&b geconcludeerd dat terecht is aangenomen dat eiser per datum in geding belastbaar is. Aanvullend wordt een beperking aangenomen op staan en staan tijdens werk vanwege de rugproblematiek en de ervaren belemmeringen zoals blijkt uit het medisch spreekuur in bezwaar. De verzekeringsarts b&b heeft de FML op 2 juni 2025 aangepast. Verder zijn de aangenomen beperkingen passend bij de aard en mate van de aandoeningen. Er is volgens de verzekeringsarts b&b geen aanleiding voor een medische urenbeperking.



4.3.
Eiser heeft tegen de medische beoordeling aangevoerd dat hij meer dan 45% arbeidsongeschikt is. Hij heeft veel last van duizelingen. Dit is volgens eiser een nasleep van een tweetal psychoses die hij in 2004 en 2007 heeft gehad. Daarnaast ervaart hij last van de nasleep van zijn wervelfractuur. Het lukt eiser niet om de hele dag te staan en hij is daardoor niet voor volle dagen inzetbaar. Eiser heeft altijd veel zwaar werk gedaan en na zijn wervelfractuur heeft hij voor zichzelf besloten te stoppen met zijn fysieke arbeid. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat het verlies van zijn echtgenote grote impact heeft en dat hij gelet op deze omstandigheden als arbeidsongeschikt moet worden aangemerkt.



4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medische onderzoek op zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Bij de beoordeling is rekening gehouden met alle door eiser naar voren gebrachte klachten, waaronder de duizelingen, rugklachten en psychoses. Het feit dat eiser klachten heeft en beperkingen ervaart, betekent niet zonder meer, dat er ook verzekeringsgeneeskundige beperkingen moeten worden aangenomen op basis van ziekte of gebrek. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiser op leeftijd is, gezondheidsklachten ervaart en het overlijden van zijn echtgenote zeer ingrijpend is, kan aan deze omstandigheden en (subjectieve) beleving in het wettelijke systeem voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid geen doorslaggevende betekenis worden gegeven. Voor het vaststellen van de beperkingen zijn namelijk alleen de medisch te objectiveren beperkingen van belang. Het is daarbij de specifieke deskundigheid van de verzekeringsarts (b&b) om op grond van de beschikbare medische gegevens de beperkingen tot het verrichten van arbeid vast te stellen. Eiser heeft geen medische informatie ingebracht die leidt tot twijfel aan de rapportage van de verzekeringsarts b&b en de vastgestelde beperkingen. De conclusies van de verzekeringsarts b&b kunnen daarom worden gevolgd. De rechtbank ziet geen reden om te stellen dat er andere of verdergaande beperkingen aangenomen hadden moeten worden.



4.5.
Evenmin ziet de rechtbank aanleiding om eiser te volgen in zijn stelling dat hij geen volle dagen kan werken (wat zou betekenen dat een urenbeperking moet worden aangenomen). De rechtbank overweegt dat een urenbeperking kan worden gesteld wanneer sprake is van een stoornis in de energiehuishouding, uit preventie of vanwege een verminderde beschikbaarheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b begrijpelijk uiteengezet waarom in het geval van eiser een urenbeperking niet aan de orde is. Volgens de verzekeringsarts b&b is er geen stoornis in de energiehuishouding door energietekort, omdat eiser een vrij gevuld dagverhaal heeft en niet hoeft te rusten of te slapen overdag. Bovendien heeft de verzekeringsarts b&b in de FML van 2 juni 2025 rekening gehouden met het feit dat eiser niet de gehele dag kan staan, door beperkingen aan te nemen op de aspecten 5.3 (Staan) en 5.4 (Staan tijdens het werk). Daarnaast is geen sprake van een aandoening waarbij een patroon tot grensoverschrijding bestaat of sprake is van zelfoverschatting of beperkt ziektebesef waarmee preventief een urenbeperking zou moeten worden aangenomen. Ten slotte is geen sprake van verminderde beschikbaarheid voor arbeid in verband met opname of deeltijdtherapie. De verzekeringsarts b&b heeft hiermee voldoende gemotiveerd waarom er geen urenbeperking hoeft te worden aangenomen.



4.6.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de beperkingen van eiser in de FML van 2 juni 2025 niet zijn onderschat. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid – geldend vanaf [datum] 2024 – zoals die is neergelegd in die FML.



4.7.
Na de zitting heeft eiser de rechtbank nog geïnformeerd over recente medische ontwikkelingen. Aangezien het onderzoek ter zitting al is gesloten, kan bij de beoordeling geen rekening worden gehouden met dit stuk. De rechtbank heeft hier ook geen aanleiding in gezien om het onderzoek te heropenen, aangezien de informatie geen betrekking heeft op de datum in geding (en eiser inmiddels, op 7 juli 2025, de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt).


Arbeidskundige beoordeling


5. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de arbeidsdeskundige beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arbeidsdeskundige en een arbeidsdeskundige b&b van het UWV.



5.1.
De arbeidsdeskundige heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: Productiemedewerker industrie (SBC-code 111180), Inpakker (SBC-code 111190) en Productiemedewerker confectie, kleermaken (SBC-code 272042). De arbeidsdeskundige heeft eveneens de functies Textielproductenmaker (SBC-code 111160) en Medewerker tuinbouw (SBC-code 111010) geschikt geacht. Op basis hiervan is de arbeidsdeskundige tot de conclusie gekomen dat eiser 0% arbeidsongeschikt is. Eiser kan 100% van het maatmaninkomen verdienen.



5.2.
De arbeidsdeskundige b&b concludeert dat er geen aanleiding is om af te wijken van de conclusie van de arbeidsdeskundige. Door de aanpassing van de FML in bezwaar is de geduide functie Inpakker (SBC-code 111190) komen te vervallen vanwege een overschrijding op de aspecten staan en staan tijdens het werk. In deze SBC-code heeft de arbeidsdeskundige b&b een vervangende passende functie gevonden. De overige vier geduide SBC-codes blijven gehandhaafd. Eiser blijft hiermee ongewijzigd minder dan 0% arbeidsongeschikt in de zin van de Anw.



5.3.
In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid van de conclusie van de arbeidsdeskundige b&b dat eiser geschikt moet worden geacht de geduide functies te verrichten. De enkele stelling dat hij hiertoe – onder andere gelet op zijn leeftijd – niet in staat is, is daarvoor onvoldoende. Zoals ter zitting is besproken, gaat het hierbij om de theoretische verdiencapaciteit. De arbeidskundige grondslag kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook standhouden.



5.4.
De rechtbank is van oordeel dat de SVB zich op basis van het advies van het UWV met het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 45% bedraagt. De SVB heeft de aanvraag van eiser dan ook terecht afgewezen.




Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen recht heeft op een Anw-uitkering. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van V.J. Wuijten, griffier, op 9 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.


Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 14 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3846, van 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1262 en van 12 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:75.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 16 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:106 en van 7 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1118.
Link naar deze uitspraak