|
|
|
| ECLI:NL:RBZWB:2026:6948 | | | | | Datum uitspraak | : | 27-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 03-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | | Zaaknummers | : | BRE 24/6927 | | Rechtsgebied | : | Belastingrecht | | Indicatie | : | Accijns / rode diesel | | Trefwoorden | : | belastingrecht | | | naheffingsaanslag | | | tuinbouw | | | | Uitspraak | RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6927
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de belastingdienst.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 20 september 2023.
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag accijns opgelegd, tot een bedrag van € 10.738 aan accijns en € 173 aan voorraadheffing. De inspecteur heeft bij gelijktijdige beschikking een verzuimboete opgelegd van € 1.091,10.
1.2.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende deels gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de boetebeschikking vernietigd.
1.3.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens belanghebbende, [gemachtigde] , tot bijstand vergezeld van zijn vader, en namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] .
1.5.
Naar aanleiding van wat op zitting is besproken, is belanghebbende in de gelegenheid gesteld nadere stukken te overleggen. Zij heeft dit gedaan bij bericht van 31 maart 2026. De inspecteur heeft daarop, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet binnen zes weken gereageerd. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en een schriftelijke uitspraak binnen zes weken aangekondigd.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht en niet tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
2.1.
De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren, de uitspraak op bezwaar betreffende de naheffingsaanslag vernietigen en de naheffingsaanslag verminderen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
3. Bestuurder en enig aandeelhouder van belanghebbende is [B.V.] Bestuurder en enig aandeelhouder van [B.V.] is [gemachtigde] .
3.1.
Belanghebbende verleent diensten voor de akker- en/of tuinbouw. Zij exploiteert een loonwerkbedrijf en een handelsonderneming.
3.2.
Op 4 mei 2022 heeft bij belanghebbende een controle in het kader van de accijnswetgeving plaatsgevonden. Van de inhoud van brandstofreservoirs (zogenoemde IBC’s) en werktuigen/voertuigen zijn in totaal 11 monsters genomen. De uitslagen monsteronderzoek zijn in alle gevallen rode diesel. Tijdens de controle heeft belanghebbende, op verzoek van de controleurs, afschriften overgelegd van facturen van inkoop van rode gasolie in België in het jaar 2022. Op basis van deze facturen is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd voor 21.780 liter.
Beoordeling
4. De rechtbank stelt vast dat een deel van de beroepsgronden van belanghebbende niet ziet op de in 3.2 bedoelde facturen. Aangezien de naheffingsaanslag enkel op basis van die facturen is opgelegd, kunnen de hiervoor bedoelde beroepsgronden niet leiden tot vermindering van de naheffingsaanslag. De rechtbank zal deze gronden daarom niet nader behandelen.
4.1.
Belanghebbende stelt dat zij in België rode diesel heeft getankt met werk- en voertuigen die zij heeft gebruikt voor in België uitgevoerde werkzaamheden. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft zij de in 1.5 bedoelde nadere stukken overgelegd. Deze stukken betreffen onder meer een aantal klantenbonnen ter zake van het in België tanken van gasolie. Een deel van deze klantenbonnen is (gedeeltelijk) niet leesbaar.
4.2.
Voor zover de in 4.1 bedoelde klantenbonnen leesbaar zijn, betreffen het alle klantenbonnen van ná 1 april 2022 (de datum waarop het tarief van de accijns is gewijzigd). Voor zover de bonnen leesbaar zijn, laten deze zich, voor zover relevant, als volgt samenvatten:
Datum waarop is getankt
Hoeveelheid getankte gasolie in liters
04-04-2022
154,47
13-04-2022
564,09
13-04-2022
570,72
13-04-2022
557,81
14-04-2022
581,00
14-04-2022
554,28
16-04-2022
301,51
19-04-2022
569,58
19-04-2022
575,91
21-04-2022
362,81
22-04-2022
364,41
25-04-2022
277,77
29-04-2022
657,43
29-04-2022
361,37
Totaal (afgerond)
6.454
De overige klantenbonnen zijn, voor zover leesbaar, van na 4 mei 2022, de datum van de in 3.2 bedoelde controle. De op deze klantenbonnen voorkomende gasolie is dus niet in de naheffingsaanslag begrepen.
4.3.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende de in 4.2 bedoelde klantenbonnen heeft ingebracht als bewijs van het tanken met werk- en voertuigen die zij zou hebben gebruikt voor in België uitgevoerde werkzaamheden. De inspecteur heeft niet weersproken dat die klantenbonnen zien op tanken met werk- en voertuigen die belanghebbende heeft gebruikt voor in België uitgevoerde werkzaamheden. Naar het oordeel van de rechtbank moet de naheffingsaanslag dan ook worden verminderd tot de over 15.326 liter rode diesel verschuldigde accijns. Dit komt neer op een vermindering van de naheffingsaanslag tot € 8.165 (€ 8.044 accijns en € 121 voorraadheffing).
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de inspecteur de door belanghebbende betaalde griffierecht van € 371 aan haar moet vergoeden.
5.1.
Dat belanghebbende voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten heeft gemaakt is gesteld noch aannemelijk geworden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende de naheffingsaanslag;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 8.165;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. Bogert, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|