|
|
|
| ECLI:NL:RBZWB:2026:9524 | | | | | Datum uitspraak | : | 02-10-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 09-10-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | | Zaaknummers | : | BRE 25/6101 | | Rechtsgebied | : | Belastingrecht | | Indicatie | : | 8:54; Beroep ongegrond, bezwaar terecht niet-ontvankelijk. | | Trefwoorden | : | belastingrecht | | | inkomstenbelasting | | | | Uitspraak | RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/6101
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 22 oktober 2025, waarin het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017 met aanslagnummer [aanslagnummer].H.76.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking.Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
3.1.
Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het bezwaarschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij het bestuursorgaan is ontvangen.
3.2.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de aanslag 6 augustus 2019 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 17 september 2019.
4.1.
De inspecteur heeft op 2 september 2024 een bezwaarschrift ontvangen. In dit bezwaarschrift wordt verwezen naar een eerder bezwaarschrift van 6 augustus 2019. De inspecteur beschikt niet over het bezwaarschrift van 6 augustus 2019.
4.2.
Belanghebbende heeft een schermafbeelding overgelegd waaruit volgens belanghebbende blijkt dat het bezwaarschrift op 6 augustus 2019 digitaal is opgesteld en opgeslagen. Belanghebbende stelt dat inconsistenties in de correspondentie van de inspecteur de betrouwbaarheid van de interne registratie van correspondentie bij de Belastingdienst aantast en het daardoor aannemelijk is dat het eerste bezwaarschrift niet correct is verwerkt. Belanghebbende heeft op 6 augustus 2019 contact gehad met de Bond van Belastingbetalers en verwijst in deze correspondentie naar de verwerving en ontvangst van het door belanghebbende toegepaste modelbezwaarschrift. Het voorgaande zou de tijdige indiening van het bezwaarschrift aannemelijk maken, aldus belanghebbende.
4.3.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende er niet in is geslaagd de verzending van de brief van 6 augustus 2019 met objectieve gegevens aannemelijk te maken. De omstandigheid dat het bezwaarschrift digitaal is opgesteld en opgeslagen, alsmede dat contact heeft plaatsgevonden met de Bond voor Belastingbelasters, ziet op het opstellen van het bezwaarschrift en niet op de verzending van het bezwaarschrift en levert dan ook geen bewijs op dat het bezwaarschrift daadwerkelijk is verzonden.
4.4.
De door belanghebbende gestelde inconsistenties in de correspondentie van de inspecteur hebben betrekking op een periode na afloop van de bezwaartermijn en kunnen daarom niet afdoen aan de conclusie dat niet aannemelijk is gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig is verzonden.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. De rechtbank is niet gebleken van niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden die tot gevolg hadden dat het bezwaarschrift na de termijn is ingediend. De rechtbank volgt belanghebbende niet in de stelling dat de termijnoverschrijding enkel is gelegen in de registratie / verwerking bij de Belastingdienst. Hiervoor heeft de rechtbank immers geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende het bezwaar daadwerkelijk heeft verzonden. De rechtbank acht ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. Het had op de weg van belanghebbende gelegen om eerder contact met de inspecteur op te nemen over het bezwaarschrift met dagtekening 6 augustus 2019.
Conclusie en gevolgen
6. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier.
griffier rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.
Dit volgt uit artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|