|
|
|
| ECLI:NL:RVS:2026:1411 | | | | | Datum uitspraak | : | 11-03-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 11-03-2026 | | Instantie | : | Raad van State | | Zaaknummers | : | 202103815/1/R2 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Bij het besluit van 30 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Venray besloten het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Spurkt" niet vast te stellen. Greenport Venlo is het niet eens met dit besluit, onder meer omdat de raad volgens haar niet heeft gemotiveerd waarom het ruimtelijk ongewenst is om grootschalige bedrijvigheid in het plangebied mogelijk te maken. Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan "De Spurkt" voorzien in de realisatie van een nieuw bedrijventerrein van ongeveer 30 ha op de locatie ten noorden van Venray, direct ten noorden van het bestaande bedrijventerrein "Smakterheide". Volgens de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan kent het plangebied een overwegend agrarisch karakter en wordt het gekenmerkt door een grote mate van openheid. | | Trefwoorden | : | agrarisch | | | bestemmingsplan | | | | Uitspraak | 202103815/1/R2.
Datum uitspraak: 11 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
B.V. Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, gevestigd in Venlo,
appellante,
en
de raad van de gemeente Venray,
verweerder.
Procesverloop
Bij het besluit van 30 maart 2021 heeft de raad besloten het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Spurkt" niet vast te stellen.
Tegen dit besluit heeft Greenport Venlo beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De raad heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 23 januari 2026, waar Greenport Venlo, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. D. Sietses, advocaat in Heerenveen, en de raad, vertegenwoordigd door M. Schreven, M. van der Meer en mr. M.J.M. Godschalk, bijgestaan door mr. R.N. van der Velde, advocaat in Den Haag, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het beroep is het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van het besluit van 30 maart 2021 bepalend.
Inleiding
2. Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan "De Spurkt" voorzien in de realisatie van een nieuw bedrijventerrein van ongeveer 30 ha op de locatie ten noorden van Venray, direct ten noorden van het bestaande bedrijventerrein "Smakterheide" (hierna: het plangebied). Volgens de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan kent het plangebied een overwegend agrarisch karakter en wordt het gekenmerkt door een grote mate van openheid.
3. De ontwerpplannen voorzien in kavels voor middelgrote en grootschalige bedrijven. Daartoe kent het ontwerpbestemmingsplan aan de gronden van het plangebied onder andere de bestemmingen "Bedrijf" en "Groen" en de functieaanduidingen "bedrijf tot en met categorie 4.1" en "bedrijf tot en met categorie 4.2" toe.
4. Bij het besluit van 30 maart 2021 heeft de raad besloten het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Spurkt" niet vast te stellen. De raad heeft hiervoor verschillende argumenten gegeven, waaronder het argument dat de raad het ruimtelijk ongewenst acht dat grootschalige bedrijven zich zullen vestigen in het plangebied.
5. Greenport Venlo is het niet eens met dit besluit, onder meer omdat de raad volgens haar niet heeft gemotiveerd waarom het ruimtelijk ongewenst is om grootschalige bedrijvigheid in het plangebied mogelijk te maken.
Toetsingskader
6. Bij het besluit over de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsruimte en moet hij de betrokken belangen afwegen. De Afdeling maakt die belangenafweging niet zelf, maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.
Belang bij inhoudelijke behandeling van het beroep
7. De raad stelt zich op het standpunt dat Greenport Venlo geen procesbelang meer heeft, omdat ten aanzien van de gronden in het plangebied inmiddels een ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan is vastgesteld dat volgens de raad tegemoet komt aan de wens van Greenport Venlo om een bedrijventerrein te ontwikkelen. Voor zover Greenport Venlo schade zou hebben geleden als gevolg van het besluit om het bestemmingsplan en het exploitatieplan niet vast te stellen, wijst de raad erop dat daarover een civielrechtelijke discussie tussen de gemeente en Greenport Venlo loopt die volgens de raad buiten de reikwijdte van deze procedure valt.
7.1. Greenport Venlo heeft op de zitting gesteld procesbelang te hebben, omdat het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan niet tegemoetkomt aan haar wens voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein voor met name grootschalige bedrijven. Ook heeft Greenport Venlo gesteld schade te hebben geleden als gevolg van het besluit om het bestemmingsplan en het exploitatieplan niet vast te stellen.
7.2. De Afdeling is van oordeel dat Greenport Venlo tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt dat zij schade heeft geleden als gevolg van de weigering van de raad om het bestemmingsplan en het exploitatieplan vast te stellen. Alleen al daarom heeft zij belang bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit van 30 maart 2021.
Beoordeling beroep
8. Greenport Venlo betoogt dat de raad niet goed heeft gemotiveerd waarom hij de vestiging van grootschalige bedrijvigheid in het plangebied niet wenselijk acht. Greenport Venlo voert hierover aan dat de raad niet heeft gemotiveerd waarom de conclusie in de ruimtelijke onderbouwing van het ontwerpbestemmingsplan dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, niet juist zou zijn. Greenport Venlo voert ook aan dat de raad in de mede door hem vastgestelde Visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg als speerpunt heeft opgenomen dat met name voor grootschalige bedrijven doorgroei wordt gezien in Venray.
8.1. De raad heeft onder verwijzing naar het rapport "LDV De Spurkt" van 28 oktober 2020, opgesteld door Stec groep, gemotiveerd dat binnen de gemeente naast een behoefte aan grote bedrijfskavels, ook behoefte aan kleinere kavels van maximaal 2 ha bestaat. De kavelgrootte die is vastgelegd in het ontwerpexploitatieplan sluit volgens de raad niet aan bij deze behoeftevraag, omdat het overgrote deel van de uitgeefbare kavels groter is dan 2 ha. Ook biedt het ontwerpexploitatieplan de mogelijkheid om aan elkaar grenzende kavels in één uitgifteveld samen te voegen, zodat de situatie kan ontstaan dat géén van de uit te geven kavels een oppervlakte tot 2 ha zou hebben. Gelet hierop is volgens de raad aannemelijk dat alleen grootschalige bedrijven zich op het bedrijventerrein zullen vestigen. Dit is volgens de raad onwenselijk, omdat door het massale karakter van de daarmee voorziene bebouwing een verdichting en verdozing in het plangebied zal plaatsvinden die een veel grotere invloed op het landschap heeft dan de komst van kleinschaliger bedrijven. De raad heeft ook toegelicht dat, als in het plangebied niet kan worden voorzien in de behoefte van kleinschalige bedrijven aan kavels tot maximaal 2 ha, elders in de gemeente nieuwe gronden voor deze bedrijven zouden moeten worden bestemd om aan die behoefte tegemoet te komen. Mede gelet op het al bestaande oppervlak aan bedrijventerreinen binnen het grondgebied van de gemeente acht de raad dit niet gewenst.
8.2. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich met bovenstaande motivering op het standpunt heeft mogen stellen dat hij de vestiging van alleen grootschalige bedrijven in het plangebied niet in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening. Dat in de Visie Bedrijventerreinen
Noord-Limburg is vermeld dat voor grootschalige bedrijvigheid doorgroei wordt gezien in Venray, zoals Greenport Venlo naar voren heeft gebracht, doet hier niet aan af, alleen al omdat hierin geen verplichting is opgenomen om in het plangebied te voorzien in een bedrijventerrein voor alleen grootschalige bedrijven.
9. De motivering van de raad kan alleen al hierom het besluit om het bestemmingsplan en het exploitatieplan niet vast te stellen, dragen. De overige beroepsgronden van Greenport Venlo hoeven dan ook geen bespreking meer.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond.
11. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzitter, en mr. G.O. van Veldhuizen en mr. J.F.de Groot, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.T. Schipper, griffier.
w.g. Besselink
voorzitter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026
1075 | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|