Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:CBB:2026:4 
 
Datum uitspraak:13-01-2026
Datum gepubliceerd:13-01-2026
Instantie:College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummers:24/538
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Handelsregisterbesluit 2008. De KvK heeft op goede gronden de eerder in het handelsregister doorgevoerde wijzigingen herroepen, omdat bij haar gerede twijfel bestond over de juistheid van de gedane opgave.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
Wetreferenties:Handelsregisterbesluit 2008
 
Uitspraak
uitspraak












COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/538

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , te [woonplaats 1] ( [naam 1] )

en

de Kamer van Koophandel (KvK)
(gemachtigde: mr. J.M. Veldman)

met als derde partijen


[naam 2]
, te [woonplaats 2] , en[naam 3], te [woonplaats 3] .




Procesverloop

Op 22 december 2023, respectievelijk 4 en 11 januari 2024 heeft de KvK een opgave van [naam 1] ingeschreven in het handelsregister (primaire besluiten).

Met het besluit van 22 april 2024 (bestreden besluit) heeft de KvK het bezwaar van de derde partijen gegrond verklaard, de primaire besluiten herroepen en de inschrijving dienovereenkomstig aangepast.


[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De KvK heeft een verweerschrift ingediend.

De derde partijen hebben een reactie ingediend en daarna een nader stuk.

De zitting was op 15 oktober 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 1] vergezeld van mr. [naam 4] , de gemachtigde van de KvK en [naam 2] namens de derde partijen.




Overwegingen


Inleiding



1.1
Dit geschil gaat over de vraag of de KvK terecht de eerder doorgevoerde wijzigingen in het handelsregister heeft herroepen, omdat bij haar gerede twijfel bestond over de juistheid van de opgave.



1.2
Het College gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.



1.3
Op 22 september 2011 is de Stichting Administratiekantoor [naam 5] (STAK [naam 5] ) opgericht. Per dezelfde datum zijn de administratievoorwaarden opgesteld en heeft [naam 1] 180 geplaatste aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam 5] B.V. ingebracht in STAK [naam 5] . Deze heeft vervolgens 180 certificaten van aandelen aan [naam 1] gegeven, corresponderend met de door [naam 1] geleverde aandelen. [naam 1] is vanaf 22 september 2011 enig certificaathouder van STAK [naam 5] . STAK [naam 5] is dus enig aandeelhouder van [naam 5] B.V. De besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid [naam 5] B.V. en [naam 6] Holding B.V. zijn aandeelhouders van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam 7] B.V.



1.4

[naam 1] heeft op 31 mei 2023, als enig certificaathouder van STAK [naam 5] , zelfstandig een algemene vergadering van certificaathouders bijeengeroepen. Tijdens deze vergadering is ontslag verleend aan [naam 2] als statutair directeur en is [naam 1] als statutair directeur benoemd. Wat betreft [naam 5] B.V. is eenzelfde procedure gevoerd en aan [naam 2] ontslag verleend als directeur. [naam 1] is als directeur benoemd. Ook met betrekking tot [naam 7] B.V. is een identieke procedure gevolgd en is aan [naam 2] en [naam 3] ontslag verleend als directeuren en is [naam 1] als directeur benoemd.



1.5
Op 31 mei 2023 heeft [naam 1] de KvK verzocht om de ontslag- en benoemingsbesluiten door te voeren in het handelsregister. Deze wijzigingen heeft de KvK doorgevoerd. [naam 2] en [naam 3] zijn hiertegen in bezwaar gegaan. Met het besluit van 17 oktober 2023 heeft de KvK het bezwaar van [naam 2] en [naam 3] gegrond verklaard, waardoor de wijzigingen zijn teruggedraaid. Volgens de KvK bestond er gerede twijfel aan de juistheid van de opgave. Tegen dit besluit van de KvK is geen beroep ingesteld.



1.6
In reactie op het besluit van 17 oktober 2023 heeft [naam 1] op 24 november 2023 als directie van STAK [naam 5] en de twee vennootschappen namens de certificaat- en aandeelhouders [naam 2] uitgenodigd voor het bijwonen van bijzondere certificaat- en aandeelhoudersvergaderingen op 15 december 2023. Als onderwerp van de vergadering is gemeld dat het ging om het bekrachtigen van [naam 2] ’ ontslag als directeur bij STAK [naam 5] , [naam 5] B.V. en [naam 7] B.V. Op 24 november 2023 is eenzelfde bericht aan [naam 3] gestuurd (voor wat betreft [naam 7] B.V.). Op 14 december 2023 heeft [naam 2] aan [naam 1] bericht dat hij niet aanwezig zal zijn bij de vergaderingen. [naam 3] heeft niet op de uitnodiging gereageerd en was evenmin aanwezig. Tijdens de vergaderingen zijn genoemde besluiten bekrachtigd.



1.7

[naam 1] heeft de KvK andermaal verzocht de wijzigingen door te voeren in het handelsregister. Met de besluiten van 22 december 2023, 4 januari 2024 respectievelijk 11 januari 2024 (primaire besluiten) heeft de KvK de verzochte wijzigingen opgenomen in het handelsregister. Tegen deze besluiten hebben [naam 2] en [naam 3] bezwaar gemaakt. Met het besluit van 22 april 2024 (bestreden besluit) heeft de KvK de bezwaren gegrond verklaard. De primaire besluiten zijn herroepen en de eerder doorgevoerde wijzigingen zijn teruggedraaid. Volgens de KvK was de opgave weliswaar bevoegdelijk gedaan, maar bestond er bij haar gerede twijfel aan de juistheid van de opgave. Zo was voor STAK [naam 5] niet voldaan aan de zes-wekentermijn die tussen het bijeenroepen en de datum van de vergadering moet liggen. Omdat de eerdere ontslag- en benoemingsbesluiten volgens de KvK nietig waren in de zin van artikel 2:14 van het Burgerlijk Wetboek (BW), kan bekrachtiging op grond van artikel 2:14, tweede lid, van het BW alleen plaatsvinden door een ander dan degene die het besluit heeft genomen. Volgens de KvK hebben zowel [naam 2] als [naam 3] aangegeven de besluiten niet te bekrachtigen. Tot slot kwam de ingevulde datum op de opgave (15 december 2023) niet overeen met de ingangsdata van ontslag en benoeming (31 mei 2023). Als [naam 1] bedoeld zou hebben om nieuwe rechtsgeldige ontslag- en benoemingsbesluiten per 15 december 2023 te nemen, dan stond dit niet op de agenda van de vergaderingen en was het niet mogelijk om deze besluiten te nemen.



1.8
Het beroep van [naam 1] richt zich tegen dit besluit van 22 april 2024.


Wettelijk kader


2 Het toepasselijke wettelijk kader bestaat uit relevante bepalingen uit het Handelsregisterbesluit 2008, het BW, de statuten van de stichting en van de twee vennootschappen. Deze zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt onderdeel uit van de uitspraak.


Standpunten partijen




[naam 1]



3 Hoewel volgens [naam 1] geen sprake is van nietige besluiten, maar van vernietigbare besluiten in de zin van artikel 2:15 van het BW, is hij niet in beroep gegaan tegen het besluit van de KvK van 17 oktober 2023. [naam 1] heeft er voor gekozen vergaderingen van certificaat- en aandeelhouders bijeen te roepen om de besluiten te laten bekrachtigen. Volgens [naam 1] is hij in alle gevallen rechtsgeldig benoemd tot bestuurder / directeur op grond van artikel 4 van de statuten van STAK [naam 5] , respectievelijk artikel 13, vijfde lid, van de statuten van de vennootschappen. Ten aanzien van de oproeptermijnen stelt [naam 1] dat de KvK ten onrechte een zes-wekentermijn hanteert voor STAK [naam 5] . Artikel 7, vierde lid, van de statuten van STAK [naam 5] bepaalt immers een oproeptermijn van tien dagen. Voor de vergaderingen van de vennootschappen geldt een oproeptermijn van vijftien dagen (artikel 19, eerste lid, van de statuten van de twee vennootschappen). In beide gevallen is hier dus aan voldaan: het bestuur heeft namens de certificaathouders op 24 november 2023 een uitnodiging voor een op 15 december 2023 te houden vergadering verzonden, waarbij de oproeptermijn van 10 c.q. 15 dagen is gerespecteerd.


De KvK


4 De KvK stelt zich op het standpunt dat zij terecht heeft besloten dat sprake is van gerede twijfel omtrent de juistheid van de opgave.


Derde partijen


5 De derde partijen voeren aan dat [naam 2] nog steeds enig certificaathouder en enig bestuurder is van STAK [naam 5] en [naam 5] B.V. [naam 2] en [naam 3] zijn volgens hen de bestuurders van [naam 7] B.V..


Beoordeling door het College



Heeft de KvK de opgaven van [naam 1] terecht teruggedraaid?




6.1
Het College ziet zich voor de vraag gesteld of de KvK bij het bestreden besluit gerede twijfel kon hebben over de juistheid van de opgaven van [naam 1] . Het College beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.



6.2
Op grond van artikel 4, eerste lid, van het Handelsregisterbesluit 2008 rust op de KvK een onderzoeksplicht ten aanzien van de juistheid van een opgave. Zoals het College eerder heeft overwogen (uitspraak van 17 mei 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:242)) moet de KvK in dit verband onderzoeken of er aanwijzingen zijn voor de mogelijke onjuistheid van de opgave. De KvK dient bij de door [naam 1] gedane opgaven dus te bezien of deze opgaven steunen op geldige besluiten van de algemene ledenvergadering van de ondernemingen. Dit betekent dat de KvK bij het bestreden besluit diende te onderzoeken of de vergaderingen rechtsgeldig bijeengeroepen zijn en of de door [naam 1] gedane opgaven steunen op rechtsgeldige ontslag- en benoemingbesluiten van de rechtspersonen.



6.3
Op de zitting heeft het College vastgesteld dat het besluit van 17 oktober 2023, waarmee de KvK de eerste opgaven van [naam 1] van 31 mei 2023 heeft teruggedraaid, onherroepelijk is geworden. [naam 1] is immers niet opgekomen tegen dit besluit. Dat betekent dat het besluit van 17 oktober 2023 in rechte vaststaat en in deze procedure niet meer ter discussie kan staan. Bij de nieuwe opgaven van [naam 1] in december 2023 en januari 2024 en het bestreden besluit dat in dit beroep voorligt, diende de KvK dus uit te gaan van de registraties in het handelsregister ten aanzien van de rechtspersonen zoals deze waren vóór 31 mei 2023. Dit betekent dat [naam 2] bestuurder is van STAK [naam 5] en van [naam 5] B.V. (en niet [naam 1] ) en dat [naam 2] en [naam 3] bestuurders zijn van [naam 7] B.V. (en niet [naam 1] ). Omdat het besluit van 17 oktober 2023 in rechte vaststaat en [naam 1] daarna vergaderingen bijeengeroepen heeft met het oog op de bekrachtiging van de eerdere besluiten, zal het College zich in deze procedure niet uitlaten over de vraag of de ontslag- en benoemingsbesluiten waar het besluit van 17 oktober 2023 op zag, nietig dan wel vernietigbaar zijn. De gronden van [naam 1] die hierop zien, treffen daarom geen doel.



6.4
Het College moet in deze procedure beoordelen of de KvK zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat zij gerede twijfel had over de rechtsgeldigheid van de bekrachtiging van de ontslag- en benoemingsbesluiten, omdat die bekrachtiging ten grondslag ligt aan de opgaven van [naam 1] uit december 2023 en januari 2024. Daartoe overweegt het College als volgt.



6.5
Op grond van de artikelen 19 van de statuten van de twee vennootschappen en op grond van artikel 10, eerste lid, van de statuten van STAK [naam 5] worden algemene vergaderingen van aandeelhouders / certificaathouders minimaal eenmaal per jaar gehouden of zo dikwijls daartoe door het bestuur wordt opgeroepen. Een dergelijke (bijzondere) vergadering kan ook op verzoek van certificaat- of aandeelhouders bijeen worden geroepen. Wanneer het bestuur geen gehoor geeft aan dit verzoek, kunnen de verzoeker(s) op grond van de artikelen 26 van de statuten van de twee vennootschappen en artikel 10, eerste lid, van de statuten van STAK [naam 5] zelf een vergadering bijeenroepen in plaats van het bestuur. In het geval van STAK [naam 5] kan dit wanneer het bestuur niet binnen zes weken na het verzoek een vergadering heeft opgeroepen en gehouden. Voor de twee vennootschappen bedraagt deze termijn 21 dagen. Daarnaast dienen de onderwerpen die op de betreffende vergaderingen worden behandeld (agenda), met inachtneming van voornoemde termijn, te worden aangekondigd.



6.6
Niet in geschil is dat [naam 1] bij brief van 24 november 2023 als ‘de directie ( [naam 1] )’ namens de certificaat- en aandeelhouders, [naam 2] heeft uitgenodigd voor het bijwonen van een bijzondere vergadering van certificaathouders van STAK [naam 5] en de bijzondere aandeelhoudersvergaderingen van de twee vennootschappen op 15 december 2023. Als onderwerp van de vergadering is vermeld dat het ging om het bekrachtigen van [naam 2] ’ ontslag als directeur bij STAK [naam 5] en de twee vennootschappen. Op 24 november 2023 is eenzelfde bericht ook aan [naam 3] gestuurd (voor [naam 7] B.V.). Op 14 december 2023 heeft [naam 2] aan [naam 1] bericht dat hij niet aanwezig zal zijn bij de vergaderingen. [naam 3] heeft niet gereageerd op de uitnodiging.



6.7
Naar het oordeel van het College heeft de KvK terecht kunnen concluderen dat zij gerede twijfel heeft ten aanzien van de rechtsgeldigheid van deze besluiten, omdat er gebreken aan kleven. Ten eerste is ten aanzien van STAK [naam 5] inderdaad niet voldaan aan de zes-weken bijeenroepingstermijn die op grond van artikel 10, tweede lid, van de statuten van STAK [naam 5] geldt voor het bijeenroepen van de vergadering. Anders dan [naam 1] stelt, is de oproeptermijn van 10 dagen op grond van artikel 7, vierde lid, van de statuten van STAK [naam 5] hier niet van toepassing. [naam 1] was immers ten tijde van de bijeenroeping niet de directie, maar slechts certificaathouder. [naam 1] werd pas bevoegd om zelf een vergadering bijeen te roepen nadat het bestuur ( [naam 2] ) na zes weken geen gehoor had gegeven aan de oproep van [naam 1] om een vergadering bijeen te roepen. Op de zitting heeft [naam 1] desgevraagd bevestigd dat naast de brief van 24 november 2023 geen andere (eerdere) brief aan [naam 2] is verzonden. Daarmee staat vast dat aan het bekrachtigingsbesluit dat ten grondslag ligt aan de opgave van [naam 1] ten aanzien van STAK [naam 5] een gebrek kleeft. Voor de twee vennootschappen is wel aan de bijeenroepingstermijn voldaan. Ten tweede oordeelt het College dat [naam 1] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ontslag- en benoemingsbesluiten van zowel STAK [naam 5] als de twee vennootschappen ter vergadering van 15 december 2023 zijn bekrachtigd door een ander orgaan dan het orgaan dat de besluiten eerder had genomen, zoals artikel 2:14, tweede lid, van het BW vereist. [naam 1] heeft hier geen stukken van overgelegd en geen onderbouwing voor gegeven. [naam 2] heeft (mede namens [naam 3] ) aangegeven de ontslag- en benoemingsbesluiten niet te bekrachtigen. Dit standpunt heeft [naam 2] op de zitting herhaald. Omdat hiermee al vaststaat dat er gerede twijfel bestaat of de aan de opgave ten grondslag liggende besluiten van STAK [naam 5] en de twee vennootschappen rechtsgeldig zijn, kan de vraag of de KvK terecht een derde gebrek heeft aangenomen, namelijk dat de ingevulde datum op de opgave (15 december 2023) niet overeen kwam met de ingangsdata van ontslag en benoeming (31 mei 2023), buiten beschouwing blijven.



6.8
Het College oordeelt dan ook dat de KvK inderdaad gerede twijfel kon hebben ten aanzien van de juistheid van de opgaven van [naam 1] . Om die reden heeft de KvK haar eerdere besluiten op goede gronden herroepen en de wijzigingen in het handelsregister op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het Handelsregisterbesluit 2008 teruggedraaid.



6.9
De beroepsgrond slaagt niet. Het bestreden besluit blijft in stand.


Slotsom


7 Het beroep is ongegrond.

8 De KvK hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing


Het College verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. C. de Kruif, in aanwezigheid van J. Bustin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.






w.g. C. de Kruif w.g. J. Bustin









Bijlage


Burgerlijk Wetboek

Boek 2
Artikel 14, eerste en tweede lid
1. Een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, is nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.
2. Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de statuten voorgeschreven voorafgaande handeling van of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.

Artikel 15, eerste lid, onder a en tweede lid
1. Een besluit van een orgaan van een rechtspersoon is, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar:
a. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen;
2. Tot de bepalingen als bedoeld in het vorige lid onder a, behoren niet die welke de voorschriften bevatten waarop in artikel 14 lid 2 wordt gedoeld.


Handelsregisterbesluit 2008

Artikel 4, eerste en derde lid
1. De Kamer onderzoekt of een opgave afkomstig is van iemand die tot het doen ervan bevoegd is, en of de opgave juist is, […].
3. Indien de Kamer ervan overtuigd is dat de opgave is gedaan door iemand die tot het doen ervan bevoegd is en van oordeel is dat de opgave juist is, gaat zij onverwijld over tot inschrijving.

Artikel 5, eerste lid en tweede lid, onder e
1. De Kamer weigert om tot inschrijving over te gaan indien zij er niet van overtuigd is dat de opgave afkomstig is van een tot opgave bevoegd persoon.
2. De Kamer kan weigeren om tot inschrijving over te gaan indien:
[…]
e. de Kamer gerede twijfel heeft over de juistheid van de opgave.


Statuten Stichting Administratiekantoor [naam 5]

Artikel 4, derde lid
3. De bestuurders worden benoemd door de vergadering van certificaathouders.

Artikel 5, onder e
Het bestuurslidmaatschap eindigt:
e. door ontslag hem verleend door de vergadering van certificaathouders.

Artikel 10, eerste en tweede lid
1. Vergaderingen van certificaathouders zullen ten minste één maal per jaar worden gehouden, voorts zo dikwijls het bestuur zulks nodig oordeelt of indien de certificaathouders, vertegenwoordigende een zodanig aantal certificaten als overeenkomt met ten minste tien procent (10%) van het in administratie genomen gedeelte van het geplaatste kapitaal van de vennootschap, zulks aan het bestuur verzoeken. Indien het bestuur aan zodanig verzoek geen gehoor geeft zodanig dat de vergadering wordt opgeroepen en gehouden binnen zes weken na het verzoek, zijn de verzoekers in dat geval zelf bevoegd de vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de oproepingsformaliteiten. In alle overige gevallen worden de vergaderingen van certificaathouders door het bestuur bijeengeroepen.
2. De oproeping geschiedt schriftelijk en vermeldt de plaats en het tijdstip van aanvang van de vergadering alsmede de agenda. De termijn van oproeping bedraagt ten minste tien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. Geen andere agendapunten dan die welke in de oproeping zijn vermeld, kunnen ter vergadering worden behandeld.
Niettemin kunnen, indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen in een vergadering waarin alle certificaathouders tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn, onverminderd het bepaalde in lid 9 van dit artikel.


Statuten [naam 5] B.V.

Artikel 13, vijfde en zesde lid
5. De directeuren worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders en kunnen door haar te allen tijde worden geschorst en ontslagen.
6. Een besluit tot schorsing of ontslag van een directeur kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende meer dan de helft van het geplaatste kapitaal.

Artikel 19, eerste en derde lid
1. De algemene vergaderingen van aandeelhouders worden bijeengeroepen door de directie, die daartoe minstens vijftien dagen vóór de vergadering bij brief, gericht aan de adressen vermeld in het register van aandeelhouders, kennis geeft aan aandeelhouders en certificaathouders.
3. Omtrent onderwerpen waarvan de behandeling niet bij de oproeping of op dezelfde wijze is aangekondigd met inachtneming van de voor de oproeping gestelde termijn, kan niet wettig worden besloten, tenzij het besluit met algemene stemmen wordt genomen in een vergadering, waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.

Artikel 25
Buitengewone algemene vergaderingen van aandeelhouders worden gehouden zo dikwijls één van de leden van de directie dan wel één of meer aandeelhouders en/of certificaathouders, tezamen vertegenwoordigende ten minste één tiende deel van het geplaatste kapitaal, zulks gewenst achten.

Artikel 26
1. De betreffende personen, bedoeld in het vorige artikel, geven van hun verlangen tot het houden van een algemene vergadering van aandeelhouders schriftelijk kennis aan de directie, die verplicht is binnen één en twintig dagen na ontvangst van die kennisgeving een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen, te houden uiterlijk één en twintig dagen na die oproeping. Aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek wordt voldaan indien het verzoek elektronisch is vastgelegd.
2. Geschiedt de oproeping niet binnen de gestelde termijn, dan kunnen aanvragers zelf een vergadering bijeenroepen, te houden binnen één maand na de door hen gedane oproeping, welke vergadering dezelfde bevoegdheid heeft als de door de directie bijeengeroepen vergadering. Deze vergadering voorziet zelve in haar leiding.
3. Oproepingen tot vergaderingen, gehouden conform lid 2 van dit artikel geschieden overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.


Statuten [naam 7] B.V.

Artikel 13, vijfde en zesde lid
5. De directeuren worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders en kunnen door haar te allen tijde worden geschorst en ontslagen.
6. Een besluit tot schorsing of ontslag van een directeur kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende meer dan de helft van het geplaatste kapitaal.

Artikel 19, eerste en derde lid
1. De algemene vergaderingen van aandeelhouders worden bijeengeroepen door de directie, die daartoe minstens vijftien dagen vóór de vergadering bij brief, gericht aan de adressen vermeld in het register van aandeelhouders, kennis geeft aan aandeelhouders en certificaathouders.
3. Omtrent onderwerpen waarvan de behandeling niet bij de oproeping of op dezelfde wijze is aangekondigd met inachtneming van de voor de oproeping gestelde termijn, kan niet wettig worden besloten, tenzij het besluit met algemene stemmen wordt genomen in een vergadering, waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.

Artikel 25
Buitengewone algemene vergaderingen van aandeelhouders worden gehouden zo dikwijls één van de leden van de directie dan wel één of meer aandeelhouders en/of certificaathouders, tezamen vertegenwoordigende ten minste één/tiende deel van het geplaatste kapitaal, zulks gewenst achten.

Artikel 26
1. De betreffende personen, bedoeld in het vorige artikel, geven van hun verlangen tot het houden van een algemene vergadering van aandeelhouders schriftelijk kennis aan de directie, die verplicht is binnen één en twintig dagen na ontvangst van die kennisgeving een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen, te houden uiterlijk één en twintig dagen na die oproeping. Aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek wordt voldaan indien het verzoek elektronisch is vastgelegd.
2. Geschiedt de oproeping niet binnen de gestelde termijn, dan kunnen aanvragers zelf een vergadering bijeenroepen, te houden binnen één maand na de door hen gedane oproeping, welke vergadering dezelfde bevoegdheid heeft als de door de directie bijeengeroepen vergadering. Deze vergadering voorziet zelve in haar leiding.
3. Oproepingen tot vergaderingen, gehouden conform lid 2 van dit artikel geschieden overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.
Link naar deze uitspraak