Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBLIM:2025:12952 
 
Datum uitspraak:24-12-2025
Datum gepubliceerd:15-01-2026
Instantie:Rechtbank Limburg
Zaaknummers:11419008 CV EXPL 24-590 11419008 CV EXPL 24-590
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Zakelijke rechten; beperkte rechten; appartementsrechten
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
geluidshinder
huurovereenkomst
omgevingsvergunning
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
LIMBURG


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11419008 \ CV EXPL 24 -5900


Vonnis van 24 december 2025


in de zaak van




1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] , 2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,3. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3],
4. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 4],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
gemachtigde: mr. M.C.G. Nijssen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PANTELIS GROUP B.V.,
gevestigd te Maastricht,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. M. Delnoy-Garske en mr. J.F.M. Sondeijker,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOTEL MERICI SITTARD B.V.,
gevestigd te Sittard , gemeente Sittard -Geleen,
gedaagde in conventie,
gemachtigde: mr. M.M.M. Rooijen en mr. D.E.M.P.J. Reijnart.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , Pantelis en Merici worden genoemd.




1De procedure


1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 september 2025, waarbij de descente en aaneensluitende mondelinge behandeling zijn bepaald
- het schrijven van de griffie van 2 oktober 2025, waarin is meegedeeld dat de descente en mondelinge behandeling geen doorgang vinden en partijen worden verzocht hun verhinderdata op te geven
- de opgave verhinderdata van Pantelis van 3 oktober 2025
- de opgave verhinderdata van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 3 oktober 2025
- de aanvullende opgave verhinderdata van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 3 oktober 2025
- de opgave verhinderdata van Merici van 6 oktober 2025
- het schrijven van de griffie van 6 oktober 2025, waarin is meegedeeld dat de descente en mondelinge behandeling plaats zullen vinden op 24 oktober 2025
- de akte overlegging aanvullende producties van 13 oktober 2025 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , met producties 51 en 52
- het proces-verbaal van de descente en mondelinge behandeling van 24 oktober 2025
- de pleitnota van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]
- de pleitnota van Pantelis
- de pleitnota van Merici.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
In [woonplaats] bevindt zich het complex [naam complex 1] , in hernieuwde en gerenoveerde staat (hierna: het [naam complex 1] ). Het [naam complex 1] omvat zeven gebouwen en voorziet in zowel woonruimte als bedrijfsdoeleinden.



2.2.
Bij akte van de hoofdsplitsing van 16 februari 2009 (hierna: akte hoofdsplitsing) is het [naam complex 1] gesplitst in de zeven hoofdappartementsrechten, [nummer 15] tot en met [nummer 7] . Bij diezelfde gelegenheid is de Vereniging van eigenaars [naam complex 1] te [woonplaats] opgericht (hierna: VvE [naam complex 1] ). In de akte hoofdsplitsing staat – voor zover relevant – het volgende:



C. VOORGENOMEN SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN, SPLITSINGSTEKENING EN COMPLEXAANDUIDING


De gerechtigde wenst over te gaan tot de splitsing van het registergoed in appartementsrechten als bedoeld in artikel 5:106 van het Burgerlijk Wetboek (…)


Aan deze akte zal daartoe een uit zeven bladen bestaande tekening als bedoeld in artikel 5:109, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek worden gehecht.


Op die tekening zijn met de cijfers [nummer 15] tot en met [nummer 7] de gedeelten van het registergoed aangegeven die bestemd zullen zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Het uitsluitend gebruiksrecht van die gedeelten zal zijn begrepen in de bij deze akte te formeren appartementsrechten.”




2.3.
Aan de akte hoofdsplitsing is onder meer de volgende tekening gehecht:









2.4.
Op de hoofdsplitsing is het modelreglement bij splitsing in appartementsrechten van januari 2006 van toepassing verklaard (hierna: Modelreglement Hoofdsplitsing 2006), met enkele in de akte daarop aangebrachte wijzigingen of aanvullingen. In het Modelreglement Hoofdsplitsing 2006 is – voor zover relevant – het volgende bepaald:



Artikel 3


Iedere eigenaar en gebruiker is aansprakelijk voor de door hem aan het gebouw, de grond of de gemeenschappelijke zaken toegebrachte schade en voor onredelijke hinder voor zover deze schade of hinder aan hemzelf, aan zijn huisgenoten of zijn personeel kan worden toegerekend. Hij is verplicht voor zover dit redelijk is maatregelen te nemen of te dulden die de strekking hebben bedoelde schade of hinder te voorkomen of beperken.


(…)


Artikel 17


1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig:


a. (…) de daken (…)


2. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden niet gerekend:


(…)


c. al die zaken die bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt door de eigenaar of gebruiker van – of uitsluitend dienstbaar zijn aan – één privé gedeelte, voor zover niet anders in het reglement vermeld of met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 als zodanig gekwalificeerd.


3. De in het tweede lid bedoelde zaken maken deel uit van het desbetreffende privé gedeelte.


(…)


Artikel 22


1. Iedere op-, aan-, onder- of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden. (…)


2. Het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van (…) luchtbehandelings- en koelinstallaties (…) mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement.


3. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden.”




2.5.
De zeven hoofdappartementsrechten onder 2.2 zijn deels ondergesplitst en een aantal van die ondersplitsingen zijn op hun beurt wederom ondergesplitst. Zo is het hoofdappartementsrecht [nummer 1] bij akte ondergesplitst in de appartementsrechten [nummer 2] (woongedeelte) en [nummer 3] (bedrijfsgedeelte) (hierna: akte ondersplitsing [nummer 1] ), bij welke gelegenheid de Vereniging van eigenaars [naam complex 1] te [woonplaats] is opgericht (hierna: VvE [naam complex 1] ). Daarnaast is het appartementsrecht [nummer 2] bij akte ondergesplitst in de appartementsrechten [nummer 4] tot en met [nummer 5] (hierna: akte ondersplitsing [nummer 2] ), waarbij de Vereniging van eigenaars [naam complex 1] ondersplitsing woningen te [woonplaats] is opgericht (hierna: VvE [naam complex 2] ).



2.6.
In de akte ondersplitsing [nummer 1] staat – voor zover relevant – het volgende:



C. VOORGENOMEN ONDERSPLITSING VAN HET HOOFDAPPARTEMENTSRECHT EN OMSCHRIJVING VAN DE ONDERAPPARTEMENTSRECHTEN / SPLITSINGSTEKENING VAN DE ONDERSPLITSING


(…)


De gerechtigde wenst over te gaan tot ondersplitsing in appartementsrechten als bedoeld in artikel 5:106 van het Burgerlijk Wetboek van het hoofdappartementsrecht (…)


Aan deze akte is daartoe een uit zeven bladen bestaande tekening als bedoeld in artikel 5:109, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek gehecht.


Op die tekening zijn met de cijfers 16 en 17 de gedeelten van de ruimten aangegeven, waarvan het hoofdappartementsrecht de bevoegdheid tot uitsluitend gebruik omvat, die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan de bevoegdheid tot dat uitsluitend gebruik in de bij deze akte te formeren appartementsrechten zal zijn begrepen.”




2.7.
In de akte ondersplitsing [nummer 2] staat voorts – voor zover relevant – het volgende:



C. VOORGENOMEN ONDERSPLITSING VAN HET ONDERAPPARTEMENTSRECHT EN OMSCHRIJVING VAN DE ONDERAPPARTEMENTSRECHTEN / SPLITSINGSTEKENING VAN DE ONDERSPLITSING


(…)


De gerechtigde wenst over te gaan tot ondersplitsing in appartementsrechten als bedoeld in artikel 5:106 van het Burgerlijk Wetboek van het onderappartementsrecht (…)


Aan deze akte is daartoe een uit zeven bladen bestaande tekening als bedoeld in artikel 5:109, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek gehecht.


Op die tekening zijn met de cijfers [nummer 4] tot en met [nummer 5] de gedeelten van de ruimten aangegeven, waarvan het hoofdappartementsrecht de bevoegdheid tot uitsluitend gebruik omvat, die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan de bevoegdheid tot dat uitsluitend gebruik in de bij deze akte te formeren appartementsrechten zal zijn begrepen.”




2.8.
Aan zowel de akte ondersplitsing [nummer 1] als de akte ondersplitsing [nummer 2] is onder meer de volgende tekening – bij dezen uitvergroot – gehecht:










2.9.
Op de ondersplitsingen is het modelreglement bij ondersplitsing in appartementsrechten van mei 2006 van toepassing verklaard (hierna: Modelreglement Ondersplitsing aanvullingen 2006), met enkele in de aanvullende akte van ondersplitsing [nummer 2] daarop aangebrachte wijzigingen. De artikelen 3 en 17 Modelreglement Ondersplitsing 2006 zijn vrijwel identiek aan diezelfde artikelen in het Modelreglement Hoofdsplitsing 2006.



2.10.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn per 2017 respectievelijk 2018 eigenaars van de appartementsrechten [nummer 6] respectievelijk [nummer 4] (hierna: de woningen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ).


2.11.
Pantelis is sinds 2018 eigenaar van de appartementsrechten [nummer 7] , [nummer 7] , [nummer 3] , [nummer 8] en [nummer 9] (bedrijfsdoeleinden).



2.12.
Merici staat sinds 2019 in het handelsregister ingeschreven als gebruiker van de horeca-bedrijfsruimtes van Pantelis gevestigd in de gebouwen van [nummer 1] en [nummer 10] .



2.13.
Aan de achterzijde van het [naam complex 1] loopt de [naam] met gracht. Over de gracht loopt een ‘bruggetje’, gelegen op de percelen van de gemeente [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] (hierna: het bruggetje). Het bruggetje is gelegen nabij de woningen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]



2.14.
In 2020 heeft Pantelis ten behoeve van haar bedrijfsdoeleinden diverse klimaatinstallaties, waaronder airco’s, drie warmtepompen en een luchtbehandelingskast, laten plaatsen. De ‘buiten-units’ van voornoemde installaties zijn geplaatst, enerzijds, op het dak van [nummer 1] (hierna: de installaties op het dak) en, anderzijds, op het bruggetje (hierna: de installaties op de wal).



2.15.
Met betrekking tot de installaties op de wal heeft de gemeente Sittard -Geleen ten behoeve van Pantelis een opstalrecht gevestigd en een omgevingsvergunning verstrekt.



2.16.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] klagen sinds juli 2020 bij Pantelis en Merici over de overlast die zij ervaren van de installaties op het dak en de installaties op de wal.



2.17.
Per brief van 24 maart 2020 heeft de VvE [naam complex 2] Pantelis gesommeerd om over te gaan tot verwijdering van de installaties op het dak. Nadien heeft de VvE [naam complex 2] dit standpunt gehandhaafd in haar schrijven van 17 april 2020, als ook tijdens daaropvolgende vergaderingen van de VvE [naam complex 1] dan wel de VvE [naam complex 2] .



2.18.
Door dan wel in opdracht van de gemeente Sittard -Geleen hebben meerdere akoestische onderzoeken plaatsgevonden naar de geluidsemissie die wordt veroorzaakt door de installaties op het dak en/of de installaties op de wal. Pantelis heeft naar aanleiding van de uitkomsten van die onderzoeken maatregelen getroffen. Deze hebben voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet tot het gewenste resultaat geleid.





3Het geschil


in conventie



3.1.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] vorderen – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad evenals hoofdelijk:





1met betrekking tot de installaties op het dak:

onder A:

Pantelis en Merici veroordeelt tot het per datum van het vonnis uitschakelen en uitgeschakeld houden van de installaties op het dak, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven, althans een zodanig dwangmiddel als de kantonrechter in dezen geraden acht;

onder B, primair:

Pantelis en Merici veroordeelt tot het binnen een maand na het vonnis professioneel doen verwijderen en verwijderd houden van de installaties op het dak, met herstel van het dak in oude toestand en overlegging van de uitgevoerde werkzaamheden op schrift, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven, althans een zodanig dwangmiddel als de kantonrechter in dezen geraden acht;

onder B, subsidiair:

Pantelis en Merici veroordeelt tot het binnen een maand na het vonnis professioneel aan laten passen en aangepast houden van de installaties op het dak, zodanig dat door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen overlast meer wordt ervaren, met overlegging van schriftelijk bewijs van de uitgevoerde werkzaamheden en een geluidsmetingsrapport, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven, althans een zodanig dwangmiddel als de kantonrechter in dezen geraden acht;




2met betrekking tot de installaties op de wal:

onder A:

Pantelis en Merici veroordeelt tot het per datum van het vonnis uitschakelen en uitgeschakeld houden van de installaties op de wal, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven, althans een zodanig dwangmiddel als de kantonrechter in dezen geraden acht;


onder B, primair:

Pantelis en Merici veroordeelt tot het binnen een maand na het vonnis professioneel doen verwijderen en verwijderd houden van de installaties op de wal, met herstel van de brug in oude toestand en overlegging van de uitgevoerde werkzaamheden op schrift, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven, althans een zodanig dwangmiddel als de kantonrechter in dezen geraden acht;

onder B, subsidiair:

Pantelis en Merici veroordeelt tot het binnen een maand na het vonnis professioneel aan laten passen en aangepast houden van de installaties op de wal, zodanig dat door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen overlast meer wordt ervaren, met overlegging van schriftelijk bewijs van de uitgevoerde werkzaamheden en een geluids-metingsrapport, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven, althans een zodanig dwangmiddel als de kantonrechter in dezen geraden acht;

3. onder A:

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] machtigt om, indien Pantelis en Merici niet aan de veroordeling voldoen, de installaties op het dak en de installaties op de wal op rekening van Pantelis en Merici te (doen) verwijderen en de oude toestand te herstellen, zulks ongeacht de verbeurte van de dwangsom tot aan de dag van verwijdering van de airco;

onder B:

Pantelis en Merici veroordeelt tot het voldoen aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van de factuur met betrekking tot de kosten van verwijdering en herstel, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen nadat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aan Pantelis en Merici de factuur hebben verzonden;

4. Pantelis en Merici veroordeelt in de proceskosten, met nakosten en rente.

3.2.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] leggen – samengevat – aan hun vorderingen ten grondslag dat de installaties in strijd met de geldende regels van het appartementsrecht zijn geplaatst, als ook dat de installaties onrechtmatige en/of onredelijke hinder veroorzaken.



3.3.
Pantelis en Merici voeren verweer.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.


in reconventie
3.5. Pantelis vordert in reconventie dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] misbruik van bevoegdheid maken door deze procedure in te stellen.



3.6.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] voeren verweer.



3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling


in conventie en in reconventie



Bevoegdheid kantonrechter



4.1.
Ter zitting is door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gesteld dat, nu de vrijwaringszaak – die ertoe heeft geleid dat de rechtbank deze hoofdzaak heeft verwezen naar de kantonrechter – in de tussentijd weer is ingetrokken, de vraag rijst of de kantonrechter de hoofdzaak niet had moeten terugverwijzen naar de rechtbank.



4.2.
Ingevolge artikel 71 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) mag de rechter naar wie de zaak is verwezen zichzelf niet meer onbevoegd verklaren en de zaak wederom verwijzen. De toelichting bij dit wetsartikel bepaalt evenwel dat dit ‘uiteraard anders is indien eiser of verzoeker na de verwijzing de eis respectievelijk het verzoek wijzigt’.



4.3.
In dit geval heeft geen eiswijziging, maar een vrijwaring (die de huurrelatie tussen Pantelis en Merici betrof), geleid tot de verwijzing van de onderhavige zaak naar de kantonrechter. Nu de wetgever niet heeft voorzien in de situatie, waarbij de vrijwaring die tot de verwijzing noopte nadien is komen te vervallen, bestaat er geen rechtsgrond voor het weer terugverwijzen van deze zaak naar de rechtbank. Op grond van artikel 71 lid 5 Rv is de kantonrechter dan ook gebonden aan de verwijzing door de rechtbank.


in conventie



Conclusie van repliek




4.4.
Ter zitting hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de kantonrechter verzocht om repliek in conventie toe te staan. Indien [eisers in conventie, verweerders in reconventie] die gelegenheid niet wordt geboden, is volgens hen onvoldoende sprake van hoor en wederhoor, gelet op de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van Pantelis van 116 pagina’s.



4.5.
Artikel 132 lid 2 Rv bepaalt dat partijen, wanneer een mondelinge behandeling is bevolen, in beginsel geen recht hebben op het nemen van conclusies van re- en dupliek. Dat is slechts anders indien de gelegenheid daartoe noodzakelijk is, met het oog op het beginsel van hoor en wederhoor, dan wel met het oog op een goede instructie van de zaak.



4.6.
Van de uitzonderingsgrond in artikel 132 lid 2 Rv is in dit geval geen sprake. Daartoe is het volgende van belang. Volgens de wetgever moet de rechter bij de beoordeling van een beroep op artikel 132 lid 2 Rv terdege rekening houden met hetgeen partijen wenselijk achten. Dat laat onverlet dat in dit geval de noodzakelijkheid waarvan indachtig artikel 132 lid 2 Rv sprake moet zijn, niet is komen vast te staan. De conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van Pantelis is op 25 september 2024 genomen, dat wil zeggen ruim een jaar voor de mondelinge behandeling. Hoewel per 16 september 2025 een nieuwe gemachtigde [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bijstaat, heeft ook deze ruim een maand de tijd gehad om samen met haar cliënten de standpunten ten aanzien van de door de wederpartij aangevoerde verweren, almede de reconventionele vordering, (nader) te concretiseren. Nu evenmin is gebleken dat partijen tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten niet dan wel onvoldoende naar voren hebben kunnen brengen, kan zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet worden gesproken van een situatie die met oog op het beginsel van hoor en wederhoor, althans een goede instructie van de zaak, alsnog een conclusie van repliek vereist. Het verzoek van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] daartoe wordt dan ook niet gehonoreerd.


Kern van het geschil




4.7.
Het gaat in deze zaak om een tweetal zaken: (1) de vraag of de installaties op het dak verwijderd moeten worden, dan wel stilgelegd of aangepast, (2) de vraag of de installaties op de wal verwijderd moeten worden, dan wel stilgelegd of aangepast. Vast staat dat al deze installaties noodzakelijk zijn voor zowel de exploitatie door Merici van een hotel, restaurant, zalen en daarmee verband houdende activiteiten, als de exploitatie door Pantelis van haar (overige) bedrijfsactiviteiten. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen daartegenover al jaren overlast te ervaren van de installaties.



4.8.
De kantonrechter stelt voorop dat de eerste vraag – betreffende de installaties op het dak – zowel het appartementsrecht, als het leerstuk van onrechtmatige hinder omvat. De tweede vraag – betreffende de installaties op de wal – gaat slechts over onrechtmatige hinder.



4.9.
Alvorens over te gaan tot de beoordeling van dit tweetal vragen, dient de kantonrechter eerst vast te stellen of [eisers in conventie, verweerders in reconventie] procesbevoegd zijn en zo ja, of zij van Merici het verwijderen, dan wel stilleggen of aanpassen van de installaties kunnen vorderen. Daarover wordt als volgt overwogen.


Procesbevoegdheid [eisers in conventie, verweerders in reconventie]




4.10.
Pantelis en Merici hebben zich op het standpunt gesteld dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] (op persoonlijke titel) onbevoegd zijn om een vordering in te stellen die ziet op het verwijderen van de installaties op het dak. Slechts de eigenaren van [nummer 1] , gezamenlijk, zijn daartoe bevoegd binnen de hoofdsplitsing, aldus Pantelis en Merici. Dat – zoals gesteld – de overige eigenaren van de VvE [naam complex 2] akkoord zijn met het voeren van deze procedure door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , wordt door Pantelis en Merici betwist. Daarbij geldt volgens laatstgenoemden dat de overgelegde verklaringen van een aantal van die eigenaren van [nummer 2] niet volstaan als een machtiging in procesrechtelijke zin.



4.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn [eisers in conventie, verweerders in reconventie] procesbevoegd ten aanzien van hun vorderingen die strekken tot het stilleggen dan wel het laten aanpassen van de installaties op het dak, alsmede ten aanzien van de vorderingen die zien op de installaties op de wal. Die vorderingen raken immers niet het belang van de hoofdsplitsing [nummer 1] in haar totaliteit, maar slechts het belang van de ondersplitsing [nummer 3] (Pantelis).



4.12.
Anders is dat wat betreft de vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] die ziet op het geheel verwijderen van de installaties op het dak. Uit zowel de tekst van die vordering, als het procesdossier, is de kantonrechter gebleken dat het verwijderen van de installaties van het dak mogelijk gepaard gaat met schade aan het dak. Daarin ligt evident een belang besloten van alle eigenaren die behoren tot de hoofdsplitsing [nummer 1] . Doordat de eigenaren van de appartementsrechten [nummer 11] , [nummer 12] , [nummer 13] , [nummer 14] en [nummer 5] niet (direct) vertegenwoordigd zijn in deze procedure, zijn [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet procesbevoegd ten aanzien van hun vordering die strekt tot het verwijderen van de installaties op het dak. De vordering tot verwijdering van de installaties op het dak zal daarom reeds op die grond worden afgewezen. De daarmee samenhangende vorderingen onder 3 worden eveneens afgewezen.


Positie van Merici




4.13.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben ten aanzien van Merici – naar de kantonrechter begrijpt – een beroep gedaan op een tweetal rechtsgronden: (1) de verplichtingen van Merici als gebruiker uit hoofde van artikel 5:120 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), het Modelreglement Hoofdsplitsing 2006 en het Modelreglement Ondersplitsing 2006, alsmede (2) de onrechtmatige daad.



4.14.
Merici heeft enige aansprakelijkheid betwist. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de installaties op het dak en de installaties op de wal eigendom zijn van Pantelis. Merici huurt die installaties van Pantelis en is – overeenkomstig de huurovereenkomst met Pantelis en de daarbij behorende algemene bepalingen – slechts verantwoordelijk voor het jaarlijks reguliere onderhoud van die installaties. Het verwijderen dan wel stilleggen van die installaties kan niet van Merici worden verlangd, nu zij daarmee inbreuk zou maken op het eigendomsrecht van Pantelis respectievelijk haar verplichting om zich als een goed huurder te gedragen, aldus Merici.



4.15.
Dit verweer treft doel. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Merici is niet komen vast te staan dat zij als huurder, dan wel uit hoofde van enig andere verbintenis, zeggenschap heeft over de installaties op het dak en de installaties op de wal, die in eigendom toebehoren aan Pantelis. Van Merici kan daarom niet worden gevorderd dat zij voornoemde installaties verwijdert, stillegt of aanpast. Voor zover de vorderingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gericht zijn tegen Merici, worden die dan ook afgewezen. Bij deze stand van zaken ligt ook het beroep van Merici op artikel 233 lid 3 Rv voor afwijzing gereed.



4.16.
Gelet op het voorgaande, zal de kantonrechter zich in de verdere beoordeling beperken tot het debat tussen, enerzijds, [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en, anderzijds, Pantelis.


De installaties op het dak




4.17.
Zoals reeds benoemd, zien de vorderingen die de installaties op het dak betreffen op een appartementsrechtelijke kwestie, alsmede op het leerstuk van onrechtmatige hinder. De kantonrechter zal zich in de beoordeling eerst richten op het appartementsrechtelijke vraagstuk. Indien namelijk komt vast te staan dat de installaties op het dak zijn geplaatst in strijd met de regels van het appartementsrecht, zullen de vorderingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ter zake reeds op die grond worden toegewezen. Aan de bespreking van het hindervraagstuk zal dan niet meer worden toegekomen.



4.18.
Met betrekking tot de appartementsrechtelijke kwestie, gaat het debat tussen partijen in essentie over de vraag: (1) of het dak waarop de installaties staan uitsluitend dienstbaar is aan [nummer 1] en zo ja, (2) of de toestemming van de VvE [naam complex 1] ontbreekt ten aanzien van de plaatsing van de installaties op het dak. De kantonrechter beantwoordt deze beide vragen bevestigend en overweegt daartoe als volgt.


Het dak waarop de installaties staan is uitsluitend dienstbaar aan [nummer 1]




4.19.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben gesteld dat de installaties staan op een dak tot de privédelen van het hoofdappartementsrecht [nummer 1] behoort, en binnen dat appartementsrecht gemeenschappelijk eigendom is van de VvE [naam complex 1] . Volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is voornoemd dak slechts dienstbaar aan [nummer 1] , daaronder begrepen [nummer 3] (Pantelis) en [nummer 2] (onder meer [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ). Ter nadere onderbouwing van deze stelling, hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verwezen naar de artikelen 17 lid 2, aanhef en onder c Modelreglement Hoofdsplitsing 2006 en 17 lid 1, aanhef en onder a Modelreglement Ondersplitsing 2006.



4.20.
De kantonrechter volgt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in hun opvatting en stelt vast dat het dak waarop de installaties staan, behoort tot de privédelen van het hoofd-appartementsrecht [nummer 1] , en daarbinnen gemeenschappelijk eigendom is van de VvE [naam complex 1] . Daartoe is het volgende van belang.



4.21.
Het verweer dat de installaties op het dak dienstbaar zijn aan meerdere hoofd-appartementsrechten, wordt gepasseerd. Dit verweer gaat voorbij aan het gegeven dat in dezen niet beoordeeld moet worden of de installaties dienstbaar zijn aan meerdere hoofdappartementsrechten, maar of het dak van [nummer 1] dienstbaar is aan meerdere hoofdappartementsrechten. De installaties – en de plaatsing daarvan op het dak – zijn immers onderwerp van het onderhavige geschil.



4.22.
Voor de vraag of het dak waarop de installaties staan al dan niet behoort tot de gemeenschappelijke gedeelten van de hoofdsplitsing [nummer 1] is leidend wat daarover in de splitsingsstukken is bepaald. Omdat partijen twisten over de uitleg daarvan, is het aan de kantonrechter om te beoordelen welke uitleg gegeven moet worden aan de splitsingsakten, de daaraan als bijlage gehechte splitsingstekeningen, en de modelreglementen. Volgens de Hoge Raad is het uitgangspunt daarbij de in de splitsingsstukken tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. Deze bedoeling moet naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoordingen en omschrijvingen, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte en de daaraan gehechte tekeningen. In dit verband komt betekenis toe aan alle omstandigheden van het geval – met uitzondering van de niet-kenbare bedoeling van degenen die de bepaling van de akte hebben geredigeerd – waarbij tevens van belang is de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Bij de vraag welke uitleg van de splitsingsstukken naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is, kunnen voorts de feitelijke kenmerken van het splitsingsobject een rol spelen.



4.23.
Aan de hand van voornoemde maatstaf, slaat de kantonrechter geen acht op al hetgeen is aangevoerd over de ontstaansgeschiedenis van het [naam complex 1] . Wat daar ook van zij, deze gegevens zijn niet kenbaar voor derden en vallen derhalve buiten het bereik van de objectieve toets die volgens de Hoge Raad moet worden toegepast op de in de notariële akte gebezigde bewoordingen en omschrijvingen.



4.24.
Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit de in de splitsingsstukken gebezigde bewoordingen en omschrijvingen, beoordeeld naar objectieve maatstaven en bezien in het licht van de gehele inhoud van de akten en de daaraan gehechte tekeningen, dat het dak waarop de installaties staan uitsluitend dienstbaar is aan [nummer 1] en in de hoofdsplitsing behoort tot de privédelen van het hoofdappartementsrecht [nummer 1] . Uit de tekst van de splitsingsakten volgt namelijk, objectief gezien, dat middels de hoofdsplitsing de appartementsrechten [nummer 15] tot en met [nummer 7] in het leven werden geroepen, die – hoewel allen onderdeel van het [naam complex 1] – ieder afzonderlijk van elkaar functioneren. Dit sluit ook aan bij de feitelijke kenmerken van het splitsingsobject, aangezien het [naam complex 1] zeven gebouwen omvat. Ook de bij de hoofdsplitsing behorende tekeningen sluiten aan bij deze lezing. Privégedeelten zijn in een splitsingstekening namelijk dik omlijnd. Uit de splitsingstekeningen van de hoofdsplitsing volgt dan ook op niet mis te verstane wijze dat het dak in geschil – hier dik omlijnd – behoort tot het privégedeelte van [nummer 1] . Wanneer vervolgens wordt gekeken naar de akten van ondersplitsing van [nummer 1] en [nummer 2] , als ook naar de daarbij behorende tekeningen, is te zien dat het dak in kwestie – ditmaal dun omlijnd – binnen het appartementsrecht [nummer 1] behoort tot de gemeenschappelijke delen. Dat is eveneens niet vreemd, gelet op de feitelijke kenmerken van het splitsingsobject. Het dak in geschil behoort immers tot het gebouw, waarin de hoofdsplitsing [nummer 1] gevestigd is, daaronder begrepen de ondersplitsingen [nummer 3] als [nummer 2] , en laatstgenoemde op haar beurt weer ondergesplitst in [nummer 4] tot en met [nummer 5] . Het dak in kwestie dient dus al deze ondersplitsingen en, bijvoorbeeld, niet slechts [nummer 3] . Anders gezegd, het dak dient [nummer 1] als geheel en behoort daarmee logischerwijs tot de gemeenschappelijke zaken binnen de hoofdsplitsing [nummer 1] . De tekst van de modelreglementen, die eveneens behoren tot de splitsingsstukken, geeft geen aanleiding om te komen tot een andersluidend oordeel op dit punt.



4.25.
Ter onderbouwing van haar standpunt dat het dak tot de gemeenschappelijke delen onder de hoofdsplitsing behoort, heeft Pantelis nog verwezen naar de vermelding ‘opstelruimte installaties’ in de splitsingstekeningen, alsmede naar de situatie ter plaatse, dat wil zeggen de constructieve inrichting van het dak – schachten, buizen en stenen tegels – waaruit volgens Pantelis blijkt dat haar installaties aldaar zouden worden geplaatst. De kantonrechter gaat niet mee in deze opvatting. Dat het kennelijk de bedoeling was dat op het dak in geschil installaties zouden komen, maakt nog niet dat uit de splitsingstekeningen en/of de situatie ter plaatse – objectief gezien – volgt dat het ook de bedoeling was dat op dit dak installaties zouden komen die meerdere sectoren zouden dienen. Zoals reeds overwogen, kan enige (subjectieve) wetenschap van partijen omtrent die dienstbaarheid Pantelis niet baten, nu indachtig de rechtspraak van de Hoge Raad de splitsingsakten en
-tekeningen moeten worden uitgelegd naar objectieve maatstaven.



4.26.
De voorgaande overwegingen leiden tot de slotsom dat het dak uitsluitend dienstbaar is aan [nummer 1] en onder die hoofdsplitsing behoort tot het privégedeelte van [nummer 1] . Daarmee doet zich de uitzondering van artikel 17 lid 2, aanhef en onder c Modelreglement Hoofdsplitsing 2006 voor en is alleen de VvE [naam complex 1] bevoegd om beslissingen dienaangaande te nemen.


De VvE [naam complex 1] heeft geen toestemming verleend voor de installaties op het dak




4.27.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben gesteld dat de installaties op het dak onbevoegd zijn geplaatst. Daartoe hebben zij onder meer verwezen naar sub F. van de akte ondersplitsing [nummer 1] , in samenhang bezien met artikel 22 Modelreglement Ondersplitsing 2006. Uit deze bepalingen volgt dat Pantelis zonder toestemming van de VvE [naam complex 1] op het gemeenschappelijke dak van [nummer 1] geen luchtbehandelings- en koelinstallatie aan mag brengen. Pantelis heeft de VvE [naam complex 1] voorafgaand aan de plaatsing van de installaties op het dak niet om toestemming gevraagd en die toestemming is daarom ook nooit verleend. De plaatsing van voornoemde installaties in daarmee strijd is met het appartementsrecht, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie]



4.28.
Pantelis heeft daarentegen het standpunt ingenomen dat zij wel degelijk toestemming heeft verkregen voor het plaatsen van de installaties op het dak. Nu Pantelis een beroep heeft gedaan op de rechtgevolgen van dit standpunt, te weten dat zij overeenkomstig het appartementsrecht bevoegd was om de installaties op het dak te plaatsen en de installaties daarmee rechtmatig zijn, rusten op Pantelis de zogeheten stelplicht en bewijslast ter zake. Gelet op het gemotiveerde standpunt van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met betrekking tot de vereiste toestemming van VvE [naam complex 1] , lag het dan ook op de weg van Pantelis om haar standpunt op dit punt nader te onderbouwen. Dat heeft Pantelis nagelaten. Uit het procesdossier is gebleken dat de VvE [naam complex 2] op meerdere momenten duidelijk te kennen heeft gegeven dat zij géén toestemming heeft verleend voor de installaties op het dak. Zij was hoogstens voornemens om daartoe over te gaan, mits Pantelis een aantal vragen zou beantwoorden, althans aan bepaalde voorwaarden zou voldoen. Tot het daadwerkelijk verlenen van de vereiste toestemming is het uiteindelijk nooit gekomen, onder meer doordat de relatie tussen partijen met de tijd enkel verslechterde.



4.29.
Alles overwegende is niet komen vast te staan dat de VvE [naam complex 1] op enig moment toestemming heeft verleend voor de plaatsing van de installaties op het dak. Dat ná die plaatsing Pantelis een legalisatietraject is gestart en door de gemeente Sittard -Geleen een omgevingsvergunning is verstrekt, is in dit kader – dat wil zeggen, appartementsrechtelijk gezien – irrelevant. De plaatsing van de installaties op het dak is dan ook onrechtmatig.



De installaties op het dak moeten worden uitgeschakeld




4.30.
Door Pantelis is nog een beroep gedaan op het beginsel van de redelijkheid en billijkheid en gesteld – onder verwijzing naar een dertiental punten – dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen legitiem belang hebben bij hun weigering om toestemming te verlenen voor de installaties op het dak. In dat kader heeft Pantelis onder meer aangevoerd – naar de kantonrechter begrijpt – dat het belang van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij het stilleggen van de installaties op het dak grondslag mist, althans ondergeschikt is aan het belang van Pantelis (en Merici) bij het behouden van die installaties.



4.31.
Dit beroep wordt verworpen als onvoldoende onderbouwd. Zoals reeds is overwogen, volgt dat de vorderingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met betrekking tot de installaties op het dak worden gedragen door het appartementsrecht. Nog los van de discussie omtrent de hinder die [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen te ervaren, is hun belang bij het besluitvormingsproces aangaande de installaties op het dak inherent aan hun hoedanigheid als appartementseigenaren en leden van de VvE [naam complex 1] . Dat belang kan niet zonder meer opzij worden gezet middels een beroep op de (beperkende werking van de) redelijkheid en billijkheid; daartoe is een gedegen onderbouwing vereist, die in dit geval ontbreekt. Op het moment dat Pantelis ertoe overging om te voorzien in de installaties die noodzakelijk zijn voor haar bedrijfsmatige exploitatie, was zij gebonden aan de splitsingsstukken. Het lag dus op haar weg om, alvorens te handelen, toestemming voor het plaatsen van die installaties op te vragen bij de leden van de VvE [naam complex 1] . Dat Pantelis dat niet geeft gedaan, komt geheel voor haar risico.



4.32.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] die, op grond van het appartementsrecht, strekt tot het uitschakelen van de installaties op het dak, zal worden toegewezen. Daarmee vervalt ten aanzien van die installaties de bespreking van de discussie tussen partijen aangaande de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gestelde onrechtmatige hinder. De ervaren geluidshinder, voor zover die is terug te voeren op de installaties op het dak, zal met deze beslissing immers – ten gunste van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] – vanzelf wegvallen.



4.33.
De in dit kader gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen, maar wordt gemaximeerd op de in de beslissing weergegeven wijze.


De installaties op de wal




4.34.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben tevens gesteld dat zij, zowel overdag als ’s nachts, overlast ervaren van de installaties op de wal. De ervaren overlast manifesteert zich onder meer in de vorm van geluid, rumoer en trillingen, en is te kwalificeren is als onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW en/of onredelijke hinder in de zin van artikel 3 Modelreglement Ondersplitsing 2006. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben voornamelijk in de ochtend en de avond dan wel nacht last van de installaties van Pantelis. Het belemmert onder meer een goede nachtrust, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Ter onderbouwing van hun standpunt ter zake hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onder meer verwezen naar de geluidsmeting die door de gemeente Sittard -Geleen is uitgevoerd op 20 augustus 2020. Daarin staat dat de geluidsnorm in de nachtperiode wordt overschreden, waarbij die overschrijding 4,9 dB(A) bedraagt.



4.35.
Onder verwijzing naar het akoestisch onderzoeksrapport van [naam adviesbureau] van
17 juli 2025 heeft Pantelis aangevoerd dat de installaties op de wal in alle aspecten aan de geldende geluidsnormen voldoen. De bij dat onderzoek betrokken partijen hebben bovendien zelfs vastgesteld dat wanneer álle installaties van Pantelis op 100% van hun vermogen zouden draaien – hetgeen in de praktijk nooit het geval is – ook dan nog wordt voldaan aan die toepasselijke geluidsnormen. Daarbij geldt voorts dat de lat voor het vaststellen van onrechtmatige hinder in dit geval hoog ligt. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn namelijk willens en wetens gaan wonen in het dynamische [naam complex 1] , waar appartementseigenaren dagelijks te maken hebben met geluiden van onder meer de Sittardse markt, winkels en diverse horecagelegenheden. Al met al kan van enige onrechtmatige (geluids)hinder volgens Pantelis dus geen sprake zijn.



4.36.
Vooropgesteld bepaalt artikel 5:37 BW dat hinder onrechtmatig is, mits voldaan is aan de eisen die artikel 6:162 BW daarvoor stelt. Niet iedere vorm van hinder is dus onrechtmatig. Zo hebben buren in een dichtbevolkt en dichtbebouwd stedelijk gebied eerder hinder van elkaar te dulden. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dient een beroep op onrechtmatige hinder te worden beoordeeld aan de hand van de aard, de ernst en de duur van de hinder, en de daardoor veroorzaakte schade, in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder
toebrengende activiteit worden gediend, alsmede de mogelijkheid en bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen.



4.37.
Gelet op dit juridisch kader, biedt hetgeen door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] naar voren is gebracht onvoldoende om vast te kunnen stellen dat zij hebben voldaan aan hun stelplicht ter zake. Daartoe is het volgende van belang. Dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] overlast ervaren, is duidelijk. Naast hetgeen zij daarover ter zitting naar voren hebben gebracht, blijkt dit ook uit het aantal momenten en de tijdsstippen waarop zij in het verleden zelf geluidsmetingen hebben verricht. Die (subjectief) ervaren overlast maakt echter nog niet dat ook sprake is van onrechtmatige hinder in juridische zin. De kantonrechter overweegt dat de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] overgelegde stukken, waaronder voornoemd rapport van de gemeente van 20 augustus 2020, enige aanknopingspunten bieden voor het beroep op onrechtmatige hinder. Evenwel kunnen deze dat beroep niet dragen. Uit het procesdossier is de kantonrechter namelijk eveneens gebleken dat de onderzoeksbevindingen waar [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hun beroep op staven, dateren van augustus 2020, februari 2023 en mei 2024. Naast het daartegen door Pantelis ingebrachte recente rapport van [naam adviesbureau] (2025), is tevens door Pantelis aangevoerd dat er al enige tijd geen (nieuwe) overlastmeldingen binnen zijn gekomen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Tijdens de descente is ook door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bevestigd dat zij de afgelopen zes maanden geen dan wel minder overlast hebben ervaren van de installaties op de wal. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben daarbij toegelicht dat die overlast met name prominent zou zijn gedurende de koudere maanden. Onduidelijk is echter hoe deze stelling is te verenigen met de reeds aangehaalde rapporten dan wel metingen, die [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in het geding hebben gebracht. Deze betreffen namelijk metingen die plaats hebben gevonden tijdens zowel de zomer- als de winterperiode. Mede gelet op het – naar de kantonrechter begrijpt – ‘rustig(er)’ afgelopen halfjaar, rijst dan ook de vraag of heden (nog steeds) sprake is van hinder, die te kwalificeren is als onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW? Dat in deze zaak tevens wat valt te zeggen voor de levendige omgeving van het [naam complex 1] , het belang van Pantelis bij het gebruik van de installaties op de wal, alsmede de mogelijkheid en bereidheid van Pantelis om maatregelen te treffen ter voorkoming van schade, behoeft in dit geval geen uitwerking. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter namelijk reeds van oordeel dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , in het licht van de gemotiveerde betwisting van Pantelis, hebben nagelaten om nader te onderbouwen dat sprake is van onrechtmatige en/of onredelijke hinder, althans dat daarvan tot op heden nog sprake is. Bij die stand van zaken, wordt aan enige bewijslevering op dit punt ook niet toegekomen. De vorderingen ten aanzien van de installaties op de wal worden dan ook afgewezen.



4.38.
Opgemerkt zij nog dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tevens een beroep hebben gedaan op een tekortkoming in de nakoming van de door hen gestelde akkoorden tussen Pantelis en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , en dat ten aanzien van de installaties op de wal volgens hen sprake is van tegenstrijdigheid met de overlastbepaling in de opstalakte. Deze standpunten worden gepasseerd. Hieraan ligt immers eveneens de stelling ten grondslag dat sprake zou zijn van onrechtmatige (dan wel onredelijke) hinder, hetgeen op grond van het voorgaande onvoldoende is komen vast te staan.


Slotsom




4.39.
Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen is de kantonrechter van oordeel dat Pantelis de installaties op het dak in strijd met de geldende regels van het appartementsrecht heeft geplaatst. Pantelis is derhalve gehouden om, op verbeurte van een dwangsom, deze installaties uit te schakelen en uitgeschakeld te houden. Daarmee komt vanzelf ook een einde aan de geluidoverlast die [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ervaren op dit punt. Niet is komen vast te staan dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] procesbevoegd zijn ten aanzien van de verwijdering van de installaties op het dak, zodat de vordering die daartoe strekt, faalt. Evenmin is gebleken dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] – naar redelijkheid – hun stelling ten aanzien van de hinder die zij menen te ervaren van de installaties op de wal, voldoende hebben onderbouwd. Ook dat beroep wordt daarom – wat daar verder ook van zij – reeds op die grond gepasseerd. De vordering voor zover die is gericht tegen Merici, loopt vast in het feit dat Merici – anders dan als huurder – geen zeggenschap heeft over de installaties.



in reconventie



Misbruik van recht en/of bevoegdheid




4.40.
Pantelis heeft in reconventie gesteld – kort gezegd – dat het [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nimmer gaat om de overlast die zij menen te ervaren van de installaties van Pantelis op het dak en de wal. Die klachten dienen slechts als rookgordijn voor de werkelijke bedoeling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om Pantelis en diens bedrijfsmatige exploitatie definitief te verdrijven uit het [naam complex 1] , althans uit de hoofdsplitsing [nummer 1] . Dit handelen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] levert misbruik van recht en/of bevoegdheid op, aldus Pantelis.



4.41.
Deze vordering wordt afgewezen, onder verwijzing naar al hetgeen reeds is overwogen in conventie. Daaruit blijkt dat de vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onder 1.A voor toewijzing gereed ligt, als ook dat in de beoordeling van de overige vorderingen in conventie besloten ligt dat deze niet evident ongegrond zijn, dan wel dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] al op voorhand hadden moeten inzien dat die vorderingen geen kans van slagen hadden. Er is dan ook geenszins sprake van misbruik van recht en/of bevoegdheid. De vordering in reconventie wordt daarom afgewezen.


in conventie en in reconventie



Uitvoerbaarheid bij voorraad




4.42.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat hebben gevorderd en zij er onder meer belang bij hebben dat de installaties op het dak spoedig en volledig worden uitgeschakeld en uitgeschakeld blijven. Dit betekent dat het vonnis meteen ten uitvoer mag worden gelegd, ook als een van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.


Proceskosten




4.43.
Omdat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en Pantelis over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] worden, nu zij in het ongelijk zijn gesteld in hun vorderingen jegens Merici, verwezen in de proceskosten van Merici. De proceskosten van Merici worden begroot op:










- salaris gemachtigde





80,00


(2 punten × € 40,00)




- nakosten





20,00







Totaal





100,00











4.44.
Als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie wordt Pantelis verwezen in de proceskosten, zoals hierna in de beslissing bepaald.







5De beslissing

De kantonrechter


in conventie



5.1.
veroordeelt Pantelis tot het binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis uitschakelen en uitgeschakeld houden van de installaties op het dak,



5.2.
veroordeelt Pantelis om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een dwangsom te betalen van
€ 1.500,00 per dag dat zij niet aan het bepaalde onder 5.1 heeft voldaan, tot een maximum van € 1.000.000,00 (één miljoen euro) is bereikt,



5.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en Pantelis, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



5.4.
veroordeelt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de proceskosten van Merici, begroot op € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na dagtekening, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover als [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan deze veroordeling voldoen,



5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,


in reconventie




5.6.
wijst de vordering van Pantelis af,



5.7.
veroordeelt Pantelis in de proceskosten van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , heden begroot op € 20,00,


in conventie en in reconventie




5.8.
verklaart dit vonnis, uitgezonderd de beslissing onder 5.3, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Trifunovic en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.




Producties 5 en 14 bij dagvaarding.


Productie 7 bij dagvaarding.


Productie 7 bij dagvaarding.


Productie 12 bij dagvaarding.


Productie 8 bij dagvaarding.


Productie 5 bij dagvaarding.


Productie 9 bij dagvaarding.


Productie 10 bij dagvaarding.


Productie 6 bij dagvaarding.


Productie 18 van Pantelis.


Productie 13 bij dagvaarding.


Productie 11 bij dagvaarding.


Rndnr. 2.4.


Producties 1 en 6 bij dagvaarding.


Producties 2 en 3 bij dagvaarding.


Productie 4 bij dagvaarding.


Productie 15 bij dagvaarding.


Productie 18 bij dagvaarding.


Producties 19 en 20 bij dagvaarding.


Productie 27 bij dagvaarding.


Productie 30 bij dagvaarding.


Producties 31 en 37 bij dagvaarding.


Productie 34


Producties 22, 25, 26A en 26B bij dagvaarding.


Productie 23 bij dagvaarding.


Het vonnis in het incident van 20 november 2024.


Artikel 19 Rv.


Zie Parlementaire Geschiedenis Herziening Rv, p. 328


Productie 41 bij dagvaarding.


Producties 27 en 33 bij dagvaarding.


Rndnr. 2.4.


Vgl. Hoge Raad 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1078; en Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:337.


Rndnrs. 2.2, 2.6 en 2.7.


Rndnr. 2.1.


Vgl. Asser/Mijnssen, Van Velten & Bartels, deel 5 (2008), nr. 407.


Rndnr. 2.3.


Rndnr. 2.8.


Artikel 150 Rv.


Artikel 24 Rv.


Rndnr. 2.17.


Productie 21 bij dagvaarding.


Rndnr. 197 bij conclusie van antwoord van Pantelis.


Productie 22 bij dagvaarding.


Productie 64 van Pantelis.


Vgl. Hoge Raad 3 mei 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0235.


Vgl. Hoge Raad 21 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8823.


Artikel 150 Rv.


Productie 24 bij dagvaarding.


Productie 22 bij dagvaarding.


Productie 25 bij dagvaarding.


Productie 26B bij dagvaarding.


Productie 64 van Pantelis (e-mail gemeente Sittard -Geleen d.d. 4 augustus 2025).


Artikel 24 Rv.


Productie 38 bij dagvaarding.


Rndnr. 2.15.


Vgl. Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, rov. 5.1.


Artikel 233 Rv.
Link naar deze uitspraak