Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:OGEAA:2026:6 
 
Datum uitspraak:07-01-2026
Datum gepubliceerd:15-01-2026
Instantie:Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummers:AUA202404494 EJ
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:EJ, Arbeidsovereenkomst.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
Beschikking van 7 januari 2026
Behorend bij AUA202404494 EJ



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA


BESCHIKKING

in de zaak van:


de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLANT HOTEL V.B.A.,

h.o.d.n. ARUBA MARRIOTT RESORT & STELLARIS CASINO,
te Aruba,
verzoekster,
hierna te noemen: Marriott,
gemachtigden: de advocaten mrs. A.E. Barrios en J.J. Tromp,

tegen:


[Verweerster],
te Aruba,
verweerster,
hierna ook te noemen: [verweerster],
gemachtigde: de advocaat mr. B.M. de Sousa.





1DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 19 december 2024 ingediende verzoekschrift, met producties;
- het verweerschrift van [verweerster], met producties;
- de inhoudelijke mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van maandag 10 februari 2025.



1.2
Marriott is ter zitting verschenen bij haar gemachtigden, die werden vergezeld door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] (HR-Director respectievelijk Rooms Operations Director bij Marriott). [Verweerster] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd - mede aan de hand van door hen overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.



1.3
Beschikking is nader bepaald op heden.





2DE FEITEN

2.1
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.


2.2 [
Verweerster] is op 27 juni 2002 krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereen-komst in loon dienst getreden van Marriott. Zij was laatstelijk werkzaam als Housekeeping Administrative I, en verdiende als zodanig een bruto uurloon van Afl. 19,52.



2.3
In voormelde functie is [verweerster] verantwoordelijk voor het verwerken, controleren en verdelen van alle administratieve taken die verband houden met de afdeling housekeeping en het assisteren van haar manager en de Director of Rooms Operations.





3HET GESCHIL

3.1
Marriott verzoekt dat het Gerecht de arbeidsovereenkomst met [verweerster] met onmiddellijke ingang, dan wel op een door het Gerecht te bepalen tijdstip, ontbindt wegens de in het verzoekschrift gestelde gewichtige reden, zonder toekenning van enige vergoeding aan [verweerster], met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten (waaronder begrepen de nakosten).



3.2
Marriott c.s. hebben aan hun verzoek – kort gezegd – de stelling ten grondslag gelegd dat [verweerster] pertinent en op brutale wijze weigert om redelijke tot haar takenpakket behorende opdrachten uit te voeren.



3.3 [
Verweerster] heeft verweer gevoerd en heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het door Marriott verzochte, kosten rechtens. Subsidiair, in geval van ontbinding van haar arbeidsovereenkomst, heeft [verweerster] geconcludeerd tot toekenning aan haar van een ten laste van Marriott komende ontbindingsvergoeding naar billijkheid, eveneens kosten rechtens.



3.4
Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.





4DE BEOORDELING

4.1
Artikel 7:685, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) bepaalt dat iedere partij te allen tijde bevoegd is zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De in dat licht te beantwoorden vraag is of - zoals gesteld door Marriott en bestreden door [verweerster] - sprake is van gewichtige redenen bestaande uit een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW of van zodanige veranderingen in de omstandigheden sedert het aangaan van de arbeidsovereenkomst, dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen. Een gewichtige reden bestaande uit veranderde omstandigheden kan zich onder meer voordoen als sprake is van een verstoord geraakte arbeidsrelatie tussen de werkgever en de werknemer.



4.2
Gebleken is dat [verweerster] aanhoudend (in beginsel) tot haar takenpakket behorende door haar superieuren gegeven opdrachten niet of niet naar behoren heeft uitgevoerd, en dat [verweerster] in dat verband haar daarop aansprekende superieuren aanhoudend op een brutale wijze met verheven stem heeft bejegend. De in dit licht te beantwoorden vraag is of die opdrachten (zoals Marriott stelt) wel of (zoals [verweerster] stelt) niet redelijk waren. In dit verband wordt voorop gesteld dat is gesteld noch gebleken dat [verweerster] de opdrachten waar het in dezen mede en met name om gaat eerder dan vanaf 22 januari 2024 moest uitvoeren, en dat [verweerster] heeft gesteld dat zij het te druk had met haar overige werkzaamheden om deze opdrachten uit te voeren.



4.3
Tegen de achtergrond van die stelling van [verweerster] had het op de weg van Marriott gelegen te onderzoeken of [verweerster] in verband met haar overige werkzaamheden inderdaad geen tijd had om bedoelde bijkomende opdrachten uit te voeren. Gesteld noch is gebleken dat Marriott dat heeft gedaan. Dat brengt met zich dat als onvoldoende onderbouwd bestreden komt vast te staan dat [verweerster] in verband met haar overige werkzaamheden geen tijd had om die opdrachten uit te voeren. Naar het oordeel van het Gerecht waren bedoelde opdrachten daarom niet redelijk.



4.4
Vorenstaande brengt met zich dat van [verweerster] in redelijkheid niet kon worden gevergd om die opdrachten uit te voeren. Door dat toch te doen heeft Marriott zich niet als goed werkgever gedragen, hetgeen haar valt te verwijten.



4.5 [
Verweerster] heeft de door Marriott in haar gedingstukken omschreven aan haar leidinggevenden gerichte verbale uitingen van [verweerster] in verband met bedoelde aan haar gegeven opdrachten (en de wijze waarop die zijn gedaan; met stemverhef) niet bestreden. Vast komt daarom te staan dat die uitingen met stemverhef hebben plaatsgevonden. Het is begrijpelijk dat [verweerster] telkens jegens haar superieuren verbaal haar ongenoegen heeft geuit met betrekking tot bedoelde aan haar gegeven opdrachten, maar de brutale wijze waarop zij dat telkens heeft gedaan is naar het oordeel van het Gerecht volstrekt onaanvaardbaar. Zo’n houding getuigt geenszins van het nodige respect dat een werknemer nu eenmaal (ook na 23 dienstjaren) op de werkvloer van de werkgever jegens superieuren behoort te betrachten. In plaats van bedoelde uitingen had het op de weg van [verweerster] gelegen om een gesprek aan te vragen bij haar leidinggevenden ter beantwoording van de vraag of zij in verband met haar overige werkzaamheden in redelijkheid wel of geen voldoende tijd had om bedoelde opdrachten uit te voeren. Het hier besproken verwijtbaar handelen van de zijde van [verweerster] levert echter geen grond op voor de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst. Marriott kan en moet te dezen volstaan met een schriftelijke waarschuwing, waarbij [verweerster] wordt aangezegd dat zij voortaan hoe dan ook heel wat toontjes lager en minder hard moet zingen, bij gebreke waarvan zwaardere disciplinaire maatregelen zullen volgen.



4.6
De slotsom luidt dat het Gerecht geen grond ziet voor de ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. Het ontbindingsverzoek van Marriott zal daarom worden afgewezen.



4.7
Marriott zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- (2 punten, tarief 5).





5DE UITSPRAAK
Het Gerecht:

-wijst af het door Marriott verzochte;

-veroordeelt Marriott in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 7 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Link naar deze uitspraak