|
|
|
| ECLI:NL:RBGEL:2025:11620 | | | | | Datum uitspraak | : | 31-12-2025 | | Datum gepubliceerd | : | 21-01-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Gelderland | | Zaaknummers | : | 447908 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Vordering tot vernietiging bindend advies Geschillencommissie en nemen vervangende beslissing door de rechtbank (artikel 7:904 BW). Hoge drempel voor vernietiging van bindend advies wordt niet gehaald. Het niet horen van eisers tijdens de interne klachtenprocedure van gedaagde is in de procedure bij de Geschillencommissie voldoende gecompenseerd. Geschillencommissie heeft aan haar voorgelegde geschil in volle omvang getoetst en daarmee heeft zij gedaan wat zij moest doen. Bindend advies voorts voldoende gemotiveerd. Vorderingen afgewezen. | | Trefwoorden | : | vaststellingsovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/447908 / HA ZA 25-74
Vonnis van 31 december 2025
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
wonende te [woonplaats] (Verenigd Koninkrijk),2. [eiser sub 2],
wonende te [woonplaats] (Frankrijk),
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. J.M.C. Kemper,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KORIAN ZORG B.V.,
gevestigd te Arnhem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Korian,
advocaat: mr. J.A. de Clerck.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juli 2025,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De kern van de zaak
2.1.
De ouders van [eisers] zijn in 2021 opgenomen in zorgvilla ‘ [zorglocatie] ’, onderdeel van Korian. Beide ouders zijn tijdens hun verblijf in de zorgvilla overleden. [eisers] vinden dat Korian is tekortgeschoten in de zorg die zij aan hun ouders heeft verleend. Om die reden hebben zij een klacht bij Korian ingediend. De onderzoekscommissie van Korian heeft de klacht beoordeeld en ongegrond verklaard. [eisers] hebben hun klacht vervolgens voorgelegd aan de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg. De Geschillencommissie heeft een bindend advies gegeven en de klacht van [eisers] eveneens ongegrond verklaard. In deze procedure vorderen [eisers] vernietiging van het advies van de Geschillencommissie. Ook vorderen zij dat de rechtbank de klacht waarop in het bindend advies is beslist, inhoudelijk behandelt en alsnog gegrond verklaart. De rechtbank wijst de vorderingen van [eisers] af, omdat niet is voldaan aan de hoge drempel voor vernietiging van een bindend advies.
3De feiten
3.1.
[eisers] zijn broer en zus en wonen allebei in het buitenland. Zij hebben nog twee broers, die in Nederland wonen.
3.2.
Op 9 januari 2021 zijn de ouders van [eisers] opgenomen in zorgvilla ‘ [zorglocatie] ’, onderdeel van Korian. De beslissing om de ouders in [zorglocatie] op te laten nemen, is genomen door de twee broers van [eisers] , die wettelijk vertegenwoordigers van de ouders en ook contactpersoon voor [zorglocatie] waren.
3.3.
Vanwege reisbeperkingen als gevolg van de Covid-19 pandemie zijn [eisers] niet in de gelegenheid geweest om hun ouders te bezoeken in de periode dat zij hebben verbleven in [zorglocatie] . Vader is twee maanden na inhuizing in [zorglocatie] overleden aan de gevolgen van een Covid-19 besmetting. Moeder leed aan progressieve alzheimer. Zij is op 14 december 2021 overleden.
3.4.
Na het overlijden van hun ouders hebben [eisers] Korian herhaaldelijk vragen gesteld over de naleving van de geldende Covid-19 regels en de zorg die aan moeder werd verleend. Omdat hun vragen niet naar tevredenheid werden beantwoord, hebben [eisers] Korian op 3 februari 2023 verzocht om inzage in de medische dossiers van hun ouders.
3.5.
Korian heeft bij brief van 17 februari 2023 op dit verzoek gereageerd en voorgesteld om de zorgdossiers van de ouders voor te leggen aan een onafhankelijk arts. Indien uit het onderzoek van de arts zou blijken dat Korian een medische fout heeft gemaakt, zou Korian afschriften van die delen uit de dossiers delen met [eisers] . Op dit voorstel zijn [eisers] ingegaan.
3.6.
De dossiers van de ouders zijn vervolgens voorgelegd aan een medisch adviseur van Niewold Advies. Na bestudering van de dossiers is de medisch adviseur tot de conclusie gekomen dat er geen sprake is geweest van een incident dat ten onrechte niet is gemeld of een vermoeden van een medische fout dat een zwaarwegend belang oplevert om de dossiers te laten inzien. [eisers] hebben daarom geen inzage gekregen in de dossiers.
3.7.
Op 15 december 2023 hebben [eisers] een klacht ingediend bij de klachtenfunctionaris van Korian, omdat Korian volgens hen zou zijn tekortgeschoten in de aan hun ouders verleende zorg. De klacht van [eisers] had betrekking op de volgende onderdelen van de zorg:
de toediening van Haldol (aan beide ouders),
de Covid-19 protocollen en de naleving daarvan,
de behandeling van moeder (veelvuldig vallen en obstipatie),
het medicatiebeleid van vader.
3.8.
Naar aanleiding van de klacht heeft Korian een onderzoekscommissie ingesteld om onderzoek te verrichten. De onderzoekscommissie heeft [eisers] als klagers niet gehoord. Wel zijn één van de broers van [eisers] en zijn partner gehoord.
3.9.
Op 26 februari 2024 heeft de commissie een onderzoeksrapport uitgebracht, waarin de klacht van [eisers] per onderdeel is besproken en beoordeeld. De conclusie van de onderzoekscommissie is dat er geen aanwijzingen zijn dat Korian niet de kwaliteit van zorg zou hebben geleverd die van haar verwacht mag worden en dat Korian heeft gehandeld conform de professionele standaard van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde situatie. De commissie heeft de klacht van [eisers] daarom ongegrond verklaard, met uitzondering van klachtonderdeel 3.d (reactietijd op valmeldingen), waarover de commissie geen oordeel kan vellen wegens het ontbreken van voldoende feitelijke gegevens.
3.10.
Op 17 mei 2024 hebben [eisers] een klaagschrift met 21 bijlagen ingediend bij de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg. In dit klaagschrift stellen zij zich op het standpunt dat het onderzoek door de onderzoekscommissie van Korian niet zorgvuldig is geweest, omdat zij als klagers niet door de commissie zijn gehoord en er in het rapport van de commissie veel documenten zijn meegenomen waar zij geen toegang toe hebben. In het klaagschrift hebben [eisers] verder hun klacht over de aan hun ouders verleende zorg herhaald.
3.11.
Bij het aanhangig maken van het geschil bij de Geschillencommissie hebben [eisers] een vragenformulier moeten invullen en ondertekenen. Door ondertekening van dit formulier hebben [eisers] verklaard zich te onderwerpen aan de bepalingen van het reglement van de Geschillencommissie en de uitspraak van de Geschillencommissie als bindend te aanvaarden.
3.12.
In het reglement van de Geschillencommissie staat, voor zover van belang:
Samenstelling en taak
[…]
Artikel 3. 1. De commissie heeft tot taak alle geschillen tussen cliënt en zorgaanbieder te beslechten tot en met een totaalbedrag van € 25.000,--. De commissie doet dit door in een dergelijk geschil een bindend advies uit te brengen of door een schikking tussen partijen te bevorderen.
2. Een geschil kan door een cliënt aan de commissie worden voorgelegd indien:
a. is gehandeld in strijd met de interne klachtenregeling van de zorgaanbieder;
b. de klacht door de zorgaanbieder in onvoldoende mate is opgelost;
c. van de cliënt in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden zijn klacht over een hem betreffende gedraging van de zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening bij de zorgaanbieder indient.
[…]
De behandeling van geschillen
[…]
Artikel 14. De commissie kan indien zij dat noodzakelijk acht zelf inlichtingen inwinnen, onder meer door het horen van getuigen of deskundigen, door het instellen van een onderzoek of door het doen instellen van een onderzoek door één of meer door haar aan te wijzen deskundigen.
3.13.
Op 12 augustus 2024 heeft Korian een verweerschrift bij de Geschillencommissie ingediend.
3.14.
Op 8 november 2024 heeft de hoorzitting van de klacht van [eisers] plaatsgevonden. [eisers] waren hierbij met hun advocaat aanwezig. Namens Korian waren de locatiemanager en een jurist aanwezig.
3.15.
De Geschillencommissie heeft op diezelfde datum haar bindend advies uitgebracht en de klacht van [eisers] ongegrond verklaard.
3.16.
In het bindend advies is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
[…]
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
[…]
Beoordeling
Het standpunt van de cliënt
De ouders van de cliënt (…) hebben van 9 januari 2021 tot respectievelijk 10 maart 2021 en 14 december 2021 in [zorglocatie] (…) gewoond. (…) Vader is op 10 maart 2021 overleden aan de gevolgen van een Covid-19-besmetting, welke besmetting volgens cliënt het gevolg was van tekortschietende nakoming van protocollen en procedures omtrent het Covid-19-virus in de villa. Moeder is op 14 december 2021 overleden aan de gevolgen van een gordelroosaanval. Volgens cliënt is de druppel geweest dat moeder is behandeld met een niet-medische alcoholhoudende lotion.
Op voorstel van de zorgaanbieder en met instemming van cliënt is het dossier van de ouders voorgelegd aan een onafhankelijk medisch adviesbureau, Niewold Advies B.V. (Niewold). (…) Niewold is in een rapport van 30 juni 2023 tot de conclusie gekomen dat er geen sprake is geweest van een incident dat ten onrechte niet is gemeld of een vermoeden van een medische fout dat een zwaarwegend belang oplevert om het dossier te laten inzien.
Cliënt is desondanks van oordeel dat er klachtwaardig is gehandeld en heeft een klacht ingediend bij de zorgaanbieder. Naar aanleiding daarvan heeft de zorgaanbieder een onderzoekscommissie samengesteld, bestaande uit een externe onafhankelijke voorzitter en de kwaliteitsadviseur van de zorgaanbieder. De klacht is ongegrond verklaard. De zorgaanbieder heeft de beslissing onderbouwd in een onderzoek-rapportage van 26 februari 2024. Cliënt blijft echter van oordeel dat de zorgaanbieder is tekortgeschoten in de zorg aan de ouders en heeft de klacht voorgelegd aan de commissie.
Volgens de cliënt is de procedure bij de onderzoekscommissie niet zorgvuldig verlopen, onder andere omdat cliënt en zijn zus niet zijn gehoord door de onderzoekscommissie. De onderzoekscommissie heeft van de familie slechts één van de broers en diens partner gehoord. Voorts kan cliënt zich niet vinden in de ongegrondverklaring van de klachten over - in hoofdlijnen - de toediening van Haldol, de maatregelen rondom Covid-19, behandeling van moeder en medicatiebeleid ten aanzien van vader.
Volgens cliënt was er sprake van onbekwame zorgmedewerkers en van onvoldoende in alzheimerzorg gespecialiseerde medewerkers. Er was sprake van een personeelstekort en ‘s nachts werd niet aan de minimale bezettingsnorm voldaan. Volgens cliënt heeft de zorgaanbieder zich door commerciële belangen laten leiden bij het opnemen van de ouders in de villa. Door het geringe aantal bewoners had de villa een enorm financieel probleem volgens cliënt. Volgens cliënt was er sprake van ernstige tekortkomingen in de zorg en van grote nalatigheid. Volgens cliënt moet de klacht dan ook gegrond worden verklaard.
Cliënt en zijn zus zijn nooit in de villa geweest, omdat er volgens hen in verband met de Covid -19-epidemie bijna voortdurend sprake was van lockdowns en inreisverboden. Volgens cliënt konden zijn zus en hij in Caren Zorgt zien wat er mis ging. Volgens de zus van cliënt was er geen telefonisch contact mogelijk met de ouders.
Het standpunt van de zorgaanbieder
De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat als cliënt en zijn zus de villa zouden hebben bezocht, zij wellicht een heel ander beeld van het niveau van de zorg zouden hebben gekregen. Volgens de zorgaanbieder hebben de ouders het appartement uitgezocht en zelf de keuze gemaakt in de villa te komen wonen. De broers die wettelijk vertegenwoordiger waren, zijn wel op bezoek geweest bij de ouders en hebben geen klacht ingediend. Ook ondersteunen de broers de klacht van cliënt en zijn zus niet.
Aangezien de villa recent was geopend was er, na de inhuizing van de ouders, slechts sprake van vijf bewoners. Volgens de zorgaanbieder moet er ongeacht hoeveel bewoners er zijn, een basisbezetting aan personeel aanwezig zijn, die er ook was. De aanwezige bezetting zou, ook als er meer bewoners waren geweest, aan de daarvoor geldende vereisten hebben voldaan. ‘s Nachts was er sprake van één zorgmedewerker voor vijf bewoners, waarmee aan de minimale bezettingsvereisten werd voldaan. Er was geen sprake van onderbezetting.
De ouders hadden een telefoon in het appartement en hadden daarop kunnen worden gebeld. De broers hadden dit aan cliënt en zijn zus moeten doorgeven.
De zorgaanbieder heeft erop gewezen dat Niewold in het rapport van 30 juni 2023 tot de conclusie is gekomen dat er geen zwaarwegend belang aanwezig is om het dossier van de ouders te laten inzien en dat de onderzoekscommissie in het rapport van 26 februari 2024 heeft geconcludeerd dat niet is gebleken van tekortkomingen, zoals in de klachtbrief omschreven, en dat er derhalve geen sprake is van klachtwaardig handelen door de zorgaanbieder.
Wat betreft het niet horen door de onderzoekscommissie van cliënt en/of zijn zus, heeft de zorgaanbieder verklaard dat de onderzoekscommissie, gelet op haar onafhankelijke karakter, zelf heeft bepaald wie er moesten worden gehoord. Het is de zorgaanbieder echter bekend dat de klachtbrief als inbreng van cliënt en zijn zus is beschouwd en dat er wederhoor heeft plaatsgevonden door de zorgaanbieder en één van de wettelijk vertegenwoordigers te horen.
De zorgaanbieder is van oordeel dat de klacht ongegrond is.
De overwegingen van de commissie
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder door in overleg met cliënt een onafhankelijk arts onderzoek in het dossier van de ouders te laten doen naar eventueel gemaakte medische fouten en vervolgens een onderzoekscommissie in te stellen met een onafhankelijke voorzitter die onderzoek heeft gedaan naar de gegrondheid van de verschillende klachtonderdelen, de klachtafhandeling op zorgvuldige wijze heeft aangepakt.
Wat betreft het klachtonderdeel dat de onderzoekscommissie ook cliënt en/of zijn zus had moeten horen, overweegt de commissie dat dit voor de ervaren betrokkenheid van cliënt en zijn zus wellicht beter was geweest, maar dat de commissie niet aannemelijk acht dat de uitkomsten van het onderzoek daardoor anders waren geweest.
De commissie concludeert dit onder andere op grond van het feit dat de toelichting die cliënt en zijn zus in de procedure bij de commissie hebben kunnen geven, het oordeel van de commissie niet doet afwijken van het oordeel van de onderzoekscommissie. De commissie is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de zorg die in de villa aan de ouders is gegeven van onvoldoende kwaliteit is geweest en dat sprake is van tekortkomingen in die zorg.
De commissie is voorts van oordeel dat de zorgaanbieder zaken aangaande de ouders terecht met de broers heeft overlegd, nu de broers de wettelijk vertegenwoordigers van hun wilsonbekwame ouders waren. De zorgaanbieder mocht ervan uitgaan dat de broers cliënt en hun zus zouden informeren, ook over praktische zaken, zoals als bijvoorbeeld de aanwezige telefoon in het appartement van de ouders.
Ten overvloede overweegt de commissie dat vorenstaande oordelen ook maken dat niet aannemelijk is geworden dat er een commercieel belang aan het opnemen van de ouders van cliënt ten grondslag heeft gelegen omdat de villa een financieel probleem zou hebben.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
4Het geschil
4.1.
[eisers] vorderen dat de rechtbank, bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. het bindend advies van de Geschillencommissie van 8 november 2024 (zaaknummer 405417/527319) vernietigt;
II. de klachten van [eisers] die zij bij de Geschillencommissie hebben ingediend alsnog gegrond verklaart;
III. Korian veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
Aan hun vorderingen leggen [eisers] ten grondslag dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om hen aan het advies van de Geschillencommissie gebonden te achten, omdat er gebreken kleven aan de wijze van totstandkoming, de motivering en daarmee ook aan de inhoud van het advies. Gelet op deze gebreken moet het advies op grond van artikel 7:904 BW worden vernietigd en worden vervangen door een beslissing van de rechtbank dat de klacht die [eisers] hebben voorgelegd aan de Geschillencommissie (alsnog) gegrond is.
4.3.
Korian betwist dat het bindend advies van de Geschillencommissie niet zorgvuldig tot stand is gekomen en niet deugdelijk is gemotiveerd. Volgens haar dienen partijen daaraan dan ook gebonden te blijven. Voor het geval de rechtbank het advies vernietigt en een vervangende beslissing neemt, stelt Korian zich op het standpunt dat die beslissing moet luiden dat de klacht van [eisers] ongegrond is, omdat van (medisch) onzorgvuldig handelen door (zorgmedewerkers van) Korian geen sprake is.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
5.1.
Tussen partijen is niet geschil dat het bindend advies van de Geschillencommissie kwalificeert als vorm van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW. Partijen zijn dan ook in beginsel jegens elkaar aan die beslissing gebonden.
5.2.
Een bindend advies is slechts dan vernietigbaar, indien gebondenheid aan die beslissing in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 7:904 lid 1 BW). Dit criterium vraagt terughoudendheid van de rechter aan wie een bindend advies ter vernietiging wordt voorgelegd. Het gaat er niet om dat de rechter zijn oordeel over de zaak in de plaats stelt van het oordeel van de Geschillencommissie, maar of gebondenheid aan het oordeel van de Geschillencommissie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat brengt mee dat voor vernietiging van een bindend advies slechts ruimte is als de inhoud of de wijze van totstandkoming van het bindend advies ernstige gebreken vertoont. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat er geen plaats is voor vernietiging als de grenzen waarbinnen redelijk denkende mensen van mening kunnen verschillen, niet zijn overschreden. De eisen die op grond van de maatstaf gesteld worden aan de wijze van totstandkoming van een bindend advies, dienen om tot een redelijke en billijke inhoud daarvan te komen; die inhoud wordt slechts marginaal getoetst. Bij de totstandkoming van een bindend advies moeten de fundamentele beginselen van procesrecht in acht genomen worden. Dit betekent in ieder geval dat degene die het bindend advies geeft onpartijdig en onafhankelijk is, dat partijen in de gelegenheid gesteld moeten worden hun standpunt kenbaar te maken, dat de gegevens waarop het advies berust ter kennis van beide partijen gebracht dienen te worden, dat de beslissing op een deugdelijk onderzoek is gebaseerd en dat de beslissing voldoende is gemotiveerd. Op de vraag in hoeverre een bindend advies moet worden gemotiveerd, valt volgens jurisprudentie van de Hoge Raad geen algemeen antwoord te geven. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor weergegeven hoge drempel voor vernietiging van een bindend advies in dit geval niet wordt gehaald. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
5.3.
[eisers] hebben aan de orde gesteld dat de onderzoekscommissie van Korian het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door hen als klagers niet te horen. Volgens hen is dit gebrek door de Geschillencommissie niet hersteld, omdat het bindend advies voortborduurt op het rapport van de onderzoekscommissie.
5.4.
De onderzoekscommissie heeft ervoor gekozen om één van de wettelijk vertegenwoordigers te horen die bij de zorg van de ouders betrokken was en die ook in [zorglocatie] ter plaatse is geweest en [eisers] als klagers niet te horen. Dit is een afweging die is voorbehouden aan de onderzoekscommissie. Dat [eisers] niet zijn gehoord, doet aan het onderzoek dat de commissie heeft verricht ook niets af. Er lag immers een uitgebreide klachtbrief op basis waarvan duidelijk was waar de klacht van [eisers] op zag en gesteld noch gebleken is dat de commissie die klacht niet heeft onderzocht. Sterker nog, de onderzoekscommissie is in haar rapport, dat 9 pagina’s beslaat, zeer uitgebreid ingegaan op alle onderdelen van de klacht van [eisers] en de heer [eisers] heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in de onderhavige procedure zelf bevestigd dat de commissie daar genoeg tijd en energie aan heeft besteed.
5.5.
Vervolgens is de klacht van [eisers] in de procedure bij de Geschillencommissie opnieuw getoetst. Uit het bindend advies volgt dat beide partijen door de Geschillencommissie in de gelegenheid zijn gesteld om zowel schriftelijk – [eisers] bij indiening van hun klacht en Korian in reactie daarop bij verweerschrift – als mondeling tijdens de hoorzitting hun standpunten kenbaar te maken en toe te lichten. De standpunten van [eisers] zijn in het bindend advies uitgebreid uiteengezet. Dit onderschrijft dat zij in de procedure bij de Geschillencommissie voldoende in de gelegenheid zijn geweest om het woord te voeren. Anders dan [eisers] stellen, is het niet horen van [eisers] door de onderzoekscommissie in de procedure bij de Geschillencommissie dan ook voldoende gecompenseerd. Voor zover [eisers] menen dat de Geschillencommissie opnieuw onderzoek had moeten doen naar hun klacht, miskennen zij waarvoor de Geschillencommissie kan worden aangezocht. In artikel 3 lid 2 van het reglement van de Geschillencommissie staat in welke gevallen een geschil aan de Geschillencommissie kan worden voorgelegd. De Geschillencommissie heeft het geschil langs die weg beoordeeld. Uit het advies blijkt dat de Geschillencommissie zich op basis van de haar ter beschikking staande informatie zelfstandig een beeld heeft gevormd van de klacht van [eisers] en dat zij daaruit zelfstandig conclusies heeft getrokken. De Geschillencommissie heeft het aan haar voorgelegde geschil aldus in volle omvang getoetst en daarmee heeft zij gedaan wat zij moest doen. De Geschillencommissie is tot het oordeel gekomen dat de onderzoekscommissie op zorgvuldige wijze onderzoek heeft gedaan naar de klacht van [eisers] en zij heeft op basis van al hetgeen door partijen naar voren is gebracht geen aanleiding gezien om af te wijken van het oordeel van de commissie dat de klacht van [eisers] ongegrond is. Bij die stand van zaken was er voor de Geschillencommissie geen noodzaak een zelfstandig onderzoek naar de klacht in te stellen. Overigens is de Geschillencommissie ook niet verplicht tot het instellen van een onderzoek (artikel 14 van het reglement).
5.6.
[eisers] hebben als bezwaar tegen het bindend advies van de Geschillencommissie verder naar voren gebracht dat het advies niet deugdelijk is gemotiveerd, omdat niet duidelijk is welke argumenten de Geschillencommissie wel en niet in haar oordeel heeft meegewogen. Ook heeft de Geschillencommissie zich volgens [eisers] niet aan haar opdracht gehouden, omdat de verschillende onderdelen van hun klacht in het advies niet (afzonderlijk) worden behandeld en beoordeeld.
5.7.
In het bindend advies is vermeld op basis waarvan de Geschillencommissie haar advies heeft gegeven, namelijk de overgelegde stukken en hetgeen door partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht. De standpunten van partijen zijn opgenomen in het advies. Weliswaar zijn de inhoudelijke overwegingen van de Geschillencommissie die hierop volgen beknopt, maar dat betekent nog niet dat het advies daarom vernietigbaar is. De Geschillencommissie heeft geoordeeld dat het onderzoek van de onderzoekscommissie zorgvuldig is geweest en dat niet aannemelijk is geworden dat de zorg die in [zorglocatie] aan de ouders van [eisers] is verleend van onvoldoende kwaliteit is geweest en dat sprake is van tekortkomingen in die zorg. Tot dit oordeel heeft de Geschillencommissie alleen kunnen komen als zij het dossier en de klacht van [eisers] op alle onderdelen opnieuw heeft bekeken en beoordeeld. Uit het advies volgt naar het oordeel van de rechtbank dan ook voldoende dat de Geschillencommissie een totale herafweging heeft gemaakt.
5.8.
Aan [eisers] kan worden toegegeven dat de Geschillencommissie misschien wat uitgebreider had kunnen opschrijven dat zij het dossier en alle onderdelen van de klacht opnieuw heeft bestudeerd, maar dat maakt nog niet dat het advies onvoldoende gemotiveerd is. Van de Geschillencommissie kan immers niet worden verwacht dat zij in haar advies expliciet elk argument benoemt dat zij in haar oordeel heeft betrokken. De noodzaak om in het advies opnieuw afzonderlijk op alle onderdelen van de klacht van [eisers] in te gaan was er in dit geval overigens ook niet, omdat de onderzoekscommissie dit ook al uitgebreid had gedaan en de Geschillencommissie geen aanleiding heeft gezien om anders over de kwestie te oordelen dan de onderzoekscommissie. In het kader van de terughoudende toets, waartoe de rechtbank zich in deze vernietigingsprocedure moet beperken, kan dan ook niet worden gezegd dat de motivering van de Geschillencommissie duidelijk tekortschiet en/of dat de Geschillencommissie in redelijkheid niet tot haar beslissing heeft kunnen komen.
5.9.
De conclusie is dan dat – hoewel [eisers] het niet eens zijn met de conclusies van het bindend advies en niet tevreden zijn met de manier waarop de Geschillencommissie op hun klachten is ingegaan – de inhoud of de wijze van totstandkoming van het advies geen ernstige gebreken vertoont, zodat de gebondenheid van [eisers] aan het advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Dit betekent dat geen grond bestaat voor vernietiging van het advies. Daarmee bestaat ook geen grond voor het opnieuw (inhoudelijk) beoordelen van de klacht van [eisers] en het nemen van een vervangende beslissing door de rechtbank. De vorderingen van [eisers] zullen daarom worden afgewezen.
5.10.
[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Korian worden begroot op:
- griffierecht
€
714,00
- salaris advocaat
€
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.120,00
6De beslissing
De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
6.2.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 2.120,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.
167 / 1787
Zie onder meer HR 12 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2427, HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3585 en HR 15 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0727.
Toelichting Meijers p. 1146-1147.
Zie onder meer HR 20 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5890. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|